Regeling vervallen per 26-11-2012

Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens

Geldend van 01-01-2002 t/m 25-11-2012

Intitulé

Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens

De raad van de gemeente Roosendaal;

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 1999, nr. 159, inzake de wenselijkheid om voor de toewijzing van standplaatsen van woonwagens regels te stellen;

gelet op artikel 2 van de Huisvestingswet en artikel 149 van de Gemeentewet;

HEEFT BESLOTEN:

  • I.

    De verordening tot het innemen van een standplaats met een woonwagen in te trekken:

  • II.

    De volgende Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens vast te stellen:

Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    standplaats: een standplaats als bedoeld in 1, eerste lid, onderdeel h van de Woningwet;

  • b.

    woonwagen: een woonwagen als bedoeld in 1, eerste lid, onderdeel e van de Woningwet;

  • c.

    huisvestingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Huisvestingswet.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze verordening is van toepassing op de in de gemeente gerealiseerde en nog te realiseren standplaatsen van woonwagens.

Artikel 3 Verbodsbepaling

Het is verboden:

  • a.

    zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders met een woonwagen een standplaats in gebruik te nemen of bezet te houden;

  • b.

    met een voertuig dat geen woonwagen is een standplaats in te nemen, tenzij het college van burgemeester en wethouders hiervoor ontheffing heeft verleend gedurende een daarvoor bepaalde periode.

Artikel 4 Aanvragen van vergunning

  • 1.

    Degene die in de gemeente een standplaats wil innemen met een woonwagen, dient hiervoor een schriftelijke aanvraag in op een door het college van burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht verstrekt de aanvrager bij het indienen van de aanvraag aan burgemeester en wethouders de volgende gegevens:

    • a.

      de naam, burgerlijke staat en personalia van de aanvrager en van de eventueel tot het huishouden behorende personen;

    • b.

      het adres van herkomst;

    • c.

      het adres, met aanduiding van huisnummer, van de locatie waar aanvrager een standplaats wenst in te nemen.

  • 3.

    Het verlenen van een huisvestingsvergunning kan ook ambtshalve plaatsvinden.

Artikel 5 Voorwaarden voor inschrijving

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders gaat over tot inschrijving op de in artikel 6 of 7 genoemde lijst indien:

    • a.

      de aanvrager 18 jaar of ouder is en

    • b.

      een aanvraagformulier volledig heeft ingevuld.

  • 2. Bij inschrijving is een inschrijfgeld van € 26,66 verschuldigd. Als datum van inschrijving geldt de datum van ontvangst van het inschrijfgeld.

  • 3. De inschrijving blijft één jaar geldig. Wanneer de ingeschrevene nog geen passende huisvesting heeft, krijgt deze een verzoek opnieuw in te schrijven.

  • 4. Het inschrijfgeld voor de herinschrijving bedraagt € 11,57. Dit herinschrijfgeld is ten hoogste twee maal verschuldigd.

  • 5. Burgemeester en wethouders zijn gerechtigd de bedragen voor de inschrijving en de herinschrijving aan te passen.

  • 6. Wanneer het herinschrijfgeld niet wordt betaald, vervalt de inschrijving.

  • 7. Aan de aanvrager wordt zo spoedig mogelijk een inschrijvingsbewijs verstrekt.

Artikel 6 Wachtlijst

  • 1. Het college van burgemeester stelt een wachtlijst vast van kandidaten die voor een standplaats in aanmerking wensen te komen.

  • 2. Kandidaten kunnen zich laten inschrijven op de wachtlijst indien is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 5.

  • 3. Inschrijving als standplaatszoekende op de wachtlijst kan ook ambtshalve plaatsvinden.

  • 4. De wachtlijst vermeldt de namen van de kandidaten in volgorde van inschrijving.

Artikel 7 Voorrangslijst

  • 1. Als kandidaten die in aanmerking komen voor de in artikel 6 genoemde wachtlijst kunnen aantonen dat zij tevens vóór 1 maart 1999 legaal in een woonwagen op een standplaats woonden of hebben gewoond, wordt hun naam vermeld op een voorrangslijst.

  • 2. De voorrangslijst vermeldt de namen van de kandidaten in volgorde van inschrijving.

Artikel 8 Vervallen van de inschrijving

De inschrijving als gegadigde voor een standplaats van een woonwagen vervalt:

  • a.

    indien de ingeschrevene andere woonruimte – zoals een andere standplaats, een woning of een ligplaats voor een woonschip – wordt toegewezen en hij deze woonruimte heeft geaccepteerd;

  • b.

    bij overlijden van de ingeschrevene;

  • c.

    op verzoek van de ingeschrevene.

Artikel 9 Toewijzing

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders wijst alleen dan een standplaats toe indien de aanvrager staat ingeschreven op de in artikel 6 of 7 genoemde lijst.

  • 2. De standplaats wordt toegewezen aan een aanvrager, wiens naam boven aan de lijst staat, met dien verstande dat gegadigden op de in artikel 7 bedoelde voorrangslijst voorgaan boven de gegadigden op de in artikel 6 vermelde wachtlijst.

  • 3. In afwijking van het tweede lid, wordt bij toewijzing van de standplaats voorrang verleend aan aanvragers die vóór 1 maart 1999 in een woonwagen hebben gewoond in de gemeente Roosendaal.

  • 4. Bij toepassing van het gestelde in lid 3 bepaalt het college van burgemeester en wethouders de onderlinge prioriteitsvolgorde.

Artikel 10 Verlenen van de vergunning

  • 1. Een huisvestingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde periode, is persoonsgebonden en niet overdraagbaar;

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een standplaatsvergunning voorwaarden en voorschriften verbinden.

Artikel 11 Intrekken van de vergunning

Het college van burgemeester en wethouders kan de huisvestingsvergunning intrekken indien:

  • 1.

    de standplaats niet binnen een termijn van vier weken na de bekendmaking van het besluit tot verlening van de vergunning wordt ingenomen. Indien de termijn is verlengd en de standplaats nog niet is ingenomen, kan de vergunning na afloop van de termijn van de verlenging worden ingetrokken of

  • 2.

    de vergunninghouder binnen twee weken na de bekendmaking schriftelijk te kennen heeft gegeven hiervan geen gebruik te maken of

  • 3.

    gebleken is van de onjuistheid van de door de aanvrager bij de inschrijving verstrekte gegevens of

  • 4.

    de aan de standplaatsvergunning eventueel verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nagekomen;

  • 5.

    de vergunninghouder in strijd handelt met de bepalingen van deze verordening.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het college van burgemeester en wethouders kan het bepaalde in deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het doel van deze verordening leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13 Overgangsrecht

De ingeschrevenen in het inschrijfregister voor standplaatsen op basis van de Verordening tot het innemen van een standplaats met een woonwagen worden met toepassing van artikel 5, lid 1, in gelijke volgorde opgenomen op de voorrangslijst ingevolge artikel 7 van deze verordening.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking na de derde dag na de datum van bekendmaking.

  • 2.

    De Verordening tot het innemen van een standplaats met een woonwagen van 24 november 1994 per gelijke datum wordt ingetrokken.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als; “Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens”.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Roosendaal in zijn openbare vergadering van 25 november 1999

De secretaris,

De voorzitter,