Subsidieverordening wijkbudgetten gemeente Schiedam 2012

Geldend van 01-01-2012 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening wijkbudgetten gemeente Schiedam 2012

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:

  • a.

    wijkbudget: subsidie waarmee bewoners van een aangewezen wijk diensten en producten kunnen inkopen om hun initiatief uit te voeren;

  • b.

    initiatief: een plan om de leefbaarheid in de eigen wijk, buurt of straat te verbeteren en/of de sociale cohesie te versterken;

  • c.

    initiatiefnemer(s): individuele of georganiseerde bewoners of ondernemers in de wijk, die een aanvraag indienen voor een wijkbudget;

  • d.

    leefbaarheid: de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;

  • e.

    sociale cohesie: sociale samenhang binnen een wijk en tussen bewoners;

  • f.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • g.

    regiegroep: een door het college per wijk in te stellen adviescommissie, bestaande uit maximaal zeven bewoners van de wijk, die bindend advies uitbrengt over de verstrekking van de wijkbudgetten.

  • h.

    wijkoverleg: een overleg van de wijk dat open staat voor alle bewoners van de wijk, professionals, ambtenaren en andere geïnteresseerden;

  • i.

    wijkprocesmanager: de vaste vertegenwoordiger, namens de gemeente, van het wijkoverleg;

  • j.

    tranche: periode waarbinnen een aanvraag voor een wijkbudget kan worden ingediend.

  • k.

    Budgethouder: de afdelingsmanager wijkontwikkeling die door het college is aangewezen voor het beheer van de wijkbudgetten.

Artikel 2 Reikwijdte van de verordening

  • 1. Deze verordening is van toepassing op het verstrekken van wijkbudgetten voor bewonersinitiatieven.

  • 2. De Algemene subsidieverordening gemeente Schiedam 2012 is niet van toepassing.

Artikel 3 Bevoegdheid college en mandatering

  • 1. Het college kan jaarlijks een of meer wijken aanwijzen waar deze verordening van toepassing is.

  • 2. Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast en bepaalt hoe het beschikbare bedrag over de wijken wordt verdeeld.

  • 3. Het college kan per wijk nadere regels stellen over de besteding van het wijkbudget.

  • 4. Het college kan de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels als bedoeld in het derde lid mandateren aan de afdelingsmanager wijkontwikkeling.

  • 5. Het college stelt per wijk een adviescommissie in, genaamd regiegroep, die bindend advies uitbrengt over het beheren en verstrekken van de wijkbudgetten.

  • 6. Het college benoemt de regiegroepleden voor maximaal 3 jaar en kan deze benoeming eenmalig met 3 jaar verlengen.

  • 7. Het college verleent mandaat aan de afdelingsmanager wijkontwikkeling om de wijkbudgetten te beheren en te verstrekken met in achtneming van het advies van de regiegroep.

Artikel 4 Aanvraag wijkbudget

  • 1. Initiatiefnemers kunnen een aanvraag voor een wijkbudget indienen bij het college.

  • 2. De aanvraag wordt schriftelijk ingediend en bevat de volgende gegevens:

    • a.

      naam, contactadres, telefoonnummer en handtekening van de aanvrager;

    • b.

      een beschrijving van de inhoud, uitvoering en planning van het initiatief, waarbij wordt aangegeven hoe dit de leefbaarheid in de wijk, buurt of straat verbetert;

    • c.

      een kostenraming voor de uitvoering van het initiatief;

    • d.

      een mededeling of tevens elders subsidie is aangevraagd;

    • e.

      bewijsmateriaal dat voor het initiatief draagvlak bestaat in de buurt of wijk.

Artikel 5 Verlening wijkbudgetten

  • 1. De regiegroep adviseert het college over de ingediende aanvragen.

  • 2. De aanvragen worden beoordeeld in tranches. Op de in een tranche ingediende aanvragen wordt ineens per wijk besloten, uiterlijk 8 weken na afloop van de tranche.

