VERORDENING op het gebruik en beheer van de gemeente­lijke begraafplaats der gemeente Alblasserdam

Geldend van 01-01-1994 t/m heden

Intitulé

VERORDENING op het gebruik en beheer van de gemeente­lijke begraafplaats der gemeente Alblasserdam

De raad van de gemeente Alblasserdam;

gezien het voorstel van burgemeester en wethoudere van 28 september 1993 , nr. 3937;

gelet op artikel 168 van de gemeentewet en de bepalingen van de \-lee' op de lijkbezorging;

BESLUIT

vast te stellen de VERORDENING op het gebruik en beheer van de gemeente­lijke begraafplaats der gemeente Alblasserdam

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

1.  Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerkstraat;

  • b.

    eigen graf: een graf, gemetseld graf en grafkelder daaronder begrepen, waarvoor llet uitsluitend racht is verleend ;

  • c.

    algemeen graf: een graf ten aanzien waarvoor het uitsluitend recht niet is verleend;

  • d.

    recht: het uitsluitend recht tot begraven in een bepaald graf;

  • e.

    rechthebbende: degene, die het hiervoor bedoelde recht heeft verkregen;

  • f.

    verstrooiingsplaats: een plaats '1aarop as wordt verstrooid;

  • g.

    wet: de Wet op de lijkbezorging;

  • h.

    grafbedekking: gedenkteken en/of grafbedekking op een graf;

  • i.

    vergunninghouder : de houder van een vergunning tot het aanbrengen en hebben van grafbedekking op een algemeen graf;

  • j.

    heffingsverordening: de verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten in de gemeente Alblasserdam;

  • k.

    gedenktekenverordening: de verordening op het aanbrengen van gedenktekens en beplantingen op graven in de gemeente Alblasserdam;

  • l.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding.

Artikel 2 Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf
  • 1.

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt , voor zover van belang, onder "eigen graf" mede verstaan "eigen urnengraf" .

  • 2.

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder "algemeen graf" mede verstaan "algemeen urnengraf".

Artikel 3 Beheer

Het beheer over de begraafplaats berust bij burgemeester en wethouders .

Artikel 4

De directeur van Gemeentewerken is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van dewerkzaamheden op de begraafplaats .

Artikel 5 Bestemming
  • 1.

    De begraafplaats is bestemd voor het begraven van lijken van personen, die op de datum van overlijden behoorden tot de werke­lijke bevolking van de gemeente Alblasserdam, behoudens indien het betreft begraving van lijken van niet-inwoners in een graf , waarop reeds een uitsluitend recht berust.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen het begraven van lijken van niet-inwoners toestaan.

Hoofdstuk 2 OPENSTELLHIG, ORDE EN RUST OP DE BEGPAAFPLAATS

Artikel 6
  • 1.

    De begraafplaats is voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende de door burgemeester en wethouders bij nadere regels vast te stellen tijden . Zij maken deze tijden openbaar bekend.

  • 2.

    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kan de toegang tijdelijk worden gesloten.

  • 3.

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 7 Ordemaatregelen
  • 1.

    Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.

  • 2.

    Bezoekers , personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 3.

    Degenen, die zich niet aan de in het tweede lid bedoelde aanwijzing houden , moeten zich op de eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen .

Artikel 8 Opgravingen en ruimen

Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen, die met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3 VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 9 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
  • 1.

    Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooi­ing zal plaatsvinden, de aanvraag hiertoe aan burgemeester en wethouders. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2.

    Het lijk, dan wel het omhulsel en de asbus moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats.

  • 3.

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen vande hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder.

  • 4.

    De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van het personeel van de begraafplaats geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt . De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag . Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen .

Artikel 10 Over te leggen stukken
  • 1.

    Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.

  • 2.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 3.

    Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgifte­termijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgifte­termijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgifte­termijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrust­termijn.

    De verlenging dient bij burgemeester en wethouders te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden , door één van de andere personen, genoemd in actikel 18, tweede lid.

  • 4.

    De in het vorig lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.  

  • 5.

    De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Artikel 11 Tijden van begraven en asbezorging
  • 1.

    • a.

      De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 09.00 tot 16.00 uur en op zaterdag van 09.00 tot 12.00 uur.

    • b.

      Op zondag vinden geen begravingen plaats, terwijl voor de toepassing van deze verordening de dagen omschreven in artikel 3, eerste lid, van de Algemene Termijnenwet met de zondag worden gelijkgesteld. 

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen toestaan dat vanhet bepaalde in het eerste lid wordt afgeweken.

Hoofdstuk 4 INDELING EN UITGIFTE DER GRAVEN

Artikel 12 Gravenadministratie

De administratie van de begraafplaats, daaronder de registratie van de te begraven lijken en te bezorgen as en de reeds begraven lijken en bezorgde as, wordt volgens door burgemeester en wethouders vastgestelde voorschriften gevoerd door de afdeling Burgerzaken.

