LANDSVERORDENING van de 8ste september 1976, houdende voorschriften betreffende de grondslagen van de ruimtelijke ontwikkelingsplanning en tot wijziging van de Onteigeningsverordening (P.B. 1960, 161)

Geldend van 10-10-2010 t/m heden

Intitulé

LANDSVERORDENING van de 8ste september 1976, houdende voorschriften betreffende de grondslagen van de ruimtelijke ontwikkelingsplanning en tot wijziging van de Onteigeningsverordening (P.B. 1960, 161)

HOOFDSTUK I Definities

Artikel 1
  • 1. Deze landsverordening verstaat onder:

    "Minister":

    de Minister van Welvaartszorg;

    "Planbureau":

    het Planbureau Ontwikkelingsplanning Nederlandse Antillen, bedoeld in artikel 15;

    "Commissie":

    de Coördinatiecommissie Ontwikkelingsplanning, bedoeld in artikel 16;

    "bouwen":

    het oprichten of het geheel of voor een gedeelte vernieuwen van woningen of andere gebouwen.

  • 2. Onder "grond" verstaat deze landsverordening mede de inhammen, wateren en baaien binnen de kustlijn.

HOOFDSTUK II Ontwikkelingsbeleid van de regering

Artikel 2
  • 1. De Minister doet het nodige ter voorbereiding van een samenhangend en duurzaam regeringsbeleid voor de ontwikkeling van het gebied der Nederlandse Antillen. Daartoe doet hij een geregeld onderzoek verrichten. De uitkomsten hiervan worden, voorzover het algemeen belang zulks toelaat, gepubliceerd.

  • 2. De Minister pleegt terzake bij voortduring overleg met de bestuurscolleges der eilandgebieden.

Artikel 3

Het in artikel 2 bedoelde regeringsbeleid richt zich op de volgende algemene doelstellingen:

  • a.

    alle eilandgebieden dienen met inachtneming van hun natuurlijke omstandigheden zo volledig mogelijk deel te hebben aan de groei van de welvaart en aan de sociale en culturele ontplooiing van de Nederlandse Antillen;

  • b.

    er dient een zo gunstig mogelijk evenwicht te worden bewaard tussen de beschikbare ruimte en de daarop te bevorderen ontwikkeling, mede in het licht van de bevolkingsgroei waartoe deze zal leiden;

  • c.

    de ruimtelijke voorwaarden dienen te worden geschapen voor het behoud van een gezond leefmilieu, onder meer door het veiligstellen van natuur- en recreatieruimte in overeenstemming met de toekomstige omvang van de bevolking, alsmede door het zuiver houden van water, bodem en lucht;

  • d.

    het beschikbaar komen van woonruimte en van de bijbehorende sociale en culturele voorzieningen dient zoveel mogelijk gelijke tred te houden met de groei van de bevolking en de uitvoering van de ontwikkelingsprojecten;

  • e.

    er dienen tijdig maatregelen te worden genomen voor het aanpassen van de bestaande bebouwingskernen aan de nieuwe ontwikkeling en voor het verbeteren van onvoldoende woningtoestanden.

Artikel 4
  • 1. Het regeringsbeleid wordt, telkens voor een termijn van ten hoogste 10 jaren, samengevat in een na overleg met de bestuurscolleges van de eilandgebieden bij landsbesluit vast te stellen ontwikkelingsprogramma.

  • 2. Dit programma geeft een beeld van de op langere termijn na te streven economische en sociaal-culturele ontwikkeling, voor zover van belang voor en passend in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling, alsmede van de maatregelen waarmede de regering zich voorstelt deze doeleinden te bevorderen.

  • 3. Het ontwikkelingsprogramma dient als algemeen kader voor meerjarenplannen en andere uitvoeringsprojecten. Het geeft voor zover mogelijk de fasen aan, waarin de uitvoering bij voorkeur dient te geschieden.

Artikel 5
  • 1. Het ontwikkelingsprogramma wordt onder leiding van de Minister voorbereid door het Planbureau.

  • 2. Alvorens het ontwikkelingsprogramma wordt vastgesteld, wordt het voorgelegd aan de bestuurscolleges van de eilandgebieden, de Sociaal-Economische Raad en de Commissie voor het uitbrengen van advies.

  • 3. Het vastgestelde ontwikkelingsprogramma en de ingevolge het tweede lid uitgebrachte adviezen worden overgelegd aan de Staten der Nederlandse Antillen en aan de bestuurscolleges van de eilandgebieden. Het programma wordt zo spoedig mogelijk in zijn geheel in een of meer nieuwsbladen bekendgemaakt en voor zover mogelijk in druk algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 6
  • 1. Het ontwikkelingsprogramma wordt naar behoefte, doch in ieder geval tenminste eenmaal in de 5 jaren herzien.

