Beleidsregels bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast

Geldend van 01-11-2011 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast

Gemeenteblad van Almelo

Geldende tekst

regelingnummer: 2415

Collegebesluit van 31 oktober 2011, houdende vaststelling van de Beleidsregels bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast.

De burgemeester van Almelo;

Gelet op de artikelen 172a en 172b Gemeentewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Zoals op in het lokale driehoeksoverleg Almelo overeengekomen;

Besluit vast te stellen:

Beleidsregels bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast

Artikel 1 Gebiedsverbod

  • 1.

    Een persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad krijgt bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde het bevel zich niet te bevinden in of in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente.

  • 2.

    Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden.

  • 3.

    De termijn kan maximaal drie keer worden verlengd voor de duur van drie maanden, wanneer feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, onder meer door de vrees voor herhaling.

  • 4.

    Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Het bevel kan worden uitgebreid indien de vrees voor verdere verstoring van de openbare orde daar aanleiding voor geeft.

  • 5.

    Wanneer uit de belangenafweging blijkt dat een looproute noodzakelijk is, wordt dit in het besluit aangegeven.

Artikel 2 Groepsverbod

  • 1.

    Een persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad krijgt bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde het bevel zich niet zonder redelijk doel op te houden in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats met meer dan drie andere personen in groepsverband.

  • 2.

    Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden.

  • 3.

    De termijn kan maximaal drie keer worden verlengd voor de duur van drie maanden, wanneer feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, onder meer door de vrees voor herhaling.

  • 4.

    Het groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaats gevonden. Het bevel kan worden uitgebreid indien de vrees voor verdere verstoring van de openbare orde daar aanleiding voor geeft.

Artikel 3 Meldingsplicht

  • 1.

    Aan een persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad kan bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een meldingsplicht worden opgelegd.

  • 2.

    De meldingsplicht wordt opgelegd voor de duur van drie maanden.

  • 3.

    De termijn kan maximaal drie keer worden verlengd voor de duur van drie maanden, wanneer feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, onder meer door de vrees voor herhaling.

  • 4.

    De tijdstippen en plaats worden per geval bepaald.

  • 5.

    De meldingsplicht wordt in beginsel ten uitvoer gelegd in de gemeente waar de persoon woonachtig is, tenzij de aard van de omstandigheden zich hiertegen verzet. Hiervan is ondermeer sprake indien de burgemeester van de plaats waar de persoon woonachtig is geen toestemming heeft gegeven voor de tenuitvoerlegging van de meldingsplicht of indien er geen geschikte locatie aangewezen kan worden in die woonplaats voor het bepaalde tijdstip(pen).

Artikel 4 Begeleidingsplicht twaalfminners

  • 1.

    Een persoon die gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, krijgt bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel opgelegd zorg te dragen dat de minderjarige zich in een bepaald tijdvak tussen 20:00 uur en 06:00 uur niet bevindt op voor het publiek toegankelijk plaatsen zonder begeleiding door een persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent.

  • 2.

    Bij het opleggen van dit bevel wordt een persoons(-gezins) gerichte aanpak ingezet.

  • 3.

    De begeleidingsplicht wordt in beginsel opgelegd voor de avonduren. Indien dit noodzakelijk wordt geacht, kan het bevel worden uitgebreid met het bevel zorg te dragen dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente zonder begeleiding door een persoon die het gezag over hem uitoefent.

  • 4.

    De begeleidingsplicht wordt opgelegd voor de duur van drie maanden en kan niet worden verlengd.

Artikel 5 Dossiervorming, informatieplicht en afstemmingsplicht

  • 1.

    Voor het opleggen van een maatregel levert de politie een dossier aan bij de burgemeester. Over de inhoud van het dossier worden in de lokale driehoek werkafspraken gemaakt.

  • 2.

    De burgmeester informeert het Openbaar Ministerie als een maatregel wordt voorbereid. Het Openbaar Ministerie informeert de burgemeester als een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering wordt opgelegd.

  • 3.

    Indien de Officier van Justitie besluit een gedragsaanwijzing te geven aan een persoon, geeft de burgemeester aan deze persoon niet een bevel inhoudende een gebiedsverbod of groepsverbod voor hetzelfde gebied.

  • 4.

    In de lokale driehoek wordt ten minste één keer per jaar gerapporteerd over het aantal opgelegde maatregelen.

Citeertitel

Beleidsregels bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast.

Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld op 31 oktober 2011

De burgemeester van Almelo,

J.H.M. Hemans-Vloedbeld

Toelichting

Op 1 september 2010 is de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (verder: Wet MBVEO) in werking getreden. Deze beleidsregel ziet op het toepassen van de burgemeestersbevoegdheden bij herhaaldelijk ordeverstorend gedrag op grond van deze wet. De wet biedt een aanvulling op de bevoegdheden van de burgemeester bij de bestrijding van ernstige overlast van groepen in individuen. Uit de praktijk is naar voren gekomen dat er behoefte is aan instrumenten waarmee snel, preventief en langdurig kan worden opgetreden tegen herhaaldelijke overlast. Het gaat in het bijzonder om personen die in groepsverband of individueel herhaaldelijk de openbare orde in woonwijken ernstig verstoren en bewoners lastigvallen door het plegen van strafbare feiten, zoals vernieling en bedreiging, of ander ernstig overlastgevend gedrag. Het gaat daarnaast om personen die de openbare orde verstoren bij voetbalwedstrijden en andere evenementen. De wet maakt het ook mogelijk om maatregelen te treffen tegen personen die bij de ordeverstorende gedragingen een leidende rol hebben gehad. Daarnaast kan worden opgetreden in situaties waarbij sprake is van herhaaldelijk ordeverstorend gedrag in groepsverband door kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar.

Met de Wet MBVEO worden een aantal nieuwe artikelen ingevoegd in de Gemeentewet. De burgemeester krijgt extra bevoegdheden om herhaalde vormen van ordeverstorend gedrag aan te pakken. De burgemeester kan op grond van het nieuwe artikel 172a Gemeentewet een langdurig gebiedsverbod, een meldingsplicht of een groepsverbod opleggen aan personen die in groepsverband of individueel herhaaldelijk de openbare orde verstoren, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde. Tevens kan de burgemeester op grond van het nieuwe artikel 172b Gemeentewet aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaar die in groepsverband herhaaldelijk de openbare orde verstoort, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven ter handhaving van de openbare orde. Kortweg wordt dit de aanpak overlast twaalfminners genoemd. Dit bevel kan inhouden dat de ouders zorg dienen te dragen dat de twaalfminner zich niet bevindt in of in de omgeving van een bepaald objecten of bepaalde delen van de gemeente Almelo. Dan wel dat de twaalfminner zich op bepaalde dagen gedurende een aangegeven tijdvlak niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de twaalfminner wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent.

Bevoegdheden

Met de toevoeging van artikel 172a in de Gemeentewet kan de burgemeester een gebiedsverbod, een groepsverbod en / of een meldingsplicht opleggen. De officier van justitie kan met zijn nieuwe bevoegdheden een gedragsaanwijzing geven en voorbereidingshandelingen tot het plegen van geweld tegen personen of goederen opsporen en vervolgen. De burgemeester en de officier van justitie kunnen deze bevoegdheden inzetten indien aan een aantal voorwaarden is voldaan:

  • ·

    er moet sprake zijn van ernstige overlast;

  • ·

    het moet gaan om structurele overlast;

  • ·

    de overlast moet voorzienbaar zijn;

  • ·

    er moet ernstige vrees zijn voor verdere verstoring van de openbare orde;

  • ·

    de bevoegdheden kunnen worden ingezet tegen overlast welke wordt gepleegd door een groep ordeverstoorders of

  • ·

    een individuele ordeverstoorder, dan wel

  • ·

    een persoon die bij groepsgewijze overlast een leidinggevende rol had.

Met de toevoeging van artikel 172b Gemeentewet kan de burgemeester aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt en herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde verstoort en bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven zorg te dragen dat de minderjarige:

  • ·

    zich in bepaalde delen van de gemeente niet ophoudt, zonder begeleiding van die persoon die gezag over hem uitoefent;

  • ·

    zich gedurende een bepaald tijdvak tussen 20:00 uur en 06:00 uur niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt begeleid door de persoon die het gezag over hem of haar uitoefent.

Ernstige en structurele overlast Voor toepassing van de maatregelen uit deze wet moet er dus sprake zijn van structurele ernstige overlast. Bij structurele overlast dient bijvoorbeeld te worden gedacht aan escalerende overlast en criminaliteit door (jeugd)groepen in wijken.

