Verordening op de speelautomatenhallen Doetinchem

Geldend van 15-09-2010 t/m heden

Intitulé

Verordening op de speelautomatenhallen Doetinchem

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. de wet: de Wet op de kansspelen;

b. Speelautomatenbesluit: het bij KB van 23 mei 2000 Stb 224 vastgestelde Speelautomatenbesluit 2000;

c. speelautomaat: een toestel, als omschreven in artikel 30, onder a, van de wet zijnde een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder

begrepen het recht om gratis verder te spelen;

d. behendigheidsautomaat: een speelautomaat, als bedoeld in artikel 30, onder b, vande wet zijnde een speelautomaat waarvan:

1. het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen, en

2. het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt;

e. kansspelautomaat: een speelautomaat, als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet zijnde een automaat die geen behendigheidsautomaat is.

f. speelautomatenhal: een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de wet zijnde een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder c, van de wet;

g. ondernemer/exploitant:

1. de natuurlijke persoon die de speelautomatenhal exploiteert;

2. de rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

h. vergunninghouder:

1. de ondernemer als bedoeld onder g., punt 1;

2. de natuurlijke persoon of natuurlijke personen die de ondernemer als bedoeld onder g., punt 2, in rechte vertegenwoordigt of vertegenwoordigen;

i. bedrijfsleider:

1. de vergunninghouder alsmede;

2. degene die door de vergunninghouder is aangesteld en belast is met de algemene leiding in de speelautomatenhal;

j. beheerder: degene, die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;

k. openbare weg conform de Wegenverkeerswet ’94: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

Artikel 2 Verbodsbepalingen

  • 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.

  • 2. Het is verboden een speelautomatenhal voor het publiek geopend te hebben zonder dat tenminste één van de op de vergunning vermelde personen, in de speelautomatenhal aanwezig is.

Artikel 3 Vergunning

  • 1. De burgemeester kan voor maximaal één speelautomatenhal een vergunning verlenen.

  • 2. In een speelautomatenhal mogen een maximaal aantal speelautomaten aanwezig zijn. Dit maximum aantal wordt in de beleidsregels geregeld.

  • 3. De vergunning voor een speelautomatenhal is behoudens het bepaalde in artikel 7 eerste lid, niet overdraagbaar.

  • 4. Een vergunning voor een speelautomatenhal kan uitsluitend worden verleend voor een speelautomatenhal gevestigd in het gebied, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart.

  • 5. De burgemeester kan een vergunning verlenen voor maximaal 5 jaar.

Artikel 4 Vergunningaanvraag

  • 1. Een vergunning dient te worden aangevraagd onder overlegging van in ieder geval de volgendegegevens:

    • a.

      een ondernemingsplan, met inbegrip van stukken, waaruit blijkt welk bedrag met de totale investering is gemoeid, dat deze met voldoende zekerheden is afgedekt met een of meerdere financieringen en wie de financier(s) is (zijn), dan wel dat de totale investering uit eigen middelen kan worden gefinancierd;

    • b.

      een plan waarin de aanvrager van de vergunning aangeeft op welke wijze concreet gokverslaving zal worden voorkomen en bestreden;

    • c.

      een plan waarin de aanvrager van de vergunning aangeeft welke maatregelen worden genomen om de invloed van de speelautomatenhal op de directe omgeving te ondervangen;

    • d.

      een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, evenals een opstellingsplan (plattegrond), waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welke aantallen kansspelautomaten, behendigheidsautomaten en vermaakspelen worden opgesteld

    • e.

      een verklaring of bewijsstuk waaruit blijkt dat de aanvrager van de vergunning gerechtigd is of zal zijn over de ruimte waarin de speelautomatenhal zal worden gevestigd, te beschikken;

    • f.

      een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;

    • g.

      bescheiden waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, sub a gestelde eisen;

    • h.

      een bewijsstuk waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, sub b gestelde eis;

    • i.

      een verklaring omtrent het gedrag en een fotokopie van een geldig legitimatiebewijs van: de ondernemer, dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de bij te voegen statuten vertegenwoordigt (vertegenwoordigen); de bedrijfsleider(s); de beheerder(s);

    • j.

      een bewijs van lidmaatschap van de VAN Speelautomaten brancheorganisatie of een bewijs dat voldaan wordt aan de lidmaatschapsvoorwaarden die door de VAN Speelautomaten brancheorganisatie gesteld worden;

    • k.

      een bewijs, waaruit blijkt, dat de ondernemer in de eerste periode van twaalf maanden van de exploitatie van de speelautomatenhal een KEMA-keurcertificaat verkrijgt.

