verordening, regelende de algemene voorwaarden bij de verlening van garanties aan niet-natuurlijke personen door de gemeente Uden

Geldend van 01-04-2003 t/m 31-12-2016

Intitulé

verordening, regelende de algemene voorwaarden bij de verlening van garanties aan niet-natuurlijke personen door de gemeente Uden

Verordening, regelende de algemene voorwaarden bij de verlening van garanties aan niet-natuurlijke personen door de gemeente Uden

De Raad van de gemeente Uden;

gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 17 december 2002;

gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;

gelet op de Algemene Wet Bestuursrecht:

gelet op de Wet Financiering Decentrale Overheden:

b e s l u i t

vast te stellen de

Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen

Artikel 1. Reikwijdte

  • 1.

    De in deze verordening genoemde algemene garantievoorwaarden zijn slechts van toepassing op het verlenen van garanties waaromtrent niet is voorzien bij of krachtens voorschriften van het Rijk of provincie.

  • 2.

    Garanties worden alleen verleend aan organisaties met rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht, die werkzaam zijn op het gebied van onderwijs, welzijn, sport, recreaties, kunst, cultuur, sociale zekerheid, werkgelegenheid en volksgezondheid.

  • 3.

    Het garantiebedrag verminderd jaarlijks met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag aan aflossing, begrepen in de betaling van rente en aflossing in het betreffende jaar.

Artikel 2. Begripsbepaling

Voor de toepassing van deze ‘Algemene garantievoorwaarden’ wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager :de in artikel 1, tweede lid, genoemde rechtspersoon, in de overeenkomst van ‘geldneemster’ genoemd;

  • b.

    beschikking : een beslissing op een aanvraag tot garantieverlening voor een aan te trekken geldlening;

  • c.

    garantie : een borgstelling van de gemeente Uden ten aanzien van een organisatie bij een door haar aan te trekken geldlening ter financiering van een object of vanuit een andere financieringsbehoefte;

  • d.

    object : zaak en/of goed waaraan door de organisatie stichtingskosten (bouwkosten en - tot op zekere hoogte -inrichtingskosten) worden besteed;

  • e.

    financieringsbehoefte : een financieringsbehoefte die ontstaan is door een calamiteit en bij het niet vervullen daarvan, het voortbestaan van de in artikel 1 tweede lid genoemde organisaties in gevaar brengt of die ontstaat ter financiering van een object.

Artikel 3. Commerciële activiteiten/winstoogmerk

Garantie kan slechts worden verleend aan aanvragers die geen commerciële activiteiten ontplooien en zonder winstoogmerk werkzaam zijn.

Artikel 4. Uitzonderingen

  • 1. Indien voor garantieverlening een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds (bijvoorbeeld Waarborgfonds Sociale Woningbouw, Waarborgfonds voor de Zorg, Waarborgfonds voor de Sport, Waarborgfonds Kinderopvang), dan dient de aanvraag bij het desbetreffende fonds te worden ingediend.

  • 2. Indien de aanvraag van een instelling door een waarborgfonds wordt afgewezen, is dit een reden voor afwijzing door de gemeente.

  • 3. Van het voorgaande lid kan worden afgeweken als de reden van afwijzing van het waarborgfonds is, dat de aanvraag niet onder de reikwijdte van het fonds valt.

Artikel 5. Beslissingsbevoegdheid

  • 1. Het college van Burgemeester en Wethouders is bevoegd met het bepaalde in deze algemene garantievoorwaarden te beslissen op een aanvraag die betrekking heeft op: - een af te sluiten lening tot € 125.000,00; - de herfinanciering van een lening waar reeds eerder gemeente garantie voor is afgegeven.

  • 2. Heeft de aanvraag geen betrekking op het gestelde in het eerste lid, dan is de gemeenteraad bevoegd te beslissen op een aanvraag.

Artikel 6. Nadere regels

  • 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels, die van aanvullende en specifieke aard kunnen zijn, te stellen.

  • 2. De in het eerste lid genoemde regels kunnen niet in strijd zijn met het bepaalde in de algemene garantievoorwaarden.