Het ernstige overlastgevende gedrag in wijken heeft gevolgen voor de veiligheid en leefbaarheid van die wijken. Het aanstichten van voetbalvandalisme gebeurt merendeels door (beperkte) groepen relschoppers die bij herhaling en stelselmatig de openbare orde ernstig verstoren door overlastgevend en veelal strafbaar gedrag te vertonen in of rondom een voetbalstadion of voetbalgerelateerde evenementen als een huldiging. Dit gedrag is ernstig verstorend voor de openbare orde en kan grote materiële schade opleveren. In de Wet MBVEO is geen definitie opgenomen van het begrip “verstoring van de openbare orde”. Of er sprake is van een verstoring van de openbare orde en daarmee ordeverstorend gedrag als bedoeld in de wet hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval en de gedragingen. Ordeverstorende gedragingen zijn in ieder geval strafbare gedragingen met een openbare ordeaspect en overtredingen van de APV. Daarnaast kunnen ook structurele ordeverstorende gedragingen die niet direct strafbaar zijn gesteld onder deze begripsbepaling vallen. Voorbeelden van ordeverstorende gedragingen zijn: het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen, joelen, naroepen, spugen, intimideren, wildplassen, vernielen, schelden, bedreigen, nafluiten, pesterig gedragen en openbare dronkenschap.

Voor de twaalfminners geldt dat bij een groepsgewijze verstoring van de openbare orde een zwaardere afweging moet worden gemaakt bij de beoordeling of de gedraging overlastgevend is. Per geval dient afgewogen te worden of de grens tussen kinderlijk en overlastgevend gedrag wordt overschreden. Eenmalig belletje trekken wordt bijvoorbeeld niet aangemerkt als ernstig overlastgevend gedrag.

Wat betreft zwervers is het feit dat een groepje zich verzameld, om al dan niet tezamen alcohol te nuttigen, in beginsel niet overlastgevend. Echter wanneer de groep als geheel of het individu voorbijgangers gaat intimideren, nafluiten of naroepen eventueel in combinatie met wildplassen, dan wordt het gedrag aangemerkt als ordeverstorend.

Voorzienbare situaties

De nieuwe artikelen uit de Gemeentewet zijn alleen inzetbaar bij voorzienbare openbare orde verstoringen. Bij evenementen, voetbalwedstrijden en in wijken en buurten waar wordt verwacht dat zich daar ongeregeldheden tussen personen of groepen zullen voordoen, kunnen de burgemeester en de officier van justitie gebruikmaken van nieuwe bevoegdheden. Het gaat hierbij om evenementen en voetbalwedstrijden die al lange tijd van te voren vast staan en enige voorbereiding vergen of om spanning in een bepaalde wijk of buurt waar verwacht wordt dat de spanning zal leiden tot ongeregeldheden. Tijdens de voorbereiding van een evenement of voetbalwedstrijd kan worden bekeken of er ernstige vrees bestaat dat bij een dergelijk evenement of voetbalwedstrijd de openbare orde zal worden verstoord. Voorbeelden van evenementen waar een dergelijke afweging kan worden gemaakt zijn dance valley en Koninginnedag. Bij een voetbalwedstrijd moet worden gedacht aan de reguliere competitie die voor een heel jaar wordt vastgesteld. In wijken en buurten zal er al een bepaalde spanning hangen. Bekeken moet worden of in een dergelijke wijk of buurt de situatie kan escaleren.

In situaties waarin er onverwachts wanordelijkheden ontstaan of dreigen zijn de nieuwe bevoegdheden van de burgemeester en de officier van justitie veel minder goed inzetbaar. De nieuwe artikelen zien niet op dreigende, acute ordeverstoringen of ongeregeldheden. Het zijn geen noodbevoegdheden maar bevoegdheden die enige voorbereidingstijd vergen. Daarom geldt voor deze nieuwe bevoegdheden van de burgemeester en de officier van justitie dat hoe korter de voorbereidingstijd is, hoe minder toepasbaar de nieuwe bevoegdheden zijn of zelfs helemaal niet toepasbaar. In situaties als de ongeregeldheden in de wijk Ondiep en bij het strandfeest bij Hoek van Holland zijn de nieuwe bevoegdheden niet inzetbaar. Deze ordeverstoringen waren niet voorzienbaar maar ontstonden acuut. Ook bij voetbalwedstrijden waar de spelende clubs en de plaats van de wedstrijd heel kort (twee dagen) van te voren bekend worden gemaakt, zoals bij wedstrijden om de KNVB beker waar een knock out systeem wordt toegepast, zijn de nieuwe bevoegdheden niet inzetbaar. Dit geldt ook voor de situatie dat een groep hooligans onafhankelijk van andere supporters reist en al onderweg is naar een bepaalde plaats om daar de openbare orde te verstoren. Ook dan kunnen de nieuwe bevoegdheden niet meer worden ingezet omdat er sprake is van een acute en dreigende situatie. De burgemeester dient bij acute, onverwachtse situaties waar geen tijd of weinig voorbereidingstijd is gebruik te maken van zijn noodbevoegdheden.

