Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Purmerend 2012

Geldend van 09-07-2012 t/m heden

Intitulé

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Purmerend 2012

De raad van de gemeente Purmerend;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 mei 2012, nr. 642271;

 

gelet op artikel 149 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging;

 

 

B E S L U I T:

 

 

Vast te stellen de Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Purmerend 2012.

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats:

    • 1.

      de Oude Algemene begraafplaats aan de Nieuwstraat te Purmerend;

    • 2.

      de Nieuwe Algemene begraafplaats aan de Purmerweg te Purmerend.

  • b.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van een of meer lijken;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van een of meer asbussen met of zonder urn;

  • c.

    particulier kindergraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van doodgeborenen en lijken van kinderen tot 12 jaar;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn van doodgeborenen en lijken van kinderen tot 12 jaar;

  • d.

    particuliere urnennis: een nis, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • e.

    algemeen graf: een graf, bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van een of meer lijken;

  • f.

    algemeen kindergraf: een graf, bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van doodgeborenen en lijken van kinderen tot 12 jaar;

  • g.

    algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

  • h.

    algemene urnennis: een nis bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

  • i.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • j.

    urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

  • k.

    verstrooiingsveld: een permanent daartoe bestemde plaats op een gemeentelijke begraafplaats waarop as wordt verstrooid;

  • l.

    gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;

  • m.

    grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsveld;

  • n.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;

  • o.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend;

  • p.

    rechthebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier graf of een particulier kindergraf;

  • q.

    gebruiker: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon aan wie het gebruik van een ruimte in een algemeen graf, een algemeen kindergraf of algemeen urnengraf;

  • r.

    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet;

  • s.

    burgemeester: de burgemeester van de gemeente Purmerend.

Artikel 2 Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf
  • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder ‘particulier graf’ mede verstaan: particulier kindergraf en particuliere urnennis.

  • 2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder ‘algemeen graf’ mede verstaan: algemeen kindergraf en algemeen urnengraf.

HOOFDSTUK 2 Bestemming en registratie

Artikel 3 Bestemming
  • 1. De onder artikel 1 (Begripsomschrijvingen), aanhef en onder a sub 2, genoemde begraafplaats is bestemd voor:

    • a.

      het begraven en begraven houden, bijzetten en bijgezet houden van een of meerdere lijken;

    • b.

      het begraven en begraven houden, bijzetten en bijgezet houden van een of meerdere asbussen bevattende de as van personen;

    • c.

      het verstrooien van as.

  • 2. De Oude Algemene begraafplaats aan de Nieuwstraat te Purmerend is gesloten.

  • 3. Het college kan nadere regels stellen omtrent de bestemming van de begraafplaats, waarbij de regels kunnen verschillen per begraafplaats en voor de te onderscheiden vakken en rijen.

Artikel 4 Register en plaatsregistratie
  • 1. Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken.

  • 2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

  • 3. De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht adreswijziging te melden aan het college

  • 4. Het college draagt er zorg voor dat er van de begraafplaats een gewaarmerkte plattegrondtekening wordt aangehouden waarop de indeling en de grafnummering van de begraafplaats is aangegeven.

HOOFDSTUK 3 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 5 Openstelling
  • 1. De begraafplaats is voor eenieder kosteloos toegankelijk op de door het college nader te bepalen tijden.

  • 2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek is geopend, zich daarop te bevinden, behoudens door het college te verlenen ontheffing.

Artikel 6 Orde
  • 1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 3. In verband met werkzaamheden op de begraafplaats kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats of een deel van de begraafplaats worden ontzegd.

  • 4. Motorrijtuigen zijn op de begraafplaats buiten de rijwegen slechts toegestaan ten behoeve van een begrafenis of bezorging van as, onderhoudswerkzaamheden of voor vervoer van materialen.

  • 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het vierde lid.

  • 6. Het is verboden op de begraafplaats met een motorrijtuig harder dan 10 km per uur te rijden.

Artikel 7 Plechtigheden
  • 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

  • 2. Deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

HOOFDSTUK 4 Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 8 Tijden van begraven en asbezorging
  • 1. De tijden van het begraven en het bezorgen van de as zijn:

    • a.

      op werkdagen om 10.00 uur, 11.30 uur, 13.00 uur en 14.30 uur;

    • b.

      op zaterdag om 11.30 uur en 13.00 uur.

