Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 31 oktober 2011 (nummer PS2011BEM12)tot het actualiseren van de regelgeving voor de provincie Utrecht met betrekking tot de grondwaterheffing (Grondwaterheffingsverordening provincie Utrecht 2012).

Geldend van 01-01-2014 t/m heden

Intitulé

Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 31 oktober 2011 (nummer PS2011BEM12)tot het actualiseren van de regelgeving voor de provincie Utrecht met betrekking tot de grondwaterheffing (Grondwaterheffingsverordening provincie Utrecht 2012).

Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 31 oktober 2011 (nummer PS2011BEM12) tot het actualiseren van de regelgeving voor de provincie Utrecht met betrekking tot de grondwaterheffing (Grondwaterheffingsverordening provincie Utrecht 2012).

Provinciale Staten van Utrecht;

Op voorstel van Gedeputeerde Staten van Utrecht;

Overwegende dat het door ontwikkelingen in wetgeving en jurisprudentie noodzakelijk is de regelgeving voor de provincie Utrecht met betrekking tot de grondwaterheffing te actualiseren;

Gelet op artikel 7.7 van de Waterwet en de artikelen 145 en 220 van de Provinciewet,

Besluiten:

Vast te stellen de volgende verordening: Grondwaterheffingsverordening provincie Utrecht 2012

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    belastingjaar

    : kalenderjaar;

  • b.

    gedeputeerde staten

    : gedeputeerde staten van de provincie Utrecht;

  • c.

    grondwaterregister

    : grondwaterregister zoals bedoeld in artikel 7.7 eerste lid, onder c van de Waterwet en artikel 4.1 van de Waterverordening provincie Utrecht 2009;

  • d.

    houder van een inrichting

    : houder van de door gedeputeerde staten of een waterschap verleende vergunning, dan wel degene die de opdrachtgever is van een meldingsplichtige onttrekking;

  • e.

    infiltreren van water

    : in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater;

  • f.

    onttrekken van grondwater

    : onttrekken van grondwater door middel van een inrichting of werk, bestemd tot het onttrekken van grondwater;

  • g.

    onttrekkingsinrichting

    : inrichting of werk, bestemd voor het onttrekken van grondwater;

  • h.

    retourneren van water

    : het in hetzelfde watervoerende pakket terugbrengen van water als waaraan het onttrokken is, indien en voorzover het bevoegd gezag dit voorschrijft, ter compensatie van of vermindering van de gevolgen van het onttrekken van water;

  • i.

    waterverordening

    : Waterverordening provincie Utrecht 2009;

  • j.

    wet

    : de Waterwet.

Artikel 2. Grondwaterheffing, grondslag en belastbaar feit

  • 1 Onder de naam "grondwaterheffing" wordt bij wijze van provinciale belasting een heffing ingesteld op het onttrekken van grondwater als bedoeld in artikel 7.7 van de Waterwet.

  • 2 De heffing geschiedt naar de in het belastingjaar onttrokken hoeveelheid grondwater, gemeten in kubieke meters, vanaf de aanvang van de start van de onttrekking.

  • 3 In aanvulling op het voorgaande lid wordt, als grondwater wordt geïnfiltreerd of geretourneerd, de helft van het aantal geïnfiltreerde of geretourneerde kubieke meters water in mindering gebracht op het aantal kubieke meters onttrokken grondwater.

Artikel 3. Vrijstelling

  • 1 Vrijgesteld van heffing zijn:

    • a.

      Onttrekkingen die zijn vrijgesteld van heffing, zoals gesteld in artikel 7.1 van het Waterbesluit.

    • b.

      Onttrekkingen die zijn uitgezonderd van de vergunningplicht krachtens artikel 4.3 van de Waterverordening provincie Utrecht 2009 of een verordening van het waterschap.

  • 2 Naast de in lid 1 genoemde onttrekkingen zijn de eerste 12.000 kubieke meters onttrokken grondwater per belastingjaar vrijgesteld.

Artikel 4. Heffingsplicht

Indien en voor zover onttrekkingen van grondwater niet vallen onder de vrijstelling uit artikel 3 van deze verordening, is de houder van een inrichting heffingsplichtig.

Artikel 5. Tarief

Het tarief bedraagt € 0,0153 per kubieke meter onttrokken grondwater, zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 2 tweede en derde lid van deze verordening.

Artikel 6. Wijze van heffing, tijdstip van betalen, uitstel

  • 1 De heffing geschiedt per belastingjaar bij wege van aanslag. De opgave, bedoeld in artikel 6.11 lid 4 van het Waterbesluit is tevens aangifte.

  • 2 De ambtenaar als bedoeld in artikel 227a, lid 2 onder b van de Provinciewet verstrekt op verzoek of uit eigen beweging een aangiftebiljet aan de heffingsplichtige.

  • 3 Gedeputeerde staten bepalen wanneer een aanslag invorderbaar is en in hoeveel termijnen, met dien verstande dat het aantal termijnen maximaal vijf en de periode tussen de vervaldagen van de afzonderlijke termijnen maximaal 8 weken is.

  • 4 Gedeputeerde Staten kunnen onder door hen te stellen voorwaarden bij beschikking uitstel van betaling verlenen. Zij kunnen het uitstel, ook al is dit voor een bepaalde termijn verleend, te allen tijde door opzegging middels een beschikking onmiddellijk doen eindigen.

Artikel 7. Kwijtschelding

Bij de invordering van de grondwaterheffing wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 8. Dwanginvordering en invorderingsrente

  • 1 Bij de nalatigheid in de betaling van de heffing vindt de invordering plaats met toepassing van de artikelen 11 tot en met 19 van de Invorderingswet 1990.

  • 2 Bij de invordering van de heffing vinden de artikelen 28 tot en met 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing.

Artikel 9. Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd voor bepaalde gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van deze heffingsverordening mochten voordoen.

Artikel 10. Inwerkingtreding en overgangsbepaling

  • 1 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

  • 2 Op de in lid 1 genoemde datum wordt de Verordening grondwaterheffing provincie Utrecht 1999 ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2012 hebben voorgedaan.

Artikel 11. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Grondwaterheffingsverordening provincie Utrecht 2012.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van Provinciale Staten van Utrecht van 31 oktober 2011. Provinciale staten van Utrecht, R.C. ROBBERTSEN, voorzitter. L.C.A.W. GRAAFHUIS, griffier.
Uitgegeven 25 november 2011 Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen H. GOEDHART, secretaris a.i