Beleidsregels verhaal Wet werk en bijstand

Geldend van 01-01-2004 t/m 03-02-2016

Intitulé

Beleidsregels verhaal Wet werk en bijstand

Gemeente Uden

Beleidsregels verhaal WWB

maart 2004

BELEIDSREGELS VERHAAL WWB

Beleidsregels Verhaal Wet werk en bijstand van de gemeente Uden.

ALGEMEEN

regel 1 verhaal van bijstand

  • 1.

    Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van bijstand:

    • a.

      tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek:

      • i)

        op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt en

      • ii)

        op het minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt;

    • b.

      tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;

    • c.

      tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend;

    • d.

      op degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voorzover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien

    • e.

      op de nalatenschap van de persoon indien:

      • i)

        aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend indien sprake is van een situatie als beschreven in de beleidsregels terugvordering 4 onder a en e en voorzover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden;

      • ii)

        bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht.

  • 2.

    Behoudens in de gevallen als bedoeld in onderdeel e, ten tweede, worden kosten van bijstand die meer dan vijf jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot verhaal zijn gemaakt, niet verhaald.

BEPERKING

regel 2 verhaalsgronden gelimiteerd

Buiten de gevallen aangegeven in beleidsregel 1 vindt geen verhaal plaats.

GEHEEL OF GEDEELTELIJK AFZIEN VAN EEN VERHAALSBESLUIT

regel 3 afwijkingen

Burgemeester en wethouders zien af van het nemen van een verhaalsbesluit indien:

  • a.

    het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 50,00 per maand;

  • b.

    daarvoor gelet op de omstandigheden van degene op wie verhaal wordt gezocht of degene die de bijstand ontvangt of heeft ontvangen, dringende redenen aanwezig zijn.

KWIJTSCHELDING BIJ SCHULDEN

regel 4 kwijtschelding

In afwijking van beleidsregel 1 kunnen burgemeester en wethouders, op verzoek van degene op wie verhaald wordt, besluiten gedeeltelijk af te zien van verhaal van kosten van bijstand voorzover het betreft verschuldigde verhaalsbedragen die op het moment van het besluit opeisbaar zijn, indien:

  • a.

    redelijkerwijs te voorzien is dat degene op wie wordt verhaald niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;

  • b.

    redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en

  • c.

    de vordering van de gemeente wegens verhaal van bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.

regel 5 inwerkingtreding besluit kwijtschelding

Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal treedt niet in werking voordat een schuldregeling als bedoeld in beleidsregel 4 onder b. tot stand is gekomen.

regel 6 intrekking besluit kwijtschelding

Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd indien:

  • a.

    niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling is tot stand gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in de beleidsregel 4 genoemde voorwaarden a, b en c;

  • b.

    de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of

  • c.

    onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

BEOORDELING ONDERHOUDSPLICHT

regel 7 Beoordeling onderhoudsplicht

Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht als bedoeld in beleidsregel 1, onder a., b. en c., en de omvang van het te verhalen bedrag wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of en, zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zou moeten worden toegekend.

VERHALEN CONFORM RECHTERLIJKE UITSPRAAK

regel 8 verhaal op grond van rechterlijke uitspraak

  • 1.

    Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak.

  • 2.

    Het besluit tot verhaal wordt in dat geval bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen.

  • 3.

    Indien aan de aanmaning geen gevolg wordt gegeven vordert de gemeente het verschuldigde met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt.

  • 4.

    Het besluit tot verhaal levert een executoriale titel op, die op kosten van de schuldenaar wordt betekend en met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tenuitvoergelegd.

WIJZIGING DOOR RECHTER VASTGESTELD BEDRAG

regel 9 wijziging vastgestelde onderhoudsbijdrage

De gemeente verzoekt de rechter het verhaalsbedrag in afwijking van een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vast te stellen, indien de rechter:

  • a.

    deze uitspraak zou kunnen wijzigen op de gronden genoemd in de artikelen 157 en 401 van dat boek;

  • b.

    geen rekening heeft kunnen houden met alle voor de betrokken beslissing in aanmerking komende gegevens en omstandigheden betreffende beide partijen.

VERHAALSBESLUIT

regel 10 verhaalsbesluit

  • 1.

    Een besluit tot verhaal op grond van beleidsregel 1 wordt door het college aan degene op wie verhaal wordt gezocht medegedeeld. Het besluit vermeldt het bedrag of de bedragen waarvan, evenals de termijn of termijnen waarbinnen, betaling wordt verlangd.

  • 2.

    Bij verhaal op de nalatenschap kan de mededeling worden gericht tot de langstlevende echtgenoot of een der erfgenamen die geacht kan worden bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken.

VERHAAL IN RECHTE

regel 11 verhaal in rechte

  • 1.

    Indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde gelden aan de gemeente te betalen dan wel niet of niet tijdig tot betaling daarvan overgaat, besluiten burgemeester en wethouders tot verhaal in rechte.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders zien af van verhaal in rechte indien het te verhalen bedrag een bedrag van € 50,00 per maand bij periodieke vorderingen, dan wel € 600,00 bij incidentele vorderingen, niet te boven gaat.

