Verordening op het Centraal Mobiliteitsfonds en de Stadsdeelparkeerfondsen Amsterdam 2011, regelende de instelling, de voeding, het beheer en de besteding van fondsen van parkeerinkomsten

Geldend van 20-06-2011 t/m 04-10-2015

Intitulé

Verordening op het Centraal Mobiliteitsfonds en de Stadsdeelparkeerfondsen Amsterdam 2011, regelende de instelling, de voeding, het beheer en de besteding van fondsen van parkeerinkomsten

Inhoud

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • In deze verordening wordt verstaan onder:

    1. brutofiscale parkeerinkomsten: alle fiscale inkomsten uit parkeren in Amsterdam, zoals uit de parkeerapparatuur, belparkeren, vergunningen, dag(deel)-, week- en maandkaarten, omschreven in de Parkeerverordening, met uitzondering van de inkomsten uit naheffingsaanslagen;

    2. Mobiliteitsfonds Amsterdam: een bestemmingsreserve op de gemeentebegroting;

    3. Stadsdeelparkeerfonds: een bestemmingsreserve op de begroting van het stadsdeel.

Artikel 2 Het Centraal Mobiliteitsfonds

  • 1. Er wordt een Centraal Mobiliteitsfonds Amsterdam ingesteld.

  • 2. Het fonds beoogt de gemeentelijke doelstellingen met betrekking tot het verkeers- en vervoerbeleid via een effectief in te zetten financieel instrumentarium te realiseren en tevens een directe en zichtbare relatie te leggen tussen de inkomsten uit parkeermaatregelen en de bestedingen hiervan in het kader van het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Amsterdam.

Artikel 3 Het beheer van het fonds

  • 1. Het college is belast met het beheer van het fonds.

  • 2. Het college stelt per collegeperiode nadere regels in een uitvoeringsbesluit vast over de mogelijke activiteiten die zullen worden gedekt uit het fonds en waarin een duidelijke koppeling wordt gelegd met de dan geldende collegeprioriteiten.

  • 3. Het college verzorgt in dit verband de uitkering van gelden ten behoeve van de in deze verordening opgenomen doelen en de concretisering daarvan in het uitvoeringsbesluit.

  • 4. Het college legt jaarlijks via de reguliere P&C-cyclus verantwoording af over de voeding van en de voorgestelde en gerealiseerde bestedingen uit het Mobiliteitsfonds.

Artkel 4 De voeding

  • 1. Het Centraal Mobiliteitsfonds wordt jaarlijks gevoed door een afdracht van de brutofiscale parkeeropbrengsten door de stadsdelen en door beheerders van gebieden in Amsterdam waar fiscaal parkeren is ingevoerd maar die niet behoren tot een stadsdeel. De berekening, methodiek en verantwoording van de afdracht worden vastgelegd in de nadere regels in het uitvoeringsbesluit.

  • 2. De voeding kan voorts bestaan uit andere daartoe door de raad aan te wijzen incidentele en structurele middelen.

Artikel 5 Afdracht aan de algemene dienst

  • 1. Uit de onder 4 genoemde voeding vindt jaarlijks een afdracht aan de algemene dienst plaats van € 728.000 betreffende de compensatie van de algemene dienst voor de uitname uit het Gemeentefonds vanwege de invoering van het BTW-CompensatieFonds;

  • 2. Uit de onder 4 genoemde voeding vindt jaarlijks een algemene afdracht aan de algemene dienst plaats van € 10.000.000.

Artikel 6 Voorwaarden besteding

  • 1. Voor dekking uit het fonds komen activiteiten in aanmerking die een vernieuwing van het bestaande verkeers- en vervoersysteem betekenen of mogelijk maken, maar ook activiteiten op het gebied van verkeer en vervoer waaraan het gemeentebestuur prioriteit geeft.

  • 2. In de vastlegging van de nadere regels in het uitvoeringsbesluit worden per collegeperiode de voorwaarden uit het eerste lid gespecificeerd aan de hand van de geldende collegeprioriteiten.

