Beleidsregel Bewonersinitiatieven

Geldend van 24-11-2009 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel Bewonersinitiatieven

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

Gelezen het voorstel van de directeur van de dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving van 27 oktober 2009; kenmerk 09JOS19666;

gelet op artikel 4 van de Subsidieverordening Rotterdam 2005;

Besluit vast te stellen:

Beleidsregel Bewonersinitiatieven

Samenvatting

In de voorliggende beleidsregel bewonersinitiatieven worden bestaande stedelijke programma’s en faciliteiten voor bewonersinitiatieven gebundeld en ingedeeld in twee groepen: de straataanpak (Opzoomeren en Mensen maken de Stad) en de algemene bewonersinitiatieven (Groene Duimen, Groeibriljanten, Rotterdam Idee en andere faciliteiten). De gebundelde faciliteiten blijven stedelijk, maar zijn in het kader van gebiedsgericht werken middels trekkingsrechten in sterke mate beïnvloedbaar door deelgemeenten.

Een stedelijk expertise- en servicecentrum zal de deelgemeenten faciliteren met de stedelijke middelen, de kennisdeling rond bewonersinitiatieven ter hand nemen en bij de uitvoering expertise en service aan deelgemeenten aanbieden. De deelgemeenten nodigen we nadrukkelijk uit om hun eigen aanpak en de middelen voor bewonersinitiatieven te koppelen aan deze beleidsregel. Zeven deelgemeenten ontvangen reeds zogenaamde WWI-gelden voor de krachtwijken in hun gebied. Desgewenst kunnen deelgemeenten met dit centrum afspraken maken over verdere assistentie bij operationele taken met betrekking tot bewonersinitiatieven. Te denken valt aan afspraken over bijvoorbeeld werven van bewonersinitiatieven, voeren van correspondentie, doen van uitbetalingen, e.d. Met deze maatregelen versterken wij zowel de positie van deelgemeenten ten aanzien van bewonersinitiatieven, als ook de organisatie van bewonersinitiatieven.

Voor de burger maakt de komst van een fysiek loket per deelgemeente (gekoppeld aan de VraagWijzer of Stadswinkel) en een stedelijke website het overzichtelijker en tevens makkelijker om initiatieven aan te melden of om informatie te krijgen. Ook met deze belangrijke maatregel willen wij de organisatie met betrekking tot bewonersinitiatieven in Rotterdam versterken. Alle maatregelen willen wij per 1 januari 2010 laten ingaan.

Inleiding

In het collegeprogramma 2006-2010 ‘De stad van aanpakken. Voor een Rotterdams resultaat’ staat het ‘meedoen van alle Rotterdammers’ voorop. Wij vinden het van het grootste belang, dat Rotterdammers op alle terreinen zoveel mogelijk meedoen. Ons doel is om Rotterdammers zowel kansen te geven om mee te doen als ook om iedereen aan te spreken om mee te doen. Burgers worden uitgedaagd verantwoordelijkheid te nemen voor de sociale kwaliteit van de stad en voor de leefbaarheid in hun straat en wijk. Meedoen kan op allerlei manieren. Wie meedoet, is betrokken. Wie zich betrokken voelt, is bereid zich op een positieve manier in te zetten voor de stad.1.

Op 16 februari 2007 hebben wij de nota ‘Stadsburgerschap: het motto is meedoen’ met de gemeenteraad besproken. Stadsburgerschap is daarmee een benadering die betrekking heeft op de relatie burger – overheid en op de relatie van burgers onderling; wederkerigheid is het centrale begrip

De lijn die is ingezet met Stadsburgerschap is ook terug te vinden in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) die als ‘participatiewet’ kan worden gezien. Er wordt meer verantwoordelijkheid bij burgers gelegd voor het eigen welzijn en de zorg voor (kwetsbare) medeburgers en de leefomgeving dan voorheen het geval was.

Rotterdam heeft een rijke traditie aan bewonersinitiatieven en kent eveneens een verscheidenheid aan programma’s om bewonersinitiatieven te stimuleren. Deze beleidsregel stelt zich ten doel om de organisatie van bewonersinitiatieven te versterken en sluit derhalve aan bij ons collegeprogramma (in het bijzonder bij het gebiedsgericht werken en bij onze nota over Stadsburgerschap) en de Wmo.

Rode draad in deze beleidregel is dat wij richting en steun bieden aan deelgemeenten die o.i. als eerste verantwoordelijk zijn voor het stimuleren en faciliteren van bewonersinitiatieven. Daartoe bundelen en ontschotten wij bestaande programma’s, introduceren wij het één ingangsprincipe voor bewonersinitiatieven, stimuleren wij kennisdeling in Rotterdam rond bewonersinitiatieven en richten wij een expertise- en servicecentrum op voor deelgemeenten. In deze beleidsregel lichten wij deze plannen toe en geven wij aan welke gelden wij beschikbaar stellen voor het beleid voor bewonersinitiatieven.

Uitgangspunten en beleidscontext

1.1 Uitgangspunten

Met vijf uitgangpunten willen wij de organisatie rond bewonersinitiatieven versterken. Deze zijn:

  • ·

    Het primaat voor het stimuleren en faciliteren van bewonersinitiatieven komt in het kader van het gebiedsgericht werken in handen van de deelgemeenten. Bestaande stedelijke programma’s voor bewonersinitiatieven worden derhalve ingebed in het gebiedsgericht werken.

  • ·

    Het efficiënt bundelen van bestaande stedelijke programma’s voor bewonersinitiatieven naar soort (of doel) en zoveel mogelijk ‘ontschotten’ van gelijksoortige programma’s.

