Verordening stimuleringsfonds volkshuisvesting 2001

Geldend van 11-10-2001 t/m heden

Intitulé

Verordening stimuleringsfonds volkshuisvesting 2001

De Raad van de gemeente Hoorn;

- gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 juni 2001;

- gelet op bepaalde inartikel 149 van de Gemeentewet

besluit de volgende verordening vast te stellen

Verordening stimuleringsfonds volkshuisvesting 2001

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a. monument: een object, al dan niet bestemd voor bewoning dat is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst;

  • b. woning: iedere woonruimte bestemd en in gebruik voor zelfstandige permanente bewoning als zodanig;

  • c. aanvrager: de eigenaar-bewoner van de woning, dan wel de vereniging van eigenaren, de stichting of de particuliere verhuurder van het gebouw of de eigenaar van een object die de aanvraag voor een stimuleringslening indient;

  • d. eigenaar: De eigenaar van een pand. Onder eigenaar wordt ook verstaan:

    • 1.

      een vereniging van eigenaren;

    • 2.

      degene die het recht van erfpacht heeft;

    • 3.

      de houder van een recht van opstal;

    • 4.

      de houder van een appartementsrecht;

    • 5.

      degene die een beperkt zakelijk recht (vruchtgebruik) heeft;

  • e. sociale verhuurder: een toegelaten instelling zoals bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;

  • f. eigenaar-bewoner: de eigenaar die de eigen woning zelf bewoont

  • g. particuliere verhuurder: de natuurlijke of rechtspersoon die één of meer woningen verhuurt en die geen toegelaten instelling is als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;

  • h. plan: een omschrijving van de te treffen voorzieningen;

  • i. kosten van het plan: hiertoe behoren (indien door burgemeester en wethouders verplicht gesteld)

    • -

      de gespecificeerde aanneemsom;

    • -

      het architectenhonorarium;

    • -

      technisch onderzoek aan de woning en/of het complex woningen;

    • -

      inspectie- en/of adviesrapport voor een gemeentelijk monument;

    • -

      adviezen van erkende deskundigen op het gebied van constructies, installaties en/of bouwfysica;

  • j. stimuleringslening: een laagrentende lening die op voordracht van de gemeente wordt verstrekt door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten, voor doeleinden zoals omschreven deze verordening;

  • k. leningsplafond: een jaarlijks door de gemeenteraad vast te stellen plafond voor het op grond van deze verordening verstrekken van stimuleringsleningen uit het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting gemeente Hoorn. Genoemd fonds is ondergebracht bij de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVN) te Hoevelaken.

De werkingssfeer van de verordening

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1. Deze verordening is van toepassing op:

    • a.

      kosten verbonden aan het restaureren en onderhouden van monumenten, onder de voorwaarde dat de nodige vergunningen op grond van de Monumentenwet en/of Monumentenverordening zijn verleend. Een aanvraag voor een stimuleringsregeling kan worden ingediend door de eigenaar van een beschermd monument;

    • b.

      het treffen van voorzieningen aan bestaande woningen, conform SEV-richtlijnen (“opplussen”) om te bevorderen dat ouderen er zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Een aanvraag voor een stimuleringsregeling kan worden ingediend door sociale verhuurders, particuliere verhuurders en eigenaar-bewoners;

    • c.

      het realiseren van zelfstandige woningen boven winkels en andere functies in de binnenstad. Een aanvraag voor een stimuleringsregeling kan worden verstrekt door sociale verhuurders, particuliere verhuurders en eigenaren.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen ook voor andere dan de onder lid 1 projecten stimuleringsleningen verstrekken. De bepalingen van deze verordening zijn daarop eveneens van toepassing.

Artikel 3 Lening

  • 1. Een stimuleringslening wordt alleen toegekend voor plannen waarvan de goedgekeurde geraamde kosten € 1.500,-- (fl. 3.306) of meer bedragen. Dit bedrag geldt per woning of complex indien sprake is van een complexgewijze aanpak;

  • 2. Voor de in artikel 2 genoemde voorzieningen wordt geen lening verstrekt over dat deel waarvoor op grond van een andere regeling subsidie en/of een lening wordt verstrekt. Burgemeester en wethouder kunnen vrijstelling verlenen van deze bepaling indien de haalbaarheid van het plan dit wenselijk maakt;

  • 3. Burgemeester en wethouders informeren de aanvrager over de mogelijke toekenning van een stimuleringslening door middel van een toewijzingsbrief bijdrage Stimuleringsfonds Volkshuisvesting;

  • 4. In de toewijzingsbrief, zoals bedoeld onder lid 3, wordt zonodig vastgelegd:

    • a.

      de goedgekeurde kosten;

    • b.

      de maximale lening;

    • c.

      de maximale looptijd;

    • d.

      een vast rentepercentage voor de gemeentelijke stimuleringslening gedurende de gehele looptijd;

