Verordening regelende de subsidiering van wijk- en buurtverenigingen

Geldend van 21-04-2012 t/m 05-07-2018

Intitulé

VERORDENING REGELENDE DE SUBSIDIERING VAN WIJK- en BUURTVERENIGINGEN

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor subsidie op grond van deze regeling komen in aanmerking in Leiden gevestigde wijk- of buurtverenigingen die naar de mening van het College van burgemeester en wethouders voldoende draagvlak hebben in hun territoir.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze regeling worden onder wijk- of buurtverenigingen verstaan verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid (BW 2: 26,27) die zich ten doel stellen de belangen in algemene zin van een bepaalde wijk of buurt te behartigen en die als zodanig door het College van burgemeester en wethouders zijn erkend.

Artikel 3

  • 1. Een vereniging welke voor erkenning in aanmerking wenst te komen, dient een aanvraag daartoe in, waarbij wordt aangegeven:

    • ·

      de statuten;

    • ·

      de werkwijze;

    • ·

      de voorgenomen activiteiten;

    • ·

      de begrenzing van het territoir;

    • ·

      de samenstelling van het bestuur;

    • ·

      de ledenlijst.

  • 2. In de statuten dient daarbij te zijn vastgelegd dat het lidmaatschap van de vereniging, behoudens in de statuten beschreven uitzonderingen, tenminste openstaat voor alle inwoners van achttien jaar en ouder binnen het territoir van de verenging.

Artikel 4

  • 1. Het College van burgemeester en wethouders beoordeelt de staturen van de vereniging die voor erkenning in aanmerking wil komen of deze, in geval van oordeelsvorming over plannen van derden of anderszins van advisering aan derden namens de wijk of buurt, voorzien in een regeling voor raadpleging van de inwoners binnen het betreffende territoir, alvorens het bestuur van de vereniging haar standpunt bepaald.

  • 2. Het College van burgemeester en wethouders zal erkenning weigeren indien:

    • a.

      de vereniging handelt in strijd met de algemene voorwaarden van de gemeentelijke subsidieverordening;

    • b.

      door erkenning in hetzelfde territoir meer dan één verenging voor subsidie in aanmerking zal komen.

  • 3. Het College van burgemeester en wethouders zal de erkenning van een bestaande vereniging intrekken indien:

    • a.

      de verenging handelt in strijd met de algemene voorwaarden van de gemeentelijke subsidievoorwaarden;

    • b.

      naar de mening van het College, de vereniging in onvoldoende mate de belangen in algemene zin van een bepaalde wijk of buurt vertegenwoordigd.

Artikelen 6 t/m 10

Vervallen

BEREKENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 11

De subsidie wordt, met inachtneming van de in artikel 16 vermelde maxima bepaald op:

  • a.

    100% van de huisvestingskosten;

  • b.

    100% van de organisatiekosten;

  • c.

    100% van de kosten van een wijk- of buurtblad;

  • d.

    100% van de kosten van activiteiten.

Artikel 12

Onder huisvestingskosten bedoeld in artikel 11 worden verstaan de in redelijkheid te maken navolgende kosten, voor zover deze worden gemaakt ten behoeve van vergaderingen, voorlichtingsbijeenkomsten, hearings, vormings- en ontspanningsactiviteiten:

  • a.

    huur van een lokaliteit;

  • b.

    kosten van verlichting, verwarming en water;

  • c.

    schoonmaakkosten;

  • d.

    kosten voor onderhoud voor zover die voor rekening van de huurder komen;

  • e.

    kleine aanschaffingen ten behoeve van de inventaris.

Artikel 13

Onder huisvestingskosten bedoeld in artikel 11 worden verstaan de in redelijkheid gemaakte kosten van:

  • a.

    afschrijving op en verlies bij verkoop van kantoormachines;

  • b.

    drukwerk/stencilwerk;

  • c.

    rente/bankkosten;

  • d.

    administratie- en/of accountantskosten;

  • e.

    bestuurskosten;

  • f.

    abonnementen;

  • g.

    andere als zodanig door het College van burgemeester en wethouders aanvaarde organisatiekosten.

Artikel 14

Onder de kosten van een wijkblad bedoeld in artikel 11 worden verstaan de kosten van vervaardiging en verzending van het wijk- en buurtblad.

Artikel 15

Onder de kosten van activiteiten bedoeld in artikel 11 worden verstaan de kosten van activiteiten, verminderd met de door de activiteiten verkregen inkomsten, voor zover deze niet via subsidies uit anderen hoofde worden gedekt.

Artikel 16

  • 1. De subsidie bedoeld in artikel 11 bedraagt totaal niet meer dan het aantal inwoners in het territoir waarin de organisaties werkzaam is, vermenigvuldigd met een telken jare door de Gemeenteraad vast te stellen bedrag. De hoogte van het bedrag wordt bekend gemaakt in het Programma als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Algemene Subsidieverordening 2012 van de gemeente Leiden. De vaststelling van het aantal inwoners gebeurt aan de hand van gegevens over de bevolking in Leiden per 1 januari voorafgaand aan het boekjaar waarover subsidie wordt aangevraagd.

  • 2. Naast de in lid 1 genoemde subsidie is een jaarlijks door de Gemeenteraad vastgesteld bedrag beschikbaar voor organisaties die in bijzondere omstandigheden verkeren.

    De toedeling van dit bedrag wordt bekend gemaakt in het Programma als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Algemene Subsidieverordening 2012 van de gemeente Leiden.

OVERLEG WIJKORGANEN

Artikel 17

Indien door wijkorganisatie op stedelijk niveau een regelmatig overleg in stand wordt gehouden, komen de daaruit voortvloeiende huisvestings- en organisatiekosten voor subsidie in aanmerking, tot een jaarlijks door burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag.

SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 18

Het College van burgemeester en wethouders is bevoegd ter uitvoering van deze regeling nadere voorschriften en aanwijzingen te geven.

Artikel 19

In alle gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het College van burgemeester en wethouders na overleg met de betrokken organisatie.

Artikel 20

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 kunnen burgemeester en wethouders op grond van bijzondere omstandigheden bepalen dat een wijk- of buurtorganisatie, die har werkzaamheden niet binnen de rechtspersoon van een vereniging uitoefent, niettemin aanspraak heeft op subsidie krachtens deze verordening, indien deze organisatie, gelet op de inrichting van haar statuten en haar feitelijke werkwijze, in voldoende mate representatief kan worden beschouwd voor de inwoners binnen haar territoir.In dat geval zijn de voorgaande artikelen zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21

Voor wijk- en buurtorganisaties, die ten tijde van het in werking treden van de gewijzigde verordening reeds door het College zijn erkend, geldt de eis het zijn van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid eerst met ingang van 1 januari 1998, tenzij het College van burgemeester en wethouders toepassing heeft gegeven aan artikel 20

Artikel 22

Deze regeling kan worden aangehaald als “Subsidieregeling wijk- en buurtverenigingen”.

Artikel 23

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1976.

Nota-toelichting

Toelichting op artikel 18

Burgemeester en wethouders hebben op 11 januari 2000, besluitnr. 99.1070 besloten de directeur van de dienst Cultuur en Educatie te machtigen, met toepassing van het bepaalde in artikel 18 van deze Verordening, de reservevorming door buurt- en wijkorganisaties vast te stellen op maximaal ƒ 5.000,00 – en voorts te bepalen dat, indien een buurt- of wijkorganisatie een grotere reservevorming wil aanhouden, zij daartoe een aparte en specifieke aanvraag moet indienen.