Artikel 7. Garantiecriteria

  • 1. Om voor verlening van garantie in aanmerking te komen:

    • a.

      dient de aanvrager activiteiten te ontplooien die, naar het oordeel van de gemeenteraad, in het belang zijn van de gehele of een deel van de plaatselijke gemeenschap of waarmee in hoofdzaak een Udens belang is gediend en

    • b.

      dienen, behoudens voorzover er sprake is van een op een specifieke doelgroep gerichte activiteit, de activiteiten open te staan voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid en

    • c.

      mogen de doelstelling en werkwijze van de aanvrager niet strijdig zijn met bepalingen van (inter)nationaal recht;

    • d.

      mogen de activiteiten van de instelling in generlei opzicht strijdig zijn met de op grond van internationale verdragen algemeen erkende rechten van de mens.

  • 2. De aanvrager dient aan te kunnen tonen zonder garantiestelling van de gemeente niet in staat te zijn de noodzakelijke lening te verwerven.

  • 3. Verlening van garantie wordt verstrekt voor het creëren van nieuwe of handhaven van maatschappelijk gewenste activiteiten die niet concurrerend zijn met reeds aanwezige voorzieningen.

  • 4. Indien er sprake is van investeringen voor bouw- en inrichtingskosten, dienen deze gebaseerd te zijn op een niveau dat in het algemeen maatschappelijk verkeer als sober kan worden beschouwd. Voorts wordt de waarde van de zelfwerkzaamheid van leden enz. niet in de investeringen meegenomen.

  • 5. De financiële positie en prognoses van de aanvrager zijn zodanig dat rente en aflossing betaald kunnen blijven worden. De prognoses van de bedrijfsvoering van de aanvrager zijn gebaseerd op reële verwachtingen.

  • 6. Zaken van regulier (groot) onderhoud vallen niet onder de reikwijdte van deze verordening; de niet-natuurlijke personen worden geacht hiervoor voorzieningen te treffen.

Hoofdstuk 2. Aanvragen tot garantieverlening

Artikel 8. Aanvraag tot garantieverlening

De aanvrager die een verzoek tot garantieverlening indient, moet daarbij het volgende in acht

nemen:

  • a.

    de aanvraag moet schriftelijk bij het college van Burgemeester en Wethouders ingediend worden;

  • b.

    de aanvraag dient voorzien te zijn van een exemplaar van de statuten, alsmede een opgave van de bestuurssamenstelling;

  • c.

    de aanvraag dient vergezeld te gaan van de begroting van afgelopen, huidig en komend dienstjaar, alsmede de jaarrekening van de afgelopen twee dienstjaren;

  • d.

    de voorwaarden van de te sluiten geldlening en het ontwerp van de overeenkomst van geldlening behoeven de goedkeuring van burgemeesters en wethouders;

  • e.

    de voorwaarden van de te sluiten geldlening dienen in ieder geval te bevatten het beding van voorafgaande uitwinning en schuldsplitsing;

  • f.

    de te sluiten geldlening dient te voldoen aan de Wet financiering decentrale overheid van 21 december 2000 (Stb.2000, 587) en daarop volgende wijzigingen;

  • g.

    de geldlening zal uitsluitend worden aangewend voor de financiering van het in de aanvraag genoemde object dan wel de aangegeven financieringsbehoefte.

Hoofdstuk 3. Algemene verplichtingen van de aanvrager

Artikel 9. Verzekeringen

De aanvrager is verplicht de objecten, waarvoor de garantie is verstrekt ten genoegen van burgemeester en wethouders op basis van herbouwwaarde tegen brand- en stormschade en andere risico's c.q. aanspraken te verzekeren en verzekerd te houden.

Artikel 10. Instandhouding en bestemming

  • 1. De aanvrager is verplicht de objecten, waarvoor een garantie is verstrekt ten genoegen van burgemeester en wethouders voortdurend in goede staat te houden.

  • 2. Aan de objecten, waarvoor een garantie is verstrekt, zal slechts met toestemming van burgemeester en wethouders een andere bestemming worden gegeven.

Artikel 11. Bezwaring en vervreemding

  • 1. De objecten, waarvoor een garantie is verstrekt mogen zonder toestemming van burgemeester en wethouders niet worden bezwaard of vervreemd.

  • 2. Op de objecten, waarvoor een garantie is verstrekt wordt aan burgemeester en wethouders het recht van een eerste krediethypotheek verleend, zulks op kosten van de aanvrager.

Artikel 12. Jaarrekening en begroting

  • 1. De aanvrager dient jaarlijks binnen vier maanden na het verstrijken van het boekjaar de jaarrekening, bestaande uit de balans en verlies-en winstrekening met toelichting, over het verstreken boekjaar aan burgemeester en wethouders ter kennisneming toe te zenden. De toelichting bij de rekening zal onder meer een verklaring dienen te bevatten van de belangrijkste verschillen met de ramingen van de exploitatiebegroting van het desbetreffende dienstjaar.