  • 2. Ten aanzien van deze herziening zijn de vorenstaande artikelen van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK III Ontwikkelingsplannen van de eilandgebieden

Artikel 7
  • 1. Met inachtneming van bij eilandsverordening te stellen regelen stellen de eilandsraden voor hun eilandgebied een of meer ontwikkelingsplannen vast, waarin de op langere termijn na te streven ontwikkeling van het daarin begrepen gebied wordt aangegeven. Bij deze plannen houden zij rekening met de algemene doelstellingen, vermeld in artikel 3, en, indien een ontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 4 is vastgesteld, met het ontwikkelingsprogramma.

  • 2. Een ontwikkelingsplan wordt bij eilandsverordening vastgesteld en bestaat uit:

    • a.

      een samenvattend programma in hoofdlijnen, daaronder begrepen een toelichting van de doelstellingen, beleidsaspecten en richtlijnen waarop het ontwikkelingsplan steunt;

    • b.

      een of meer kaarten (tekeningen) waarop de ontwikkeling wordt uitgebeeld, of welke de doeleinden, beleidsaspecten of richtlijnen van het ontwikkelingsplan toont;

    • c.

      zo nodig, bestemmingsvoorschriften als bedoeld in artikel 9;

    • d.

      een toelichting, tevens inhoudend een verslag van het aan het plan ten grondslag liggende onderzoek.

Artikel 8
  • 1. Het ontwikkelingsplan dient als algemeen kader voor de meerjarenplannen en andere uitvoeringsprojecten.

  • 2. Het geeft voor zover mogelijk de fasen aan, waarin de uitvoering bij voorkeur dient te geschieden.

  • 3. Telkens als de omstandigheden zulks vereisen, en tenminste eenmaal in de 5 jaren, wordt het ontwikkelingsplan herzien, en stelt de eilandsraad een verslag vast betreffende de algemene vooruitgang welke is gemaakt ten aanzien van de verwezenlijking van de doelstellingen, beleidsaspecten en richtlijnen van het plan, de gedeelten van het plan welke nog geldig en van kracht zijn, alsmede de gedeelten welke herziening behoeven, tezamen met de aanbevolen herziening daarvan.

  • 4. Ten aanzien van deze herziening zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9
  • 1. De eilandsraad kan in het ontwikkelingsplan bestemmingsvoorschriften opnemen voor in het plan begrepen grond.

  • 2. Deze voorschriften worden vervat in een of meer afzonderlijke bestemmingskaarten met bijbehorende bepalingen.

  • 3. Met inachtneming van de bij de in artikel 7, eerste lid, bedoelde eilandsverordening te stellen regelen, kunnen de bestemmingsvoorschriften beperkingen inhouden ten aanzien van het bouwen, het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden in, op of boven de daarin begrepen grond en van het gebruik van die grond en de zich daarop bevindende opstallen.

Artikel 10

Ten aanzien van beschermde stads- en dorpsgezichten als bedoeld in artikel 1 van de Monumentenlandsverordening kunnen de bestemmingsvoorschriften volgens regelen bij de in artikel 7, eerste lid, bedoelde eilandsverordening te stellen, beperkingen inhouden ten aanzien van het bouwen en slopen en het uitvoeren van andere wijzigingen in het uiterlijk aanzien van de daarin begrepen stads- en dorpsgedeelten.

Artikel 11

In het belang van een goede uitvoering van het ontwikkelingsplan kan de eilandsraad in de bestemmingsvoorschriften bindende regelen opnemen omtrent de volgorde, waarin met de verwerkelijking van bepaaldelijk aangeduide onderdelen van het plan een aanvang mag worden gemaakt.

Artikel 12
  • 1. Met inachtneming van de bij de in artikel 7, eerste lid, bedoelde eilandsverordening te stellen regelen, kan het bestuurscollege verklaren, dat een ontwikkelingsplan met bestemmingsvoorschriften in voorbereiding is. Een zodanig besluit van het bestuurscollege, hierna aan te duiden als voorbereidingsbesluit, wordt na de vaststelling onverwijld medegedeeld aan de eilandsraad.

  • 2. Het bepaalde in artikel 9, derde lid, en in artikel 10, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op het voorbereidingsbesluit.

Artikel 13
  • 1. Onder de regelen, bedoeld in de artikelen 9 en 10, mogen niet ontbreken voorschriften met betrekking tot:

    • a.

      tijdige bekendmaking in een of meer ter plaatse verspreid wordende nieuwsbladen of op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze en terinzagelegging van het ontwerp van het plan, tijdige kennisgeving van die bekendmaking en terinzagelegging aan de belanghebbenden in persoon en gelegenheid voor belanghebbenden tot het indienen van bezwaren bij de eilandsraad;

    • b.

      mogelijkheid voor het bestuurscollege tot het verlenen van vrijstelling van bepaaldelijk aangeduide bestemmingsvoorschriften in bij het plan te bepalen gevallen en onder daarbij te bepalen voorwaarden;

    • c.

      bevoegdheid van belanghebbenden tot het behouden van aanwezige opstallen en het voortzetten van bestaand gebruik van grond of de opstallen in strijd met de bestemmingsvoorschriften, een en ander naar de toestand op het tijdstip waarop het ontwerp van het plan, onderscheidenlijk het voorbereidingsbesluit ter inzage werd gelegd.