  • ·

    Het stimuleren van kennisdeling en vergroten van competenties op het gebied van bewonersinitiatieven voor burgers, betrokken professionals en bestuurders/politici.

  • ·

    Het voor burgers toegankelijker, eenduidiger en laagdrempeliger aanbieden van programma’s en faciliteiten voor bewonersinitiatieven. Eén loket per deelgemeente en een aanvullend stedelijk digitaal loket spelen daarbij een grote rol.

  • ·

    Het realiseren van een stedelijk expertise- en servicecentrum dat deelgemeenten faciliteert, bijstaat met uitvoeringscapaciteit, en advies en dat de beoogde kennisdeling organiseert.

De uitgangspunten van deze beleidsregel verwijzen o.a. naar een tweetal moties die door uw raad zijn aangenomen, te weten:

Eén ingang voor burgers

Op 8 november 2007 heeft de raad de motie-Oosterhoff (2007-3535) aangenomen. Deze motie bepleit één ingang voor alle bewonersinitiatieven.

Faciliteren van kennisdeling

De raad heeft op 13 november 2008 de motie-Verwijs (2008-3599) aangenomen. Deze motie verzoekt het college om kennisdeling op het gebied van burgerparticipatie te faciliteren en actief te bevorderen, met als doel verbindingen te leggen tussen verschillende actoren en hiervoor een format te ontwikkelen.

Alvorens de genoemde maatregelen verder toe te lichten en uit te werken, willen wij eerst ingaan op de beleidscontext van dit kader.

1.2 Beleidscontext

Onder een burgerinitiatief verstaan wij een initiatief van bewoners die zich verantwoordelijk tonen voor hun directe leefomgeving met als kenmerken onderlinge verbondenheid en bereidheid tot actie. Wij willen hier benadrukken dat bewoners zelf eigenaar zijn van hun initiatieven en deze regisseren. De overheid stimuleert en faciliteert slechts, doch is geen eigenaar of regisseur van bewonersinitiatieven.

De genoemde uitgangspunten met betrekking tot bewonersinitiatieven staan niet op zichzelf. In ons collegeprogramma staat het ‘meedoen van alle Rotterdammers’ voorop. Wij willen de sociale kwaliteit in de stad fors verbeteren en de burgerzin bevorderen (stadsburgerschap). Onze doelstelling hierbij is niet alleen dat meer Rotterdammers het Nederlands beheersen, het opleidingsniveau en inkomen omhoog gaan en meer inwoners betaald werk verrichten, maar ook dat veel burgers maatschappelijk actief zijn. Het college schept voor Rotterdammers kansen om op alle terreinen zoveel mogelijk mee te doen en spreekt iedereen daarop aan.

Op 16 februari 2007 hebben wij de nota ‘Stadsburgerschap: het motto is meedoen’ met de gemeenteraad besproken. Deze nota vormt het kader voor alle gemeentelijke acties op het gebied van integratie, antidiscriminatie, participatie, inburgering, emancipatie en burgerschap. Dit beleid maakt als prestatieveld Bewonersinitiatieven onderdeel uit van de beleidsregel Participatie en Burgerschap en is er de nadere uitwerking van.

De intenties van de nota Stadsburgerschap sluiten aan bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waarbij meer verantwoordelijkheid dan voorheen wordt gelegd bij burgers voor eigen welzijn, zorg voor (kwetsbare) medeburgers en de leefomgeving. De boodschap die de Wmo vooral uitdraagt is: kijk eerst wat u zelf, uw familie, buren en medeburgers kunnen doen voordat u een beroep doet op de overheid. Deze boodschap draagt de gemeente Rotterdam ook uit, onder andere door bewonersinitiatieven te stimuleren en te faciliteren als onderdeel van prestatieveld 1 van de Wmo (Leefbaarheid en Sociale Samenhang).

Het doel van deze beleidsregel sluit aan bij de kaders van de Wmo en de beleidskeuzes die zijn gemaakt in de nota Stadsburgerschap: Rotterdammers uitdagen om verantwoordelijkheid te nemen voor de sociale kwaliteit en leefbaarheid in hun omgeving en daarmee voor Rotterdam. Daarbij staat ons als resultaat voor ogen de organisatie van bewonersinitiatieven te versterken.

2. Toelichting en uitwerking van de uitgangspunten

Hieronder geven wij een toelichting op (en een uitwerking van) onze uitgangspunten met betrekking tot bewonersinitiatieven. Wij willen deelgemeenten ondersteunen om in hun gebied op maat uitwerking te geven aan deze uitgangspunten en willen op basis van jaarlijkse afspraken deelgemeenten steun bieden bij het stimuleren en faciliteren van bewonersinitiatieven.

2.1 Gebiedsgericht werken en inbedding stedelijke faciliteiten

De verantwoordelijkheid voor het faciliteren en stimuleren van bewonersinitiatieven willen wij in handen leggen van de deelgemeenten. Deze keuze is een logisch gevolg van de invoering van het gebiedsgericht werken onder regie van de deelgemeenten. Deelgemeenten staan als bestuurslaag het dichtst bij de burger en hebben optimale kennis over de buurten en wijken in hun gebied.