Uitvoering in de praktijk

Voor een optimale uitvoering van de nieuwe bevoegdheden is het van belang dat er aansluiting wordt gezocht bij de lokaal al ingezette vormen van persoons- en gebiedsgerichte aanpak. De burgemeester en Officier van Justitie zorgen daarbij voor een goede onderlinge afstemming over de toepassing van deze nieuwe bevoegdheden. De afstemming vindt plaats in de lokale driehoek en in casus-overleggen in het Veiligheidshuis. Daar komen de lijnen samen van de onderwerpen (jeugd)overlast en voetbalvandalisme.

Voor de tenuitvoerlegging van de meldingsplicht wordt een regionale afspraak gemaakt door het regionaal college. Die besluitvorming wordt uitgewerkt in regionale werkafspraken die bindend worden ter uitvoering van de opgelegde bevelen. Een van de punten die daarin nog uitgewerkt wordt is het punt van de intergemeentelijke meldingsplicht. In het geval dat een persoon een meldingsplicht krijgt opgelegd, geeft de burgemeester van Almelo geeft niet eerder toestemming voor ten uitvoerlegging in Almelo dan nadat de politie over het ingediende verzoek een positief advies heeft gegeven.

Handhaving

Het niet naleven van een burgemeestersbevel levert een nieuw strafbaar feit op. Overtreding van de verboden is strafbaar gesteld op grond van artikel 184 Wetboek van Strafrecht en wordt door het Openbaar Ministerie in beginsel vervolgd overeenkomstig de richtlijnen van het OM. Op grond van artikel 184 Sr wordt een overtreding van het bevel bestraft met maximaal drie maanden gevangenisstraf of een geldboete in de tweede categorie (€ 3.800,-).

Vereisten uit de Algemene wet bestuursrecht

Op grond van artikel 172a Gemeentewet heeft de burgemeester de bevoegdheid om bevelen op te leggen als een groepsverbod en een gebiedsverbod. Deze bevelen worden aangemerkt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb). In de hoofdstukken drie en vier van de Awb staan een aantal vereisten die hierdoor van toepassing worden. Dit brengt met zich mee dat de voorbereiding van een dergelijk bevel van de burgemeester aan enige tijd onderhevig is. Het is belangrijk dat hiermee rekening wordt gehouden in de praktijk.

Zorgvuldige voorbereiding, belangafweging en horen

Artikel 3:2 en artikel 3:4 van de Awb vereisen een zorgvuldige voorbereiding van besluiten en een belangenafweging door de burgemeester. Dit betekent dat de burgemeester zich, alvorens hij een bevel geeft, een beeld moet vormen van de ernst van de situatie, de vrees voor verdere verstoring van de openbare orde en andere feiten en omstandigheden. Om tot een zorgvuldig genomen besluit te komen maakt de burgemeester gebruik van een gedocumenteerd dossier. Tijdens de voorbereiding van het bevel moet de burgemeester belanghebbenden horen, aldus artikel 4:8, eerste lid Awb. Van dit horen kan ingevolge artikel 4:11 Awb, worden afgezien indien de vereiste spoed zich tegen verhoren verzet of indien ordeverstoringen door de betrokkene alleen kunnen worden voorkomen als de betrokkene niet van te voren in kennis wordt gesteld van de op te leggen maatregel.

Inhoud van het bevel

Het bevel moet een deugdelijke motivering bevatten waarom het bevel noodzakelijk is, aldus artikel 3:46 Awb. Daarnaast moet het bevel vermelden door welke gedragingen en op welke tijdstippen en plaatsen de betrokken persoon herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord. Indien de burgemeester een bevel aan de betrokken persoon oplegt omdat die persoon volgens de burgemeester een leidende rol heeft gehad in een groep welke de openbare orde heeft verstoord, dan dient de burgemeester die gedragingen in het bevel op te nemen. De inhoud van het bevel moet aldus voldoende concreet zijn. De bevoegdheden vormen een beperking van de bewegingsvrijheid. Voorzover het een bevel op basis van artikel 172b is raakt het artikel 8 EVRM. De eisen van zorgvuldigheid, proportionaliteit en subsidiariteit moeten in acht worden genomen. Het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties heeft een circulaire opgesteld waarin nadere informatie ten behoeve van een juiste en zorgvuldige toepassing van artikel 172b is opgenomen.

