Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet Werk en Bijstand

Geldend van 01-07-2012 t/m heden

Intitulé

Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet Werk en Bijstand

Gemeenteraad

Onderwerp: Volgnummer

Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet werk en bijstand Dienst/afdeling SMO

De raad van de gemeente Oss;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 mei 2012;

gelet op het advies van de raadsadviescommissie van 7 juni 2012;

Besluit:

vast te stellen de

Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet werk en bijstand.

Artikel 1 – Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • 1.

    WMO-raad: vertegenwoordigers van cliëntgroepen van vragers op het gebied van maatschappelijke ondersteuning -de zogenaamde ervaringsdeskundigen- of overige deskundigen die vanuit een professionele of vrijwilligersorganisatie voldoende affiniteit hebben met de doelgroep die zij vertegenwoordigen, evenals personen die bijstand ontvangen, personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en niet- uitkeringsgerechtigdenof hun vertegenwoordigers en vertegenwoordigers van organisaties die de belangen behartigen van deze personen.

  • 2.

    Cliëntenparticipatie: de wijze waarop de gemeente de WMO-raad betrekt in de beleidsvorming, de uitvoering en de evaluatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de Wet werk en bijstand (WWB) of de Wet werken naar vermogen (WWNV) als deze wordt ingevoerd.

Artikel 2 – Doelstelling en taken WMO-raad

  • 1. Het bewerkstelligen dat de doelgroepen van de WMO en van de WWB vanuit een onafhankelijke positie betrokken zijn bij en adviseren over de totstandkoming, de uitvoering en de evaluatie van het gevoerde gemeentelijke beleid op het terrein van de WMO en het terrein van de WWB.

  • 2. De WMO-raad wordt betrokken bij en adviseert over het gemeentelijke beleid en de uitvoering van de WMO.

  • 3. De WMO-raad wordt betrokken bij en adviseert over het gemeentelijke beleid en de uitvoering van de WWB.

  • 4. De WMO-raad houdt zich niet bezig met de behandeling van individuele cliëntzaken.

Artikel 3 – Samenstelling

  • 1.

    De WMO-raad bestaat uit de voorzitters of andere afgevaardigden van de verschillende werkgroepen met ervaringsdeskundigen en overige deskundigen voor de prestatievelden als bedoeld in lid 6, een onafhankelijke voorzitter die geen deel uitmaakt van de werkgroepen en een secretaris/penningmeester die geen deel uitmaakt van de werkgroepen.

  • 2.

    De WMO-raad wordt gevoed door 5 werkgroepen met ervaringsdeskundigen. Als voor het realiseren van de doelstelling van de WMO-raad en voor een doelmatige werkwijze meer of minder werkgroepen noodzakelijk zijn, kunnen deze alleen opgericht of afgeschaft worden na instemming van het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Werkgroepen worden gevormd rondom: a. de prestatievelden 6 en 3 (individuele voorzieningen en informatie, advies en cliëntondersteuning); b. prestatieveld 5, exclusief de doelgroep mensen met een chronisch psychisch probleem of en psychosociaal probleem (bevorderen van deelname aan het maatschappelijke verkeer en het bevorderen van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking); c. de prestatievelden 4 en 8 (ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers en het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg) en prestatieveld 5 voor wat betreft de doelgroep mensen met een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem; d. ouderenparticipatie; e. de WWB.

  • 4.

    De werkgroepen bestaan uit vertegenwoordigers van cliëntgroepen van vragers op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en uit ingezetenen die voortkomen uit of een aantoonbare affiniteit hebben met de doelgroep.

  • 5.

    Een werkgroep bestaat uit minimaal 6 leden, exclusief de voorzitter.

  • 6.

    Overige deskundigen maken deel uit van de WMO-raad voor de prestatievelden 1, 2, 7 en 9 (sociale samenhang en leefbaarheid, op preventie gerichte ondersteuning van jeugd, maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid).

  • 7.

    De werkgroep voor de WWB bestaat uit cliënten of voormalige cliënten van de afdeling Werk en Inkomen van de dienst Publiekszaken en uit vertegenwoordigers van organisaties die de belangen van deze personen behartigen.

  • 8.

    Een lid van de WMO-raad kan niet tevens zijn: - niet kiesgerechtigd; - lid van het college van burgemeester en wethouders; - lid van de gemeenteraad; - ambtenaar van de gemeente Oss.

  • 9.

    Benoeming en ontslag van de leden van de WMO-raad geschiedt door het college van burgemeester en wethouders. Hiertoe wordt een profiel opgesteld op basis waarvan belangstellenden kunnen solliciteren. De werkgroepen worden in de gelegenheid gesteld een voordracht te doen vanuit de betreffende werkgroep.

  • 10.

    Het bestuur van de WMO-raad bestaat uit de voorzitter en de secretaris/penningmeester.

