Referendumverordening Nieuw-West

Geldend van 12-07-2012 t/m 21-06-2015

Regeling

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen
  • a.

    In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • b.

    raad: de deelraad van Amsterdam Nieuw-West

  • c.

    referendum: een raadgevende of raadplegende volksstemming van kiesgerechtigden over een concept-raadsbesluit;

  • d.

    kiezer: de persoon die op grond van de Kieswet kiesgerechtigd is voor de verkiezing van de leden van de deelraad;

  • e.

    vakantieperiode: de periode gedurende welke in stadsdeel Nieuw-West de raad reces heeft.

Artikel 2 Toepassingsgebied

Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele grondgebied van het stadsdeel Nieuw-West of een gedeelte daarvan.

Hoofdstuk 2 Onderwerpen

Artikel 3 Referendabele besluiten
  • 1. De deelraad kan op grond van een inleidend verzoek besluiten dat een referendum kan worden gehouden over een concept-deelraadsbesluit.

  • 2. Geen referendum kan worden gehouden over besluiten:

    • a.

      van de deelraad in bezwaar- en beroepsprocedures en besluiten tot het voeren van rechtsgedingen;

    • b.

      over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen, besluiten over rechtspositionele regelingen en besluiten over geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;

    • c.

      over de vaststelling van de begroting en de rekening van het stadsdeel;

    • d.

      over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;

    • e.

      in het kader van deze verordening;

    • f.

      die naar het oordeel van de deelraad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing;

    • g.

      over de vaststelling van stadsdeeltarieven en belastingen;

    • h.

      waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de deelraad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving;

    • i.

      ter uitvoering van een besluit van een hogere bestuursorgaan of de wetgever waarbij de deelraad geen beleidsvrijheid en of beslissingsbevoegdheid heeft;

    • j.

      waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende belangen van het stadsdeel;

    • k.

      besluiten waarvan de deelraad van mening is dat er andere dan onder h en j genoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden.

Hoofdstuk 3 Initiatief van de deelraad en kiesgerechtigden

Artikel 4 Initiatief van de deelraad
  • 1. De deelraad kan besluiten tot het houden van een raadplegend referendum.

  • 2. Het bepaalde in artikel 6 e.v. is van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Wanneer de deelraad besluit een referendum te houden over een voorgenomen deelraadsvoorstel, dan wordt het betreffende deelraadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld.

  • 4. De stemming over het door de deelraad te nemen besluit zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt echter aangehouden tot de eerstvolgende vergadering in de maand na de dag waarop het referendum wordt gehouden, of eerder indien mogelijk.

Artikel 5 Het inleidende verzoek
  • 1. Kiezers kunnen te kennen geven, dat zij een referendum willen laten houden over een besluit dat de deelraad op het punt staat te nemen.

  • 2. Het inleidende verzoek als bedoeld in het eerste lid moet ten minste vijf werkdagen vóór de deelraadsvergadering waarin het concept-raadsbesluit is geagendeerd, schriftelijk bij de voorzitter van de deelraad zijn ingediend.

  • 3. Het inleidende verzoek dient vergezeld te gaan van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, geboortedatum en woonplaats, alsmede van een vermelding om welk te nemen deelraadsbesluit het gaat.

Artikel 6 De beslissing op het inleidende verzoek
  • 1. Indien 250 kiezers het in artikel 3 bedoelde inleidende verzoek hebben gedaan overeenkomstig het bepaalde in het derde lid, neemt de raad een besluit ter vaststelling, of het concept-raadsbesluit wel of niet een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 3 lid 2 is.

  • 2. Indien het verzoek een referendum voor een gedeelte van het stadsdeel betreft, overweegt de raad of er sprake is van gebiedsoverschrijdende belangen waarvan de deelraad van mening is dat deze het houden van een beperkt referendum niet rechtvaardigen.

  • 3. Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt het concept-raadsbesluit waarop het referendumverzoek betrekking heeft in de vergadering van de raad plenair behandeld.

  • 4. De stemming over het concept-raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.

Artikel 7 Het definitieve verzoek
  • 1. Binnen dertig dagen na de dag waarop de raad een besluit genomen heeft op het inleidende verzoek, kunnen kiezers een definitief verzoek tot het houden van een referendum indienen bij de voorzitter van de raad.