Bekendmaking

Het bevel moet bekend worden gemaakt aan belanghebbenden. Dit kan ingevolge artikel 3:41 Awb zowel door schriftelijke toezending gebeuren als door uitreiking aan de persoon. De rechtstreekse uitreiking aan de belanghebbende kan plaatsvinden door de politie maar ook door een medewerker van de gemeente. Alleen indien het bevel aan de belanghebbende bekend is gemaakt kan het bevel inwerkingtreden, aldus artikel 3:40 Awb. Bij de bekendmaking moet de motivering van het bevel worden vermeld aldus artikel 3:47 van de Awb.

Geen mandaat

Een op grond van artikel 172a Gemeentewet gegeven bevel wordt genomen door de burgemeester. De burgemeester kan deze bevoegdheid niet mandateren, aldus artikel 177, tweede lid van de Gemeentewet. Het besluit tot verlenging, wijziging of intrekking van het bevel of het besluit tot verlening van ontheffing kan ook niet worden gemandateerd.

Rechtsbescherming

Tegen het bevel van de burgemeester kunnen, conform de Awb, degene aan wie het bevel is opgelegd en eventuele andere belanghebbenden bezwaar en beroep aantekenen. Daarnaast kan een belanghebbende een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter, artikel 8:81 Awb. Het beroep op de bestuursrechter heeft geen schorsende werking.

Bijlage 1: Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke overlast

Constatering

Burgemeester

Politie

1

Bij constatering herhaaldelijk ordeverstorende gedragingen in één jaar

Ordeverstorende gedragingen merendeel in groepsverband gepleegd:

·groepsverbod voor 3 maanden

ordeverstorende gedragingen merendeel individueel gepleegd:

·gebiedsverbod voor 3 maanden

ordeverstorende gedragingen bij evenementen en/of grootschalige samenkomsten (al dan niet een leidende rol):

·gebiedsverbod voor 3 maanden

·indien sprake is van een B en C evenement kan tevens direct een meldingsplicht voor de duur van het risico evenement

Vormt dossier en draagt zaak over aan burgemeester

Bij voetbalgerelateerde ordeverstorende gedragingen

Op basis van artikel 2:26d APV kan een individueel stadionomgevingsverbod worden opgelegd

Indien sprake is van een B of C wedstrijd kan direct een meldingsplicht voor deze thuiswedstrijden worden opgelegd voor de duur van 3 maanden

2

Bij 1e overtreding opgelegd bevel

Overtreding groepsverbod:

·alleen overtreding: verlenging voor de duur van 3 maanden

·overtreding met ordeverstorend gedrag: gebiedsverbod 3 maanden

Overtreding gebiedsverbod:

·alleen overtreding: verlenging voor de duur van 3 maanden

·overtreding met ordeverstorend gedrag: meldingsplicht voor de duur van 3 maanden

Overtreding meldingsplicht:

·verlenging van de duur van de maatregel met drie maanden, met de mogelijkheid om vaker te laten melden

Overtreding stadionomgevingsverbod:

·meldingsplicht voor de duur van 3 maanden

Vormt dossier en legt deze voor aan burgmeester

3

Bij 2e en volgende overtreding van opgelegd bevel

In overleg met de Officier van Justitie verlenging van de maatregel voor de duur van 3 maanden. Optie: opleggen gedragsaanwijzing door OvJ

Vormt dossier en legt deze voor aan het OM. Dossier wordt in ieder geval besproken in lokale driehoek.

4

Herhaling: bij opnieuw constateren ordeverstorende gedraging binnen 3 jaar na verstrijken maatregel

de eerste stap uit het handhavingsarrangement wordt overgeslagen.

