Streekproductenmarktverordening 2011

Geldend van 09-04-2011 t/m heden

Intitulé

Streekproductenmarktverordening 2011

De Raad van de gemeente Vaals

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 februari 2011gelezen het advies van de commissie Werk en Economie d.d. 15 maart 2011;gelet op artikel 147, eerste lid, alsmede artikel 149 van de Gemeentewet;

 

B E S L U I T:

 

vast te stellen de:verordening op de Streekproductenmarkt(en) voor de gemeente Vaals 2011, verder genoemd de

 

Streekproductenmarktverordening 2011

Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder: 1.markt: de warenmarkt(en) die plaatsvind(t)(en) op de bij of krachtens artikel 1a vastgestelde dag(en), tijd(en) en plaats(en);2.standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; 3.vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; 4.dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; 5.standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel. 6.standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; 7.vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; 8.wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats; 9.anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats; 10.marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college. 11.bezetten van een standplaats: feitelijk uitstallen van waren en goederen op een standplaats, alsmede het bemensen van die standplaats met verkooppersoneel;12.branchepatroon: het per markt en per branche vastgestelde maximum aantal vergunninghouders;13.levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder duurzaam samenleeft;14.marktterrein: de openbare en voor publiek toegankelijke grond, welke bij of krachtens besluit van de gemeenteraad voor het houden van marktverkoop is of wordt aangewezen (college of raad);15.de marktcommissie: een door het college benoemd orgaan dat hen adviseert met betrekking tot marktaangelegenheden;16.standplaats: de ruimte op het marktterrein die voor de duur van de markt is toegewezen voor het uitoefenen van de markthandel;17.toezichthouder: de ambtenaar bedoeld in artikel 26, lid 1;18.aanvraag: een schriftelijk verzoek gericht aan het college19.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vaals20.voertuig: elk object dat ten doel heeft om over enige afstand één of meer personen of goederen te vervoeren.

Artikel 1.a Dag, tijd en plaats van de markt(en)

1.De markt(en) vind(t)(en) plaats op een door het college te bepalen dag, uur en plaats;2.Het college kan op grond van dringende redenen, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden:                a. op een andere dag;                b. op een andere tijd;cop een andere plaats.3.Het college is bevoegd te bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag; indien de in het eerste lid bedoelde dag samenvalt met één van de in artikel 2, eerste lid, onder b, van de Winkeltijdenwet genoemde dagen;4.Het college is bevoegd te bepalen dat de markt incidenteel wordt afgelast, indien naar haar oordeel dringende redenen hiertoe noodzaken;5.Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht wordt van het besluit bedoeld in het derde en vierde lid zo mogelijk mededeling gedaan in een ter plaatse verschijnend dag- of weekblad;

Artikel 2 Inrichting van de markt; branche-indeling

1.Het college kan ten aanzien van de markt bepalen:                  a. het aantal standplaatsen;                   b.de afmetingen van de standplaatsen;                   c. de opstelling en indeling van de markt;                   d. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats, als standwerkersplaats en dagplaats.  

2. Het college kan voor de markt vaststellen:                   a. een lijst met artikelengroepen of branches;                   b. een maximum aantal standplaatsen/vergunninghouders per branche.

Artikel 2.a Marktcommissie

1. Het college kan een commissie van advies instellen die tot taak heeft het college te adviseren;2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de taken, bevoegdheden, advisering, samenstelling en werkwijze van deze marktcommissie.

Artikel 3 Nadere regels

Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

Artikel 4 Voorschriften en beperkingen

1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.3. Het is verboden zich te gedragen in afwijking van de verleende vergunning.

Paragraaf 2

Vergunningen

Artikel 5 Standplaatsvergunning

1. Het is verboden om op een standplaats, dagplaats, standwerkersplaats, kramen, tafels en dergelijke te plaatsen, op te slaan, gebruik te maken van verkoopwagens of ander mobiel materiaal, zonder vergunning van het college;2. Het is niet toegestaan meer standplaatsruimte in te nemen, dan volgens de vergunning is toegewezen;3. Een vergunning als bedoeld in dit artikel kan strekken tot het innemen van een vaste plaats, een dagplaats of een standwerkersplaats;4. Een standplaats wordt als dagplaats aangemerkt, zolang deze niet is toegewezen als vaste plaats of als standwerkersplaats.

