Gedragscode gemeenteraad Rotterdam

Geldend van 07-07-2006 t/m 15-07-2016

Intitulé

Gedragscode gemeenteraad Rotterdam

De Raad van de gemeente Rotterdam,

Gelezen de gedragscode voor de gemeenteraad,

gehoord de beraadslagingen in de commissie voor Bestuur en Veiligheid op 28 augustus 2003; raadsstuk 2003-910;

gelet op artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet;

Besluit:

De hierna volgende gedragscode voor de gemeenteraad van Rotterdam vast te stellen.

I. Algemene gedragsregels

Het raadslid voorkomt elke schijn van persoonlijk belang bij enig door de raad te nemen besluit.

Raadsleden bejegenen elkaar correct, zowel in woord als geschrift.

Toelichting:

Artikel 15, lid 1 Gemeentewet geeft een opsomming van werkzaamheden en handelingen, waarvan raadsleden zich uitdrukkelijk dienen te onthouden. Omdat deze handelingen reeds bij wet verboden zijn, is ervan afgezien deze handelingen nogmaals expliciet in de gedragscode op te nemen. Voor de volledigheid zij voorts vermeld dat artikel 13 Gemeentewet een opsomming geeft van de functies die onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap.

Artikel 28, id 1 Gemeentewet bepaalt voorts dat een raadslid niet aan de stemming deelneemt over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken. Evenmin neemt hij deel aan de stemming over de vaststelling of goedkeuring van de rekening van een lichaam, waaraan hij rekenplichtig is of waarvan hij bestuurslid is.

II. Vertrouwelijke informatie

Het raadslid verstrekt geen informatie aan derden die vertrouwelijk is dan wel kan zijn en maakt voor privé-doeleinden geen gebruik van hetgeen hem als raadslid ter kennis is gekomen.

Vragen inzake vertrouwelijke informatie kunnen door een lid aan het presidium worden voorgelegd.

Bij schending van geheimhouding kan de voorzitter van de raad dan wel het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, besluiten aangifte te doen bij de politie

Toelichting

In de nieuwe Commissieverordening is het verschil vastgelegd tussen vertrouwelijke en geheime informatie. Dat onderscheid wordt in deze verordening verwerkt.

III. Gemeentelijke goederen en diensten

Het raadslid maakt geen privé-gebruik van de door hem voor het uitoefenen van zijn functie als raadslid ter hand gestelde goederen en laat voor privé-doeleinden geen diensten verrichten door personen in gemeentedienst, tenzij dit expliciet is geregeld.

IV. Declaraties

Het raadslid zal uitsluitend die kosten bij de gemeente declareren, die conform de geldende regelingen voor vergoeding in aanmerking komen.

Toelichting:

Gedacht kan worden aan studiekosten.

In de praktijk zullen kosten die het raadslid uit hoofde van zijn functie maakt dienen te worden bestreden uit de vergoeding die hij ingevolge de Gemeentewet ontvangt dan wel uit de tegemoetkoming in de kosten van de fractiebijstand.

V. Nevenfuncties

Het raadslid neemt bij het aanvaarden en uitoefenen van een nevenfunctie in acht dat:

  • -

    zijn onafhankelijkheid gewaarborgd blijft;

  • -

    elke vorm of schijn van beïnvloeding wordt vermeden;

  • -

    de nevenfunctie het aanzien van het raadslidmaatschap niet schaadt;

  • -

    geen strijdigheid met enig gemeentelijk belang optreedt;

  • -

    het tijdsbeslag het goed functioneren als raadslid niet in de weg staat.

Om elke schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan, acht de gemeente een “draaideurconstructie” voor leden van de gemeenteraad slechts beperkt aanvaardbaar. Oud-raadsleden worden gedurende een jaar na het eind van de zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden bij de gemeente.

Toelichting:

Het vervullen van nevenfuncties is vanuit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt positief te waarderen. Dat neemt niet weg dat het uit een oogpunt van zuiverheid en transparantie van het openbaar bestuur noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot het aanvaarden en uitoefenen van nevenfuncties.

Artikel 12, lid 1 Gemeentewet schrijft voor dat ieder raadslid openbaar maakt welke andere functies hij vervult dan het lidmaatschap van de raad.

Lid 2 bepaalt dat openbaarmaking geschiedt door ter inzage legging van de bedoelde opgave op het gemeentehuis. Het verdient aanbeveling de opgave ook openbaar te maken via de gemeentelijke website.

Indien een lid twijfelt aan de opportuniteit van een nevenfunctie, kan hij/zij dit voorleggen aan het presidium.

VI. Geschenken, uitnodigingen en gunsten

In aansluiting op hetgeen het raadslid bij zijn beëdiging heeft verklaard en beloofd dan wel gezworen (artikel 14, Gemeentewet) neemt hij geen geschenken aan in welke vorm dan ook van personen of instanties die direct of indirect zakelijke betrekkingen hebben met de gemeente, dan wel deze in de naaste toekomst kunnen of zullen krijgen, dan wel in het recente verleden hebben gehad. Het in de vorige volzin bepaalde is niet van toepassing op geschenken tot een geldwaarde van vijftig euro.

In zijn kwaliteit van raadslid onderneemt hij geen reizen en werkbezoeken voor rekening van derden.

Toelichting:

Wel is toegestaan gratis kaartjes voor bijvoorbeeld voetbalwedstrijden, concerten en dergelijke te accepteren, indien de bij te wonen evenementen direct te maken hebben met de werkzaamheden als raadslid. Acceptabel zijn relatiegeschenken die de normale omvang en aard niet te boven gaan. Zodra het raadslid de indruk krijgt dan wel zou dienen te krijgen dat de geschenken zijn bedoeld om de besluitvorming te beïnvloeden, worden de geschenken geweigerd.

Toelichting

De gemaakte kosten worden altijd ten laste gebracht van het beleidsveld gemeenteraad, zodat geen onduidelijkheid kan ontstaan over de financiering van dergelijke activiteiten.

VII. De voorzitter van de Gemeenteraad.

De voorzitter van de Gemeenteraad heeft een eigen rol ten aanzien van de gedragingen van de raadsleden. Indien een vermoeden bestaat dat een raadslid een bepaling van de code overtreedt, stelt de voorzitter, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van leden van de Gemeenteraad, een onderzoek in. De voorzitter bespreekt de kwestie met betrokkene. Waar dit niet het gewenste effect heeft, legt de voorzitter de kwestie voor aan de desbetreffende fractievoorzitter (danwel vice-fractievoorzitter). Treedt er geen verandering op in de handelingen van het gewraakte raadslid, dan informeert de voorzitter het presidium van de gemeenteraad.

De overige leden van de Gemeenteraad hebben de plicht om bij overtreding van de code door de voorzitter – in diens rol als voorzitter van de raad - de zaak aanhangig te maken in het presidium.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 september 2003.

De Griffier

K.D. Handstede

De Voorzitter

I.W. Opstelten