  • 11.

    De zittingstermijn van de leden van de WMO-raad bedraagt maximaal vier jaar. Na deze vier jaar is herbenoeming voor maximaal nog een periode van vier jaar mogelijk.

  • 12.

    Bij tussentijds aftreden van leden van de WMO-raad wordt op dezelfde wijze in de opvolging voorzien voor de resterende zittingstermijn.

  • 13.

    Het lidmaatschap van de WMO-raad eindigt door: - overlijden; - aftreden op eigen schriftelijk verzoek of op verzoek van de vertegenwoordigende organisatie; - onder curatele stelling.

  • 14.

    Ten dienste van zijn functioneren, stelt de WMO-raad in overeenstemming met deze verordening een huishoudelijk reglement op waarin in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop: - de taakverdeling tussen de WMO-raad en de werkgroepen, de besluitvorming over een advies en het jaarverslag, de begroting en jaarrekening tot stand komt en - de onkosten vergoed worden.

Artikel 4 – Werkwijze

4.a. advies

  • 1.

    De gemeente betrekt de WMO-raad bij de ontwikkeling van beleid als bedoeld in artikel 2.

  • 2.

    Bij de start van elk beleidstraject worden er afspraken gemaakt tussen de gemeente en de WMO-raad over de momenten waarop de WMO-raad bij de ontwikkeling van het beleid betrokken wordt.

  • 3.

    De WMO-raad krijgt in de regel minimaal 4 weken de tijd om gevraagd advies uit te brengen over een beleidsvoornemen.

  • 4.

    In het geval burgemeester en wethouders in een voorstel aan de gemeenteraad afwijken van het advies van de WMO-raad als bedoeld in het vorige lid, wordt dit bij het voorstel vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden van het advies van de WMO-raad is afgeweken.

  • 5.

    De WMO-raad is ook gerechtigd uit eigen beweging advies uit te brengen aan burgemeester en wethouders.

  • 6.

    Burgemeester en wethouders voorzien de WMO-raad van de nodige toegankelijke informatie ten behoeve van het naar behoren functioneren van de WMO-raad. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering van het beleid te begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen.

4.b. overleg

  • 1.

    Burgemeester en wethouders bevorderen actief de instandhouding en het volwaardig functioneren van de WMO-raad.

  • 2.

    De verantwoordelijke wethouder vergadert op bestuurlijk niveau 4 keer per jaar met (een afvaardiging van) de WMO-raad. Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld.

  • 3.

    De gemeente wijst een vaste contactambtenaar aan voor de WMO-raad. Deze is tevens coördinerend ambtenaar binnen het gemeentelijke apparaat ten behoeve van de cliëntenparticipatie voor de WMO en voor de WWB.

  • 4.

    Op verzoek van de voorzitters van de werkgroepen kan ten behoeve van de vergaderingen van de werkgroepen via de vaste contactambtenaar een beroep worden gedaan op kennis van het ambtelijke apparaat.

  • 5.

    Voor de werkgroep voor de WWB wordt een vaste contactambtenaar aangewezen.

  • 6.

    Minimaal 4 maal per jaar vindt structureel overleg plaats tussen de contactambtenaar van de WMO-raad en (een afvaardiging van) de WMO-raad .

  • 7.

    Van het bestuurlijke overleg met de WMO-raad stuurt de gemeente binnen 4 weken een schriftelijk verslag op aan de WMO-raad.

Artikel 5 - Faciliteiten

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen aan de WMO-raad zodanige financiële middelen ter beschikking dat de WMO-raad redelijkerwijze in staat kan worden geacht om in het kader van de uitvoering van deze verordening de belangen te behartigen van de in de in deze verordening genoemde personen en groeperingen en het college en raad op dat gebied te adviseren.

  • 2.

    De financiële middelen als bedoeld in het eerste lid worden jaarlijks voor de bekostiging van de taken als bedoeld in artikel 2 aan de WMO-raad verleend.

  • 3.

    Het bestuur van de WMO-raad dient jaarlijks een begroting in; de vaststelling van de bekostiging gebeurt op basis van een jaarrekening. Niet bestede middelen worden door het bestuur van de WMO-raad toegevoegd aan de reserve.

  • 4.

    Het ter bekostiging te verlenen bedrag kan worden verlaagd indien de vermogenspositie zodanig is dat er geen noodzaak is tot het verstrekken van het (gehele) bedrag, rekening houdend met toekomstige uitgaven, die niet ongebruikelijk zijn met het oog op de activiteiten van de WMO-raad.

  • 5.

    De gemeente stelt vergaderruimte beschikbaar ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de WMO-raad en de werkgroepen.

Artikel 6 - Slotbepalingen

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.

  • 2.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening cliëntenparticipatie WMO en WWB.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2012.

  • 4.