  • 2. De burgemeester stelt ten aanzien van de aanvraag, het indienen daarvan, de gegevens die daarbij overgelegd dienen te worden, de wijze van behandeling van de aanvraag en de toetsing daarvan aan de bepalingen van de verordening nadere eisen of regels.

  • 3. Indien de vergunningaanvraag niet voldoet aan de in de voorgaande leden gestelde eisen, wordt de aanvrager van de vergunning in de gelegenheid gesteld binnen twee weken, nadat hem dit is meegedeeld, de aanvraag aan te vullen of te verbeteren.

  • 4. Indien de aanvrager van de vergunning van de in het vorige lid bedoelde gelegenheid geen gebruik maakt, kan de burgemeester de aanvrager in zijn aanvraag niet-ontvankelijk verklaren.

Artikel 5 Beslistermijn

  • 1. De burgemeester zal ten aanzien van de aanvragers van de vergunning op grond van de Wet BIBOB een aanvraag tot een BIBOB toets doen. De aanvraag voor een BIBOB toets zal bij het Bureau BIBOB worden ingediend zodra de aanvraag voor een vergunning voor een speelautomatenhal met bijbehorende bescheiden ontvangen is.

  • 2. De burgemeester besluit op een aanvraag voor een speelautomatenhal binnen twaalf weken na de datum waarop van het bureau BIBOB een advies over de aanvraag van de vergunning is verkregen.

  • 3. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd. Van zijn daartoe strekkend besluit doet de burgemeester voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk mededeling aan de aanvrager.

  • 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing voor de artikelen in deze verordening.

Artikel 6 Tenaamstelling en locatie

  • 1. De vergunning is persoonsgebonden.

  • 2. De vergunning kan uitsluitend ten name van de vergunninghouder worden gesteld.

  • 3. In de vergunning wordt de naam van de bedrijfsleider(s) en de beheerder(s) vermeld.

  • 4. Indien een overeenkomstig het tweede lid vermelde bedrijfsleider of beheerder de hoedanigheid van bedrijfsleider, respectievelijk beheerder heeft verloren, dient de ondernemer dit binnen twee weken schriftelijk ter kennis van de burgemeester te brengen.

  • 5. Bij het optreden van een andere persoon als bedrijfsleider of beheerder dan op de vergunning staat vermeld dient de ondernemer binnen twee weken, nadat dat optreden een aanvang heeft genomen, onder overlegging van de in artikel 4, eerste lid, sub g, h en i genoemde bescheiden, een verzoek tot wijziging van de vergunning in te dienen bij de burgemeester.

  • 6. De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag voor een nieuwe of gewijzigde vergunning voor het vestigen, dan wel exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden dan wel indien geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het derde lid.

  • 7. De vergunning geldt uitsluitend voor de locatie waarvoor deze is verleend en geeft geen recht tot exploitatie van een speelautomatenhal elders in de gemeente.

Artikel 7 Verandering of overlijden van de vergunninghouder

  • 1. Indien een vergunninghouder komt te overlijden vervalt de vergunning van rechtswege tenzij voortzetting van de exploitatie wordt beoogd door diens algemene rechtsopvolger(s) en deze binnen drie weken na overlijden van de vergunninghouder een verzoek tot wijziging van de vergunning bij de burgemeester heeft (hebben) ingediend.

  • 2. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning.

  • 3. In alle andere gevallen van verandering van ondernemer vervalt de vergunning van rechtswege.

Artikel 8 Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    De burgemeester verbindt aan de vergunning voorschriften en beperkingen, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen in elk geval betrekking hebben op:

    • a.

      de geldigheidsduur van de vergunning, onverminderd het bepaalde in artikel 3, vijfde lid;

    • b.

      de leiding en het toezicht in de speelautomatenhal;

    • c.

      het toegangsregime en de toegangsregistratie in de speelautomatenhal;

    • d.

      de openings- en sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    • e.

      het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld, onverminderd het bepaalde in artikel 3, tweede lid;

    • f.

      de exploitatie van de speelautomatenhal;

    • g.

      werving en reclame;

    • h.

      het voorkomen van overlast;

    • i.

      het voorkomen en bestrijden van gokverslaving het bestrijden van schulden.