  • 3. Activiteiten die voor dekking in aanmerking komen, zijn:

    - projecten: niet-routinematige investeringen;

    - programma's: gebundelde (kleinere) gelijksoortige investeringen op basis van een meerjarig programma;

    - producten: planstudies, beleidskaders, beleidsevaluaties;

    - exploitatie: uitvoeren van activiteiten ten behoeve van de instandhouding en benutting van (infrastructurele) voorzieningen.

  • 4. Adviserende en vertegenwoordigende activiteiten worden niet uit het fonds gefinancierd.

  • 5. Kapitaallasten worden niet uit het fonds gefinancierd.

  • 6. Ten minste de helft van de middelen wordt ingezet voor projecten en programma's. Regulier onderhoud wordt slechts bij uitzondering uit het fonds gedekt.

Artikel 7 Het bestedingsbesluit

  • 1. Het college neemt jaarlijks, als onderdeel van de reguliere P&C-cyclus, een besluit over de besteding van de beschikbare middelen uit het fonds, met inachtneming van het per collegeperiode vastgestelde uitvoeringsbesluit. Dit gebeurt in een meerjarig perspectief van ten minste 4 jaar.

  • 2. De in het bestedingsbesluit opgenomen activiteiten zijn onderdeel van het jaarlijkse voortschrijdende Meerjarig Werk- en Investeringsprogramma (MWP) van de Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer.

Artikel 8 Stadsdeelparkeerfonds

  • 1. De stadsdelen stellen een parkeerfonds in.

  • 2. Voor het Stadsdeelparkeerfonds geldt dat:

    • a.

      de voeding van het stadsdeelparkeerfonds in ieder geval bestaat uit:

      - het restant van de brutofiscale parkeeropbrengsten dat niet wordt afgedragen aan het Centraal Mobiliteitsfonds;

      - opbrengsten uit naheffingsaanslagen;

    • b.

      de brutofiscale parkeeropbrengsten uitsluitend worden aangewend als dekkingsbron voor:

      - de kosten van inning, administratie en handhaving van de parkeervoorschriften;

      - maatregelen ten behoeve van het verkeers- en vervoersbeleid die het centrale verkeers- en vervoersbeleid niet tegenwerken;

    • c.

      de stadsdelen per zittingsperiode van het college de primaire bestedingsrichting vastleggen in een besluit waarin een duidelijke koppeling is gelegd met het vigerende programakkoord van het betreffende stadsdeel;

    • d.

      het college een afschrift ontvangt van het in c. genoemde besluit;

    • e.

      het college de mogelijkheid heeft een marginale toets uit te voeren op de besteding.

Artikel 9 Inwerkingtreding

  • Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking in afdeling 3A van het Gemeenteblad, waarbij de Verordening op het Centraal Mobiliteitsfonds en de Stadsdeelparkeerfondsen Amsterdam 2008, vastgesteld bij raadsbesluit van 21 december 2007 (Gemeenteblad 2007, afd. 3A, nummer 238/697), per dezelfde datum wordt ingetrokken.

Artikel 10 Overgangsbepalingen

  • Verplichtingen, aangegaan onder de Verordening op het Centraal Mobiliteitsfonds en de Stadsdeelparkeerfondsen Amsterdam 2008, worden geacht te zijn aangegaan onder de werking van deze verordening.

Artikel 11

  • Voor brutofiscale parkeeropbrengsten die zijn geïnd vóór 1 januari 2011, blijven de bepalingen uit de Verordening op het Centraal Mobiliteitsfonds en de Stadsdeelparkeerfondsen Amsterdam 2008 en het Uitvoeringsbesluit 2010 als nadere regels, op grond van de Verordening Mobiliteitsfondsen Amsterdam 2008 van kracht.

Artikel 12 Citeertitel

  • Deze regeling kan worden aangehaald als: Verordening Mobiliteitsfondsen Amsterdam 2011.