Verordening op de Rekenkamer West Twente

Geldend van 21-03-2007 t/m heden

Intitulé

Verordening op de Rekenkamer West Twente

De raad van de gemeente Hellendoorn;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 januari 2007;

gelet op het bepaalde in artikel 81oa van de Gemeentewet;

b e s l u i t:

vast te stellen de:

Verordening op de Rekenkamer West Twente

Paragraaf 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Rekenkamer: de rekenkamerfunctie die is ingesteld bij besluit van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan;

  • b.

    Stichting: de Stichting Rekenkamer West Twente, welke tot doel heeft het faciliteren van de samenwerkende rekenkamers. De stichting voorziet in alle aspecten van financiële en facilitaire aard die nodig zijn voor het functioneren van de rekenkamer;

  • c.

    Doelmatigheid of efficiëntie: het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken;

  • d.

    Doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken;

  • e.

    Rechtmatigheid: de mate waarin het gemeentelijke beleid voldoet aan de wettelijke kaders en regelgeving.

Paragraaf 2 De taak, samenstelling en het lidmaatschap van de rekenkamer

Artikel 2 Taak van de rekenkamer
  • 1. Er is een gemeentelijke rekenkamer.

  • 2. De rekenkamer voert onderzoek uit naar het gemeentelijke beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid, van het gemeentelijke beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het gemeentelijke beheer, alsmede naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd.

Artikel 3 Samenstelling rekenkamer
  • 1. De rekenkamer bestaat uit één lid.

  • 2. Het lid van de rekenkamer wordt aangeduid als directeur rekenkamer.

  • 3. De gemeenteraad wijst van buiten de kring van zijn leden een directeur rekenkamer aan voor een periode van ten hoogste drie jaar; deze directeur kan door de raad worden herbenoemd voor een gelijke periode.

  • 4. De directeur rekenkamer is niet ondergeschikt aan de raad, het college van burgemeester en wethouders of enig ander gemeentelijk gezag.

  • 5. De directeur rekenkamer is geen ambtenaar in de zin van het CAR/HAR noch is op hem enige ambtelijke rechtspositionele regeling van toepassing.

  • 6. Alvorens zijn functie te aanvaarden legt de directeur rekenkamer in handen van de voorzitter van de gemeenteraad de volgende eed (verklaring en belofte) af:

    • “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot directeur van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

    • Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

    • Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als directeur van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen.

    • Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”

  • 7. Ten minste drie maanden voorafgaande aan de afloop van de onder het eerste lid genoemde benoemingsperiode beslist de raad of tot herbenoeming van de directeur rekenkamer zal worden overgegaan.

Artikel 4 Vergoeding voor de werkzaamheden van de directeur rekenkamer
  • 1. De directeur van de rekenkamer ontvangt een vergoeding voor zijn werkzaamheden.

  • 2. De hoogte van deze vergoeding wordt bepaald door het bestuur van de stichting.

Artikel 5 Verboden handelingen
  • 1. Het is de directeur rekenkamer verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet.

  • 2. De directeur van de rekenkamer draagt geen bestuursverantwoordelijkheden in de stichting.

  • 3. Behoudens partijen waarmee de stichting of de gemeenteraad een overeenkomst gesloten heeft om invulling te geven aan het directeurschap en de ondersteuning van de rekenkamer, kunnen bedrijven en/of organisaties waarbij de directeur rekenkamer werkzaam en/of bestuurslid of toezichthouder is, geen opdrachten voor de rekenkamer uitvoeren.

  • 4. De directeur rekenkamer legt aan de gemeenteraad elk jaar een lijst over met daarin opgenomen de nevenfuncties die hij op dat moment vervult.

Artikel 6 Einde van het lidmaatschap
  • 1. De directeur wordt door de raad ontslagen:

    • a.

      op eigen verzoek;

    • b.

      bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamer;

    • c.

      wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • d.

      indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.

  • 2. De directeur kan door de gemeenteraad worden ontslagen wanneer hij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat is zijn functie naar behoren te vervullen of wanneer hij de handelingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, verricht. Alvorens tot ontslag wordt overgegaan, wordt de directeur gehoord.

