Algemene subsidieverordening gemeente Heeze-Leende 2012

Geldend van 29-12-2011 t/m heden

Intitulé

Algemene subsidieverordening gemeente Heeze-Leende 2012

De raad van de gemeente Heeze-Leende;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 2011, nr. 11.74;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

gehoord het besprokene in het Rondetafelsgesprek d.d. 19 december 2011;

b e s l u i t:

vast te stellen de volgende Algemene subsidieverordening gemeente Heeze-Leende 2012 

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heeze-Leende;b. raad: raad van de gemeente Heeze-Leende;c. jaarlijkse subsidie: subsidie die per kalenderjaar of voor een bepaald aantal kalenderjaren aan een organisatie wordt verstrekt voor een periode van maximaal vier kalenderjaren.d. eenmalige subsidie: subsidie van maximaal € 5.000,- voor eenmalige of nieuwe activiteiten. Eenmalige subsidies van meer dan € 5.000,- worden beschouwd als zijnde een jaarlijkse subsidie. 

Artikel 2 Reikwijdte van deze verordening

  • 1 Voor de volgende beleidsterreinen kan op grond van deze verordening subsidie worden verstrekt: a. algemeen bestuur;b. openbare orde en veiligheid;c. verkeer, vervoer en waterstaat;d. economische zaken;e. onderwijs;f. cultuur en recreatie;g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;h. volksgezondheid en milieu;i. ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 

  • 2 Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten en de verdeling van de subsidie per (deel van het) beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven

Artikel 3 Bevoegdheid college

  • 1 Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 2 Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.

Artikel 4 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1 De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van subsidie¬plafond(s).

  • 2 Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 3 Het college kan - met inachtneming van de ingevolge artikel 2 door de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels, nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.

  • 4 Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

  • 5 Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld dan wel goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

Hoofdstuk 2 AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE

Artikel 5 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

  • 1 De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college.

  • 2 Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens:a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;b. een begroting per kalenderjaar van de inkomsten en uitgaven betreffende de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. c. het bedrag dat als subsidie wordt aangevraagd.d. een overzicht van de te heffen contributies, bijdragen en/of tarieven.e. indien van toepassing, het inschrijfnummer van de Kamer van Koophandel, en de verlies- en winstrekening en balans van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin subsidie wordt aangevraagd.f. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie op grond van art. 4.72 Awb, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 

  • 3 Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van de in het tweede lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.

Artikel 6 Aanvraagtermijn

  • 1 Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk vóór 1 mei in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 2 Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt gedaan tenminste zes weken voor aanvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 3 Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.

Artikel 7 Beslistermijn

  • 1 Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2 Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie uiterlijk binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.

Hoofdstuk 3 WEIGERING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 8 Weigeringsgronden

  • 1 De subsidieverlening dan wel –vaststelling kan naast de in de Awb genoemde gronden worden geweigerd indien naar het oordeel van het college:a. de activiteiten van de aanvrager niet of niet in voldoende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen, of niet of niet in voldoende mate ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen.b. de activiteiten reeds in voldoende mate in de gemeente worden aangeboden.c. de activiteiten niet passen binnen het beleid van de gemeente.d. de activiteiten in voldoende mate uit eigen middelen of uit middelen van derden kunnen worden bekostigd.e. de activiteiten in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde.f. de activiteiten ten doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard. 

  • 2 De subsidieverlening kan voorts tevens worden geweigerd indien de aanvrager de gevraagde gegevens te laat heeft ingediend.

Artikel 9 Wet BIBOB

Het college kan voor subsidies die binnen de reikwijdte van deze verordening vallen bepalen dat de gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Hoofdstuk 4 VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 10 Verlening van de subsidie

  • 1 Een jaarlijkse subsidie wordt in beginsel voor één kalenderjaar verleend. De subsidie kan bij uitzondering, naar het oordeel van het college, voor een periode van maximaal vier kalenderjaren worden verleend, doch telkens onder voorbehoud van vaststelling dan wel goedkeuring van de gemeentebegroting.

  • 2 Een eenmalige subsidie wordt voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaren verleend, doch telkens onder voorbehoud van vaststelling dan wel goedkeuring van de gemeentebegroting.