  • 3. Indien het totaal van de positief beoordeelde aanvragen in een tranche het beschikbare budget voor deze tranche overschrijdt, worden de aanvragen geprioriteerd naar de mate waarin de initiatieven naar verwachting bijdragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie en de mate van zelfwerkzaamheid die door de initiatiefnemer(s) wordt ingezet. Tevens wordt gelet op een redelijke spreiding over de wijk.

  • 4. Het voorlopige advies van de regiegroep wordt voorgelegd aan het wijkoverleg dat bij consent met het voorlopig advies kan instemmen. Indien geen instemming bij consent wordt bereikt door het wijkoverleg kan het een afwijkend voorstel doen aan de regiegroep. De regiegroep adviseert het college met inachtneming van het voorstel van het wijkoverleg.

  • 5. Verlening van een wijkbudget vindt plaats aan de hand van de werkelijke kosten voor het initiatief, voor ten hoogste de begrote kosten.

  • 6. In afwijking van de in het eerste tot en met vijfde lid beschreven procedure kan het college, indien besluitvorming in de tijd in het geding komt en daarmee uitvoering van een initiatief in gevaar kan komen, aanvragen tot € 1000,- honoreren. Verstrekkingen op grond van dit lid bedragen in totaal niet meer dan 15% van het jaarbudget van de wijk.

Artikel 6 Weigeringsgronden

Naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gronden, kan een aanvraag voor een wijkbudget worden geweigerd, indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:

  • a.

    het initiatief onvoldoende bijdraagt aan het bevorderen van de leefbaarheid en/of de sociale cohesie in de buurt of wijk;

  • b.

    het initiatief niet haalbaar of uitvoerbaar is binnen de in de aanvraag vermelde planning;

  • c.

    de initiatiefnemer doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet of het gemeentebeleid;

  • d.

    het initiatief voornamelijk betrekking heeft op privébelangen van de initiatiefnemer;

  • e.

    het beheer en onderhoud van de voorgestelde fysieke verbeteringen van de leefomgeving niet kunnen worden gewaarborgd;

  • f.

    een initiatief meer omvat dan de helft van het totale jaarbudget voor de wijk;

  • g.

    de initiatiefnemer onvoldoende kan aantonen dat voor zijn initiatief draagvlak in de buurt of wijk bestaat;

  • h.

    de initiatiefnemer geen actieve rol zal vervullen bij de uitvoering van het initiatief;

  • i.

    het initiatief plaatsvindt buiten de gemeente Schiedam.

Artikel 7 Verplichtingen van de initiatiefnemer

  • 1. De initiatiefnemer zorgt ervoor dat het wijkbudget wordt besteed aan de uitvoering van het initiatief en administreert de uitgaven zorgvuldig, door middel van betaalbewijzen. De initiatiefnemer vervult een actieve rol bij de uitvoering van het initiatief.

  • 2. De initiatiefnemer doet zo spoedig mogelijk mededeling aan het college van veranderde omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van het initiatief.

  • 3. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak onder de bewoners voor zijn initiatief.

  • 4. Een initiatief dient in ieder geval uiterlijk 31 december van het volgende subsidiejaar te zijn uitgevoerd.

  • 5. Aan de verstrekking van een wijkbudget kan de verplichting worden verbonden dat binnen een bepaalde termijn met de uitvoering van het initiatief wordt gestart.

Artikel 8 Bevoorschotting, vaststelling en betaling van de wijkbudgetten

  • 1. Op basis van de begroting kan een voorschot worden verstrekt tot maximaal 100%.

  • 2. Binnen acht weken na uitvoering van het initiatief dient de initiatiefnemer een aanvraag tot vaststelling in met daarbij de bewijzen van de uitgaven.

  • 3. Betaling vindt plaats:

    • a.

      door in te kopen diensten en producten door de budgethouder te laten betalen;

    • b.

      op basis van facturen, in te dienen bij de budgethouder;

    • c.

      in het geval een voorschot is verleend, door verrekening van het voorschot met de werkelijke uitgaven op basis van de vaststellingsbeschikking.

Artikel 9 Bestedingstermijn jaarbudget

  • 1. Een door het college aan een wijk ter beschikking gesteld jaarbudget ter uitvoering van deze verordening dient binnen twee jaar te zijn besteed.

