Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Westerveld 2012

Geldend van 25-04-2012 t/m heden

Intitulé

Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Westerveld 2012

HOOFDSTUK 1.

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    markt: de door het college of een organisator ingestelde warenmarkt, niet zijnde een evenement;

  • b.

    standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

  • c.

    vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;

  • d.

    dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;

  • e.

    vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;

  • f.

    marktorganisatievergunning: een vergunning tot het organiseren van een markt;

  • g.

    organisator: de rechtspersoon waaraan het college een marktorganisatievergunning heeft verleend;

  • h.

    standplaatshouder: degene die een standplaats inneemt op een markt;

  • i.

    wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats;

  • j.

    anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats;

  • k.

    marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college;

  • l.

    college: het college van burgemeester en wethouders

Artikel 2 Dag, tijd en plaats van de markt
  • 1. De door het college ingestelde markten vinden plaats op de volgende dagen, tijden en locaties:

    • -

      dinsdag van 08.00 uur tot 12.30 uur op de Brink in Dwingeloo;

    • -

      woensdag van 08.00 uur tot 12.30 uur op het Piet Soerplein in Havelte;

    • -

      donderdag van 08.00 uur tot 12.30 uur op het Lesturgeonplein in Vledder.

  • 2. Jaarlijks mogen maximaal drie marktorganisatievergunningen worden afgegeven waaronder:

    • -

      tweewekelijks de biologische markt op zaterdag in de even weken van 11.00 tot 17.00 uur voor de Koloniehof in Frederiksoord;

    • -

      de boerenweekmarkt voor de verkoop van regionale en ambachtelijke producten op zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur aan de Dieversluis in Dieverbrug.

  • 3. Het college kan op grond van dringende redenen, in afwijking van het eerste en tweede lid, bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden:

    • a.

      op een andere dag;

    • b.

      op een andere tijd;

    • c.

      op een andere plaats.

  • 4. Het college is bevoegd te bepalen, dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag indien de in het eerste lid bedoelde dag samenvalt met een van de in artikel 2, lid 1, onder b van de Winkeltijdenwet genoemde dagen.

Artikel 3. Inrichting van de markt; branche-indeling

Het college kan voor de markt vaststellen:

  • a.

    het maximaal aantal standplaatsen;

  • b.

    de afmetingen van de standplaatsen;

  • c.

    de opstelling en indeling van de markt;

  • d.

    een lijst met artikelengroepen of branches;

  • e.

    een maximumaantal standplaatsen per branche.

Artikel 4. Nadere regels

Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

Artikel 5. Voorschriften en beperkingen
  • 1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  • 2. De (rechts)persoon waaraan krachtens deze verordening een vergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

HOOFDSTUK 2.

BEPALINGEN OVER HET AANVRAGEN EN VERLENEN VAN DE INDIVIDUELE VERGUNNING

Artikel 6. Standplaatsvergunning

Het is verboden een standplaats op een door het college georganiseerde markt in te nemen zonder vergunning van het college.

Artikel 7. Vereisten

Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en het Hoofdbedrijfschap Detailhandel te Den Haag en een bedrijfsongevallen/WA-verzekering heeft afgesloten.

Artikel 8. Vergunning voor onbepaalde tijd

Een krachtens dit hoofdstuk van deze verordening verleende vergunning geldt voor onbepaalde tijd.

Artikel 9. Intrekking vaste standplaatsvergunning
  • 1. Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:

    • a.

      op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;

    • b.

      bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 7 van het Marktreglement Westerveld 2012 de vergunning wordt overgeschreven.

  • 2. Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken:

    • a.

      indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 7 genoemde vereisten.

  • 3. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 7 van het Marktreglement Westerveld 2012 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.

HOOFDSTUK 3.

VERGUNNING TOT HET ORGANISEREN VAN EEN MARKT

Artikel 10. Marktorganisatievergunning
  • 1. Het is verboden zonder een marktorganisatievergunning van het college een markt te organiseren.

  • 2. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 11. Vereisten vergunning
  • 1. Een vergunning tot het organiseren van een markt wordt uitsluitend verleend aan een rechtspersoon.

