Verordening op de raadscommissies 2006, eerste wijziging

Geldend van 15-03-2013 t/m heden

Intitulé

Verordening op de raadscommissies 2006, eerste wijziging

De raad van de gemeente Asten;

gezien het advies van het Presidium d.d. 6 april 2006;

gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;

gezien het advies van de commissie ALGEMENE ZAKEN EN CONTROL d.d. 7 september 2006;

b e s l u i t:

vast te stellen de “Verordening op de raadscommissies 2006”.

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    lid: gewoon lid, of toegevoegd lid van een raadscommissie;

  • b.

    voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger;

  • c.

    griffier: griffier van de raad of diens vervanger;

  • d.

    vergadering: vergadering van een raadscommissie;

  • e.

    Reglement van orde: “Reglement van orde voor vergaderingen en anderewerkzaamheden van de gemeenteraad”;

  • f.

    presidium: zoals omschreven in art. 5 lid 2, jnct. art. 1a. van het

    “Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaam-

    heden van de gemeenteraad 2006”.

Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling

Artikel 2 Instelling raadscommissies

  • 1. De raad stelt de volgende raadscommissies in:

    • a.

      BURGERS;

    • b.

      RUIMTE;

    • c.

      ALGEMENE ZAKEN en CONTROL.

  • 2. De raadscommissie BURGERS adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:

    • -

      Welzijn

    • -

      Ouderenbeleid

    • -

      Cultuur

    • -

      Sport

    • -

      Onderwijs

    • -

      Sociale Zaken

    • -

      Accommodatiebeleid

    • -

      Jeugdbeleid

    • -

      Volksgezondheid

    • -

      Minderhedenbeleid

    • -

      Recreatie en Toerisme

  • 3. De raadscommissie RUITME adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:

    • -

      Ruimtelijke Ontwikkeling

    • -

      Volkshuisvesting

    • -

      Verkeer en Vervoer

    • -

      Milieu

    • -

      Infrastructuur

    • -

      Beheer openbare ruimte

    • -

      Archeologie

    • -

      Monumentenzorg

  • 4. De raadscommissie ALGEMENE ZAKEN en CONTROL adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:

    • -

      Algemene beleidscoördinatie

    • -

      Algemeen bestuurlijke zaken, waaronder:

      • -

        bestuurlijke vernieuwing

      • -

        herindeling

      • -

        (regionale) samenwerking

    • -

      Openbare orde en veiligheid

    • -

      Brandweer en rampenbestrijding

    • -

      Communicatie

    • -

      Financiën

    • -

      Handhaving

    • -

      Economische Zaken

    • -

      Werkgelegenheidsbeleid

    • -

      Grondexploitatie en eigendombeheer

    • -

      Personeel en organisatie

  • 5. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in die raadscommissie behandeld die het onderwerp het meest aangaat, tenzij het presidium beslistdat het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies wordt behandeld of dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd.

  • 6. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult devoorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.

Artikel 3 Taken

Een raadscommissie heeft de volgende taken:

  • a.

    het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen;

  • b.

    het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;

  • c.

    voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede lid, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen;

  • d.

    het uitspreken of formuleren van wensen en bedenkingen ten behoeve van het college ter verdere voorbereiding van voorstellen of te nemen besluiten.

Artikel 4 Samenstelling, gewone leden, toegevoegde leden, (lid 6 gewijzigd)

  • 1. Een raadscommissie bestaat uit één gewoon lid enmaximaal twee toegevoegde leden per fractie.

  • 2. De in het eerste lid genoemde gewoneleden worden door de raad, op voordracht van de fracties, uit zijn midden benoemd.

  • 3. De in het eerste lid genoemde toegevoegde leden, worden door de raad, op voordracht van de fracties, benoemd.

  • 4. Een toegevoegd lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op toegevoegde leden van een raadscommissie.

  • 5. Een toegevoegd lid heeft zitting in een raadscommissie ter waarneming van een

    gewoon lid als bedoeld in het eerste lid of op basis van specifieke deskundigheid.

  • 6. Na verloop van drie zittingsjaren, dus 1 jaar voor de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen kunnen partijen kandidaten die niet op de kieslijst hebben gestaan voordragen voor de commissies.

Artikel 5 Voorzitter

  • 1. De voorzitter en zijn plaatsvervangers worden door de raad uit zijn midden benoemd.

  • 2. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.

  • 3. De voorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      het doen naleven van deze verordening;

    • d.

      hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 6 Zittingsduur en vacatures

  • 1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, vierde en zesdelid, gestelde eisen.

  • 3. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.

  • 4. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervangers ontslaan.

  • 5. Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 6. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5.

  • 7. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Artikel 7 Griffier

  • 1. De griffier is in iedere vergadering aanwezig.

  • 2. Bij verhindering of afwezigheid van de griffier én de aangewezen plaatsvervanger ex art. 3 lid 2 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad, wijst de voorzitter van de raad een andere ambtenaar aan die éénmalig de griffier waarneemt.

  • 3. De griffier, zijn plaatsvervanger of waarnemer als bedoeld in lid 2, kan, indien daartoe door de voorzitter uigenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in deze verordening, deelnemen.

Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris

Artikel 8 Burgemeester en wethouders

Het presidium kan de burgemeester, en of één of meer wethouders uitnodigen, al danniet op hun verzoek, om in de commissievergadering aanwezig te zijn en aan deberaadslagingen deel te nemen.

Artikel 9 Gemeentesecretaris

Het presidium kan het college verzoeken de secretaris aanwezig te laten zijn in de vergadering en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in deze verordening.