    • e.

      de soort lening;

    • f.

      of een advies van een Bemiddelend Orgaan is vereist;

    • g.

      of een hypotheekvestiging vereist is;

    • h.

      of een bouwkrediet kan worden verstrekt

  • 5. De Stichting Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten stelt vervolgens, op voorstel van de gemeente, de stimuleringslening vast en draagt, via een bouwkrediet, zorg voor de uitbetaling;

  • 6. Na uitvoering en gereedmelding van het plan stellen burgemeester en wethouders het leningsbedrag definitief vast;

  • 7. De definitieve lening zoals bedoeld in lid 5 bedraagt niet meer dat het voorlopig toegekende leningsbedrag zoals bedoeld in lid 3;

  • 8. Indien het definitieve leningsbedrag lager is dan de voorlopige toekenning, lost de leningnemer het verschil binnen 30 dagen na vaststelling van de lening af.

Artikel 4 Maximaal leningsbedrag

  • 1. De maximale lening bedraagt voor:

    • a.

      restauratie en onderhoud van monumenten: een bedrag in de goedgekeurde geraamde subsidiabele kosten;

    • b.

      voorzieningen aan bestaande woningen (“opplussen”): een maximum bedrag van € 4.500,-- ( ƒ 9.916,70) per woning;

    • c.

      het realiseren van zelfstandige woningen boven winkels en andere functies in de binnenstad: een maximum bedrag van € 10.000,-- (ƒ 22.037,--) per woning.

  • 2. De subsidiabel kosten, zoals bedoeld in lid 1, sub. a wordt bepaald aan de hand van de daarvoor van toepassing verklaarde leidraad voor de subsidiëring van rijksmonumenten.

Artikel 5 Voorrang

  • 1. Burgemeester en wethouders geven ten aanzien van de voorzieningen als genoemd in artikel 4, onder b, c en d voorrang aan aanvragen van sociale verhuurders, niet winstbeogende instellingen en/of een complexgewijze aanpak in combinatie met herstructurering van de woonomgeving.

  • 2. Voor de in lid 1 genoemde voorzieningen kunnen burgemeester en wethouders, binnen de marges van de eventueel vastgestelde leningplafonds en zonodig vooruitlopend op concrete aanvragen, bedragen reserveren voor komende projecten.

  • 3. Met inachtneming van het gestelde in de leden 1 en 2 worden aanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld.

Aanvraag stimuleringslening

Artikel 6 Vereisten aanvraag

  • 1. De schriftelijke aanvraag wordt in tweevoud ingediend bij burgemeester en wethouders. Hierbij worden, indien door of namens Burgemeester en wethouders verplicht gesteld, de volgende stukken bijgevoegd:

    • a.

      een onafhankelijk en deskundig opgesteld rapport met technische onderbouwing van het plan;

    • b.

      een gespecificeerde begroting van kosten;

    • c.

      een werkomschrijving;

    • d.

      tekeningen die een goed inzicht geven in de te treffen voorzieningen;

    • e.

      voor eigenaar-bewoners: een bewijs van eigendom (gewaarmerkt afschrift koopakte) en een gewaarmerkt uittrekstel uit de kadastrale legger.

Hoofdstuk Toekennen stimuleringslening

Artikel 7 Beslistermijn

  • 1. Burgemeester en wethouders nemen binnen 8 weken een beslissing op een ingediende aanvraag. De aanvrager wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van deze beslissing.

  • 2. Een voorlopig toegekende lening is beschikbaar nadat de Stichting Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten de lening heeft vastgesteld door middel van een notariële akte.

  • 3. Voor een lening van € 9.000,-- (ƒ 19.833,--) of minder is geen hypotheekvestiging vereist.

Artikel 8 Leningsplafond

Een aanvraag voor een stimuleringslening wordt afgewezen als het beschikbare leningsplafond voor de desbetreffende subsidiecategorie, van het lopende jaar is bereikt.

Artikel 9 Leningsvoorwaarden

  • 1. De lening wordt toegekend onder de voorwaarde dat:

    • a.

      op de datum van toekenning niet mag zijn begonnen met de uitvoering van de werkzaamheden, tenzij burgemeester en wethouders van deze voorwaarde vooraf schriftelijk ontheffing hebben verleend;

    • b.

      binnen 6 maanden na de voorlopige toekenning een aanvang moet zijn gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden;

    • c.

      binnen 2 jaar na de voorlopige toekenning de werkzaamheden moeten zijn uitgevoerd;

    • d.

      de uitvoering van de werkzaamheden moet gebeuren door bedrijven die in het bezit zijn van een vergunning op grond van het Vestigingsbesluit Bedrijven;

    • e.

      er aan door burgemeester en wethouders met de controle belaste personen, tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden, toegang wordt verleend tot de desbetreffende panden;

    • f.

      de aanvrager voldoet aan de voorwaarden en bepalingen van de gemeente en de Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Gemeenten. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het vereiste van een advies van het Bemiddelend Orgaan te Hoevelaken. Deze vrijstelling wordt in ieder geval verleend indien sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 7, lid 3.