Artikel 6 Vereisten

1. Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon, die ingeschreven staat op de wachtlijst en die een schriftelijke aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. Dit houdt in het overleggen van een bewijs van inschrijving bij de kamer van Koophandel, alsmede het kunnen overleggen van een geldige CRK-kaart en een geldig legitimatiebewijs.2. Het college kan, voor de periode die nodig is om aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie te voldoen, uitstel verlenen indien de overschrijving van de vergunning het gevolg is van overlijden van de vergunninghouder.3. De aanvrager van een vaste standplaats mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.

Artikel 7 Inhoud vastestandplaatsvergunning

1. Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:                     a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;                      b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van de afmetingen, plattegrond, locatie  en de aanwezige faciliteiten;                      c. de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken;                      d. de (branche) en de artikelengroep die de vergunninghouder mag verhandelen;                     e. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend;                     f. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon          oplevert;

Artikel 8 Inschrijving op de anciënniteitenlijst

Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de branche en de artikelengroep die de vergunninghouder mag verhandelen.

Artikel 9 Inschrijving op de wachtlijst

1. Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de wachtlijst, indien hij voldoet aan de in artikel 6 gestelde vereisten, maar aan hem geen vaste standplaats kan worden toegewezen.2. Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval:                       a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager;                       b. de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen;                       c. de branche en artikelengroep die de aanvrager wil verhandelen;                      d. de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken. 3. Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving.

Artikel 10 Doorhalen van inschrijving op wachtlijst

De inschrijving op de wachtlijst vervalt:1. indien de ingeschrevene op verzoek van het college zijn inschrijving niet één maal per drie jaar heeft verlengd vóór 1 februari; 2. op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; 3. bij overlijden van de ingeschrevene.4. wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste standplaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; 5. indien niet meer aan de vereisten van artikel 6 wordt voldaan.

Artikel 11 Volgorde toewijzing vaste standplaatsen

Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan: 1.de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitslijst;2.degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst met inachtneming van de branche-indeling, zoals vastgelegd in het branchepatroon;3.het bepaalde in het eerste en tweede lid vindt geen toepassing indien sprake is van overschrijving van een vergunning als bedoeld in artikel 12, lid 1.

Artikel 12 Overschrijving vastestandplaatsvergunning

1.De vergunning voor de vaste standplaats kan worden overgeschreven in geval van:                 a. overlijden van de vergunninghouder;                 b. blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder of;                 c. terugtrekking uit de ambulante handel van de vergunninghouder;2.De overschrijving kan plaatsvinden op:                a. de (achterblijvende) echtgenoot (in de onder lid 1, sub a en b genoemde gevallen is er behoud van anciënniteit);                b. de geregistreerde partner of de levenspartner (Indien er een samenlevingscontract is) van de vergunninghouder (in de onder lid 1, sub a en b genoemde gevallen is er behoud van anciënniteit);               c. een kind van de vergunninghouder/een kind van de levenspartner;                d. een medewerker van de vergunninghouder, mits wordt aangetoond dat deze medewerker minimaal drie jaar onafgebroken in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of;               e. aan een persoon waarvan wordt aangetoond dat deze gedurende drie jaar als mede-eigenaar (bijvoorbeeld vennoot of aandeelhouder) in het bedrijf van de vergunninghouder heeft gefunctioneerd.3.Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden indien de in het eerste lid genoemde gevallen zich voordoen.4.Bij de beslissing op de aanvraag tot overschrijving op een onder lid 2, sub c vermelde persoon, heeft het kind van de vergunninghouder voorrang op het kind van de levenspartner;5.In afwachting van de afhandeling van de aanvraag om overschrijving van een vergunning wegens overlijden van de standplaatshouder, is artikel 14 niet van toepassing. Degene waarop de vergunning wordt overgeschreven mag de standplaats reeds innemen.6.Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.  

Artikel 12a Uitbreiding/wijziging van assortiment/standplaats

1. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het assortiment en/of de standplaats worden uitgebreid/gewijzigd. Daarbij mag geen branchevermenging plaatsvinden. De aanvraag dient bij het college te worden ingediend. 2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval afgewezen indien de branche-indeling zich hiertegen verzet of indien de standplaatsverdeling dit naar het oordeel van het college niet toelaat.