Een ander logisch gevolg van onze keuze is de inbedding van de bestaande stedelijke programma’s voor bewonersinitiatieven in het gebiedsgericht werken. Wij spreken met nadruk over ‘inbedden’ omdat het ons gaat om de continuïteit (of doorstart) van deze stedelijke programma’s onder de condities van het gebiedsgericht werken. In bijlage 1 geven wij een toelichting op de stedelijke programma’s, en middelen waarover het gaat, te weten: Opzoomeren, Mensen Maken de Stad, Rotterdam Idee, Groene Duimen, Groeibriljanten, WWI-gelden en het budget Sociaal Investeren.

De middelen voor bewonersinitiatieven worden via trekkingsrechten aan deelgemeenten beschikbaar gesteld. Deelgemeenten kunnen deze middelen naar keuze gebruiken voor het financieren van bewonersinitiatieven. Bij geen gebruik kunnen de middelen op andere wijze voor bewonersinitiatieven ingezet worden. Op deze wijze waarborgen wij de continuïteit van de programma’s en bieden wij aan deelgemeenten stedelijke middelen om de programma’s aan te sturen.

2.2 Bundelen en ontschotten van stedelijke programma’s

De bestaande stedelijke programma’s willen wij per soort (of doel) gebundeld en zoveel mogelijk ‘ontschot’ inbedden in het gebiedsgericht werken. Met deze bundeling en ‘ontschotting’ perken wij het aantal gegroeide ‘regelingen’ in. Voor de burger maken wij het zo overzichtelijker en voor deelgemeenten optimaliseren wij zo de mogelijkheden om op maat bewonersinitiatieven in hun gebied te stimuleren, faciliteren en af te stemmen op prioriteiten in het gebiedsgericht werken. Wij bundelen de bestaande stedelijke programma’s in twee soorten bewonersinitiatieven: (1) de straataanpak en (2) algemene bewonersinitiatieven.

2.2.1. Straataanpak

Onder de straataanpak vallen Opzoomeren en Mensen Maken de Stad. Beide streven naar goed nabuurschap (sociale cohesie en actief burgerschap op straatniveau) en hebben in de deelgemeenten en in de stad een belangrijke en omvangrijke infrastructuur van actieve straten opgeleverd. Wij willen deze infrastructuur versterken en deelgemeenten stimuleren om deze infrastructuur te benutten in het gebiedsgericht werken.

In de gebundelde straataanpak fungeert de stedelijke Opzoomercampagne als katalysator voor het ontwikkelen en onderhouden van goed nabuurschap door burgers. Deelgemeenten krijgen van ons op basis van trekkingsrechten de ruimte om aan deze campagne accenten toe te voegen en/of - ter ondersteuning van bewonersinitiatieven in de straat - opdracht te geven tot sociale interventies op maat.

2010 geldt als overgangsjaar. In bijlage 3 worden de beschikbare gelden voor dit jaar voor deelgemeenten genoemd. Voor de periode daarna wordt in 2010 door het expertise- en servicecentrum in samenwerking met de deelgemeenten een plan voorbereidt. Onderdeel van dat plan zal ook de werking van de trekkingsrechten zijn. Voor de zomer van 2010 presenteren we een voorstel hierover aan de deelgemeenten. Definitieve afspraken kunnen een plaats krijgen in het bestuursakkoord.

Met deze aanpak komen wij tegemoet aan de wens van deelgemeenten om met name Mensen Maken de Stad (sociale interventies gericht op straatafspraken) te flexibiliseren. Bovendien hopen wij met deze aanpak een stimulans aan deelgemeenten te geven voor het onderhoud en de verdere ontwikkeling van de straten die door Mensen Maken de Stad actief zijn geworden.

Wij zijn overigens voorstander om minder met sociale interventies te werken en bewoners meer te stimuleren om hun eigen straat leefbaar te maken.

Na de realisatie van de collegetarget Mensen Maken de Stad (500 straten in 2010) willen wij Mensen Maken de Stad als afzonderlijk programma opheffen en als flexibele interventie bij het Opzoomeren onderbrengen.

2.2.2. Algemene bewonersinitiatieven en middelen

Onder algemene bewonersinitiatieven en beschikbare middelen vallen Groene Duimen, RotterdamIdee, Groeibriljanten, de zogenaamde WWI-gelden en het budget Sociaal Investeren. Al deze stedelijke programma’s faciliteren bewonersinitiatieven met betrekking tot leefbaarheid en sociale kwaliteit die niet direct aan ‘nabuurschap’ gerelateerd zijn. Doorgaans worden bewonersinitiatieven die tot deze groep horen eenmalig gesteund. Een deel van de genoemde programma’s (Groene Duimen en Groeibriljanten) heeft overigens momenteel geen faciliteiten meer.

Nagenoeg alle deelgemeenten beschikken over een eigen aanpak (en eigen middelen) om bewonersinitiatieven te honoreren. Wij willen de verdere ontwikkeling van een eigen aanpak door deelgemeenten ondersteunen. Zeven deelgemeenten ontvangen daartoe reeds zogenaamde WWI-gelden voor de krachtwijken in hun gebied. De deelgemeenten nodigen we nadrukkelijk uit om hun eigen aanpak en de middelen voor bewonersinitiatieven te koppelen aan deze beleidsregel.

De genoemde stedelijke programma’s en faciliteiten (RotterdamIdee, stedelijke WWI-middelen en het stedelijke budget Sociaal Investeren) willen wij bundelen en tot nader order op basis van een verdeelsleutel inzetten voor de gebieden. Het budget voor algemene bewonersinitiatieven blijft centraal, maar wel beïnvloedbaar door deelgemeenten (zie hoofdstuk 4. Financiën en bijlage 2). Een klein deel van deze gelden willen wij in overleg met de deelgemeenten inzetten voor stedelijke bewonersinitiatieven die niet direct te herleiden zijn tot één of twee bepaalde deelgemeenten.

