Bomenverordening Alblasserdam 2008

Geldend van 01-01-2009 t/m heden

Intitulé

Bomenverordening Alblasserdam 2008

De raad van de gemeente Alblasserdam;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2008, registratienummer Raad 2009/001, met betrekking tot Alblasserdams Bomenbeleid/Kapvergunningenbeleid;

besluit:

  • 1.

    Kennis nemen van en akkoord gaan met de nieuwe Bomenverordening ter vervanging van het huidige kapvergunningenbeleid, genoemd in afdeling 5 van de APV.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    boom: 

    Een houtachtig, opgaand gewas.

    Indien het betreft houtopstand in privaat eigendom, in afwijking van het in vorige zin bepaalde een dwarsdoorsnede van minimaal 0,20 meter op 1,3 meter hoogte.

    In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.

  • b.

    houtopstand:

    Eén of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg, met de onder sub a genoemde minimale dwarsdoorsnede.

  • c.

    monumentale boom:

    Bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving.

  • d.

    waardevolle particuliere boom:

    Beschermwaardige houtopstand, belangrijk voor de groenstructuur van Alblasserdam.

  • e.

    vellen: 

    Rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

  • f.

    boomwaarde:

    de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

  • g.

    bomen effect analyse:

    Een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.

  • h.

    gemeentelijk bomenfonds: 

    Een fonds waarin geldelijke bijdragen worden gestort voortkomend uit opgelegde verplichting verbonden aan herplant genoemd in artikel 8 en 9.

Artikel 2 Kapverbod

  • 1.

    Het is, verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders houtopstand te vellen of te doen vellen.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand in privaat eigendom op percelen van minder dan 150monbebouwde oppervlakte, tenzij het houtopstand betreft als bedoeld in artikel 3.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet.

  • 4.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:

    • a.

      houtopstand die moet worden geveld krach­tens de Planten­ziektenwet of krachtens een aanschrijving van Burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van deze verordening.

    • b.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud.

    • c.

      het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.

Artikel 3 Lijst van Monumentale bomen en waardevolle particuliere bomen

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen, in opdracht van de raad, een lijst met monumentale bomen en waardevolle particuliere bomen vast. Deze lijst bevat de bomen voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de bomenstichting, aangevuld met de waardevolle particuliere bomen. Deze laatste lijst wordt elke vier jaar herzien.

  • 2.

    De lijst bevat minimaal de volgende gegevens, inzake de te beschermen monumentale en waardevolle houtopstand:

    • -

      redengevende beschrijving;

    • -

      soort boom;

    • -

      standplaats;

    • -

      kadastrale gegevens;

    • -

      eigendomsgegevens;

    • -

      foto’s.

  • 3.

    De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van monumentale bomen en waardevolle particuliere bomen is verplicht Burgemeester en wethouders onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:

    • a.

      eigendomsoverdracht van de houtopstand.

    • b.

      het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende vergunning.

    • c.

      de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.

Artikel 4 Aanvraag vergunning

  • 1.

    De vergunning moet schriftelijk en gemoti­veerd worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechte­lijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

  • 2.

    Wanneer namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan Burgemeester en wethouders een af­schrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwen Burgemeester en wethouders dit afschrift mede als een vergunningsaan­vraag.

Artikel 5 Criteria

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen.

  • 2.

    Een vergunning wordt onder verwijzing naar beleidsregels geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:

    • -

      natuur‑ en milieuwaarden;

    • -

      landschappelijke waarden;

    • -

      cultuurhistorische waarden;

    • -

      waarden van stads‑ en dorpsschoon;

    • -

      waarden voor recreatie en leefbaarheid. 

  • 3.

    Een vergunning voor het vellen van een monumentale boom wordt slechts bij uitzondering verleend, indien:

    • a.

      een zwaarwegend maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de monumentale boom en alternatieven uitputtend zijn onderzocht.

    • b.

      naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

Artikel 6 Procedure

  • 1.

    B&W beslissen op een aanvraag op een vergunning binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. Een vergunningverlening van rechtswege is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in lid 1 geldt dat een kapvergunning waaraan geldelijke bijdrage is verbonden, als bedoeld in artikel 8 lid 4 en artikel 9 lid 2, pas in werking treedt nadat deze bijdrage is gestort.

  • 3.

    B&W zijn bevoegd om, binnen de in lid 1 genoemde termijn, de beslissing omtrent de aanvraag van de kapvergunning, eenmaal met een periode van maximaal 8 weken te verdagen.

  • 4.

    Indien B&W niet binnen deze termijnen op de aanvraag hebben beslist, is de vergunning geweigerd.