  • 2. De aanvrager dient jaarlijks tenminste zes maanden voor aanvang van het boekjaar een gespecificeerde exploitatiebegroting voor het volgende boekjaar aan burgemeester en wethouders ter kennisneming toe te zenden.

  • 3. Voor het geval de gemeente op grond van de garantie betalingen heeft verricht, behoeven de onder 1 en 2 van dit artikel genoemde stukken de goedkeuring van burgemeester en wethouders.

Artikel 13. Looptijd en hoogte geldlening

  • 1. De looptijd van de geldlening mag niet langer zijn dan de verwachte economische levensduur van het object, waarvoor de financiering wordt aangewend. Voorts zal het garantiebedrag niet hoger kunnen zijn dan de economische waarde van het onderpand.

  • 2. Indien een geldlening wordt afgesloten ten behoeve van een financieringsbehoefte vanwege liquiditeitsproblemen, zal de duur van de garantstelling maximaal 2 jaar bedragen.

Artikel 14. Betaling bij door de gemeente verrichte betalingen

Indien de gemeente op grond van deze garantie betalingen heeft verricht, moeten de daarna door afschrijvingen en door batige exploitatiesaldi vrijkomende middelen, voor zover zij niet voor aflossing op de gegarandeerde geldlening worden aangewend, in de eerste plaats worden gebruikt voor terugbetaling aan de gemeente van de door haar gedane betalingen, ongeacht de verplichting tot restitutie aan de gemeente ter zake van deze betalingen uit andere middelen, waarover de organisatie beschikt of kan beschikken.

De terugbetaling van de door de gemeente gedane betalingen vindt plaats met vergoeding van de dan geldende wettelijke rente, te berekenen vanaf het tijdstip dat door de gemeente op grond van de garantie betalingen zijn verricht.

Artikel 15. Vermogensrechtelijke handelingen

  • 1. De aanvrager behoeft voor het vervreemden of bezwaren van onroerend goed of enig ander registergoed, alsmede voor het bezwaren van roerend goed, niet zijnde registergoed de voorafgaande goedkeuring van burgemeester en wethouders.

  • 2. Voorafgaande toestemming is eveneens benodigd voor het cederen of in zekerheid overdragen van vorderingen, het zich borg stellen danwel als hoofdelijke schuldenaar verbinden, zich voor een derde sterk maken of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbinden, alsmede het afsluiten van enige overeenkomst, inzake het aangaan of verstrekken van geldleningen.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan voornoemde toestemming voorwaarden verbinden.

Artikel 16. Statutenwijziging

  • 1. De aanvrager stelt burgemeester en wethouders in kennis van het voornemen tot statutenwijziging en de inhoud daarvan.

  • 2. De aanvrager stelt burgemeester en wethouders in kennis van het voornemen tot wijziging van haar bestuurssamenstelling.

  • 3. De aanvrager brengt haar voornemen tot ontbinding ten minste dertien weken, voordat het definitieve besluit te dien aanzien wordt genomen ter kennis van burgemeester en wethouders.

Artikel 17. Overige verplichtingen

  • 1. De aanvrager dient op eerste aanvraag aan burgemeester en wethouders alle verlangde inlichtingen te verstrekken en inzage te geven van alle boeken en bescheiden, waarvan burgemeester en wethouders inzage nodig achten voor beoordeling van het financiële beheer van de aanvrager.

  • 2. De aanvrager dient terstond aan burgemeester en wethouders die inlichtingen te verstrekken, waarvan zij redelijkerwijs zou mogen verwachten, dat die van belang zijn voor de garantstelling.

  • 3. De aanvrager verbindt zich al die maatregelen te nemen, die burgemeester en wethouders uit hoofde van een verleende garantie noodzakelijk achten, ter waarborging van de financiële belangen van de gemeente.

  • 4. De aanvrager verstrekt aan burgemeester en wethouders een verklaring, waarbij zij zich verplicht tot naleving van de in de verordening neergelegde voorwaarden.

  • 5. De aanvrager dient de verschuldigde leges te voldoen.

Artikel 18. Beëindiging van de garantie

Bij faillissement, surseance van betaling of ontbinding van de aanvrager, alsmede bij niet naleving van de gestelde voorwaarden zullen burgemeester en wethouders terstond, zonder uitdrukkelijke ingebrekestelling, bevoegd zijn na voldoening van de geldgeefster van de aanvrager op te eisen al hetgeen de gemeente voor die voldoening of anderszins zal hebben betaald.