Gelijk met het bieden van extra faciliteiten aan de deelgemeenten willen wij ook met hen de eigen aanpak van deelgemeenten versterken. Wij denken aan o.a. actieve werving van bewonersinitiatieven, versterken van procedures en criteria, ondersteuning van goedgekeurde initiatieven, het - onder 2.4. genoemde - deelgemeentelijk loket (Vraagwijzer of Stadswinkel) en medewerking aan het stedelijke digitale loket.

2.3 Kennisdeling en vergroting burgerschapscompetenties

Bij het stimuleren van bewonersinitiatieven hoort ook kennisdeling en het vergroten van de benodigde (stadsburgerschaps)competenties. Waar nodig en gewenst moeten burgers informatie kunnen krijgen en toegerust kunnen worden om met succes initiatieven te nemen en te realiseren. In onze beleidsregel bewonersinitiatieven wordt kennisdeling en vergroting van competenties uitgebouwd voor alle bewonersinitiatieven. Deelgemeenten kunnen in het expertise- en servicecentrum (zie 2.4) een belangrijke voorziening vinden bij het stimuleren van bewonersinitiatieven.

Kennisdeling en vergroting van competenties is overigens niet alleen aan de orde voor burgers. Ook de kennis, kunde en houding van professionals zijn bij bewonersinitiatieven nadrukkelijk in het geding. Voor professionals is het belangrijk dat kennisdeling en competentievergroting verbonden wordt met ons streven naar kwaliteitsverbetering in het welzijnswerk.

Voor de beoogde kennisdeling en vergroting van competenties moeten er niet alleen mogelijkheden zijn om uitwisselingen en cursussen te organiseren.2 Ook een database met voorbeelden en best practices vinden wij belangrijk.

2.4 Expertise- en servicecentrum

Een belangrijke maatregel is het oprichten van het expertise- en servicecentrum voor bewonersinitiatieven ten behoeve van de deelgemeenten.

De taken van het beoogde expertise- en servicecentrum zijn:

  • ·

    Expertise beschikbaar stellen voor de uitvoering van de methodieken Mensen Maken de Stad, Opzoomeren en andere bewonersinitiatieven.

  • ·

    In de straataanpak voert het expertise- en servicecentrum – na instemming van elke deelgemeente - de stedelijke Opzoomercampagne uit. Het centrum is voor deelgemeenten adviseur voor (en kwaliteitsbewaker van) de eigen accenten en sociale interventies (Mensen Maken de Stad).

  • ·

    Het expertise- en servicecentrum verzorgt de aanvullende stedelijke promotie en communicatie voor de straataanpak en algemene bewonersinitiatieven.

  • ·

    Het expertise & servicecentrum faciliteert de deelgemeenten met stedelijke middelen.

  • ·

    Het stadsbestuur maakt op basis van de beleidsregel bewonersinitiatieven jaarlijks afspraken met elke deelgemeente inzake de door de deelgemeenten te ontplooien activiteiten voor bewonersinitiatieven. Op basis van deze afspraken faciliteert het expertise- en servicecentrum de deelgemeenten met stedelijke programma’s/middelen.

  • ·

    Deelgemeenten kunnen op hun beurt afspraken maken met het expertise- en servicecentrum over de rol die het centrum voor het deelgemeentelijke bewonersinitiatievenbeleid kan spelen. Zo zijn efficiënte werkwijzen mogelijk.

  • ·

    Met betrekking tot algemene bewonersinitiatieven treedt het expertise- en servicecentrum op als adviseur van deelgemeenten en - waar nodig en gewenst - als back office om door de deelgemeente goedgekeurde initiatieven en stedelijke initiatieven in contact te brengen met mogelijke maatschappelijke partners en te assisteren bij realisatie van het initiatief.

  • ·

    Het expertise- en servicecentrum vormt een voorziening voor kennisdeling en vergroting van competenties voor alle bewonersinitiatieven.

  • ·

    Het expertise- en servicecentrum assisteert de deelgemeenten bij het vormgeven van het loket per deelgemeente en het bouwen en onderhouden van het aanvullend stedelijk digitaal loket.

Wij verwachten dat het expertise- en servicecentrum door dit takenpakket een steunpilaar voor de deelgemeenten zal zijn bij het stimuleren en faciliteren van bewonersinitiatieven. Deelgemeenten kunnen desgewenst met het centrum afspraken maken over verdere ondersteuning. Te denken valt aan de koppeling tussen eigen deelgemeentelijke middelen (zoals bv. de WWI-middelen voor de krachtwijken) en de middelen die via het expertise- en servicecentrum worden verkregen. Er kan ook gedacht worden aan ‘ontzorging’ van de deelgemeenten doordat deelgemeenten het expertise- en servicecentrum inschakelen bij de werving van bewonersinitiatieven, uitbetalingen en andere operationele taken met betrekking tot bewonersinitiatieven. Een en ander kan leiden tot efficiency en schaalvoordelen waar elke deelgemeente van profiteert.

Het expertise- en servicecentrum zal werken met snelle procedures om deelgemeenten goed en tijdig in staat te stellen haar sturende rol met betrekking tot bewonersinitiatieven te vervullen.

Het werkplan van het expertise- en servicecentrum wordt vanzelfsprekend in overleg met de deelgemeenten ontwikkeld. Het werkplan behoeft onze goedkeuring bij de vaststelling van de subsidie.