  • 2. Het college bepaalt hoe de eventueel resterende budgetten worden bestemd.

Artikel 10 Hardheidsclausule

Het college kan artikel 9 eerste lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de leefbaarheid in de wijk, buurt of straat te verbeteren of de sociale cohesie te versterken, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11 Intrekking en overgangsbepaling

  • 1. De “Subsidieverordening vouchers bewonersinitiatieven 2009” wordt ingetrokken.

  • 2. De bepalingen van de in het eerste lid genoemde verordening blijven van kracht voor zover dat noodzakelijk is voor de vaststelling en afrekening van toegekende subsidies in het kader van de ‘Subsidieverordening vouchers bewonersinitiatieven 2009’.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening wijkbudgetten gemeente Schiedam 2012.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 15 december 2011
de griffier, J. Gordijn
de voorzitter, ir. J.M. Leemhuis-Stout

Algemene toelichting op de Subsidieverordening wijkbudgetten 2012

Inleiding

Deze verordening vervangt de Subsidieverordening vouchers bewonersinitiatieven 2009.

Deze verordening heeft betrekking op de wijkbudgetten bewonersinitiatieven. Dit systeem geeft bewoners zeggenschap over de keuze, de financiering en de uitvoering van hun initiatief. Het gaat nadrukkelijk om initiatieven van onderop, van de bewoners zelf. De budgetten worden op een laagdrempelige manier ter beschikking gesteld aan bewoners.

De bewonersbudgetten hebben als doel om bewoners de mogelijkheid te geven om met initiatieven te komen om de leefbaarheid van hun wijk te verbeteren. Dit kan betrekking hebben op een verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving en/of de versterking van de sociale samenhang binnen een wijk en tussen bewoners. Een breed pakket aan initiatieven kan in aanmerking komen voor een financiële bijdrage vanuit het wijkbudget.

Dit systeem sluit aan bij het versterken en vergroten van de eigen kracht van bewoners. Zij zijn degenen die ideeën voor hun wijk kunnen aandragen en die kunnen aangeven welke ideeën wel en niet gehonoreerd worden.

Artikelsgewijze toelichting

In aanvulling op de algemene toelichting zijn hieronder, voor zover nodig, de onderdelen van de verordening artikelsgewijs toegelicht.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

a. wijkbudget

Het wijkbudget is een subsidie in de zin van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De algemene bepalingen van de Awb zijn hierop van toepassing. In aanvulling daarop zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing.

b. initiatief

De verordening is bedoeld voor alle initiatieven die de leefbaarheid van de wijk, buurt of straat vergroten. Vele initiatieven zijn denkbaar: verbeteren van de veiligheid van een plein of park, project voor jongeren die werkloos zijn, maatregelen om overlast van jongeren terug te dringen, speelplekken, hangplekken, buurtkrant, website van de wijk, wijkfeest, sportdag, bekostigen beplanting en bloembakken, presentjes voor nieuwe bewoners in de wijk, opstellen van leefregels voor de buurt en nieuwe manieren om alle bewoners bij de wijk te betrekken.

De wijkbudgetten kunnen niet worden benut voor puur individuele projecten. Zie in dit verband de weigeringsgrond van artikel 6, onderdeel c.

c. initiatiefnemer(s)

De aanvrager of initiatiefnemer kan een individuele bewoner, een groep van bewoners uit een aangewezen wijk of een ondernemer in de wijk zijn. De organisatievorm is niet van belang. Het kan gaan om een bestaande groep of bewonersorganisatie of om een speciaal voor het initiatief opgerichte groepen. Bewonersgroepen kunnen beschikken over rechtspersoonlijkheid. In dat geval is de rechtspersoon initiatiefnemer / aanvrager. Indien de bewonersgroep geen rechtspersoonlijkheid heeft, kan een deelnemer van de groep als contactpersoon namens de groep aangemerkt worden als initiatiefnemer / aanvrager.

g. regiegroep

In elke wijk komt een regiegroep bestaande uit bewoners van de wijk en ondersteund door de gemeente. Deze regiegroep geeft een bindend advies op de aanvragen voor wijkbudgetten. Voor de werving van deze groep wordt een profielschets opgesteld en via een advertentie worden alle bewoners in de gelegenheid gesteld zich voor de regiegroep aan te melden.