Hoofdstuk 4. Weigeringsgronden

Artikel 20.

  • 1. Onverminderd het bepaalde elders in deze verordening wordt garantie niet verleend, indien niet voldaan wordt aan de criteria voor garantieverlening, dan wel indien gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

    • a.

      de investeringen niet of niet geheel zullen plaatsvinden;

    • b.

      de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de garantieverlening verbonden verplichtingen;

    • c.

      betaling niet naar behoren zal worden voldaan, daar dit in het verleden met een eerdere garantie is gebleken en/of dat is gebleken dat de stichting/vereniging haar financiële verplichtingen niet naar behoren nakomt;

    • d.

      de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de garantieverlening van belang zijn;

    • e.

      de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;

    • f.

      er andere redenen zijn die naar de mening van het bestuur een weigering rechtvaardigen.

  • 2. Een garantieverlening op grond van deze verordening wordt geweigerd indien het weerstandsvermogen van de gemeente daarvoor niet toereikend is.

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 21. Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen kan van het gestelde in deze verordening worden afgeweken.

Artikel 22.

Op de garanties, die voor de datum van inwerkingtreding van deze algemene garantievoorwaarden zijn verstrekt, blijven van kracht de voorwaarden c.q. richtlijnen, op grond waarvan de betreffende garanties zijn verstrekt.

Artikel 23.

  • 1.

    Deze Verordening, regelende de algemene voorwaarden bij de verlening van garanties aan niet-natuurlijke personen door de gemeente Uden treedt in werking de dag na vaststelling door de Gemeenteraad.

  • 2.

    Zij kan worden aangehaald als ‘Verordening algemene garantievoorwaarden.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 30 januari 2003.
De Raad voornoemd
de secretaris de voorzitter

Toelichting ‘verordening algemene garantievoorwaarden’

Artikel 1.

De algemene garantievoorwaarden zijn alleen van toepassing wanneer deze niet in strijd zijn

met voorschriften van het Rijk of de provincie.

Garanties worden alleen verleend aan organisaties of instellingen die niet naar winst streven en werkzaam zijn op het gebied van onderwijs, welzijn, sport, recreatie, kunst, cultuur, sociale zekerheid, werkgelegenheid en volksgezondheid.

De garantstelling van de gemeente vermindert jaarlijks met de aflossingen. In het geval van een lineaire aflossing van een lening in 10 jaar, staat de gemeente na 5 jaar voor de helft van het bedrag garant.

Artikel 2.

Voor de definities van aanvrager, beschikking, garantie of object verwijs ik u naar de Verordening Algemene Garantievoorwaarden, artikel 2.

Door middel van de financieringsbehoefte is er ook een garantstelling mogelijk wanneer het voortbestaan, van de in artikel 1 genoemde soort organisaties, in gevaar zou kunnen komen. Deze financieringsbehoefte moet ontstaan zijn door een calamiteit.

Artikel 3.

Garanties kunnen alleen verleend worden, zoals dat eerder is genoemd, als de organisaties niet commercieel zijn ingesteld en niet winst als streven hebben. Tevens moeten zij werkzaam zijn op het gebied van onderwijs, welzijn, sport, recreatie, kunst, cultuur, sociale zekerheid, werkgelegenheid en volksgezondheid.

Artikel 4.

Sinds enige tijd zijn er verschillende waarborgfondsen opgericht bijvoorbeeld: een Waarborgfonds Sociale Woningbouw, een Waarborgfonds voor de Sport, een Waarborgfonds voor Kinderopvang en een Waarborgfonds voor de Zorg. Er bestaat een mogelijkheid voor verenigingen en instellingen een garantie aan te vragen bij een waarborgfonds die betrekking heeft op hun activiteiten. Hoe meer verenigingen en instellingen zich wenden tot een waarborgfonds, hoe minder risico de gemeente loopt. Ook is in dit artikel opgenomen dat wanneer het desbetreffende waarborgfonds niet garant wil staan voor de aan te trekken lening of een deel daarvan, de gemeente ook geen garantie zal verlenen. Daar wordt in het derde lid echter een uitzondering op gemaakt. Als de reden voor afwijzing is dat de aanvraag van de instelling/vereniging niet onder de reikwijdte van het waarborgfonds valt (bijvoorbeeld een culturele activiteit valt niet onder de reikwijdte van het Waarborgfonds voor de Sport), dan kan de gemeente de aanvraag wel in behandeling nemen.