  • 3.

    Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat:

    • a.

      alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan (rechts)personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h, eerste lid van de wet bedoelde vergunning;

    • b.

      Het de vergunninghouder verboden is personen toegang te verlenen tot de speelautomatenhal die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt;

    • c.

      Het de vergunninghouder verboden is personen toegang te verlenen tot de speelautomatenhal waarvan niet op deugdelijke wijze is vastgesteld dat deze leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt.

    • d.

      Het de vergunninghouder verboden is alcohol te schenken

    • e.

      Het de vergunninghouder verboden is om, om niet dranken en etenswaren aan bezoekers te serveren.

Artikel 9 Weigering vergunning

  • 1. De vergunning wordt in ieder geval geweigerd indien:

  • 1. de speelautomatenhal, waarop de aanvraag om een vergunning betrekking heeft, zal worden gevestigd buiten het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied;

  • 2. ten gevolge van de vestiging van de speelautomatenhal, waarop het verzoek om vergunning betrekking heeft, meer dan één speelautomatenhal in het hiervoor aangewezen gebied gevestigd wordt;

  • 3. de speelautomatenhal niet rechtstreeks toegankelijk is voor het publiek vanaf de openbare weg;

  • 4. de bedrijfsleider(s) en beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet hebben bereikt;

  • 5. de aanvrager(s) van de vergunning of de in de aanvraag vermelde bedrijfsleider(s) of beheerder(s) niet voldoen aan de krachtens artikel 30d vierde lid onder a van de wet gestelde eisen;

  • 6. de in de aanvraag vermelde bedrijfsleider(s) en beheerder(s) niet voldoen aan de krachtens artikel 30d vierde lid onder b van de wet gestelde eisen;

  • 7. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester: de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van straat of buurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

  • 8. er gegronde vrees is dat het verlenen van de vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

  • 9. niet wordt voldaan aan de lidmaatschapsvoorwaarden van de speelautomatenbranche (VAN);

  • 10. de vestiging of exploitatie van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan dan wel andere ruimtelijke plannen;

  • 11. bij het indienen van de aanvraag één of meer van de in artikel 4 bedoelde gegevens niet zijn overgelegd, dan wel niet voldoen aan de daaraan gestelde of te stellen eisen;

  • 2. De vergunning kan worden geweigerd op basis van het advies van het Bureau BIBOB over de aanvraag.

Artikel 10 Intrekking vergunning

  • 1. De burgemeester trekt de vergunning in:

    • a.

      indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

    • b.

      indien voor de speelautomatenhal niet de vergunning van kracht is, die ingevolge de voor die inrichting geldende bepalingen is vereist;

    • c.

      niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid onder a van de wet geldende eisen;

    • d.

      in de gevallen bedoeld in artikel 30f, tweede lid van de wet;

    • e.

      indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

    • f.

      indien gehandeld wordt in strijd met deze verordening;

  • 2. De burgemeester kan de vergunning intrekken

    • a.

      indien de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;

    • b.

      indien niet binnen 12 maanden wordt voldaan aan de KEMA-criteria, of niet meer wordt voldaan aan de KEMA-criteria en aan de erkenningsvoorwaarden van de speelautomatenbranche (VAN).

Artikel 11 Strafbepalingen, opsporing en toezicht

  • 1. Overtreding van het bepaalde in deze verordening of van de voorschriften verbonden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning – voor zover niet strafbaar gesteld in artikel 31 van de wet - wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  • 2. De opsporing van de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten is aan de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren opgedragen.

  • 3. Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde is, behalve aan de in het tweede lid genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door de burgemeester daartoe zijn aangewezen.

  • 4. Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften of beperkingen of belast zijn met de uitvoering van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, zijn onverminderd het bepaalde in de Algemene wet op het binnentreden, bevoegd tot het binnentreden van de speelautomatenhal zonder toestemming van de ondernemer.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van bekendmaking.

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening op de speelautomatenhallen Doetinchem 2009.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Doetinchem 12 november 2009,
De raad voornoemd,
De griffier, de voorzitter,

Toelichting Verordening speelautomatenhallen Doetinchem 2009

Amendement Speelautomalenhallenverordening Doetinchem 2009

Beleidsregels Speelautomatenhallenverordening Doetinchem 2009