Artikel 2 Reikwijdte van de verordening

Eerste lid

Deze verordening is uitsluitend van toepassing op de wijkbudgetten bewonersinitiatieven. Dit laat onverlet dat de algemene regels van de Awb ook van toepassing zijn.

Artikel 3 Bevoegdheid college en mandatering

Tweede lid

Om de gemeentelijke uitgaven te beteugelen, stelt het college jaarlijks het totaalbedrag vast voor de wijkbudgetten; het zogenaamde subsidieplafond (artikel 4:22 jo artikel 4:25 Awb). Het subsidieplafond wordt jaarlijks bekend gemaakt, waarbij de wijze van verdeling wordt vermeld. Dit omvat zowel de verdeling over de wijken als de verdeelregels binnen de wijken. Het college verdeelt het beschikbare bedrag over de aangewezen wijken. Het bedrag kan dus per wijk verschillen. Vervolgens kan het college in een nadere regeling verdeelregels per wijk geven. Deze nadere regels worden in samenspraak met de bewoners van de wijk opgesteld, zodat maatwerk zoveel mogelijk gewaarborgd is. De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels is gemandateerd

Zesde lid

De regiegroep wordt ingesteld in de vorm van een commissie op grond van artikel 84 Gemeentewet. Bepalingen over de werving, benoeming, zittingsduur, ontslag van de leden en de werkwijze worden in een afzonderlijk reglement voor alle regiegroepen vastgesteld. Het college benoemt en ontslaat de regiegroepleden.

Artikel 4 Aanvraag wijkbudget

Tweede lid

Het initiatief moet al een redelijk uitgewerkt plan zijn. Daarom zijn onder a tot en met e een aantal verplichte indieningvereisten opgenomen als omschrijving, uitvoering, planning, kostenraming en draagvlak voor het initiatief. Waar nodig kan de gemeente de initiatiefnemer(s) adviseren en begeleiden bij het opstellen van een kostenraming. Het aantonen van draagvlak kan op veel verschillende manieren. Er kan een handtekeningenlijst worden toegevoegd, een verslag van een vergadering, berichten op internet of e-mails. Het aantal medestanders is niet aan te geven: dat is afhankelijk van de aard en omvang van het initiatief.

Artikel 5 Verlening wijkbudgetten

Een wijkbudget wordt verleend aan een initiatiefnemer. De initiatiefnemer is een individuele bewoner, een groep bewoners of een ondernemer in de wijk, die een aanvraag heeft ingediend om een initiatief uit te voeren. Indien sprake is van een individuele bewoner als initiatiefnemer, dan wordt het wijkbudget op naam van deze individuele bewoner gezet. Bij een bewonersgroep als initiatiefnemer zijn er twee mogelijkheden. Indien de groep rechtspersoonlijkheid heeft, wordt het wijkbudget op naam van deze rechtspersoon gezet. Indien de groep geen rechtspersoonlijkheid heeft, wordt het wijkbudget op naam van een natuurlijk persoon gezet, zijnde de contactpersoon van deze groep bewoners. In dit artikel wordt het proces van verlening beschreven.

Een aanvraag kan ten hoogste de helft van het jaarbudget bedragen. De aanvragen worden door de regiegroepleden getoetst aan de weigeringsgronden uit Algemene wet bestuursrecht en de subsidieverordening zoals beschreven in artikel 6. Wanneer er geen gegronde redenen bestaan om een aanvraag te weigeren, wordt de aanvraag positief beoordeeld.

Voor het beschikbare bedrag voor de wijk, kunnen verdeelregels worden gesteld in een nadere regeling. Deze verdeelregels kunnen onder andere het bedrag splitsten in twee of meerdere “tranches”, waarbij de aanvragen in de gestelde periode het bedrag voor de tranche niet mogen overschrijden. Wanneer er meerdere aanvragen zijn die positief beoordeeld worden, maar het beschikbare bedrag in de tranche niet toereikend is, zal een rangorde worden bepaald aan de hand van de genoemde kwalitatieve criteria genoemd in artikel 5 derde lid van deze verordening.