  • 2. Het bepaalde in artikel 1, lid d is niet van toepassing indien de werkzaamheden in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd.

  • 3. De woning/woningen dien(t)(en) na uitvoering van het werk te voloen aan een goede onderhoudsstaat en goede bewoonbaarheid. Of hieraan wordt voldaan wordt beoordeeld door of namens burgemeester en wethouders.

  • 4. De toe te passen materialen dienen zoveel mogelijk te voldoen aan de eisen en aanbevelingen zoals opgenomen in het Nationaal Pakket Duurzaam bouwen. Voor monumenten kan van deze voorwaarde ontheffing worden verleend, indien dat vanuit het belang van handhaving van het monument, noodzakelijk of wenselijk is.

Artikel 10 Uitsluitinggrond

Er wordt geen stimuleringslening verstrekt voor:

  • a.

    te treffen voorzieningen waarvan de kosten door een verzekeringsuitkering zijn c.q. worden gedekt;

  • b.

    voorzieningen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet als sober en doelmatig zijn aan te merken;

  • c.

    voorzieningen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet in het belang van de volkshuisvesting en/of de leefbaarheid zijn.

Vaststellen definitieve lening en uitbetaling

Artikel 11 Gereedmelding

  • 1. De gereedmelding van de werkzaamheden dient binnen 12 maanden na uitvoering van de werkzaamheden bij burgemeester en wethouders plaats te vinden.

  • 2. Bij de gereedmelding dient tevens te worden ingediend:

    • a.

      een specificatie van de werkelijk gemaakte kosten (indien verplicht gesteld);

    • b.

      alle betalingsbewijzen of een accountantsverklaring;

    • c.

      een verklaring dat bij de uitgevoerde werkzaamheden is voldaan aan de voorwaarden verbonden aan de toekenning van de lening;

Artikel 12 Vaststelling lening

  • 1. Burgemeester en wethouders besluiten binnen 8 weken na ontvangst van de gereedmelding tot definitieve vaststelling van de lening.

  • 2. De vaststelling gebeurt op basis van de door het college goedgekeurde werkelijke kosten.

Hoofdstuk Terugvorderen lening

Artikel 13 Intrekking beschikking

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen een beschikking geheel of gedeeltelijk intrekken als:

    • a.

      niet is voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorwaarden;

    • b.

      de lening is toegekend of vastgesteld op grond van onjuiste gegevens.

  • 2. Burgemeester en wethouders trekken de beschikking in ieder geval in indien de aanvrager meldt dat de desbetreffende werkzaamheden niet worden uitgevoerd.

  • 3. Bij de intrekking kunnen burgemeester en wethouders de al betaalde lening geheel of gedeeltelijk en met vergoeding van de wettelijke rente terugvorderen en de nog openstaande lening geheel of gedeeltelijk opeisen, eventueel onder de mogelijkheid van beslaglegging.

Hoofdstuk Overige bepalingen

Artikel 14 Afwijkingen en aflossing

  • 1. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders mag niet worden afgeweken van het plan waarvoor de beschikking is verstrekt.

  • 2. De toestemming zoals bedoeld in lid 1 wordt uitsluitend verleend indien duidelijk wordt aangetoond dat de afwijking gerechtvaardigd is.

  • 3. Bij verkoop van het pand waaraan de voorzieningen zijn getroffen dient het schuldrestant in zijn geheel in één keer te worden afgelost.

Artikel 15 Ontheffing termijnen

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen op een vooraf ingediend gemotiveerd verzoek schriftelijk ontheffing verlenen van een in deze verordening genoemde termijn.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een ontheffing zoals bedoeld in lid 1 nadere voorwaarden verbinden.

Artikel 16 Hardheidsclausule

Als door bijzondere omstandigheden de strikte toepassing van deze verordening, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, zou leiden tot een niet gerechtvaardigde uitkomst, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in deze verordening, mits de aard en strekking van deze verordening niet wordt aangetast.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag nadat zij openbaar is bekendgemaakt en kan worden aangehaald als: Verordening Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 2001.

  • I.

    De leningplafonds zoals bedoeld in artikel 8 van de onder I genoemde verordening tot en met het jaar 2002 als volgt vast te stellen:

    • a

      project Wonen Boven Winkels : € 306.302,-- (ƒ 675.000,--)

    • b

      project “Opplussen” van woningen € 90.756,-- (ƒ 200.000,--)

  • II.

    De regeling ten aanzien van klein beeldbepalend herstel met terugwerkende kracht tot 8 november 2000, van toepassing verklaren.