Met de maatregelen op het gebied van kennisdeling en het expertise- en servicecentrum geven we vorm aan de motie Verwijs, d.d. 13 november 2008 (2008-3599).

2.5 Eéningangsprincipe

Wij willen voor burgers de faciliteiten voor bewonersinitiatieven toegankelijker, eenduidiger en laagdrempeliger aanbieden. Vanwege het belang dat wij toekennen aan het gebiedsgericht werken, willen wij dan ook werken met een loket per deelgemeente. In dit loket kunnen burgers terecht met hun initiatieven en dit loket heeft ook een overzicht van alle informatie over bestaande faciliteiten voor bewonersinitiatieven en een actueel overzicht van alle lopende bewonersinitiatieven in de deelgemeente. In dit verband zorgen wij dat de deelgemeentelijke loketten aangesloten worden op het informatiesysteem voor aanmelding en afhandeling van het expertise- en servicecentrum.

De deelgemeenten kunnen kiezen of het deelgemeentelijk loket ondergebracht wordt bij de Vraagwijzer of bij de Stadswinkel.

Aanvullend op het loket per deelgemeente willen wij een stedelijk digitaal loket maken voor bewonersinitiatieven bij het expertise- en servicecentrum. Dit loket bevat informatie over de mogelijkheden per deelgemeente. Aanvragen bij dit loket worden automatisch ‘doorgeklikt’ naar de desbetreffende deelgemeente die de verdere afhandeling voor zijn/haar rekening neemt.

Met deze maatregel geven we vorm aan de motie-Oosterhoff, d.d. 13 november 2007 (2007-3535).

3. Collegetargets

Voor bewonersinitiatieven gelden op dit moment voor ons college twee targets, te weten:

  • ·

    Voor het programma Mensen Maken de Stad willen wij in 2010 in tenminste 500 straten straatafspraken (zogenaamde straatagenda’s) hebben gerealiseerd.

  • ·

    Voor RotterdamIdee willen wij op 31 december 2009 de eindwaarde realiseren van 300 bewonersinitiatieven die door de jury van RotterdamIdee genomineerd zijn voor een startpremie van maximaal € 5.000,-.

De doelstelling van ons beleid rond bewonersinitiatieven is om meer Rotterdammers uit te dagen tot het nemen van bewonersinitiatieven en ‘mee te laten doen’. Het beleid wordt meer toegespitst op het vergroten van de outcome (ipv output) van het target; meer Rotterdammers doen mee. Doel is te onderzoeken of en op welke wijze voor deze doelstelling een nieuwe target kan worden geformuleerd. Wij zullen het expertise- en servicecentrum en de deelgemeenten uitnodigen om met voorstellen te komen. We streven ernaar om het target in 2011 in te voeren.

4. Financiën

In schema 1 geven wij een overzicht van de faciliteiten van de stedelijke programma’s die wij willen inbedden in het gebiedsgericht werken.

Schema 1 financieel kader (bedragen x € 1,0 miljoen).

Toelichting

  • ·

    Op Mensen Maken de Stad zijn wij voornemens om met ingang van 2010 50% te bezuinigen. In de tabel is uitgegaan van de dan beschikbare middelen. Dit plan zal aan de gemeenteraad voorgelegd worden. Deze bezuiniging staat de realisatie van de target niet in de weg. Door meer met ‘eigen krachtstraten’ te werken is het mogelijk om met minder middelen de benodigde straatagenda’s te genereren. Tegenover deze bezuiniging staat dat de faciliteiten van Mensen Maken de Stad met ingang van 2010 structureel zijn. Voor het onderhoud en de verdere ontwikkeling van betrokken straten is dit van groot belang.

  • ·

    De stedelijke WWI-gelden zijn voorlopig tot en met 2010 beschikbaar. Wij willen ons inzetten om deze gelden structureel te maken.

  • ·

    Verschillende programma’s zoals Opzoomeren en Mensen Maken de Stad worden medegefinancierd door deelgemeenten. De bijdrage van deelgemeenten is in bovenstaand overzicht buiten beeld gehouden. Het overzicht beperkt zich tot de beschikbare financiën van het stadsbestuur.

  • ·

    De middelen in het budget algemene bewonersinitiatieven vormen de directe programmakosten. Met deze gelden willen wij iedere burger steunen die een goed initiatief heeft. Het budget blijft stedelijk, maar de deelgemeenten bepalen voor welke initiatieven de middelen ingezet worden. De middelen zijn te beschouwen als een aanvulling op datgene dat de deelgemeenten inzetten voor bewonersinitiatieven De verdeelsleutel is gebaseerd op het aantal mensen per deelgemeente dat niet in de WWI-wijken woont. Voor deze inwoners waren vanuit de WWI nog geen middelen beschikbaar.

  • ·

    Een deel van de gelden (10%) wordt in overleg met deelgemeenten afgezonderd voor bewonersinitiatieven met een stedelijk karakter. De overige middelen zullen verdeeld worden over de deelgemeenten op basis van de verdeelsleutel in bijlage 2.

  • ·

    Met de taken die het expertise- en servicecentrum ten behoeve van deelgemeenten uitvoert (zie paragraaf 2.4.) is in 2010 een bedrag van € 0,350 miljoen gemoeid en vanaf 2011 € 0,355 miljoen.