Artikel 13 Aanleg van graven
  • 1.

    De graven zullen niet dieper dan tot op het waterpeil worden gegraven.

  • 2.

    Afhankelijk van de terreinhoogte en de bodemgesteldheid, zal met inachtneming van het daaromtrent in de wet bepaalde, maximaal in drie lagen boven elkaar worden begraven.

  • 3.

    De graven hebben de volgende afmetingen:

    • a.

      algemene en eigen graven 2.20 m in de lengte en 1.00 m in de breedte

    • b.

      algemene en eigen urnengraven 0.60 m in de lengte en 0.40 m in de breedte.

  • 4.

    Bij algemene graven, bestemd voor lijken van personen beneden 12 jaar, kan van de in het vorig lid onder a . bedoelde maten worden afgeweken en wordt de vereiste grafruimte naar omstandigheden bepaald.

Artikel 14 Indeling begraafplaats

  • 1.

    De begraafplaats wordt ingedeeld in vakken en de vakken in rijen en graven; de vakken worden aangeduid met letters en de rijen en graven met cijfers.

  • 2.

    De indeling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door burgemeester en wethouders .

  • 3.

    Er zijn afzonderlijke vakken voor:

    • a.

      eigen graven en eigen urnengraven

    • b.

      algemene graven en algemene urnengraven

  • 4.

    De eigen graven worden onderverdeeld in:

    • a.

      grondgraven

    • b.

      gemetselde graven

    • c.

      grafkelders.

  • 5.

    De algemene graven worden onderverdeeld in :

    • a.

      graven, bestemd voor de begraving van lijken van personen van 12 jaar en ouder;

    • b.

      kindergraven, bestemd voor de begraving van lijken van kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar en doodgeborenen.

Artikel 15

Van de in artikel 14 bedoelde indeling worden plattegrondtekeningen gemaakt, waarop de vakken alsmede de rijen en graven zijn aangegeven.

Artikel 16 Volgorde van uitgifte
  • 1.

    De uitgifte van graven geschiedt door of namens burgemeester en wethouders.

  • 2.

    De plaats van de te verkrijgen grafruimte wordt bepaald door de volgorde van uitgifte.

  • 3.

    De graven worden slechts voor directe begraving uitgegeven.

  • 4.

    In bijzondere gevallen kan door bur gemeester en wethouders van het in het derde lid bepaalde worden afgeweken.

Artikel 17 Termijnen eigen graven
  • 1.

    Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.

  • 2.

    Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. Rechthebbenden zullen voor het verstrijken van bedoelde termijn hieromtrent worden geïnformeerd.

  • 3.

    Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip, waarop het terrein bij besluit van de gemeenteraad aan zijn bestemming a ls begraafplaats zal zijn onttrokken.

  • 4.

    Een recht als in dit artikel bedoeld kan slechts aan één recht­hebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen, genoemd in artikel 18, eerste lid. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

Artikel 18 Overschrijving van verleende rechten
  • 1.

    Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op aanvraag van de rechthebbende ten name van een ander dan de voorgenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of le venspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aan­vraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 3.

    Indien na het overlijdell van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen .  

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrek­king heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 19 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de recht­hebbende afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders mededeling aan de rechthebbende.

Hoofdstuk 5 VOORZIENING AAN GRAVEN -GRAFBEDEKKING

Artikel 20
  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders in een grafruimte een gemetseld graf te maken, te doen maken of te hebben, alsmede op een grafruimte gedenktekens of beplantingen aan te brengen, te doen aanbrengen of te hebben .

    • 2.

      Het stichten van grafkelders is niet toegestaan.

Artikel 21 Vergunning grafbedekking
  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen tegen betaling van het in de heffingsverordening geregelde recht vergunning verlenen:

    • a.

      aan de rechthebbende op een eigen graf tot het doen aanbrengen van een gemetseld graf in die grafruimte;

    • b.

      aan de rechthebbende op een eigen graf tot het plaatsen van gedenktekens en/of tot het aanbrengen van beplanting op dat graf;

    • c.

      aan een nabestaande van een in een algemeen graf begravene tot het plaatsen van een liggende zerk van vastgestelde grootte op dat graf.

  • 2.

    De aanvraag om de in het eerste lid bedoelde vergunning moet schriftelijk worden gedaan bij burgemeester en wethouders met inachtneming van de door hen vastgestelde regels.

  • 3.

    De vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend:

    • a.

      voor wat de eigen graven betreft, voor de tijd, gedurende hetwelk het recht op het graf bestaat;

    • b.

      voor wat de algemene graven betreft , uiterlijk tot aan het tijdstip waarop het graf overeenkomstig artikel 32, vijfde lid, zal worden geruimd.