  • 2. Het definitieve verzoek moet zijn ondersteund door tenminste vijf procent van de  in het stadsdeel wonende kiezers en dient vergezeld te gaan van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, geboortedatum en woonplaats, alsmede van een vermelding om welk te nemen raadsbesluit het gaat.

  • 3. Het dagelijks bestuur toetst of het vereiste aantal kiezers binnen de gestelde termijn is bereikt, en brengt de resultaten ter openbare kennis aan de raad.

  • 4. Indien het verzoek een referendum voor een gedeelte van het stadsdeel betreft, dient het verzoek ondersteund te zijn door tenminste vijf procent van de in dit deelgebied wonende kiezers. Het bepaalde in artikel 7, lid 1 tot en met 3 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8 De beslissing op het definitieve verzoek
  • 1. De raad neemt tijdens zijn eerstvolgende vergadering nadat de resultaten van de toetsing van het aantal kiezers als bedoeld in artikel 5 lid 3 aan hem ter kennis zijn gebracht, een besluit over de afwijzing of toewijzing van het verzoek.

  • 2. De raad wijst het verzoek af, indien het vereiste aantal kiezers dat het definitieve verzoek ondersteunt, binnen de in deze verordening aangegeven termijn niet is bereikt.

Artikel 9 Datum
  • 1. De deelraad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk vier maanden na de dag waarop het verzoek is ingewilligd of nadat de deelraad besloten heeft tot het houden van een referendum op basis van artikel 4.

  • 2. Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.

Artikel 10 Vraagstelling
  • 1. Tenzij de deelraad anders besluit, wordt bij het referendum aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het concept-deelraadsbesluit zijn.

  • 2. De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart.

Artikel 11 De referendumkamer
  • 1. De deelraad stelt een referendumkamer in.

  • 2. De kamer bestaat uit drie leden, die geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn bij of onder verantwoordelijkheid van stadsdeel Nieuw-West.

  • 3. De referendumkamer heeft de volgende taken:

    • a.

      toezicht houden op het verloop van de referendumprocedure;

    • b.

      gevraagd en ongevraagd adviseren van de deelraad over de toepassing van de referendumverordening;

    • c.

      adviseren over de vraagstelling van het referendum;

    • d.

      het toetsen van het door het stadsdeel te gebruiken voorlichtingsmateriaal van het referendum;

    • e.

      het behandelen van en adviseren over klachten over de referendumprocedure.

  • 4. De raad benoemt de leden van de referendumkamer en stelt een reglement vast ten aanzien van de werkwijze van de referendumkamer.

  • 5. De referendumkamer wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie en een door het dagelijks bestuur aan te wijzen ambtenaar.

Hoofdstuk 4 Financiën

Artikel 12 Budget
  • 1. De deelraad stelt, nadat is besloten tot het houden van een referendum, een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie.

  • 2. De deelraad stelt nadere regels vast voor de subsidievoorwaarden en de hoogte van het subsidieplafond.

  • 3. De begroting bevat een voorziening om de kosten van ten minste één referendum per jaar te kunnen dekken.

Hoofdstuk 6 De stemming, de uitslag en de gevolgen van de uitslag

Artikel 13 De stemming
  • 1. Stemgerechtigd zijn degenen die op de drieënveertigste dag vóór de dag waarop het referendum wordt gehouden, kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de deelraad.

  • 2. De bepalingen van de Kieswet zijn voor wat betreft de deelraadsverkiezingen voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 Geldigheid van de uitslag
  • 1. Het referendum wordt als geldig beschouwd, indien minimaal dertig procent van de kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht.

  • 2. De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 15 De beslissing van de deelraad

In de eerstvolgende vergadering van de deelraad in de maand na de dag waarop het referendum wordt gehouden, of eerder indien mogelijk, vindt besluitvorming plaats over hetgeen aan referendum is onderworpen.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van haar bekendmaking.

  • 2. De Referendumverordening Osdorp, vastgesteld bij besluit van 25 februari 1998 wordt ingetrokken met ingang van de dag na bekendmaking van dit besluit, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op verzoeken die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van dit besluit.

  • 3. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Referendumverordening Nieuw-West'.

tekst