5. Tot slot

In deze beleidsregel bewonersinitiatieven hebben wij – in aansluiting op ons collegeprogramma en de Wmo - onze uitgangspunten genoemd om de organisatie van bewonersinitiatieven te versterken. Zoals gezegd willen wij deelgemeenten stimuleren om als verantwoordelijke bestuurslaag aan deze maatregelen een uitwerking te geven voor hun gebied. Bovendien willen wij op basis van jaarlijkse afspraken deelgemeenten steun bieden bij het stimuleren en faciliteren van bewonersinitiatieven.

Vanzelfsprekend zullen wij met voorstellen komen om dit beleid aan de hand van ervaringen in de komende periode zo nodig bij te stellen.

Bijlage 1 Toelichting stedelijke programma’s bewonersinitiatieven

1. Straataanpak

De straataanpak bestaat uit twee programma’s die nabuurschap (sociale cohesie en actief (stads)burgerschap in de straat) stimuleren: Opzoomeren en Mensen maken de Stad. Het Opzoomeren versterkt nabuurschap door het stimuleren van gezamenlijke activiteiten in de straat. Mensen maken de Stad ontwikkelt nabuurschap op basis van straatafspraken tussen bewoners.

Opzoomeren

Het Opzoomeren is sinds jaar en dag het Rotterdamse icoon voor bewonersinitiatieven. Het is ontstaan uit spontane acties van bewoners en is tot op de dag van vandaag ook van burgers zelf. Het Opzoomeren wordt elk jaar ‘aangejaagd’ met een aansprekende campagne waar inmiddels bijna 1.900 straten aan meedoen. De jaarlijkse campagne wordt georganiseerd door de Stichting Opzoomer Mee Rotterdam in samenwerking met de deelgemeenten. Elk jaar maken de stichting Opzoomer Mee Rotterdam en deelgemeenten nieuwe afspraken over de Opzoomercampagne.

Met de Stichting Opzoomer Mee Rotterdam zijn inmiddels afspraken gemaakt om de Opzoomercampagne in te bedden in het gebiedsgericht werken. De eerste ervaringen daarmee zijn positief. Er wordt gewerkt met een stedelijke rompprogramma dat bestaat uit 4 rondes (acties rond schoon en heel, straatinitiatieven, Halloween, Suikerfeesten en decemberfeesten). Aan dit rompprogramma kunnen deelgemeenten eigen accenten toevoegen die in het kader van het gebiedsgericht werken van belang zijn. Op deze wijze combineert de Opzoomercampagne de schaalvoordelen van de stad (herkenbaarheid, Rotterdamse identiteit, efficiency en wervingskracht) met de voordelen van de deelgemeente (maatwerk en samenwerking op gebiedsniveau).

Met de Stichting Opzoomer Mee Rotterdam zijn ook afspraken gemaakt om - in het kader van het gebiedsgericht werken - de deelgemeenten aan te sluiten op het online informatiesysteem van Opzoomer Mee voor aanmelding en afhandeling van de campagne. Deelgemeenten beschikken zo continue over een actueel overzicht van actieve straten in hun gebied en kunnen bijvoorbeeld in het kader van het gebiedsgericht werken straten stimuleren om ‘partner’ te worden.

Mensen Maken de Stad Mensen Maken de Stad is het programma om met behulp van sociale interventies in straten straatafspraken te maken tussen bewoners over samenleven in de straat en samen zorgen voor de straat. Deze straatafspraken komen tot stand door het inzetten van de professionele werkmethode MMS (professionele interventie), in andere gevallen produceert een straat ´op eigen kracht´ haar afspraken. De stedelijke projectleiding ligt momenteel bij de dienst Jeugd, Onderwijs & Samenleving. Het programma kent een collegetarget: 500 straten in 2010.

De deelgemeenten kunnen op basis van trekkingsrechten meedoen aan het programma. Zij zijn opdrachtgever van de sociale interventies en steunen samen met hun partners de ambities van de betrokken straten. De Stichting Opzoomer Mee Rotterdam ontwikkelt ten behoeve van dit programma de methodiek en verzorgt de kwaliteitsbewaking (coaching van opbouwwerkers en advies aan opdrachtgever) van dit programma.

Bij veel deelgemeenten leeft de wens om het programma Mensen Maken de Stad te flexibiliseren (niet alleen straatafspraken, maar ook andersoortige interventies in de straat) en meer in samenhang met de Opzoomercampagne te brengen.

In het kader van het programma Mensen Maken de Stad is het initiatief van de Opzoomeracademie genomen. Dit initiatief staat voor een pakket aan uitwisseling, scholingen en trainingen voor zowel Mensen Maken de Stad als het Opzoomeren.

2. Algemene bewonersinitiatieven

Op het gebied van algemene bewonersinitiatieven zijn er stedelijk allerlei programma’s en faciliteiten. Deze programma’s en faciliteiten zijn in de loop der jaren ontstaan. Hieronder een inventarisatie van de programma’s & faciliteiten.

RotterdamIdee

RotterdamIdee is een programma om bewonersinitiatieven te stimuleren, te belonen en te realiseren. Het gaat om initiatieven die bijdragen aan sociale kwaliteit en Stadsburgerschap. Het programma wil het vertrouwen van burgers vergroten dat zij zelf daadwerkelijk veranderingen teweeg kunnen brengen en dat hun initiatieven onderdeel zijn van de oplossing.

Vanaf 2007 zijn in totaal 1.175 ideeën opgevoerd. Hiervan zijn in 2007 en 2008 203 ideeën door de burgerjury uitgekozen voor uitvoering.

Onze collegedoelstelling is om op 31 december 2009 de eindwaarde gerealiseerd te hebben van 300 bewonersinitiatieven die door de jury van RotterdamIdee genomineerd zijn voor een startpremie van maximaal € 5.000,-.