Artikel 13 Intrekking vastestandplaatsvergunning

1.Het college trekt een vastestandplaatsvergunning in:                    a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;                     b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 12 de vergunning wordt overgeschreven.                     c. indien de vergunninghouder niet tenminste eenmaal per twee keer dat de streekproductenmarkt plaatsvindt, en zes maal per 12 keer dat de streekproductenmarkt plaatsvindt, zijn plaats op de markt inneemt, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 17. 

2.Het college kan een vastestandplaatsvergunning intrekken indien:                       a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;                       b. de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 6 genoemde vereisten.                      c. de vergunninghouder wegens arbeidsongeschiktheid gedurende een onafgebroken tijdvak van 24 maanden gebruik heeft gemaakt van een aan hem verleende ontheffing van de verplichting om zijn standplaats feitelijk in te nemen, dan wel persoonlijk te bezetten en de arbeidsongeschiktheid nadien blijft voortduren. 

3.Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 12 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt naar keuze van de standplaatshouder één vergunning ingetrokken.

Artikel 14 Toewijzing dagplaats

1.Toewijzing van een dagplaats geschiedt op verzoek van een gegadigde door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen.2.Voor toewijzing van een dagplaats kan slechts in aanmerking komen, op verzoek van een gegadigde die ingeschreven staat op de wachtlijst en wiens assortiment past in het branchepatroon en wiens assortiment niet concurrerend is met de producten van de vaste standplaatshouder;3.Indien voor de toewijzing van een dagplaats meer dan één gegadigde in aanmerking komt beslist de plaats op de wachtlijst;4.De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf tussen 10.30 uur en 11.00 uur kunnen aanmelden bij de marktmeester.

Artikel 15 Toewijzing standwerkersplaats

1.Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting.2.Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. 3.Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. 4.Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. 5.Degene die een standwerkersplaats krijgt toegewezen dient deze standplaats uitsluitend en daadwerkelijk te gebruiken om te standwerken. Hij mag uitsluitend een assortiment aanbieden dat niet concurrerend is met de producten die verkocht worden door de vaste standplaatshouders. Laat hij dit na dan kan het college hem het recht ontnemen om deze standplaats verder in te blijven nemen. Tot vervallenverklaring wordt pas besloten, nadat belanghebbende vergeefs is gewaarschuwd.6.Om aan de loting te kunnen deelnemen moet de gegadigde in het bezit zijn van een geldige CRK-kaart en een geldig legitimatiebewijs;7.Indien aan een gegadigde bij loting een standwerkersplaats is toegewezen mag deze niet geweigerd worden en dient deze plaats dus ook daadwerkelijk te worden ingenomen;8.De standwerker mag slechts het door hem bij loting opgegeven artikel verkopen.

Paragraaf 3

Bepalingen over het gebruik van de standplaats

Artikel 16 Persoonlijk innemen standplaats; bijstand

1.De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen, persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.2.De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.3.Van de verplichting uit het eerste lid kan het college op een daartoe strekkend verzoek van de vergunninghouder tijdelijk ontheffing verlenen:                  a. wegens vakantie, maximaal voor de duur van negen marktdagen per jaar;                  b. wegens tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid, maximaal voor de duur van in totaal 24 aaneengesloten maanden;                  c. in bijzondere persoonlijke omstandigheden.4.Degene die de vergunninghouder bijstaat mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.

Artikel 17 Aantal keren innemen vaste standplaats

De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste eenmaal per twee keer en zes maal per twaalf keer zijn standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 18 en 19.

Artikel 18 Feitelijk innemen vaste standplaats

Een vergunninghouder van een vaste standplaats is verplicht deze standplaats in te nemen, behoudens in geval van ziekte, vakantie of bijzondere persoonlijke omstandigheden in welk geval hij dit uiterlijk meedeelt aan de marktmeester op de dag van de weekmarkt vóór 11.00 uur. Bij afwezigheid wegens vakantie, geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. Dit mogen maximaal 3 marktdagen zijn.

Artikel 19 Ontheffing en vervanging

1.n geval van ziekte, vakantie of bijzondere persoonlijke omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee keer en zes maal per twaalf keer de standplaats op de markt in te nemen.2.Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder, in geval van omstandigheden genoemd in het eerste lid, hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.