  • 5.

    Van het besluit als bedoeld in de voorgaande leden, wordt onverwijld kennis gegeven in een huis-aan-huisblad onder gelijktijdige verzending aan de aanvrager. De bezwarentermijn gaat lopen met ingang van de dag ná verzending van het besluit.

Artikel 7 Vervaltermijn vergunning

  • 1.

    De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de vergunning gebruik is gemaakt.

  • 2.

    In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één boom betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één boom of enkele bomen al geveld zijn.

Artikel 8 Bijzondere vergunningvoorschriften

  • 1.

    Aan de vergunning kan het standaard voorschrift worden verbonden dat niet tot vellen mag worden overgegaan de dag nadat de bezwaartermijn is afgelopen.

  • 2.

    Indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaar is ingediend, wordt de vergunning pas van kracht één week nadat op dat bezwaar is beslist.

  • 3.

    Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door Burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.

  • 4.

    In het voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  • 5.

    Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een vergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk bomenfonds.

  • 6.

    De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 8 kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 genoemde minimum maat. Dit geldt uitsluitend bij bomen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant.

  • 7.

    Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.

  • 8.

    Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren tot het opstellen en overleggen van een bomen effect analyse in geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen.

  • 9.

    Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 9 Herplant-/instandhoudingsplicht

  • 1.

    Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder vergun­ning van Burgemeester en wethouders is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen Burgemees­ter en aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

  • 2.

    Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt een geldelijke bijdrage gestort in het gemeentelijke bomenfonds.

  • 3.

    De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 9 kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 van deze verordening genoemde minimummaat.

  • 4.

    Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  • 5.

    Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbe­staan ernstig worden bedreigd, kunnen Burgemees­ter en wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

    • a.

      overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen ter­mijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

    • b.

      een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden aan Burgemeester en wethouders.

  • 6.

    Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als  bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 10 Schadevergoeding

Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17 van de Boswet.

Artikel 11 Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.

Artikel 12 Bestrijding van boomziekten

  • 1.

    Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van Burgemeester en wethouders gevaar opleveren van verspreiding van een boom­ziekte of voor ver­meerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door Burgemeester en wethou­ders is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrij­ving vast te stellen termijn:

    • a.

      de houtopstand te vellen.

    • b.

      conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.

  • 2.

    Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voor­handen of in voorraad te hebben of te vervoe­ren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder het tweede lid van dit artikel gestelde verbod.

  • 4.

    Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van be­stuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

Artikel 13 Bescherming publieke houtopstand

  • 1.

    Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn:

    • a.

      te beschadigen, te bekladden of te beplakken.

    • b.

      daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken.

  • 2.

    Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van Burgemeester en wethouders.

Artikel 14 Strafbepaling

  • 1.

    Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 3, derde lid, artikel 5, eerste lid, artikel 7, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste lid, artikel 12, eerste, derde en vierde lid is gegeven, onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 9, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.

  • 2.

    Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, artikel 12, tweede lid, artikel 13, eerste en tweede lid danwel een voorschrift onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in het vorige lid niet na komt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.

Artikel 15 Slotbepaling

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening Alblasserdam 2009

  • 2.

    Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 2009. Op datzelfde tijdstip vervalt de kap-/bomenverordening.

  • 3.

    De vergunningsaanvragen die zijn ingediend voor de in artikel lid 1 van dit artikel genoemde datum van inwerkingtreding, vallen onder de verordening die van kracht was voorafgaande aan deze verordening.

Bijlage Waardevolle particuliere bomen Alblasserdam

Bomenlijst

Nota-toelichting

Artikelsgewijze toelichting Model Bomenverordening 2008

                       

Artikel 1:Begripsomschrijvingen

a.        Boom.

Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. De minimale diktemaat is de meest gangbare en meest heldere vorm van afbakening. Andere vormen, zoals het vrijgeven van bepaalde boomsoorten (erven, tuinen of wijken) of leeftijdscategorieën, leiden sneller tot misverstanden en vergissingen. Om dezelfde reden wordt het werken met omtrekmaten ontraden, omdat niet iedereen het verschil kent tussen doorsnede en omtrek.

Er is hier bewust onderscheid gemaakt tussen ‘private’ en ‘publieke’ bomen. De aanduiding ‘publieke bomen’ betekent alle bomen van overheden, bijvoorbeeld provincie, waterschap of rijkswaterstaat. In plaats van ‘publieke’ zou men zich tot ‘gemeentelijke bomen’ kunnen beperken. De aanduiding ‘private bomen’ betekent alle bomen van particuliere burgers, maar ook de bomen van bedrijven, landgoederen, stichtingen of bijvoorbeeld verenigingen.