  • 2. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de in het eerste lid genoemde tijdstippen.

  • 3. Op hetzelfde tijdstip mag op dezelfde begraafplaats niet meer dan één begrafenis c.q. bezorging van as plaatsvinden.

  • 4. Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het derde lid afwijken.

Artikel 9 Kennisgeving begraven en asbezorging
  • 1. De rechthebbende of gebruiker die wil doen begraven, een asbus wil doen bijzetten of aswil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk of telefonisch kennis aan de beheerder. Voor de toepassing van deze bepaling geldt de zaterdag niet als werkdag.

  • 2. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving zo tijdig mogelijk worden gedaan.

Artikel 10 Openen en sluiten van het graf

Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, geschiedt uitsluitend door of in opdracht van het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

Artikel 11 Over te leggen stukken
  • 1. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

  • 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een bestaand particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn.

  • 4. De in het derde lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

  • 5. De in het derde lid bedoelde verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

Artikel 12 Gebruik aula en muziekinstallatie
  • 1. Het gebruik van de ontvangstruimte alsmede de muziekinstallatie moet uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal worden gemaakt, vóór 12.00 uur worden aangevraagd bij de beheerder van de aula.

  • 2. De ontvangstruimte en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager. De aanvrager is verplicht de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

HOOFDSTUK 5 Indeling, uitgifte en onderscheid van de graven

Artikel 13 indeling
  • 1. Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:

    • -

      particuliere graven;

    • -

      particuliere kindergraven;

    • -

      particuliere urnennissen.

  • 2. Op de begraafplaats kan het gebruik worden verleend voor:

    • -

      algemene graven;

    • -

      algemene kindergraven.

  • 3. Het college kan nadere regels stellen voor de indeling en inrichting van de begraafplaats en de graven alsmede voor de vaststelling en wijziging van de bestemming van de grafvelden en het onderscheid in graven.

Artikel 14 Uitgifte
  • 1. Graven worden in volgorde van ligging voor directe begraving uitgegeven en aansluitend op de reeds uitgegeven graven.

  • 2. Het college kan een particulier graf toe wijzen anders dan voor directe begraving en aansluitend op de reeds uitgegeven graven, indien dit gezien de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

Artikel 15 Aantal overledenen en asbussen in een graf

Het college stelt nadere regels betreffende het aantal overledenen en asbussen dat in een particulier graf en in een algemeen graf kan worden begraven en bijgezet.

Artikel 16 Termijnen particuliere graven
  • 1. Het college verleent een uitsluitend recht op een particulier graf voor de tijd van 10 jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dit toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met telkens een termijn van 5 jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend, doch niet eerder dan twee jaar voor het verstrijken van die termijn.

  • 3. Het in het eerste lid bedoelde uitsluitend recht wordt door het college schriftelijk bevestigd met een grafakte.

Artikel 17 Termijnen algemene graven

Algemene graven en urnennissen worden ter beschikking gesteld voor een termijn van 10 jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd.

Artikel 18 Grafkelders
  • 1. Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf een vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening en risico doen aanbrengen van een grafkelder op het gedeelte van de begraafplaats dat door het college daarvoor is aangewezen, overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.

  • 2. Het college stelt nadere regels voor de afmetingen van de ruimte die voor het stichten van een grafkelder beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 19 Overschrijving van verleende rechten
  • 1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  • 3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particulier graf te doen vervallen.

  • 4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 20 Afstand doen van een particulier graf

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

HOOFDSTUK 6 Grafbedekking

Artikel 21 Vergunning grafbedekking
  • 1. Voor het hebben van een grafbedekking, waaronder voor de toepassing van dit artikel tevens wordt verstaan een plaat ter afsluiting van een urnennis, is een vergunning van het college nodig.

  • 2. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning aan.

  • 3. Het college kan nadere regels stellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en afmetingen van de grafbedekking en de plaatsing, het herstel of de vervanging van het gedenkteken.

  • 4. Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      niet wordt voldaan aan de in het derde lid bedoelde nadere regels;

    • b.

      de grafbedekking het aanzien van de begraafplaats schaadt;

    • c.

      de materialen onvoldoende duurzaam zijn;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 22 Losse voorwerpen
  • 1. Het is toegestaan losse, niet duurzaam met de ondergrond verbonden voorwerpen op de graven te plaatsen.