  • 2. De te organiseren markt dient zich te onderscheiden van de gemeentelijke weekmarkten in het aanbieden van de producten en/of standplaatshouders.

Artikel 12. Aanvraag vergunning

Een aanvraag voor een marktorganisatievergunning bevat een tekening en/of plattegrond en een door het bestuur van een rechtspersoon vast te stellen plan dat waarborgt dat de markt op een veilige wijze wordt georganiseerd en waarin in ieder geval wordt ingegaan op:

  • a.

    de wijze waarop de organisatie van de markt is geregeld;

  • b.

    de eisen waaraan de standplaatshouders moeten voldoen;

  • c.

    de wijze waarop de standplaatsen worden toegewezen;

  • d.

    de wijze waarop het toezicht op de veiligheid van de bezoekers aan de markt is geregeld;

  • e.

    de afspraken met de hulpverleningsdiensten;

  • f.

    de wijze waarop het afval van de markt wordt ingezameld;

  • g.

    de parkeermogelijkheden voor standhouders en publiek;

  • h.

    toestemming van de eigenaar van de grond waar de markt wordt gehouden indien dit niet de gemeente of de organisator is;

  • h.

    de wijze waarop de informatievoorziening aan omwonenden is geregeld;

  • i.

    de namen van de personen die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse gang van zaken op de markt.

Artikel 13. Beoordeling aanvraag marktorganisatievergunning
  • 1. Het college rangschikt de aanvragen voor vergunningverlening waarbij een vergunningaanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate de aanvraag naar het oordeel van het college een grotere bijdrage levert aan de belangen die deze verordening beschermd. Daarbij betrekt het college in ieder geval de mate waarin de continuïteit, kwaliteit en doelmatigheid van de organisatie van de markt is gewaarborgd.

  • 2. Volgens de rangschikking, bedoeld in het tweede lid, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor een vergunning in aanmerking.

  • 3. Indien het college gerede twijfel heeft ten aanzien van de integriteit van de hoogst gerangschikte aanvrager, kan het college de aanvrager verzoeken een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen te overleggen, of indien het een buitenlandse rechtspersoon betreft, een document dat ten minste gelijkwaardig is. Indien een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen dan wel een vergelijkbaar document niet kan worden overlegd, kan het college besluiten de vergunning niet te verlenen.

  • 4. Indien de vergunningaanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals genoemd in de artikelen 11 en 12, kan het college besluiten de vergunning niet te verlenen.

  • 5. Indien er voor een locatie al een vergunning is verleend aan een andere rechtspersoon dan de aanvrager en de duur van deze vergunning nog niet is verstreken, of het in artikel 2, lid 2 maximaal te verlenen aantal marktorganisatievergunningen is verleend, dan weigert het college de vergunningaanvraag.

Artikel 14. Intrekking marktorganisatievergunning
  • 1. Het college trekt een marktorganisatievergunning in op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder.

  • 2. Het college kan een marktorganisatievergunning intrekken indien:

    • a.

      ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in de artikelen 11 en 12 genoemde vereisten;

    • c.

      op grond van verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging moet worden ingevoerd in het belang van een goede organisatie van de markt;

    • d.

      de vergunninghouder het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt.

Artikel 15. Vergunning voor bepaalde tijd

Een krachtens deze verordening verleende marktorganisatievergunning geldt voor de duur van één jaar.

HOOFDSTUK 4.

STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 16. Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 9 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:

  • a.

    het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;

  • b.

    zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of

  • c.

    niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

Artikel 17. Onmiddellijke verwijdering vergunninghouder

Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij:

  • a.

    het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;

  • b.

    zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog.

Artikel 18. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 19. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 20. Intrekking oude regeling

De Marktverordening Westerveld 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 21. Overgangsbepalingen
  • 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Marktverordening Westerveld 2005 of haar voorgangers gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening Westerveld 2005 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

Artikel 23. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening Westerveld 2012.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 3 april 2012.

De voorzitter, De griffier,