Hoofdstuk 4 Vergaderingen

Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen

Artikel 10 Vergaderfrequentie

  • 1. De vergaderingen van de functionele raadscommissies vinden in de regel plaats conform het jaarrooster dat door het presidium jaarlijks wordt vastgesteld en tijdig wordt gepubliceerd.

    De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 20.00 uur en vinden plaats in het gemeentehuis.

  • 2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

  • 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier.

Artikel 11 Oproep

  • 1. De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering met dien verstande dat tussen het tijdstip van verzending en het tijdstip van de vergadering in elk geval twee weekeinden zitten.

  • 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden.

  • 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.

Artikel 12 De agenda

  • 1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidiumde agenda van de vergadering voorlopig vast.

  • 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

  • 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  • 4. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

  • 5. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken

  • 1.

    Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 14. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht.

  • 2. Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage.

Artikel 14 Openbare kennisgeving

  • 1. De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging op de gemeentepagina in het plaatselijk huis-aan-huisblad, het publicatiebord en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.

  • 2. De openbare kennisgeving vermeldt:

    • a.

      de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;

    • b.

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;

    • c.

      de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17.

  • 3. Daarnaast worden de bij de agenda behorende stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst.

Paragraaf 2 Orde der vergadering

Artikel 15 Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 16 Opening vergadering; quorum

  • 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen.

  • 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

Artikel 17 Spreekrecht burgers

  • 1. Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen of over andere onderwerpen, die tot het taakveld behoren van de betreffende commissies, zoals aangegeven in art. 2, lid 2, 3 en 4.

  • 2. Over geagendeerde onderwerpen kunnen aanwezige burgers. die in de eerste termijn van spreekrecht hebben aangegeven ook, indien van toepassing, in tweede termijn van het spreekrecht gebruik te maken. Zij krijgen hiertoe de gelegenheid van de voorzitter na zijn afsluiting van de eerste termijn. De maximale spreektijd gezamenlijk is dertig minuten. Lid 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Het woord kan niet gevoerd worden over:

    • a.

      een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;

    • b.

      benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

  • 4. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 8 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.

  • 5. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 6. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

  • 7. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De deelnemers aan de commissievergadering kunnen aan insprekers verhelderende vragen stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

  • 8. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Artikel 18 Verslag

  • 1. Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, aan de leden toegezonden uiterlijk gelijktijdig met de schriftelijke oproep.

  • 2. Het conceptverslag wordt zo spoedig mogelijk na gereedkomen op de website van de gemeente geplaatst.

  • 3. Bij het begin van de vergadering wordt, zo mogelijk, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld.

  • 4. De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, de griffier en de secretaris, hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raadscommissie te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient uiterlijk 8 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier te worden ingediend.

  • 5. Het verslag bevat tenminste:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de griffier, de burgemeester en de wethouders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

    • b.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • c.

      een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de fractie namens wie het woord werd gevoerd;

    • d.

      indien een lid een standpunt heeft, afwijkend van het fractiestandpunt, wordt de naam van dat lid genoemd, met vermelding van het feit dat een afwijkend standpunt werd ingenomen;

    • e.

      het eindadvies dat voldoet aan het gestelde in art. 28 lid 4;

    • f.

      bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 27 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

  • 6. Het verslag wordt opgesteld onder de zorg van de griffier.

  • 7. Het vastgestelde verslag wordt door de griffier ondertekend.

Artikel 19 Ingekomen stukken gericht aan de raad

De commissie stelt de wijze van afdoening van ingekomen stukken, die gericht zijn aan de raad, vast.

Artikel 20 Spreekregels

  • 1. Diegenen die toestemming hebben aan de beraadslaging deel te spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.

  • 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken.

  • 3. Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris, voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

Artikel 21 Volgorde sprekers

  • 1. Het woord vangt aan bij die fractie die, bij toerbeurt, daartoe is aangewezen door de voorzitter.

  • 2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering.

Artikel 22 Aantal spreektermijnen

  • 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.

  • 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

  • 5. Per geagendeerd onderwerp voert per fractie slechts één lid het woord, tenzij de commissie anders beslist.

Artikel 23 Spreektijd

Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.

Artikel 24 Voorstellen van orde

  • 1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.

Artikel 25 Handhaving orde; schorsing

  • 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;

    • b.

      een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

  • 4. De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.

  • 5. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 26 Beraadslaging

  • 1. De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1. De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 28 Advies

  • 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist.

  • 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht.

  • 3. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies.

  • 4. In het advies wordt vermeld of de commissie unaniem dan wel in meerderheid adviseert. Hierbij wordt rekening gehouden met het aantal zetels die de fracties in de raad vertegenwoordigen.

Hoofdstuk 5 Besloten vergadering

Artikel 29 Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 30 Verslag

  • 1. Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.

  • 2. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van dit verslag.

  • 3. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 31 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 32 Opheffing geheimhouding

Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers

Artikel 33 Toehoorders en pers

  • 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

  • 3. De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.

Artikel 34 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.

Artikel 35 Verbod gebruik mobiele telefoons

In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 36 Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 37 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2006;

  • 2. Op dat tijdstip vervalt de "Verordening op de raadscommissies” van de raad van de gemeente Asten vastgesteld bij raadsbesluit van 25 februari 2003 en laatstelijk gewijzigd 27 januari 2004.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Asten d.d. 19 september 2006
De raad voornoemd,
de griffier,
ir. C.W.J.B. Verborg
de voorzitter,
ir J. Beenakker