  • 2. Het is niet toegestaan losse voorwerpen, (half)verharding, grind, kantafzettingen of (pot)planten en bloemen achter, voor of naast grafoppervlak te plaatsen. Deze voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gedaan op schadevergoeding.

Artikel 23 Onderhoud door de gemeente

Het college voorziet in het onderhoud van de begraafplaats met uitzondering van de grafoppervlakken.

Artikel 24 Onderhoud door de rechthebbende of de gebruiker
  • 1. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

  • 2. Onder onderhoud dient voor de toepassing van dit artikel te worden verstaan: het schoonmaken van het gedenkteken, het stellen van het gedenkteken, het verven of vergulden van letters en andere figuraties op het gedenkteken, het aanbrengen, onderhouden en eventueel vernieuwen van losse planten en één- of meerjarige planten, het verwijderen van dode planten, het verwijderen van spontaan opkomende kruiden of zaailingen en het uitvoeren van herstellingen van het gedenkteken en andere grafbedekking.

  • 3. Het college kan nadere regels stellen over het onderhoud van de grafbedekking.

  • 4. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening en risico van de rechthebbende of de gebruiker.

  • 5. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende beplanting, voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen.

  • 6. Het in het vorige lid bedoelde verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 7. De verwijdering van de grafbeplanting of het gedenkteken, zoals bedoeld in lid 5, vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of de gebruiker schriftelijk is ingelicht over de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring op het mededelingenbord op de begraafplaats bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 8. Niet blijvende beplantingen, verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gedaan op schadevergoeding.

  • 9. Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te (laten) herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden en zonder dat het college tot enige vergoeding verplicht is.

Artikel 25 Tijdelijke verwijdering van grafbedekking
  • 1. Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een lijk of de bijzetting van een asbus in het particulier graf of algemeen graf geschiedt voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker.

  • 2. Een rechthebbende of gebruiker is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezigegedenktekens, beplanting en voorwerpen vanwege de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

Artikel 26 Verwijdering van de grafbedekking na verstrijken van de termijn
  • 1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

  • 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van verwijdering door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.

HOOFDSTUK 10 Ruimen van graven

Artikel 27 Aflopen termijnen
  • 1. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder gedurende twee jaar voor het verlopen van de graftermijn een aanvraag indienen om de overblijfselen en de asbus(sen) te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze in een ander particulier graf opnieuw te doen begraven respectievelijk te verstrooien.

  • 2. De gebruiker van een algemeen graf kan gedurende een periode van twee jaar voor beëindiging van de gebruikstermijn bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen en de asbus(sen) te verzamelen voor respectievelijk herbegraving in een particulier graf of verstrooiing.

  • 3. Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in het eerste en tweede lid zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag.

  • 4. De kosten die gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd in het eerste en tweede lid,komen voor rekening van de rechthebbende op, of gebruiker van, het betreffende

Artikel 28 Ruimen en opgraven
  • 1.

    Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.

  • 2.

    Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken en beplanting kan gedurende twee maanden voor het vervallen van het recht op het graf of de gebruikstermijn door de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd, op afspraak met de beheerder.

  • 3.

    Het ruimen van een graf en het opgraven van menselijke resten is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De beheerder kan voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk sluiten.

  • 4.

    De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 5.

    De bij de ruiming van een graf aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats.

  • 6.

    Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

  • 7.

    De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

HOOFDSTUK 11 Slotbepalingen

Artikel 31 Overgangsbepaling
  • 1. Besluiten genomen op grond van de Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2003 die golden op het moment van inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, gelden als besluiten genomen op grond van deze verordening.

  • 2. Een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening in behandeling zijnde aanvraag wordt aangemerkt als een aanvraag op grond van deze verordening.

Artikel 32 Strafbepalingen
  • 1. Hij die handelt in strijd met artikel 5, derde lid (Openstelling), artikel 6, vierde en zesde lid (Orde), wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste een maand.

  • 2. Overtreding van de in het eerste lid genoemde bepalingen kan worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 33 Beslissingsbevoegdheid

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 34 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Beheersverordening begraafplaatsen Purmerend 2012".

