Verordening Rekenkamercommissie gemeente Horst aan de Maas 2010

Geldend van 24-03-2010 t/m heden

Intitulé

Verordening Rekenkamercommissie gemeente Horst aan de Maas 2010

Bijlage van gemeenteblad 2010, no. 46;

De raad van de gemeente Horst aan de Maas;

gezien het voorstel van het presidium van 2 maart 2010, gemeenteblad 2010, no.46;

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende

Verordeningrekenkamercommissie gemeente Horst aan de Maas 2010

1. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • A.

    Rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan;

  • B.

    doelmatigheid of efficiency: het streven om met een zo beperkt mogelijk inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken;

  • C.

    doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken;

2. TAAK SAMENSTELLING EN LIDMAATSCHAP VAN DE REKENKAMERCOMMISSIE

Artikel 2.1 Taak van de commissie
  • 1. Er is een gemeentelijke Rekenkamercommissie.

  • 2. De Rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid, van het gemeentelijke beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd.

Artikel 2.2 Samenstelling Rekenkamercommissie
  • 1. De Rekenkamercommissie bestaat uit drie leden die door de raad van buiten de kring van zijn leden

    worden aangewezen op voordracht van het presidium voor een periode van 4 jaar; deze leden kunnen

    door de raad op voordracht van de Rekenkamercommissie een keer worden herbenoemd voor een gelijke

    periode.

  • 2. De leden leggen, alvorens zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af:

    “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd.

    Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen.

    Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen.

    Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!

    (Dat verklaar en beloof ik!)”

  • 3. Het presidium draagt één van de leden als voorzitter van de rekenkamercommissie

    aan de raad voor. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de

    vergaderingen van de Rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de

    uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige

    besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met de secretaris.

Artikel 2.3 Besluitvorming in de Rekenkamercommissie
  • 1. In vergaderingen van de Rekenkamercommissie wordt besloten bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft.

  • 2. Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

  • 3. Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij twee leden van de Rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig zijn.

Artikel 2.4 Einde van het lidmaatschap
  • 1.

    Het lidmaatschap van een lid eindigt:

    • A.

      op eigen verzoek;

    • B.

      bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Rekenkamercommissie;

    • C.

      wanneer het bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • D.

      indien het bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.

  • 2.

    De leden van de Rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat zijn hun functie naar behoren te vervullen.

Artikel 2.5 Verboden betrekkingen en verboden handelingen.
  • 1.

    Het is de leden van de Rekenkamercommissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de Rekenkamercommissie, een lid van de Rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod van zijn functie ontslaan.

  • 2.

    De leden overleggen aan de Raad jaarlijks een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die zij op dat moment vervullen.

Artikel 2.6 Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de Rekenkamercommissie.
  • 1.

    De leden van de Rekenkamercommissie ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden.

  • 2.

    Jaarlijks wordt de hoogte van de vergoeding door het presidium vastgesteld.

  • 3.

    De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van het budget van de Rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 5.

3. DE WERKWIJZE VAN DE REKENKAMERCOMMISSIE

Artikel 3.1 Reglement van orde

De Rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na de vaststelling ter kennisneming naar de gemeenteraad.

Artikel 3.2 Onderwerpen voor en beslissing tot uitvoeren van onderzoek
  • 1. Suggesties tot het verrichten van een onderzoek kunnen worden gedaan door:

    • a.

      de Rekenkamercommissie;

    • b.

      de gemeenteraad;

    • c.

      het college van burgemeester en wethouders;

    • d.

      commissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet waaraan bestuursbevoegdheden van bet college van burgemeester en wethouders zijn toegekend.

    • e.

      Ingezetenen van de gemeente Horst aan de Maas.

  • 2. De Rekenkamercommissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • 3. De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de Rekenkamercommissie voor overleg en/of ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad.

Artikel 3.3 Criteria voor onderzoeken
  • 1. De volgende criteria dienen door de rekenkamercommissie te worden gehanteerd bij de selectie van de te onderzoeken onderwerpen:

    • a.