Artikel 20 Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen

1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 2 uur voor aanvang en meer dan 2 uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.2. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan op verzoek ontheffing verlenen. 3. Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk om 11.00 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op verzoek van de vergunninghouder, mits dit verzoek voor 11.00 uur gedaan is, voor hem beschikbaar houdt.

Paragraaf 4

Ordemaatregelen

Artikel 21 Legitimatie en identiteit vergunninghouder

1.Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.2.De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.

Artikel 21a Voertuigen

1.Het is verboden zich op het marktterrein met een voertuig te bevinden of op het marktterrein een voertuig aanwezig te hebben dan wel het marktterrein zodanig te gebruiken en/of hierop zondanige handelingen te verrichten dat een ongestoorde voortgang van de markt wordt belemmerd.2.Het is verboden om vanaf het tijdstip dat wordt aangevangen met de opbouw van de markt een voertuig op het terrein waar markt zal worden gehouden te parkeren.3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van de standplaatshouders voor het aan en afvoeren van goederen of waren op de markt noch voor invalidenwagens en kinderwagens.4.Het college kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen onder door hen gestelde voorwaarden.

Artikel 21b Venten

1.Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen, diensten of waren ter verkoop rond te lopen of te rijden.2.Van het bepaalde in het eerste lid kan door het college ontheffing worden verleend, voor wat betreft de verkoop van alcoholvrije dranken, geringe etenswaren, diensten en overige artikelen ten behoeve van de standplaatshouders.

Artikel 21c Electriciteit

1.het is verboden voor de verlichting van een standplaats gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting, alsmede elektriciteit te betrekken van een andere dan degene, die door het college voor het leveren hiervan is aangewezen, dan wel hierin zelf te voorzien.2.Het college kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen onder door hen gestelde voorwaarden.3.Het is verboden energie te betrekken middels kabels, die niet voldoen aan de door wettelijk voorschrift c.q. door het plaatselijke energiebedrijf gestelde normen.

Paragraaf 5

Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 23 Intrekking en schorsing vastestandplaatsvergunning

1.Het college kan de houder van een vergunning voor het innemen van een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, voor een periode van ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of degene die hem bijstaat:                  a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt, dan wel van de voorschriften van de afgegeven vergunning of;                  b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is;                  c. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag en bedrog;                  d. de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie dan wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet opvolgt.

2.In geval van eerste recidive vervalt de in het eerste lid bedoelde schorsing van ten hoogste vier marktdagen en wordt deze vervangen door een schorsing van ten hoogste zes maanden.

3.De vergunning kan door het college, al dan niet voorwaardelijk, worden ingetrokken:ain geval van herhaalde recidive;bindien het feit dat aanleiding is voor de sanctie, een overtreding van het bij of krachtens de Marktverordening bepaalde inhoudt;cindien het feit dat aanleiding is voor de sanctie, een verstoring oplevert of op kan leveren voor de orde en/of veiligheid op de markt.

Artikel 23a Doorhaling inschrijving wachtlijst als sanctie

Het college kan de inschrijving van degene die staat ingeschreven op een wachtlijst als bedoeld in artikel 9 vervallen verklaren van het recht op inschrijving op deze wachtlijst, indien de ingeschrevene zich schuldig maakt aan intimidatie dan wel poging tot omkoping van de marktmeester of een andere toezichthouder.  

Artikel 24 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker

Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze:                 a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;                 b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is;                 c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats of;                d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de  Gemeentewet;                e. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag en bedrog;                f. de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie dan wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet  opvolgt.

Artikel 25 Onmiddellijke verwijdering

Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij:                a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;                b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is of;                c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats.                 d. zich op de marktschuldig maakt aan wangedrag of bedrog;                 e. de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie dan wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet opvolgt 

Artikel 26 Toezichthouders

1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen.2.Aanwijzingen die door de marktmeester of een ander aangewezen persoon in het kader van de handhaving van de orde en veiligheid op de markt, dan wel in het belang van een verantwoorde voortgang van de markt, worden gegeven, dienen door een ieder die zich op de markt bevindt te worden opgevolgd. 

Artikel 27 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop de verordening op de voorgeschreven wijzen is bekendgemaakt.

Artikel 28 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Streekproductenmarktverordening 2011 

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 28 maart 2011
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van
E.N.H. Ummels                                 Drs. R.L.T. Van LooGriffier                                                  Voorzitter