HERONDERZOEK

regel 12 draagkracht

  • 1.

    Tenminste één keer per drie jaar verrichten burgemeester en wethouders onderzoek naar de draagkracht voor het voldoen van een verhaalsbijdrage. Indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven wordt als gevolg van dit onderzoek de betalingsverplichting gewijzigd vastgesteld.

  • 2.

    Er wordt niet overgegaan tot het gewijzigd vaststellen van een betalingsverplichting indien de draagkracht ten opzichte van het vorige onderzoek niet blijkt te zijn vermeerderd of verminderd met meer dan € 50,00 per maand.

    INVORDERING

    regel 13 beslag

    Indien de belanghebbende niet bereid blijkt de door de rechter vastgestelde bijdrage voor levensonderhoud of de op verzoek van de gemeente vastgestelde bijdrage te voldoen dan wordt die uitspraak tenuitvoergelegd door middel van executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke

    Rechtsvordering.

    OVERIGE BEPALINGEN

    regel 14 Nadere invulling van beleid

    Burgemeester en wethouders kunnen deze beleidsregels nader uitwerken in een werkplan inzake verhaal van verleende bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand.

    regel 15 Inwerkingtreding en werkingsduur

    Deze beleidsregels treden in werking vanaf 1 januari 2004.

    Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Uden op 1 juni 2004.

    TOELICHTING BELEIDSREGELS VERHAAL WWB

    Algemeen

    De Beleidsregels verhaal WWB zijn bedoeld om vast te stellen dat de gemeente in beginsel gebruik maakt van de in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Invoeringswet WWB genoemde mogelijkheid kosten van bijstand te verhalen.

    Eén en ander past in de visie om in het kader van de volledige financiële verantwoordelijkheid van de gemeente zorg te dragen voor eenduidige continuering van de tot 1 januari 2004 vastgestelde werkwijze en de uit die werkwijze en activiteiten voortvloeiende middelen te waarborgen.

    1. Verhaal van bijstand

    Onder a. en b. worden bedoeld de verhaalsmogelijkheden op de (ex)echtgenoot (en daarmee gelijkgesteld de geregistreerd partner) t.a.v. zijn onderhoudsplicht jegens zijn (ex) echtgenoot en/of minderjarige kinderen.

    Overeenkomst het bepaalde hierover in artikel 13 van de Invoeringswet WWB kan de gemeente tot een nader te bepalen tijdstip overgaan tot verhaal van kosten van bijstand conform de regels van de Algemene bijstandswet. De mogelijkheid verhaal op grond van deze wettelijke onderhoudsplicht toe te passen zal met de komst van een nieuw kinderalimentatiestelsel vervallen.

    Er resteren dan de in beleidsregels 1, onder c., d. en e. benoemde verhaalsmogelijkheden zoals deze in de WWB zijn opgenomen.

    In de praktijk komt het nauwelijks voor dat kosten bijstand verhaald kunnen worden op een minderjarig kind dat de onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt. Wij hebben er voor gekozen deze mogelijkheid wel open te houden.

    2 Beperking

    Hierbij wordt benadrukt dat de bijstand uitsluitend wordt verhaald in de in beleidsregel 1 vastgelegde gevallen.

    3.e.v. Afzien van verhaal

    Op grond van een eerdere circulaire (Uitvoeringsaspecten van de nieuwe verhaalswetgeving, SZW 30 september 1992) kan een kruimelbedrag worden gehanteerd. Aanleiding kan bestaan de in die circulaire genoemde bedragen, gegeven de bevoegdheid verhaal toe te passen, opnieuw en logisch te normeren.

    Verwezen wordt ook naar de voorbeeldbedragen genoemd in beleidsregels 11 en 12.

    7. Beoordeling onderhoudsplicht

    Het betreft hier de uitvoering van de zogeheten trema-normen. Dit zijn de normen die door de rechtbank worden gehanteerd bij de vaststelling van de alimentatie die voorzien in zowel een zgn. netto- als een brutoberekening. Voor zover het gemeentelijk beleid voorziet in een niet in de volle omvang uitvoeren van die tremanormen (bijv. enkel de netto-berekening of bijv. de vaststelling van een forfaitair verhaalsbedrag ten behoeve van kinderen) kan dat in de toelichting worden opgenomen.

    12. Onderzoek naar draagkracht

    Het hier genoemde voorbeeldbedrag kan worden herleid uit het onder de toelichting bij beleidsregel 3 genoemde bedrag van € 50,00 per maand. Op grond van praktische redenen wordt voorgesteld een beperkter bedrag op te nemen bij verlaging van de draagkracht.

    15. Inwerkingtreding

    De inwerkingtreding is met terugwerkende kracht gesteld op de datum van invoering van de WWB. Dit levert geen problemen op omdat het college zich reeds op 16 december 2003 heeft uitgesproken voor voortzetting van de uitvoeringspraktijk zoals die onder de Algemene bijstandswet was. Deze beleidsregels formaliseren het besluit van 16 december.

    Op het moment dat het voorgenomen nieuwe stelsel van kinderalimentatie ingaat zullen de beleidsregels aangepast moeten worden.