Vierde lid

De rangorde wordt aan het wijkoverleg voorgelegd, die het beoordeelt op basis van consent. Dit houdt in dat de besluiten op zo’n manier worden genomen dat alle deelnemers van het wijkoverleg er mee kunnen leven. Verlening van het wijkbudget vindt plaats op basis van de werkelijke kosten. Indien deze kosten niet van tevoren bekend zijn, wordt de subsidie verleend aan de hand van de begrote kosten, waarbij de afrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten ten tijde van de vaststelling.

Artikel 6 Weigeringsgronden

Een aanvraag kan ook gedeeltelijk worden ingewilligd en gedeeltelijk worden geweigerd. Een aanvraag kan worden geweigerd op grond van de in artikelen 4:35 Awb genoemde gronden of de in deze verordening genoemde gronden worden geweigerd. De weigering van een aanvraag om een wijkbudget dient uiteraard gemotiveerd te worden met vermelding van de weigeringsgrond(en). Bij het overschrijden van het door het college vastgestelde subsidieplafond, moet de aanvraag worden geweigerd. (artikel 4:25 tweede lid Awb). Of een aanvraag moet worden geweigerd, wordt beoordeeld aan de hand van de verdeelregels, die per wijk nader worden gespecificeerd. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld over de wijken en per wijk weer in tranches. Wanneer binnen een tranche de aanvragen het budget voor een tranche overschrijden, wordt een rangorde bepaald aan de hand van de kwalitatieve criteria genoemd in artikel 5 derde lid van deze verordening. De “beste “aanvragen ontvangen een wijkbudget, de andere aanvragen worden afgewezen op grond van artikel 4:25 tweede lid Awb.

Onderdeel g

Een initiatiefnemer kan op verschillende manieren een actieve rol vervullen bij de uitvoering van het initiatief. Dit kan door te zorgen voor draagvlak, het betrekken van de omwonenden bij de voortgang van de uitvoering van het initiatief of het zelf organiseren van de uitvoering. De mate van eigen bijdrage kan dus uiteenlopend zijn. Het gaat er om dat de initiatiefnemer van begin tot einde verantwoordelijk blijft voor het initiatief.

Artikel 7 Verplichtingen van de initiatiefnemer

Derde lid

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak onder bewoners. In de toelichting bij artikel 6 onderdeel g staat aangegeven op welke manier de initiatiefnemer dit kan aantonen.

Artikel 9

Bestedingstermijn jaarbudget

Eerste lid

Het kan voorkomen dat een door het college aan een wijk ter beschikking gestelde bedrag ter uitvoering van deze verordening niet geheel wordt verbruikt in datzelfde jaar. Dit kan twee oorzaken hebben: Enerzijds kan het zijn dat niet al het geld in de vorm van een wijkbudget wordt verstrekt. Anderzijds kan het zijn dat ten behoeve van een initiatief aanvankelijk een hoger bedrag is verleend dan uiteindelijk wordt vastgesteld. Beide vormen (al dan niet samen) leiden tot onderschrijding van het jaarbedrag van een wijk.

Het doel van deze bepaling is om te voorkomen dat deze onderschrijdingen tot in het oneindige kunnen worden opgespaard. De onderschrijding in een jaar moet in ieder geval in het daarop volgende jaar door de betreffende wijk worden besteed. Dat wil zeggen naar aanleiding van de vaststelling zijn betaald.

Tweede lid

Over onderschrijdingen die niet in het daaropvolgende jaar zijn besteed, beslist het college. Deze bepaling biedt eveneens duidelijkheid voor het geval deze subsidieverordening wordt ingetrokken; ook in dat geval beslist het college over de bestemming van de resterende middelen.

Artikel 10 Hardheidsclausule

Artikel 10 maakt het mogelijk dat het college in bijzondere gevallen van artikel 9 eerste lid kan afwijken. Hier kan bijv. sprake van zijn indien wijken voor een specifiek doel willen sparen. Het college heeft dan de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de besteding van het wijkbudget binnen twee jaar.