    De Verordening cliëntenparticipatie WWB en WIJ gemeente Oss, vastgesteld in de vergadering van 20 mei 2010 en de Verordening cliëntenparticipatie WMO en WWB, vastgesteld op 3 januari 2008, worden ingetrokken op de dag van inwerkingtreding als bedoeld in het vorige lid.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 juni 2012.
De gemeenteraad voornoemd,
De griffier, De voorzitter,
drs. P.H.A. van den Akker drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans

Coll:

Toelichting bij ‘Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet werk en bijstand’

Algemene toelichting:

Binnen de WMO-raad werken cliëntgroepen samen met als doel om het gemeenschappelijke belang van deze doelgroepen te behartigen. De WMO-raad adviseert het college en raad over het sociale beleid van de gemeente. Voorbeelden hiervan zijn thema’s waarmee ouderen te maken krijgen of het beleid dat het Zorgplein uitvoert. Bij het uitbrengen van adviezen gelden de ervaringen van de gezamenlijke cliëntgroepen als uitgangspunt. Ook wordt van de WMO-raad verwacht dat zij de problemen waar cliëntgroepen mee te maken hebben voor het voetlicht te brengen. Hierbij kan het gaan om gevraagd en ongevraagd advies. Daarnaast zal de WMO-raad in de gaten houden hoe het beleid in de praktijk uitpakt.

De adviezen zullen gegeven worden vanuit de ervaringen die mensen hebben en zullen gaan over de wijze waarop de zorg en ondersteuning door de gemeente Oss wordt vormgegeven. Het uitwisselen van ervaringen en mogelijkheden heeft als doel een positieve bijdrage te leveren aan het beleid van de gemeente Oss.

Toelichting per artikel:

Artikel 1 en 2

Met het beleid en uitvoering van de WMO en de WWB wordt bedoeld het WMO-beleid en het WWB-beleid in volle breedte. Met het WMO-beleid bedoelen we hier bijvoorbeeld ook de regiefunctie op het gebied van wonen, welzijn en zorg en het beleid gericht op ouderenparticipatie. De WMO gaat namelijk over de participatie van alle burgers, incl. de ouderen. Met het WWB-beleid bedoelen we hier ook de mogelijke opvolger de Wet werken naar vermogen (WWNV) en het armoedebeleid.

Artikel 3

Van de overige deskundigen genoemd in lid 1 en lid 6 wordt verwacht dat zij hun inbreng baseren op nauwe betrokkenheid bij de doelgroep die men vertegenwoordigt.

In lid 5 wordt bedoeld dat het niet wenselijk is dat het aantal leden van een werkgroep lager is dan 6. In een dergelijk geval wordt verwacht dat de WMO-raad activiteiten onderneemt om dit aantal tot minimaal 6 aan te vullen.

Voor lid 9 geldt dat het college ook ontslag zal overwegen op voordracht van betreffende werkgroep.

Artikel 4

Bij de start van een beleidstraject worden er afspraken gemaakt tussen de gemeente en de WMO-raad over de momenten waarop de WMO-raad bij de ontwikkeling van het beleid betrokken wordt.

Bij complexe onderwerpen waarvoor tevens een raadsbesluit nodig is, zullen er in de rede minimaal 3 momenten voor overleg en/of advies zijn: bij de start van het beleidstraject, gaandeweg voor informeel advies en uiteindelijk voor formeel advies.

Over het aantal weken dat de WMO-raad de tijd krijgt om formeel advies uit te brengen ten behoeve van een definitief collegebesluit wordt in deze verordening vastgelegd dat dit in de regel minimaal 4 weken is.

Met de omschrijving “in de regel minimaal 4 weken” wordt de mogelijkheid opengehouden om indien het college bijvoorbeeld door landelijke wetswijzigingen wordt gedwongen binnen korte termijn een collegebesluit te nemen of een raadsbesluit voor te bereiden af te wijken van deze termijn. Indien dit aan de orde is, zal dit zo spoedig mogelijk worden gecommuniceerd met het bestuur van de WMO-raad.

In die gevallen dat een beleidsvoornemen volgens de inspraakverordening van de gemeente Oss in een inspraakprocedure wordt gebracht, heeft de WMO-raad de gelegenheid om tijdens deze procedure advies uit te brengen. Gebruikelijk is een inspraaktermijn van 6 weken voor het naar voren brengen van een zienswijze.

Artikel 5

Bij financiële middelen zoals bedoeld in lid 1 gaat het om zaken als inhoudelijke ondersteuning, deskundigheidsbevordering, secretariële ondersteuning, overleg met achterban, landelijke en regionale contacten, onkostenvergoedingen en public relations & voorlichting.

Artikel 6

Nadere regels die het college van burgemeester en wethouders stelt, kunnen nooit in tegenspraak zijn met de verordening.