Procedureverordening planschadevergoeding

Geldend van 31-03-2009 t/m heden

Intitulé

Procedureverordening planschadevergoeding

De RAAD van de gemeente DORDRECHT;

gezien het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders van 6 september 2005;

Nr. SO/2005/7648

gelezen het besluit van het college van 6 september 2005;

gelet op artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

b e s l u i t :

vast te stellen

de Procedureverordening Planschadevergoeding 2005

Artikel 1: Begripsbepalingen

1.

De verordening verstaat onder:

a.

planschade:

schade als bedoeld in artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO);

b.

planologische maatregel:

de bepalingen van een bestemmingsplan, dan wel het besluit omtrent vrijstelling als bedoeld in de artikelen 17 of 19 WRO, dan wel een van de andere in artikel 49 WRO genoemde schadeoorzaken;

c.

aanvrager:

degene die een aanvraag om vergoeding van planschade indient;

d.

college:

het college van burgemeester en wethouders;

e.

derde-belanghebbende:

degene als bedoeld in artikel 49a WRO, die heeft verzocht om ten behoeve van de verwezenlijking van een project een bestemmingsplan te herzien of te wijzigen dan wel om vrijstelling te verlenen, anders dan bedoeld in artikel 31a of 31b WRO en die met de gemeente een overeenkomst heeft gesloten inhoudende dat geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening komt de schade die rechtstreeks haar grondslag vindt in het besluit op dit verzoek en waarvan aanvrager vergoeding vraagt;

f.

commissie:

vaste onafhankelijke commissie, belast met het adviseren inzake de door het college te nemen beschikking op een aanvraag om vergoeding van planschade en niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan;

g.

drempelbedrag:

recht als bedoeld in artikel 49, derde lid WRO.

2.

Deze verordening is van toepassing op verzoeken om planschade als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub a die zijn ingediend:

a.

tussen 1 september 2005 en 1 september 2010 en die betrekking hebben op planologische maatregelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, die onherroepelijk zijn geworden voor 1 september 2005;

b.

tussen 1 september 2005 en 1 juli 2008 en die betrekking hebben op planologische maatregelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, die onherroepelijk zijn geworden na 1 september 2005 en voor 1 juli 2008, met dien verstande dat een verjaringstermijn van 5 jaar gerekend vanaf de datum van het onherroepelijk worden van de planologische maatregel van toepassing is.

Artikel 2: Indiening van de aanvraag en mededeling van ontvangst

  • 1. Een aanvraag om vergoeding van planschade wordt bij het college ingediend.

  • 2. Het college tekent de datum van ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid onverwijld aan. De ontvangst wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld aan aanvrager. Van de aanvraag wordt een afschrift toegezonden aan de derde-belanghebbende.

  • 3. In de mededeling van ontvangst wijst het college de aanvrager erop dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag van € 300,- verschuldigd is en deelt hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de gemeente dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort.

Artikel 3: Besluit tot het niet-ontvankelijk verklaren van de aanvrager

Indien het drempelbedrag niet binnen de in artikel 2, derde lid genoemde termijn is bijgeschreven of gestort, verklaart het college de aanvrager niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest.

Artikel 4: Besluit tot afwijzing van de aanvraag wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid

  • 1. Het college wijst de aanvraag binnen acht weken na de dag van verzending van de mededeling van ontvangst af indien sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid van de aanvraag.

  • 2. De termijn van acht weken kan een keer met ten hoogste vier weken worden verlengd.

Artikel 5: Besluit tot opdrachtverstrekking

Indien geen toepassing wordt gegeven aan artikel 3 of artikel 4 geeft het college uiterlijk bij het verstrijken van de in artikel 4 bedoelde termijn aan de commissie onder toezending van het verzoekschrift opdracht ter zake advies uit te brengen.

Artikel 6: Samenstelling van de commissie

  • 1. De schadebeoordelingscommissie bestaat uit 3 leden, die -evenals hun plaatsvervangers- telkens voor een periode van drie jaar door het college worden benoemd;

  • 2. De leden van de commissie zijn tot geheimhouding verplicht. Deze verplichting bestaat niet tegenover degenen, die bevoegd zijn van de inhoud van het rapport kennis te nemen.

  • 3. In bijzondere gevallen kan de commissie, na schriftelijke toestemming van het college, zicht doen bijstaan door een externe deskundige.

Artikel 7: Werkwijze van de commissie

  • 1. De commissie stelt de aanvrager, een derde-belanghebbende en het college in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling hun visie te geven over de aanvraag om vergoeding van planschade.

  • 2. Van een mondelinge uiteenzetting door de aanvrager, de derde-belanghebbende of de vertegenwoordiger van het college wordt een verslag gemaakt. Deze wordt opgenomen in het advies.

Artikel 8: Advisering

  • 1. De commissie brengt binnen zestien weken na ontvangst van de opdracht een schriftelijk en gemotiveerd conceptadvies aan het college uit omtrent de gegrondheid van de aanvraag en de hoogte van de te vergoeden planschade en stelt het college de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van het conceptadvies schriftelijk een reactie daarop ter kennis van de commissie te brengen.

  • 2. Van een overschrijding van de in het eerste lid genoemde termijn stelt de commissie het college vooraf schriftelijk in kennis, met vermelding van de nieuwe termijn waarbinnen zij het conceptadvies zal uitbrengen.

  • 3. De commissie zendt een afschrift van het conceptadvies aan de aanvrager en een derde-belanghebbende en stelt de aanvrager en de derde-belanghebbende in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van het conceptadvies schriftelijk een reactie daarop ter kennis van de commissie te brengen.

  • 4. Bij tijdige ontvangst van eventuele reacties als bedoeld in lid 1 en 3 brengt de commissie binnen vier weken na verloop van de in het derde lid bedoelde termijn een definitief advies uit aan het college.

    Zij kan de termijn van vier weken eenmalig met vier weken verlengen, van welke verlenging zij mededeling doet aan het college.

  • 5. Indien niet binnen de in het derde lid bedoelde termijn een reactie is ingebracht, brengt de commissie binnen twee weken na verloop van deze termijn een definitief advies uit aan het college.

  • 6. De commissie zendt een afschrift van het definitieve advies aan de aanvrager en de derde-belanghebbende.

Artikel 9: Beschikking van het college

  • 1. Binnen zes weken na ontvangst van het definitieve advies beslist het college op de aanvraag om vergoeding van planschade.

  • 2. Het college kan deze termijn een keer met ten hoogste vier weken verlengen.

Artikel 10: Uitbetaling

Indien het college een vergoeding van planschade vaststelt, vindt uitbetaling plaats op een door aanvrager aangegeven rekening direct na het onherroepelijk worden van deze beschikking.

Artikel 11: Overgangsrecht

Met betrekking tot verzoeken ex artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijft de Procedureverordening Planschadevergoeding van 4 februari 1969 van toepassing.

Artikel 12: Slotbepalingen

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie van deze verordening .

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Procedureverordening planschadevergoeding’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 november 2005.

De griffier
De voorzitter