Artikel 22

Burgemees ter en wethouders stellen regels vast omtrent het aanbrengen van gedenktekens en beplantingen op de graven.

Artikel 23

De gemeente is niet aansprakelijk voor de zich op of bij de graven bevindende gedenktekens of beplantingen of voor schade daaraan, door welke oorzaak ook ontstaan.

Artikel 24

Burgemeester en wethoudes stellen in de gedenktekenverordening uitvoe­ringsvoorschriften vast omtrent het aanbrengen vangedenktekens en beplantingen op graven.

Artikel 25

Eenieder moet gedogen dat al hetgeen door of namens hem op een graf is aapgebracht, vanwege de gemeente op haar kosten tijdelijk van dat graf wordt verwijderd indien dit ter begraving van lijken of om andere dringende redenen nodig is.

Artikel 26 Grafbeplanting

Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren, kunnen door het personeel worden verwijderd zonder dat aan­spraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door het personeel worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende een maand ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een schriftelijk verzoek heeft gedaan bij burgemeester en wethouders.

Artikel 27 Verwijderen grafbedekking
  • 1.

    Wanneer het uitsluitend recht tot het doen begraven in een bepaald graf is geëindigd of vervallen, anders dan als gevolg van sluiting van de begraafplaats, blijft de grafbedekking gedurende één maand op dat graf ter beschikking van de laatst rechthebbende of diens erfgenamen, die, zo mogelijk, daaromtrent door burgemeester en wethouders worden ingelicht .

  • 2.

    De grafbedekkingen op de algemene graven worden verwijderd, zodra het in artikel 21, derde lid onder b., bedoelde tijdstip is aange­broken. Zij blijven gedurende één maand ter beschikking van de nabestaande(n).

  • 3.

    et voornemen tot verwijdering van deze grafbedekkingen wordt minstens één maand voordat tot de verwijdering wordt overgegaan op de in artikel 32, achtste lid, bedoelde wijze ter kennis gebracht.

  • 4.

    Na afloop van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen vervallen de grafbedekkingen aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is .

Artikel 28 Onderhoud grafbedekking
  • 1.

    Het onderhoud van grafkelders en gemetselde graven, voor zover deze boven de aarde ziçhtbaar zijn en van al hetgeen op de overige eigen graven is aangebracht, geschiedt van gemeentewege tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht.

  • 2.

    Het onderhoud van een gedenkteken op een algemeen graf geschiede van gemeentewege zonder heffing van een recht .

  • 3.

    Onder onderhoud wordt verstaan:

    • a.

      het schoonhouden der op de graven aangebrachte voorwerpen;

    • b.

      het verven van opschriften en andere daarvoor in aanmerking komende delen;

    • c.

      het wieden , snoeien en begieten van beplantingen.  

  • 4.

    Het verdere onderhoud, waaronder in elk geval wordt verstaan het vernieuwen en herstellen van kelders, gemetselde graven en gedenk­tekens, alsmede het aanbrengen en vernieuwen van beplantingen, geschiedt door de rechthebbende voor diens rekening en ten genoegen van burgemeester en wethouders .

Artikel 29
  • 1.

    Burgemeester en wethouders trekken de in artikel 21, eerste lid onder a. en b. bedoelde vergunning in, indien:

    • a.

      de rechthebbende handelt of heeft gehandeld in strijd met de inhoud van de vergunning of met de daaraan verbonden voor­waarden;

    • b.

      de rechthebbende, na door burgemeester en wethouders schriftelijk te zijn gewaarschuwd, in gebreke blijft voor het onder­houd, bedoeld in artikel 28, vierde lid te hunnen genoegen zorg te dragen;

    • c.

      de rechthebbende nalatig is in de betaling van het krachtens de heffingsverordening verschuldigde recht.

  • 2.

    Indien een vergunning krachtens het eerste lid van dit artikel door burgemeester en wethouders wordt ingetrokken , is de rechthebbende verplicht de ingevolge die vergunning geplaatste voorwerpen van het graf te verwijderen binnen een door hen te bepalen termijn. Indien de rechthebbende hieraan niet voldoet, worden de voorwerpen op diens kosten van gemeentewege verwijderd.

Artikel 30
  • 1.

    Burgemeester en wethouders trekken de in artikel 21, eerste lid onder c. bedoelde vergunning in, indien:

    • a.

      de vergunninghouder handelt of heeft gehandeld in strijd met de inhoud van de vergunning of met ds daaraan verbonden voorwaarden;

    • b.

      de vergunninghouder, na door burgemeester en we thouders schriftelijk te zijn gewaarschuwd, in gebreke blijft voor het onderhoud, bedoeld in artikel 28 , vierde lid, te hunnen genoegen zorg te dragen.  