Openbaar Ministerie: afstemming over op te leggen maatregelen vindt plaats in lokale driehoek

Niet opvolgen opgelegde maatregelen: vervolging op basis van artikel 184 Wsr. Het OM hanteert hiervoor afwegingscriteria waarbij het dossier wordt getoetst aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Bijlage 2: Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke jeugd overlast

Constatering

Burgemeester

Politie

1

Bij constatering herhaaldelijk ordeverstorende gedragingen in één jaar

Ordeverstorende gedragingen merendeel in groepsverband gepleegd:

·groepsverbod voor 3 maanden

ordeverstorende gedragingen merendeel individueel gepleegd:

·gebiedsverbod voor 3 maanden

ordeverstorende gedragingen bij evenementen en/of grootschalige samenkomsten (al dan niet een leidende rol):

·gebiedsverbod voor 3 maanden

·indien sprake is van een B en C evenement kan tevens direct een meldingsplicht voor de duur van het risico evenement

Vormt dossier en draagt zaak over aan burgemeester

Bij voetbalgerelateerde ordeverstorende gedragingen

Op basis van artikel 2:26d APV kan een individueel stadionomgevingsverbod worden opgelegd

Indien sprake is van een B of C wedstrijd kan direct een meldingsplicht voor deze thuiswedstrijden worden opgelegd voor de duur van 3 maanden

2

Bij 1e overtreding opgelegd bevel

Overtreding groepsverbod:

·alleen overtreding: verlenging voor de duur van 3 maanden

·overtreding met ordeverstorend gedrag: gebiedsverbod 3 maanden

Overtreding gebiedsverbod:

·alleen overtreding: verlenging voor de duur van 3 maanden

·overtreding met ordeverstorend gedrag: meldingsplicht voor de duur van 3 maanden

Overtreding meldingsplicht:

·verlenging van de duur van de maatregel met drie maanden, met de mogelijkheid om vaker te laten melden

Overtreding stadionomgevingsverbod:

·meldingsplicht voor de duur van 3 maanden

Vormt dossier en legt deze voor aan burgmeester

3

Bij 2e en volgende overtreding van opgelegd bevel

In overleg met de Officier van Justitie verlenging van de maatregel voor de duur van 3 maanden. Optie: opleggen gedragsaanwijzing door OvJ

Vormt dossier en legt deze voor aan het OM. Dossier wordt in ieder geval besproken in lokale driehoek.

4

Herhaling: bij opnieuw constateren ordeverstorende gedraging binnen 3 jaar na verstrijken maatregel

de eerste stap uit het handhavingsarrangement wordt overgeslagen.

Openbaar Ministerie: afstemming over op te leggen maatregelen vindt plaats in lokale driehoek

Niet opvolgen opgelegde maatregelen: vervolging op basis van artikel 184 Wsr. Het OM hanteert hiervoor afwegingscriteria waarbij het dossier wordt getoetst aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Bijlage 3: Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke overlast door een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt

Constatering

Burgemeester

Politie

1

Bij constatering 2e groepsgewijze ordeverstorende gedraging binnen 6 maanden

De burgemeester legt aan de persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent het bevel op dat de minderjarige zich in het bepaalde tijdvak niet op openbare plaatsen zonder zijn of haar begeleider mag begeven voor de duur van maximaal 3 maanden.

Mits de hulpverlening is gestart dan wel aangeboden,

en ten minste één orderverstorende handeling na het opstarten van de hulpverlening, dan wel het aanbieden daarvan heeft plaatsgevonden.

Vormt dossier en legt deze voor aan burgmeester

2

Bij constatering 1e overtreding maatregel

Maatregel wordt verzwaard voor de resterende tijd dat de minderjarige zich niet mag begeven in een nader aan te wijzen gebied zonder begeleiding van de persoon die het gezag over hem of haar heeft.

Tenzij de ouders/verzorgers meedoen aan de hulpverlening, dan wel alsnog de hulpverlening aanvaarden.

Vormt dossier en legt deze voor aan burgmeester

3

Bij constatering 2e overtreding maatregel

Vormt dossier en legt deze voor aan het OM. Dossier wordt in ieder geval besproken in lokale driehoek.

4

Herhaling: bij opnieuw constateren ordeverstorende gedragingen binnen zes maanden na verstrijken maatregel

Jeugdige nog geen 12 jaar:

Burgemeester en Officier van Justitie bespreken het dossier en overleggen over het vervolgtraject.

De Raad voor de Kinderbescherming wordt ook geïnformeerd.

Jeugdige is inmiddels 12 jaar:

Eerste stap in het handhavingsarrangement wordt overgeslagen.

Vormt dossier en legt deze voor aan het OM en de RvdK.

Openbaar Ministerie: afstemming over op te leggen maatregelen vindt plaats in lokale driehoek

Niet opvolgen opgelegde maatregelen: vervolging op basis van artikel 184 Wsr. Het OM hanteert hiervoor afwegingscriteria waarbij het dossier wordt getoetst aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Circulaire: Uitvoering van het beleid en het handhavingsarrangement vindt plaats met inachtneming van hetgeen in de circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is neergelegd.