  • 2. Indien belanghebbenden tengevolge van de bestemmingsvoorschriften werkelijk schade lijden, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te hunnen lasten behoort te komen, en een minnelijke regeling terzake de verschuldigde schadevergoeding niet kan worden bereikt, wordt uit eilandskas een door de rechter naar billijkheid te bepalen vergoeding aan de belanghebbenden betaald. Voor de toepassing van dit artikellid worden niet onder bestemmingsvoorschriften begrepen:

    • a.

      de volgorde van verwerkelijking van het ontwikkelingsplan;

    • b.

      de indeling van het wegennet of de kavelindeling;

    • c.

      het aantal, de plaatsing, de afmetingen of het uiterlijk van de op te richten gebouwen.

  • 3. Voor belanghebbenden die bij de eilandsraad tijdig bezwaren hebben ingediend tegen het ontwerp van de bestemmingsvoorschriften, staat tegen de beschikking van de eilandsraad binnen zes weken na de dag waarop deze is gegeven, beroep open bij het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen.

Artikel 14
  • 1. Bij eilandsverordening kunnen regelen worden vastgesteld omtrent de medewerking van het eilandgebied bij het bouwrijp maken van grond.

  • 2. Deze regelen kunnen de medewerking onder meer afhankelijk stellen van:

    • a.

      kosteloze overdracht aan het eilandgebied van de nodige gronden voor de aanleg van wegen en andere openbare voorzieningen;

    • b.

      betaling van het aandeel in de kosten van wegaanleg en van andere openbare voorzieningen, dat op het daardoor ontsloten bouwterrein behoort te drukken.

HOOFDSTUK IV Organen ten behoeve van de uitvoering

Artikel 15
  • 1. Er is een Planbureau Ontwikkelingsplanning Nederlandse Antillen, dat tot taak heeft om op bij landsbesluit aan te geven wijze;

    • a.

      de Minister bij te staan in zijn in artikel 2 omschreven taak;

    • b.

      onderzoek te verrichten en adviezen te verstrekken ten behoeve van de ontwikkelingsplanning in het belang van en passend in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling;

    • c.

      werkzaam te zijn ten behoeve van het algemene toezicht op de naleving van deze landsverordening en van het in artikel 4, eerste lid, bedoelde landsbesluit.

  • 2. Het in de aanhef van het voorgaande lid bedoelde landsbesluit geeft regels over de inrichting van het Planbureau.

  • 3. Door of vanwege de bestuurscolleges worden aan de minister alle inlichtingen verstrekt die hij voor een goede uitvoering van deze landsverordening nodig acht.

  • 4. Het Planbureau verstrekt aan de organen en diensten van de eilandgebieden alle inlichtingen die zij voor een goede uitvoering van de bij of krachtens deze landsverordening vastgestelde bepalingen nodig achten.

Artikel 16
  • 1. Er is een Coördinatiecommissie Ontwikkelingsplanning welke tot taak heeft de samenhang en gerichtheid van het regeringsbeleid voor de ontwikkeling van het gebied der Nederlandse Antillen, voor zover van belang voor en passend in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling, te bevorderen.

  • 2. Het secretariaat van de Commissie berust bij het Planbureau.

  • 3. Bij landsbesluit worden voorschriften gegeven omtrent de samenstelling en werkwijze van de Commissie. In de Commissie heeft voor ieder eilandgebied een door het bestuurscollege aan te wijzen vertegenwoordiger zitting.

Artikel 17

Op verzoek van het desbetreffende bestuurscollege kan het Planbureau een eilandgebied bijstand verlenen op het gebied van de ontwikkelingsplannen.

HOOFDSTUK V Slotbepalingen

Artikel 18

[wijzigt de Onteigeningsverordening]

Artikel 19

Deze landsverordening kan worden aangehaald als "Landsverordening grondslagen ruimtelijke ontwikkelingsplanning".

Artikel 20
  • 1. Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip, hetwelk voor verschillende onderdelen van de landsverordening en voor verschillende eilandgebieden verschillend kan zijn, met dien verstande dat de inwerkingtreding ten aanzien van enig eilandgebied niet zal plaatsvinden dan nadat daarover overeenstemming is bereikt met het bestuurscollege van het betrokken eilandgebied.

  • 2. De inwerkingtreding van de artikelen 4 tot en met 6 wordt niet vroeger gesteld dan 5 jaren na die van de overige onderdelen van de landsverordening.