  • 3 Bij het besluit tot het verlenen van de subsidie geeft het college aan:a. voor welke activiteiten de subsidie wordt verleend.b. voor welke periode de subsidie wordt verleend.c. het bedrag dat maximaal wordt verleend.d. op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt. 

  • 4 Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.

Artikel 11 Betaling en bevoorschotting

  • 1 Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.

  • 2 Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, of de subsidie € 5.000,- of meer bedraagt wordt de subsidie 100% bevoorschot.

  • 3 Indien de subsidie wordt bevoorschot, worden in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van het voorschot bepaald.

Hoofdstuk 5 VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIE-ONTVANGER

Artikel 12 Tussentijdse rapportage

Bij subsidies van € 50.000,- of meer, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.

Artikel 13 Meldingsplicht

De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Artikel 14 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1 De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2 De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon. 

  • 3 De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 6 VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 15 Verantwoording en vaststelling van subsidies tot 5.000,= euro

  • 1 Subsidies tot € 5.000,- worden door het college:a. direct vastgesteld of;b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 

  • 2 Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de subsidieontvanger verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen in welke mate de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en in welke mate is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 16 Verantwoording en vaststelling van subsidies vanaf 5.000,= euro

  • 1 Indien de subsidieverlening € 5.000,- of meer bedraagt dient de subsidieontvanger een verantwoording in bij het college tot vaststelling van de subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar of de kalenderjaren waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2 De verantwoording bevat:a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in welke mate de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of verlies- en winstrekening, op dezelfde wijze opgezet als de bij de aanvraag ingediende begroting) en met een toelichting daarop;c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak, met een toelichting daarop;d. indien de subsidie € 50.000,- of meer bedraagt is het college bevoegd de subsidieontvanger te verplichten een controleverklaring, omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid en afgegeven door een accountant, te overleggen. Uit de controleverklaring moet blijken of aangaande het financieel beleid en beheer van de subsidieontvanger de toepasselijke subsidiebepalingen en –voorschriften zijn nageleefd en of de subsidie is aangewend voor het doel waarvoor deze ter beschikking is gesteld. 

  • 3 Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 17 Beslistermijn vaststelling

  • 1 Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van de verantwoording van de subsidie.

  • 2 Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de verantwoording ter subsidievaststelling.

  • 3 Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een verantwoording ter subsidievaststelling hoeft in te dienen.

  • 4 Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in artikel 16 lid 1 genoemd tijdstip is ontvangen, kan het college na een eenmalige rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 18 Norm voor topinkomens

  • 1 De subsidieontvanger, waarop artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelengefinancierde topinkomens van toepassing is, is verplicht om de inkomensgrens zoals bedoeld inhet eerste lid van dat artikel als bezoldigingsmaximum in acht te nemen. Indien voor een sector eenhoger bezoldigingsmaximum is afgesproken tussen de sector en de minister, dan geldt ditmaximum. 

  • 2 Indien de subsidieontvanger de in het vorige lid bedoelde verplichting niet nakomt, kan het in deverleningsbeschikking genoemde subsidiebedrag bij de subsidievaststelling worden verminderd.De vermindering is gelijk aan het bedrag van de overschrijding van de geldende inkomensgrens in het kalenderjaar waarop de verleningsbeschikking betrekking heeft. 

Hoofdstuk 7 SLOTBEPALINGEN

Artikel 19 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen, één of meerdere artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 20 Intrekking

De Algemene subsidieverordening gemeente Heeze-Leende 2009 wordt ingetrokken.

Artikel 21 Overgangsbepalingen

Aanvragen voor subsidie die zijn ingediend vóór 1 januari 2012, met uitzondering van de aanvragen voor een jaarlijkse subsidie en aanvragen voor een eenmalige subsidie die betrekking hebben op 2012, worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Heeze-Leende 2009.

Artikel 22 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking.

Artikel 23 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Algemene Subsidie Verordening (ASV) gemeente Heeze-Leende 2012’ .

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering
van de raad voornoemd, d.d. 19 december 2011
, de voorzitter
, de griffier