Artikel 35 Inwerkingtreding
  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

  • 2. De artikelen 101 tot en met 108 van de Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2003 komen op de in het eerste lid bedoelde dag te vervallen.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 28 juni 2012
de griffier, J.F. Kamminga
de voorzitter, D. Bijl

Inhoudsopgave

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 2 Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

HOOFDSTUK 2 Bestemming en registratie

Artikel 3 Bestemming

Artikel 4 Register en plaatsregistratie

HOOFDSTUK 3 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 5 Openstelling

Artikel 6 Orde

Artikel 7 Plechtigheden

HOOFDSTUK 4 Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 8 Tijden van begraven en asbezorging

Artikel 9 Kennisgeving begraven en asbezorging

Artikel 10 Openen en sluiten van het graf

Artikel 11 Over te leggen stukken

Artikel 12 Gebruik aula en muziekinstallatie

HOOFDSTUK 5 Indeling, uitgifte en onderscheid van de graven

Artikel 13 indeling

Artikel 14 Uitgifte

Artikel 15 Aantal overledenen en asbussen in een graf

Artikel 16 Termijnen particuliere graven

Artikel 17 Termijnen algemene graven

Artikel 18 Grafkelders

Artikel 19 Overschrijving van verleende rechten

Artikel 20 Afstand doen van een particulier graf

HOOFDSTUK 6 Grafbedekking

Artikel 21 Vergunning grafbedekking

Artikel 22 Losse voorwerpen

Artikel 23 Onderhoud door de gemeente

Artikel 24 Onderhoud door de rechthebbende of de gebruiker

Artikel 25 Tijdelijke verwijdering van grafbedekking

Artikel 26 Verwijdering van de grafbedekking na verstrijken van de termijn

HOOFDSTUK 10 Ruimen van graven

Artikel 27 Aflopen termijnen

Artikel 28 Ruimen en opgraven

HOOFDSTUK 11 Slotbepalingen

Artikel 31 Overgangsbepaling

Artikel 32 Strafbepalingen

Artikel 33 Beslissingsbevoegdheid

Artikel 34 Citeertitel

Artikel 35 Inwerkingtreding

Nota-toelichting

Toelichting op de Beheersverordening begraafplaatsen Purmerend 2012.

 

Purmerend heeft twee begraafplaatsen in beheer. Voor het beheren daarvan golden tot inwerkingtreding van deze verordening de bepalingen uit de Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2003. Door wijziging van de Wet op de lijkbezorging (hierna: de wet) was herziening van die bepalingen nodig. Die herziening heeft uiteindelijk geleid tot het opstellen van onderhavige beheersverordening.

 

De Wet op de lijkbezorging is op 12 juni 2009 gewijzigd. De wijziging werd van kracht op 1 januari 2010. 

 

Vermindering administratieve lasten

Veel zaken in deze verordening zijn geregeld door middel van een meldingsplicht, zoals het houden van plechtigheden (artikel 7) en het doen begraven, het doen bijzetten en/of het doen verstrooien (artikel 9).  Een melding genereert minder administratieve lasten dan het aanvragen van een vergunning.

 

Voor het aanbrengen van een grafkelder en het hebben van grafbedekking is nog wel een vergunning vereist. Controle achteraf met als uiterste consequentie handhavingsacties is hier ongewenst.

 

Lex silencio positivo (de positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen)

De Europese Dienstenrichtlijn schrijft de Lex silencio positivo dwingend voor bij vergunningstelsels die onder de reikwijdte van de Richtlijn vallen. De vergunningen uit deze verordening vallen niet onder de reikwijdte van de Richtlijn. Voor vergunningstelsels die niet onder de Dienstenrichtlijn vallen mogen decentrale overheden zelf bepalen of de Lex silencio positivo (LSP) van toepassing is. 

Bij de beide vergunningen die deze verordening regelt (voor de grafbedekking en de grafkelder) is de LSP niet van toepassing. Op zich is tegen de LSP weinig bezwaar omdat op aanvragen voor deze vergunningen doorgaans tijdig worden verleend. Bovendien zijn in de Uitvoeringsbesluiten bij deze verordening regels gesteld die ook gelden voor een vergunning die van rechtswege is verleend. Om te voorkomen dat nabestaanden onverhoopt toch met een handhavingsactie te maken krijgen omdat een grafbedekking of grafkelder niet voldoet aan de regels is toch niet gekozen voor de LSP.

 

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikelen die voor zich spreken worden niet toegelicht.