  • 2.

    Het bepaalde in artikel 29, tweede lid, is ten aanzien van de vergunninghouder van overeenkomstige toepassing.

Artikel 31
  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen toestaan dat het overeenkomstig artikel 28, eerste lid jaarlijks verschuldigde onderhoudsrecht voor een reeks van jaren door de rechthebbende wordt afgekocht tegen betaling ineens van een afkoopsom, nader bepaald in de heffingsverordening .

  • 2.

    De aanvaarding van de in het eerste lid bedoelde afkoopsom zal alleen dan geschieden, indien de voorwerpen waarvoor de afkoop van het onderhoud wordt gevraagd, zich naar het oordeel van burge­meester en wethouders in goede staat bevinden.

Hoofdstuk 6 RUIMING VAN GRAVEN

Artikel 32 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
  • 1.

    Met inachtneming van de daarvoor bij of krachtens de wet gestelde regels kunnen burgemeester en wethouders de ruiming van eigen gravenop aanvraag van de rechthebbende toestaan.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde ruiming geschiedt niet dan tegen beta­ling vanhet daarvoor krachtens de heffingsverordening verschul­digde recht.

  • 3.

    Rechthebbenden op eigen graven kunnen aan burgemeester en wethouders vragen om de overblijfselen te verzamelen om deze wederom in dezelfde grafruimte te doen plaatsen, dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven . De rechthebbenden op een eigen urnengraf kunnen aan burgemeester en wethouders vragen de as ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te doen verstrooien.

  • 4.

    Wanneer het recht op een bepaalde grafruimte is vervallen, zijn burgemeester en wethouders bevoegd, met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde regels, dat graf te ruimen. Met de over­blijfselen van lijken en de as wordt gehandeld als in het zesde lid van dit artikel is bepaald .  

  • 5.

    De ruiming van algemene graven geschiedt met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde regels op last van burgemeester en wethouders met dien verstande dat ruiming niet eerder geschiedt na verloop van twintig jaren nadat in het graf laatstelijk een lijk is geplaatst.

  • 6.

    De bij ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats .

  • 7.

    Nabestaanden van een overledene, die begraven is in een algemeen graf , kunnen gedurende de in het achtste lid bedoelde termijn aan burgemeester en wethouders vragen bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk , bijeen te brengen voor herbegraving in een eigen graf .

    Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus is bijgezet in een algemeen urnengraf kunnen burgemeester en wethouders vragen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders .

  • 8.

    Wanneer tot ruiming van een graf zal worden overgegaan maken burgemeester en wethouders daarvan minstens één maand van tevoren bekend aan een nabestaand familielid .

  • 9.

    De burgemeeater kan in bijzondere gevallen van de in het vijfde lid genoemde termijn afwijken.

Hoofdstuk 7 INSTANDHOUDEN HISTORISCHE GRAVEN

Artikel 33
  • 1.

    Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opval­lende kwaliteit heeft.

  • 2.

    Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaanonderzoeken burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders beslissen over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Artikel 34 Gebruik van de aula
  • 1.

    Bij iedere begraving op de algemene begraafplaats kan desverlangd gebruik worden gemaakt van de aula en het zich daarin bevindende orgel.

  • 2.

    Aan de nabestaanden van een overledene, die op de algemene begraaf­plaats zal worden begraven, kan worden toegestaan het stoffelijk overschot in de aula te doen opbaren en desgewenst aldaar gelegen­heid te geven tot rouwbezoek.

  • 3.

    In bijzondere gevallen kunnen burgemeest er en wethouders de in het eerste en tweede lid bedoelde mogelijkheid openstellen ten behoeve van de nabestaanden van een overleden ingezetene , die niet op de algemene begraafplaats zal worden begraven .

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen naar behoefte het in het eerste en tweede lid bedoelde gebruik van de aul a regelen.

  • 5.

    Het in het eerste tot en met het derde lid bedoelde gebruik wordt toegekend tegen betaling van het hiervoor in de heffingsverordening vastgestelde bedrag.

Hoofdstuk 8 BEZWAREN

Artikel 35 Indiening, behandeling en beslissing
  • 1.

    Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij burgemeester en wethouders bezwaar indienen.

Hoofdstuk 9 SLOTBEPALINGEN

Artikel 36 Overgangsbepaling

De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven, die voort­

vloeien uit de ingevolge artikel 39 ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan

Artikel 37 Strafbepaling

Hij, die handelt in strijd met artikel 6, derde lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 38 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt -na bekendmaking -in werking op het tijdstip waarop de eerste en tweede tranche van de Algemene wet bestuursrecht in werking treden .

Artikel 39 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam 1993" .

Ondertekening

Alblasserdam, 7 oktober 1993
De raad voornoemd ,
de secretaris,                            de voorzitter,