Artikel 5.

Het college van Burgemeester en Wethouders is bevoegd om een beslissing te nemen op een aanvraag die betrekking heeft op een nog af te sluiten lening tot €125.000,00.

Wanneer dit niet het geval is dan is de gemeenteraad bevoegd te beslissen op een aanvraag.

Artikel 6.

Mochten er zich situaties voordoen die om nadere regels, die van aanvullende en specifieke aard kunnen zijn, vragen dan is het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd deze in te stellen. De eventuele nadere regels mogen niet in strijd zijn met het bepaalde in de algemene garantievoorwaarden.

Artikel 7.

Het betreft hier een afstemming op de Algemene Subsidieverordening en een verdere precisering van de criteria voor garantieverlening met betrekking tot:

  • -

    de noodzaak van garantstelling;

  • -

    voorkomen van een dubbeling van de activiteiten;

  • -

    voorkomen van een te uitbundig niveau van investeringen;

  • -

    het in rekening brengen van uren van leden en vrijwilligers bij (ver)bouw;

  • -

    de financiële positie van de aanvrager: is deze gezond?;

  • -

    zaken van regulier (groot) onderhoud: deze vallen in de regel niet onder de reikwijdte van de nieuwe conceptverordening.

Artikel 8.

Om een aanvraag tot garantieverlening in te dienen moet op het volgende gelet worden:

  • 1.

    de aanvraag moet schriftelijk bij het college van Burgemeester en Wethouders worden ingediend;

  • 2.

    de aanvraag moet voorzien zijn van een exemplaar van de statuten en een opgave van de bestuurssamenstelling;

  • 3.

    bij de aanvraag moet de begroting van afgelopen, huidig en komend jaar bevatten, alsmede de jaarrekening van de afgelopen twee dienstjaren;

  • 4.

    de voorwaarden van de te sluiten geldlening en het ontwerp van de overeenkomst van geldlening behoeven de goedkeuring van burgemeester en wethouders;

  • 5.

    de voorwaarden van de te sluiten geldlening dienen in ieder geval te bevatten het beding van voorafgaande uitwinning en schuldsplitsing;

  • 6.

    de te sluiten geldlening dient te voldoen aan de Wet financiering decentrale overheden van 21 december 2000 (Stb. 2000, 587) en daarop volgende wijzigingen. Van belang is dat de gemeente in dit kader garantie kan verlenen uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. De wet fido geeft aan het begrip publieke taak een beperkte invulling. De gemeenteraad speelt hier een belangrijke rol in.

  • 7.

    de geldlening mag alleen gebruikt worden voor de financiering van het in de aanvraag genoemde object of voor de aangegeven financieringsbehoefte.

Artikel 9.

De vereniging of instelling die de aanvraag indient is verplicht de object(en), waar de garantie voor verstrekt is, te verzekeren of verzekerd te houden op basis van herbouwwaarde tegen brand- en stormschade en andere risico’s of aanspraken.

Artikel 10.

De objecten waarvoor de garantie is verstrekt door burgemeester en wethouders moeten ten alle tijden in goede staat zijn. Alleen burgemeester en wethouders mogen toestemming geven om eventueel de objecten, waarvoor garantie is verstrekt, een andere bestemming te geven.

Artikel 11.

Zonder toestemming van burgemeester en wethouders mag een object, waarvoor garantie is verstrekt, niet worden bezwaard of vervreemd. Op de objecten, waarvoor een garantie is verstrekt, wordt het recht van eerste krediethypotheek verleend aan burgemeester en wethouders. Dit gebeurt op kosten van de organisatie of instelling die de aanvraag heeft ingediend.

Artikel 12.

De jaarrekening, bestaande uit de balans en verlies- en winstrekening met toelichting, over het verstreken boekjaar, moet binnen vier maanden na het verstrijken van het boekjaar door de aanvrager van de garantie aan burgemeester en wethouders worden toegezonden. In de toelichting moet onder meer een verklaring staan van de belangrijkste verschillen met de ramingen van de exploitatiebegroting van het desbetreffende dienstjaar.

De exploitatiebegroting voor het volgende boekjaar dient tenminste zes maanden voor aanvang van het boekjaar, door de aanvrager, jaarlijks aan burgemeester en wethouders te worden toegezonden.

Deze stukken dienen te worden gebruikt door burgemeester en wethouders om de financiële positie van de aanvrager na te gaan.

