Bomenverordening Sliedrecht 2009

Geldend van 01-04-2009 t/m 01-10-2010

Intitulé

Bomenverordening Sliedrecht 2009

Versie geldig vanaf

1 april 2009

Verantwoordelijke afdeling

Plantsoenen en Reiniging. telefoon (0184) 495927

De getoonde verordeningen zijn een weergave van de actuele situatie. Voor historische informatie hiervan kunt u contact opnemen met de afdeling FZ, telefoon (0184) 495 980 of e-mail: gemeente@sliedrecht.nl.

De raad der gemeente Sliedrecht;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 januari 2009;

b e s l u i t.:

gelet op de 147 en 149 van de Gemeentewet vast te stellen:

De Bomenverordening Sliedrecht 2009

van de gemeente Sliedrecht.

ARTIKEL 1: Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een stamomtrek van minimaal 100 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. Indien het betreft boom in publiek eigendom, geldt in afwijking van het in vorige zin bepaalde een stamomtrek van 40 centimeter op 1,3 meter hoogte. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de stamomtrek kleiner zijn dan 100 cm respectievelijk 40 cm op 1,3 meter boven het maaiveld, indien sprake is van:

    • ·

      een bijzonder waardevolle boom als bedoeld in artikel 5;

    • ·

      een houtopstand in het kader van een herplant of instandhoudingplicht als bedoeld in de artikelen 9 en 10.

      (Een houtopstand is hakhout, een houtwal of een of meer bomen).

  • b.

    bijzonder waardevolle

boom: bijzondere beschermwaardige boom met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving.

  • c.

    vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom ten gevolge kunnen hebben.

  • d.

    rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de boom.

  • e.

    kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de boom.

  • f.

    kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen.

  • g.

    bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 1 lid 5 van de Boswet.

  • h.

    boomwaarde de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

  • i.

    bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor de boom/ bomen, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.

ARTIKEL 2: Kapverbod

  • 1. Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders bomen te vellen of te doen vellen.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 van de Boswet.

  • 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:

    • a.

      bomen die moeten worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van Burgemeester en Wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 en 10 van deze verordening.

    • b.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud.

    • c.

      het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.

ARTIKEL 3: Aanvraag vergunning

  • 1. De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd, onder bijvoeging van een situatieschets, worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom te beschikken.

  • 2. Wanneer door of namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan Burgemeester en Wethouders een afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwen Burgemeester en Wethouders dit afschrift mede als een vergunningsaanvraag.

ARTIKEL 4: Criteria

  • 1. Burgemeester en Wethouders kunnen de vergunning om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen.

  • 2. Een vergunning kan in elk geval worden geweigerd indien het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van de boom/ bomen:

    • ·

      natuur en milieuwaarden;

    • ·

      landschappelijke waarden;

    • ·

      cultuurhistorische waarden;

    • ·

      waarden van stads en dorpsschoon;

    • ·

      waarden voor recreatie en leefbaarheid.

  • 3. In beginsel wordt geen vergunning verleend voor bomen voorkomend op de vastgestelde lijst van bijzonder waardevolle bomen, als bedoeld in artikel 5, tenzij sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of andere uitzonderlijke situaties.

  • 4. In beginsel wordt geen vergunning verleend indien velling in strijd is met het vigerende bestemmingsplan, de Flora en faunawet, de Habitatrichtlijn, of andere regelgeving inzake natuurbescherming.

  • 5. De beslissing op een aanvraag van een vergunning tot vellen kan worden opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met de realisatie van een ander vergunningplichtig werk, zolang op die andere vergunningaanvraag niet is beslist.

  • 6. Een vergunning tot vellen kan worden geweigerd indien de rechthebbende aanvrager van de vergunning tot vellen niet, of niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid van een beeldbepalende of anderszins waardevolle boom heeft aangemeld aan Burgemeester en Wethouders.

  • 7. De Burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.

ARTIKEL 5: Bijzonder waardevolle bomen

  • 1. De gemeenteraad stelt tegelijk met deze verordening een lijst vast met bijzonder waardevolle bomen als bedoeld in artikel 4, lid 3.

  • 2. De in het eerste lid genoemde lijst bevat in ieder geval de bomen voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting, aangevuld met lokale bijzonder waardevolle bomen.

  • 3. De lijst met bijzonder waardevolle bomen kan indien nodig, iedere vier jaar herzien en vastgesteld worden door het college van Burgemeester en Wethouders.

  • 4. De lijst geeft aan om welke boomsoort het gaat en op welke locatie de boom staat, bovendien verwijst de lijst naar een tekening waarop de locatie van de boom nader is aangegeven.

  • 5. De eigenaar van een boom die vermeld staat op de lijst van bijzonder waardevolle bomen is verplicht Burgemeester en Wethouders onmiddellijk mededeling te doen van:

    • ·

      eigendomsoverdracht van de houtopstand;

    • ·

      het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de boom;

    • ·

      de dreiging dat de boom geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.