Groene Duimen

Een groene, fleurige en aantrekkelijke buitenruimte maakt het wonen in de stad plezieriger. Rotterdammers die ideeën hebben om dit te realiseren, konden vanaf 2006 een aanvraag doen bij dit stedelijke programma.

In totaal zijn 99 bewonersinitiatieven door Groene Duimen gesteund. Op dit moment is Groene Duimen niet meer actief.

Groeibriljanten

Een groeibriljant is een kansrijke plek in de stad die door particulier initiatief en met steun van gemeentelijke middelen en kennis uit kan groeien tot een locatie waar buurtbewoners op één of andere wijze profijt van hebben. Het initiatief is bedoeld om de kleinschaligheid in de grote stad terug te brengen. Rotterdam is in 2004 met Groeibriljanten gestart. In totaal zijn 27 omvangrijke bewonersinitiatieven met Groeibriljanten gesteund.

WWI-middelen

Nagenoeg alle deelgemeenten kennen een of meerdere instrumenten voor bewonersinitiatieven. In deze beleidsregel ligt de nadruk op meer samenhang tussen de verschillende soorten bewonersinitiatieven die er stedelijk en deelgemeentelijk zijn.

Naast de inzet van deelgemeentelijke middelen ontvangen zeven deelgemeenten met ingang van 2008 ook WWI-middelen voor burgerparticipatie in de door de minister aangewezen WWI-wijken. Het gaat om € 2,8 miljoen in 2008 en € 4,32 miljoen in 2009. De voorliggende beleidsregel biedt de mogelijkheid aan de deelgemeenten om deze middelen te koppelen aan andere bewonersinitiatieven in de deelgemeenten.

Naast dit budget heeft het ministerie met ingang van 2008 ook een aanvullend bedrag van € 0,3 miljoen op jaarbasis beschikbaar gesteld, voor de hele stad. Tot en met 2010 ontvangt de stad dit bedrag. En ook voor 2011 wordt verwacht dat de minister dit bedrag ter beschikking stelt. Dit zijn de stedelijk inzetbare WWI-middelen. Deze middelen willen we via de deelgemeenten inzetten voor gebieden die geen WWI-wijken zijn en voor stedelijke initiatieven. Deelgemeenten kunnen daarop een beroep doen volgens een verdeelsleutel.

Bijlage 2 Trekkingsrechten algemene bewonersinitiatieven per deelgemeente

In het schema staan de wijken naar postcode. De WWI-wijken zijn gearceerd. Het inwonertal van deze wijken wordt in de vierde kolom afgehaald van het totaal aantal inwoners per deelgemeente. Zo resteert per deelgemeente het inwonertal dat niet in WWI-wijken woont op basis van het inwonertal op 1 januari 2008 De trekkingsrechten worden op basis van dit inwonertal bepaald.