Voor het geval de gemeente op grond van de garantie betalingen heeft verricht, moeten de hierboven genoemde stukken de goedkeuring krijgen van burgemeester en wethouders.

Artikel 13.

De looptijd van de geldlening mag niet langer zijn dan de verwachte economische levensduur van het object, waarvoor er een geldlening is aangevraagd.

Het garantiebedrag mag niet hoger zijn dan de economische waarde van het onderpand. Ingeval van garantstelling ten behoeve van een financieringsbehoefte moet er wel alles aan gedaan worden het krediet in te lossen, bijvoorbeeld door sponsoring.

Artikel 14.

Wanneer de gemeente betalingen heeft verricht op grond van deze garantie, moeten de daarna vrijkomende middelen zoals afschrijvingen of batige exploitatiesaldi, in de eerste plaats worden gebruikt voor aflossing van de gegarandeerde geldlening en daarna voor terugbetaling van de gemeente van de door haar gedane betalingen.

De terugbetaling van de door de gemeente gedane betalingen vindt plaats met vergoeding van de dan geldende wettelijke rente, te berekenen vanaf het tijdstip dat door de gemeente op grond van de garantie betalingen zijn verricht.

Artikel 15.

Voor het vervreemden of bezwaren van onroerend goed, een register goed of het bezwaren van een roerend goed dat geen registergoed is, heeft de aanvrager vooraf toestemming nodig van burgemeester en wethouders.

Ook voor het afstaan of in zekerheid overdragen van vorderingen is vooraf toestemming nodig van burgemeester en wethouders. Net als het zich borg stellen of als hoofdelijk schuldenaar verbinden, zich voor een derde sterk maken of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbinden, alsmede het afsluiten van enige overeenkomst, inzake het aangaan of verstrekken van geldleningen. Burgemeester en wethouders behouden het recht om aan voornoemde toestemming voorwaarden te stellen.

Artikel 16.

De aanvrager stelt burgemeester en wethouders in kennis van het voornemen tot statutenwijziging en de inhoud ervan. Ook voor het wijzigen van haar bestuurssamenstelling moet de aanvrager burgemeester en wethouders in kennis stellen. Wanneer de aanvrager het voornemen heeft tot ontbinding, moet dit dertien weken, voordat het definitieve besluit genomen wordt, bij burgemeester en wethouder ter kennis genomen worden.

Artikel 17.

De organisatie of instelling die een garantie wil van de gemeente moet alle informatie en verlangde inlichtingen over haar financiële situatie beschikbaar stellen aan burgemeester en wethouders.

De aanvrager moet die inlichtingen en informatie verstrekken, aan burgemeester en wethouders, waarvan zij mag aannemen dat deze relevant zijn voor de garantstelling. De aanvrager moet die maatregelen nemen, die burgemeester en wethouder nodig achten voor de verleende garantie, ter waarborging van de financiële belangen van de gemeente.

De aanvrager moet een verklaring ondertekenen waarbij zij zich verplicht tot naleving van de in de verordening neergelegde voorwaarden en deze verstrekken aan burgemeester en wethouders. De verschuldigde leges moeten door de aanvrager aan de gemeente worden voldaan.

Artikel 18.

Bij faillissement, surséance van betaling of ontbinding van de aanvrager en bij niet naleving van de gestelde voorwaarden, zullen burgemeester en wethouders onmiddellijk bevoegd zijn, nadat de geldgeefster van de aanvrager is voldaan, hetgeen op te eisen wat de gemeente voor die voldoening of anderszins heeft betaald.

Artikel 19.

Er wordt door de gemeente geen garantie verleend, wanneer er niet voldaan wordt aan de door burgemeester en wethouders opgestelde criteria voor garantieverlening, of dat er aan één van de in artikel 20 genoemden redenen wordt voldaan. Ook wanneer het weerstandsvermogen van de gemeente niet toereikend is, kan dat een afwijzingsgrond zijn voor garantieverlening.

Artikel 20.

In bijzondere gevallen kan van het gestelde in deze verordening worden afgeweken.

Artikel 21.

De garantie, die vóór het inwerkingtreden van deze verordening is verstrekt door burgemeester en wethouders, blijft van kracht met de in die garantie vermelde voorwaarden of richtlijnen.

Artikel 22.

De verordening treedt pas in werking met ingang van één dag na het vaststellen van de gemeenteraad. Zij kan worden aangehaald als ‘Verordening Algemene Garantievoorwaarden’.