Paragraaf 3 De werkwijze van de rekenkamer

Artikel 7 Onderwerpen voor onderzoek en beslissing tot uitvoeren van onderzoek
  • 1. De onderwerpen van onderzoek worden jaarlijks vóór 1 oktober als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd.

  • 2. De rekenkamer kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • 3. De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamer rechtstreeks ter kennisgeving voorgelegd aan de gemeenteraad.

Artikel 8 Onderzoeksverzoek van de gemeenteraad

Indien de gemeenteraad besluit tot een onderzoeksverzoek aan de rekenkamer, wordt dit verzoek door tussenkomst van de stichting bij de rekenkamer ingediend. De rekenkamer bericht de gemeenteraad door tussenkomst van de stichting binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de gemeenteraad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

Artikel 9 Uitvoering van het onderzoek en rapportage
  • 1. De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2. De rekenkamer beoordeelt of het wenselijk is de gemeenteraad tussentijds te informeren.

  • 3. De rekenkamer is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren mondelinge en schriftelijke informatie in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van het onderzoek. De rekenkamer kan de bevoegdheid tot het inwinnen van informatie mandateren aan de medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. Alle leden van het gemeentebestuur en alle ambtenaren zijn verplicht de gevraagde informatie binnen de door de rekenkamer gestelde termijn te verstrekken.

  • 4. De rapporten van de rekenkamer zijn openbaar. De rekenkamer kan echter rapporten die aan de gemeenteraad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De directeur rekenkamer en de medewerkers, die voor de rekenkamer werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al wat hen in hun hoedanigheid als directeur, respectievelijk medewerker ter ore is gekomen.

  • 5. De rekenkamer kan informatiebijeenkomsten beleggen.

  • 6. De rekenkamer stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het onderzoek aan de rekenkamer kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wiens taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.

  • 7. Na hoor en wederhoor van betrokkenen ten aanzien van het onderzoek zoals bedoeld in lid 6, formuleert de rekenkamer haar conclusies en aanbevelingen in een nota.

  • 8. De rekenkamer stelt het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, zijn zienswijze op de nota aan de rekenkamer kenbaar te maken.

  • 9. Na vaststelling door de rekenkamer wordt de nota met conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk aan de gemeenteraad aangeboden. Hierbij worden de reacties van de betrokkenen en het college van burgemeester en wethouders gevoegd.

Paragraaf 4 De kosten van de rekenkamer

Artikel 10 Budget

De gemeenteraad stelt jaarlijks bij de begroting een bedrag beschikbaar aan de stichting.

Paragraaf 5 De samenwerking

Artikel 11 Aanvullende bepalingen en samenwerkingsafspraken
  • 1. De gemeente richt ten behoeve van de ondersteunende werkzaamheden van de rekenkamer de Stichting Rekenkamer West Twente op.

  • 2. De griffier is namens de raad bestuurder van de stichting. Bij ontstentenis van de griffier treedt de plaatsvervangend griffier op als plaatsvervangend bestuurder.

  • 3. De stichting stelt nadere voorschriften en afspraken ten aanzien van:

    • a.

      De vergoeding van de directeur;

    • b.

      De ambtelijke en externe ondersteuning;

    • c.

      Het budget en de kostenverdeling van de Stichting;

    • d.

      De verantwoording van de stichting aan de raad.

  • 4. De gemeente maakt in een samenwerkingsovereenkomst nadere voorschriften en afspraken ten aanzien van:

    • a.

      de ambtelijke en externe ondersteuning;

    • b.

      de toetreding en uittreding van een gemeente.

Paragraaf 6 Slotbepalingen

Artikel 12 Citeertitel; inwerkingtreding
  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Rekenkamer West Twente.

  • 2. Zij treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking. Op dat tijdstip vervalt de Verordening op de Rekenkamer 2006 (rb. van 27 april 2006, nr. 054167).

Ondertekening

De raad voornoemd,
De griffier, de voorzitter,