Deelgemeenten

Postcodes

aantal inwoners

aantal inwoners -/- WWI

Subtotaal per DG

Aandeel per DG

Bedrag 2010

Bedrag 2011

Centrumraad

3011, Rotterdam

12430

12430

3012, Rotterdam

4210

4210

3013, Rotterdam

970

970

3014, Rotterdam*

7950

0

3015, Rotterdam

2190

2190

3016, Rotterdam

1275

1275

21075

0,0559

€ 37.724,95

€ 22.634,97

Delfshaven

3021, Rotterdam

11055

0

3022, Rotterdam

9685

0

3023, Rotterdam

9035

9035

3024, Rotterdam

7165

0

3025, Rotterdam

6900

0

3026, Rotterdam

6300

0

3027, Rotterdam

9520

0

3028, Rotterdam

6965

6965

3029, Rotterdam

3295

3295

19295

0,0512

€ 34.538,69

€ 20.723,21

Kralingen-Crooswijk

3031, Rotterdam

7815

0

3034, Rotterdam

10590

0

3061, Rotterdam

15390

15390

3062, Rotterdam

6810

6810

3063, Rotterdam

8615

8615

30815

0,0817

€ 55.159,87

€ 33.095,92

Noord

3032, Rotterdam

6200

6200

3033, Rotterdam

4420

0

3035, Rotterdam

6315

0

3036, Rotterdam

8310

0

3037, Rotterdam

7435

7435

3038, Rotterdam

7355

0

3039, Rotterdam

9280

9280

22915

0,0608

€ 41.018,61

€ 24.611,17

Overschie

3041, Rotterdam

100

100

3042, Rotterdam

7285

0

3043, Rotterdam

7105

7105

3044, Rotterdam

180

180

3045, Rotterdam

1195

1195

3046, Rotterdam

420

420

3047, Rotterdam

100

100

9100

0,0241

€ 16.289,30

€ 9.773,58

Hillegersberg-Schiebroek

3051, Rotterdam

7380

7380

3052, Rotterdam

5870

5870

3053, Rotterdam

9215

9215

3054, Rotterdam

7035

7035

3055, Rotterdam

7550

7550

3056, Rotterdam

3475

3475

40525

0,1075

€ 72.541,09

€ 43.524,65

Prins Alexander

3059, Rotterdam

7335

7335

3064, Rotterdam

1705

1705

3065, Rotterdam

8520

8520

3066, Rotterdam

10680

10680

3067, Rotterdam

19745

19745

3068, Rotterdam

22200

22200

3069, Rotterdam

19045

19045

89230

0,2366

€ 159.724,65

€ 95.834,79

Feijenoord

3071, Rotterdam

18865

18865

3072, Rotterdam

13485

0

3073, Rotterdam

13200

0

3074, Rotterdam

10645

0

3075, Rotterdam

12800

0

18865

0,0500

€ 33.768,97

€ 20.261,38

IJsselmonde

3076, Rotterdam

13115

13115

3077, Rotterdam

17930

17930

3078, Rotterdam

11365

11365

3079, Rotterdam

15580

15580

57990

0,1538

€ 103.804,02

€ 62.282,41

Charlois

3081, Rotterdam

10795

0

3082, Rotterdam

10775

0

3083, Rotterdam

11990

0

3084, Rotterdam

2200

2200

3085, Rotterdam

12160

0

3086, Rotterdam

11895

0

3087, Rotterdam

1830

1830

3088, Rotterdam

10

10

3089, Rotterdam

1635

1635

5675

0,0150

€ 10.158,44

€ 6.095,06

Hoek van Holland

3151, Rotterdam

9400

9400

9400

0,0249

€ 16.826,31

€ 10.095,79

Hoogvliet

3191, Rotterdam

10000

10000

3192, Rotterdam

11645

11645

3193, Rotterdam

6160

6160

3194, Rotterdam

7100

7100

34905

0,0926

€ 62.481,11

€ 37.488,66

Pernis

3195, Rotterdam

4740

4740

3197, Rotterdam

0

0

3198, Rotterdam

5

5

4745

0,0126

€ 8.493,71

€ 5.096,22

Rozenburg

3181, Rotterdam

12553

12553

12553

0,0333

€ 22.470,29

€ 13.482,17

Subtotaal DG

Totaal Rotterdam

595498

377088

377088

1,0000

€ 675.000,00

€ 405.000,00

10% Stedelijk

€ 75.000,00

€ 45.000,00

* Een gearceerde postcode is van een WWI-wijk.

Controle totaal

€ 750.000,00

€ 450.000,00

Bijlage 3 Trekkingsrechten straataanpak 2010 (overgangsjaar)

Deelgemeente

Opzoomeren

Mensen Maken de Stad

Projectleider

Totaal

Centrum

6100

25500

10000

41600

Charlois

16400

54000

20000

90400

Delfshaven

15800

148500

20000

184300

Feijenoord

17000

57000

15000

89000

Hillegersberg-Schiebroek

7900

5500

5000

18400

Hoek van Holland

2350

7000

5000

14350

Hoogvliet

7900

142000

20000

169900

IJsselmonde

12600

105500

20000

138100

Kralingen-Crooswijk

8100

15000

10000

33100

Noord

9900

104000

20000

128900

Overschie

3600

41500

10000

50100

Pernis

1400

500

5000

6900

Prins Alexander

16400

27000

5000

53400

Totaal

125450

733000

165000

1023450

2010 overgangsjaar

2010 geldt als overgangsjaar voor de trekkingsrechten, deels om deelgemeenten de tijd te geven om eigen beleid te maken. En deels om in 2010 de collegetarget Mensen Maken de Stad af te ronden. De overgang naar trekkingsrechten vindt dus gefaseerd plaats. In 2011 wordt de optimale situatie gerealiseerd.

Opzoomeren

De trekkingsrechten per deelgemeente zijn gebaseerd op gemiddelde respons aan Opzoomerstraten van de afgelopen 2 jaar (i.c. 2007 en 2008) met weging met behulp van de sociale index. Deelgemeenten met een gemiddelde score onder de 6 krijgen een toeslag van 25%, boven de 7 toeslag van -25%. Een score tussen 6 en 7 levert geen toeslag op. De spelregels & procedures voor de trekkingsrechten in 2010 worden uiterlijk 1 december 2009 met de deelgemeenten gecommuniceerd. Een van de spelregels is dat deelgemeenten hun bijdrage aan de Opzoomercampagne (abonnement of subsidie) continueren.

Mensen Maken de Stad

De trekkingsrechten zijn gebaseerd op het nakomen van aangegane verplichtingen tot en met 2009 met deelgemeenten (i.c. straatbudgetten en bijdrage voor sociale ondersteuning van straten) en verdeling van de productie van 30 nieuwe straten in 2010 die nodig is om de collegetarget van 500 straten te halen. Uitgangspunt bij deze verdeling is: hoe meer Mensen Maken de Stad-straten men heeft. Hoe meer nieuwe straten men in 2010 kan produceren. De productie van nieuwe straten in 2010 zal bestaan uit straten die dat vooral op eigen kracht kunnen doen.

Projectleiding

De trekkingsrechten voor projectleiding is gebaseerd op het aantal Mensen Maken de Stad-straten dat men heeft. Hoe groter dit aantal, hoe meer men krijgt. Boven de 45 straten is er een bedrag van 20.000 euro beschikbaar, bij 15 of minder straten ontvangt men 5.000 euro. Zit men er tussenin dan ontvangt men 15.000 of 10.000 euro. In de uitkomst is de inzet voor 2010 mee gewogen. Doet men veel, krijgt men meer.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 27 oktober 2009.

De secretaris,

De burgemeester,

I.Vermeulen, l.s.

A. Aboutaleb


Noot
1.

Een en ander sluit aan bij het advies ‘aansprekend burgerschap’ van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling waarin het aandragen van een goed idee of initiatief een voorbeeld van goed burgerschap wordt genoemd.

Noot
2

De beoogde kennisdeling hoeft zich niet te beperken tot Rotterdam. Ook uitwisseling tussen Rotterdam en bijvoorbeeld Eurocities zijn in dit verband denkbaar.