 

Artikel 1         Begripsomschrijvingen

Algemeen en particulier

De wet maakt expliciet onderscheid tussen een algemeen graf, waarbij de houder van de begraafplaats bepaalt wie daarin wordt begraven, en een particulier graf, zijnde een graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd, waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin wordt begraven. In de Apv werd onderscheid gemaakt tussen een eigen graf  en een algemeen graf. Deze verordening volgt de terminologie van de wet.

 

Algemene graven

In de Apv was bij de definitie van een algemeen graf opgenomen dat aan een iedergelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken. De passage aan een ieder bij de definitie van algemeen graf, algemeen urnengraf en algemeen kindergraf is overbodig en daarom in deze verordening niet opgenomen: volgens artikel 23, tweede lid van de wet is het aan de houder van de begraafplaats te bepalen wie in een algemeen graf wordt begraven.

 

Grafkelders

Grafkelders kunnen ook bovengronds worden geplaatst, als onderdeel van een muur of wand.

 

Orde en rust

De artikelen 5 en 6 bevatten gedragsvoorschriften. Overtreding daarvan is in artikel 32 strafbaar gesteld. De bevoegdheid van de beheerder om personen die zich niet aan zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen bieden voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op de begraafplaats op te kunnen treden.

Het is soms nodig met een motorrijtuig dicht bij een graf te komen. Daarom is de mogelijkheid ontheffing te verlenen van het verbod van artikel 6, vierde lid, opgenomen.

 

Artikel 7         Plechtigheden

Door te eisen dat de mededeling dat de mededeling zes werkdagen voorafgaand aan de plechtigheden gedaan moet worden, wordt voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis dient namelijk volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden te geschieden.

 

Van bijeenkomsten die niet aangemerkt kunnen worden als een plechtigheid maar het karakter hebben van een openbare manifestatie moet volgens artikel 9 van de Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2003 kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester.

 

Artikel 8         Tijden van begraven en asbezorging

Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende bij gemeentelijke verordening te bepalen tijden, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven.

Een bijzonder geval, zoals bedoeld in het tweede lid, kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven.

 

Artikel 11       Over te leggen stukken

De Wet op de lijkbezorging schrijft in artikel 12 voor dat de behandelend arts of de gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Vervolgens geeft deze schriftelijk verlof tot begraven of cremeren.

 

De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.

 

Artikel 15

De nadere regels zijn te vinden in de Uitvoeringsbesluiten Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Purmerend 2012.

 

Artikel 16       Termijnen particuliere graven

Volgens artikel 28, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging kan het recht op een graf voor ten minste tien jaar worden verleend. De periode van verlenging mag niet korter zijn dan vijf jaar en niet langer dan 20 jaar.

 

Artikel 19       Overschrijving van verleende rechten

Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het college. Het recht om lijken te begraven in een bepaald graf rust dus op een persoonlijke beschikking. Het recht kan niet verkocht worden door de rechthebbende. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven.

 

Het is wenselijk dat er na het overlijden van de rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt.

 

Artikel 21       Vergunning grafbedekking

De nadere regels zijn te vinden in de Uitvoeringsbesluiten Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Purmerend 2012.

 

Zie ook de opmerkingen over de vermindering van administratieve lasten bij de toelichting algemeen.

 

Artikel 24       Onderhoud door de rechthebbende of de gebruiker

In dit artikel worden de rechten en plichten van de rechthebbende of, in het geval van een algemeen graf, de gebruiker, ten aanzien van de grafbedekking omschreven.

De nadere regels zijn te vinden in de Uitvoeringsbesluiten Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Purmerend 2012.

 

De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28, vierde tot en met zevende lid, dat het recht op een graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf.

 

Artikel 26       Verwijdering van de grafbedekking na verstrijken van de termijn

Zie de artikelen 27a (belanghebbende) en artikel 28, tweede lid, (rechthebbende) van de Wet op de lijkbezorging.

 

Artikel 28       Ruimen en opgraven

Volgens artikel 31, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging kan een particulier graf alleen worden geruimd met toestemming van de rechthebbende.

De mededeling dat het college voornemens is om een graf te ruimen wordt zowel aan de rechthebbende op een particulier graf als de nabestaanden van een overledene die is begraven in een algemeen graf, gedaan.