  • 6. De gemeente geeft eigenaren van bijzonder waardevolle bomen de mogelijkheid om het onderhoud ten behoeve van het duurzaam in stand houden van de bijzonder waardevolle bomen door de gemeente uit te laten voeren.

ARTIKEL 6: Procedure

  • 1. Van een aanvraag van een vergunning wordt overeenkomstig afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht onverwijld na ontvangst kennis gegeven in een lokaal huis-aan-huisblad en deze aanvraag wordt ter inzage gelegd gedurende de in lid 2 bedoelde termijn.

  • 2. Een ieder kan gedurende twee weken vanaf de dag na de in lid 1 bedoelde bekendmaking zijn zienswijze geven.

  • 3. Van het besluit tot verlening of weigering van een vergunning wordt onverwijld kennis gegeven in een huis-aan-huisblad onder gelijktijdige verzending aan aanvrager. Bij deze kennisgeving wordt de concrete datum van verzending aan de aanvrager genoemd als begin van de bezwaartermijn van zes weken voor belanghebbenden.

ARTIKEL 7: Standaardvoorwaarde van nietgebruik

Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften behoort het standaardvoorschrift dat de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de verleende vergunning onherroepelijk is geworden.

ARTIKEL 8: Vervaltermijn vergunning

  • 1. De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt van rechtswege twee jaar na datum van onherroepelijk worden van het besluit indien van de vergunning geen gebruik is gemaakt;

  • 2. Indien het een vergunning voor het vellen van meer dan één boom betreft, vervalt, in afwijking van lid 1, de vergunning een jaar na datum van onherroepelijk worden van het besluit, indien van de vergunning niet voor alle bomen gebruik is gemaakt, ook als in fasen geveld wordt of één boom of enkele bomen al geveld zijn.

  • 3. Indien sprake is van een vergunningsvoorschrift als bedoeld in artikel 9, lid 4 van deze verordening vangt de in lid 1 en 2 bedoelde termijn aan vanaf de dag waarop de in het voorschrift genoemde andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.

ARTIKEL 9: Bijzondere vergunningsvoorschriften

1.Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door Burgemeester en Wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.

2.Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een vergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk herplantfonds.

3.In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

4.Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de boom/ bomen op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.

5.Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand en voorschriften ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.

6.Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren tot het opstellen en overleggen van een bomen effect analyse in geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen.

7.Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

ARTIKEL 10: Herplant/instandhoudingsplicht

  • 1. Indien in strijd met artikel 2, lid 1 van deze verordening houtopstand is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

  • 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze nietgeslaagde beplanting moet worden vervangen.

  • 3. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kunnen Burgemeester en Wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

    • ·

      overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;

    • ·

      een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden binnen een door hen te stellen termijn..

  • 4. Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

ARTIKEL 11: Schadevergoeding

Burgemeester en Wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17, juncto artikel 13 vierde lid, van de Boswet.

ARTIKEL 12: Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.

ARTIKEL 13: Bestrijding van iepenziekte

  • 1. Dit artikel verstaat onder:

    • a.

      iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Cerato cystis ulmi (Buism.) C. Moreau);

    • b.

      iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scoly tus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmae us.

  • 2. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders gevaar opleveren van verspreiding van de iepenziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door Burgemeester en Wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

    • a.

      indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;

    • b.

      de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te vernietigen;

    • c.

      de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepenziekte wordt voorkomen.

  • 3. a. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren;

    • b.

      het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;

    • c.

      Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder a. van dit lid gestelde verbod.

  • 4. Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

ARTIKEL 14: Bescherming publieke houtopstand

  • 1. Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn:

    • ·

      te beschadigen, te bekladden of te beplakken;

    • ·

      daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken.

  • 2. Het is verboden om zonder vergunning van het college van Burgemeester en Wethouders één of meer voorwerpen in of aan een publieke houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen.

ARTIKEL 15: Strafbepaling

  • 1. Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 4, vijfde en zesde lid, artikel 5 vierde lid, artikel 7, artikel 8 eerste en tweede lid, artikel 9 eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste lid, artikel 10 eerste, tweede, derde en vijfde lid, artikel 13 tweede, derde en vierde lid en artikel 14 eerste en tweede lid is gegeven, onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 10 derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.

  • 2. Overtreding van artikel 2, eerste lid, dan wel een voorschrift onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in het vorige lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.

ARTIKEL 16: Opsporing

Met de opsporing van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering, belast de daartoe door Burgemeester en Wethouders aangewezen personen.

ARTIKEL 17: Overgangsbepaling

De kapvergunningsaanvragen, die zijn ingediend voor de in artikel 18, lid 2 genoemde datum van inwerkingtreding, zullen worden beoordeeld overeenkomstig afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sliedrecht 2003, inclusief eerste wijziging.

ARTIKEL 18: Slotbepaling

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening 2009

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2009. Afdeling 3 “Het bewaren van houtopstanden” uit de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Sliedrecht 2003 (inclusief eerste wijziging) wordt gelijktijdig ingetrokken.

Vastgesteld in de openbare vergadering

van de raad der gemeente Sliedrecht op 2 maart 2009

De griffier, De voorzitter,

A.Overbeek M.C.Boevée