      Het betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid of rechtmatigheid van het gevoerde beleid;

    • b.

      Er moet sprake zijn van een substantieel belang;

    • c.

      Het moet door de gemeente te beïnvloeden en al uitgevoerd beleid betreffen;

    • d.

      Er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken;

    • e.

      De resultaten moeten communiceerbaar zijn naar de bevolking.

  • 2. De rekenkamercommissie beargumenteert de te onderzoeken onderwerpen op basis van deze criteria.

  • 3. Als de raad besluit tot een verzoek om een onderzoek aan de rekenkamercommissie dan beargumenteert de raad het verzoek op basis van deze criteria.

Artikel 3.4 Uitvoering van het onderzoek en rapportage
  • 1.

    De Rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2.

    De Rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

  • 3.

    De Rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De Rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de secretaris en de overige medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de Rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4.

    De Rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur kan de Rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de Rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de Rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.

  • 5.

    De Rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  • 6.

    De Rekenkamercommissie stelt betrokkenen ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de Rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De Rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.

  • 7.

    Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten (zie lid 6) formuleert de Rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen in een nota.

  • 8.

    De Rekenkamercommissie stelt het bestuur in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het onderzoek en de nota aan de Rekenkamercommissie kenbaar te maken.

  • 9.

    Na vaststelling door de Rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk, aan de voorzitter van de raad aangeboden. Hierbij worden de ambtelijke en bestuurlijke reacties gevoegd.

  • 10.

    Het presidium doet, na overleg met de rekenkamercommissie, een voorstel tot behandeling van het onderzoeksrapport door de raad.

4. DE ONDERSTEUNING VAN DE REKENKAMERCOMMISSIE

Artikel 4.1 Secretaris en/of onderzoekmedewerkers
  • 1. De Rekenkamercommissie voorziet in overleg met het presidium in haar ondersteuning binnen het haar ter beschikking gesteld budget in artikel 5 van deze verordening.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde ondersteuning kan bestaan uit het aanwijzen van een secretaris van de rekenkamercommissie en/of het aanwijzen van onderzoeksmedewerkers.

  • 3. De secretaris en de onderzoeksmedewerkers leggen met betrekking tot hun taakuitvoering rechtstreeks verantwoording af aan de Rekenkamercommissie .

Artikel 4.2 Onderzoeksmedewerk(st)ers
  • 1.

    De secretaris en de onderzoeksmedewerk(st)ers kunnen, indien de Rekenkamercommissie hen daartoe de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.3, derde lid toekent, alle informatie verzamelen die de Rekenkamercommissie in het belang van het onderzoek nodig acht; zij hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de Rekenkamercommissie.

  • 2.

    De Rekenkamercommissie is tevens bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 5 externe deskundigen in te schakelen. Het hiervoor in lid 1 gestelde is op de externe deskundigen dienovereenkomstig van toepassing.

5. DE KOSTEN VAN DE REKENKAMERCOMMISSIE

Artikel 5 Budget
  • 1.

    De Rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  • 2.

    Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

    • A.

      de vergoedingen die krachtens artikel 2.6 zijn toegekend aan de leden van de Rekenkamercommissie;

    • B.

      de secretaris;

    • C.

      onderzoeksmedewerk(st)ers;

    • D.

      de kosten van externe deskundigen die mogelijk door de Rekenkamercommissie zijn ingeschakeld en

    • E.

      de mogelijke overige uitgaven die de Rekenkamercommissie nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.

6. SLOTBEPALINGEN

Artikel 6.1 Citeertitel; inwerkingtreding
  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Rekenkamercommissie gemeente Horst aan de Maas 2010.

  • 2.

    Binnen twee jaar na vaststelling vindt een evaluatie van de verordening plaats.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking op 17 maart 2010.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 16 maart 2010.
De raad voornoemd,
De wnd. voorzitter, De griffier,
ir. C.H.C. van Rooij mr. R.J.M. Poels