  • -

    Voor private bomen is gekozen voor de maat van minimaal 0,20 m om invulling te geven aan de wens de hoeveelheid regels en bureaucratie te verminderen en de verantwoordelijkheid en zeggenschap van burgers en samenleving te versterken. Om dezelfde reden zijn ook private percelen tot 150 m2 onbebouwde oppervlakte vrijgegeven (zie artikel 2).

  • -

    Voor publieke bomen blijft de regel dat voor elke boom kapvergunning moet worden gevraagd, gehandhaafd. Enerzijds vanwege het algemeen belang van bomen in openbaar gebied en anderzijds vanwege het waarborgen van de inspraakmogelijkheden van belanghebbenden. De betrokkenheid van burgers bij bomen in hun straat is immers groot en indien de gemeente deze publieke bomen eveneens kapvergunningvrij maakt, zal dit op veel onbegrip stuiten en zal de afstand tussen burger en overheid verder worden vergroot.

b.        Houtopstand.

Het kernbegrip van deze verordening, waarop het kapverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan bomen alleen.

Boomvormer.

Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom.

Hakhout.

Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.

Houtwal.

Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers.

(lint) begroeiing.

Vanwege de grote ecologische waarde van derge­lijke begroeiingen (bijv. een meidoorn‑ of mispel­haag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat "begroeiing" in plaats van beplanting om ook spontaan opgeslagen groen bescherming te bieden.

Bosplantsoen.

Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk heesters, struiken en boomvormers.

Struweel.

Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken.

Heg.

Een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter.

Klimplant.

Verhoutend, overblijvend gewas dat zich hecht aan een dragend element, zoals een wand of muur. Bedoeld zijn beeldbepalende verticale begroeiingen van één of meer klimplanten van meer dan twee verdiepingen hoog.

c.      Monumentale boom,

bomen voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting. De bomen van deze landelijke lijst hebben een hogere beschermstatus dan de bomen van de lokale lijst van waardevolle particuliere bomen, die hieronder vermeld staat Een aantal bomen komen op beide lijsten voor.

d.      Waardevolle particuliere boom.

Beschermwaardige houtopstand, in particulier eigendom, belangrijk voor de groenstructuur van Alblasserdam.

Alle bomen met een stamdikte vanaf 40 cm doorsnede op 1,30 m hoogte gemeten. Er zijn een aantal uitzonderingen op die regel:

  • -

    Voor populieren en wilgen geldt een doorsnede van 50cm doorsnede;

  • -

    Bij meerstammige bomen geldt de grootste diameters van de stammen;

  • -

    Alle (ook dunnere) (lei)bomen welke in het kader van de zogenaamde COLA plannen (Compenserende landschapsplannen) zijn aangeplant langs en op de dijk.

  • -

    Alle (ook dunnere) bomen die in het verleden zijn mee verkocht bij grondverkopen door de Gemeente Alblasserdam.”

Indien bomen van de lokale lijst ook voorkomen op de lijst van landelijk monumentale bomen dan hebben deze een hogere beschermstatus dan de overige bomen van de lokale lijst.

Bomen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg hebben een grotere waarde voor de groenstructuur van Alblasserdam dan bomen die niet zichtbaar zijn. Deze bomen hebben derhalve ook een hogere beschermstatus.

e.      Vellen.

Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens vergunningplichtig.

f.        Monetaire boomwaarde.

De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300 AK Apeldoorn, tel. 055-5999449) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.

g.      Bomen effect analyse.

Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De bomen effect analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.

h. Gemeentelijk bomenfonds

Dit fonds wordt gevuld met toekomstige financiële compensaties van particulieren of ontwikkelaars die aan de hen opgelegde herplantplicht niet kunnen voldoen, bijvoorbeeld omdat voor het herplanten op die locatie de ruimte ontbreekt.  Uit dit fonds kunnen maatregelen worden gefinancierd die ten goede komen aan de duurzame instandhouding van de - particuliere - groenstructuur in Alblasserdam.

Dit kan zijn het elders herplanten van een gekapte houtopstand, die niet ter plaatse kan worden herplant, een en ander als bedoeld in artikel 8 en 9. Maar het kan ook inhouden allerlei maatregelen die ten goede komen aan de duurzame instandhouding van de groenstructuur. Te denken valt aan maatregelen als snoeien, onderzoek, groeiplaatsverbeterende maatregelen enz. Duidelijk mag zijn dat er slechts middelen uit het Bomenfonds kunnen worden aangewend, op het moment dat hierin middelen zijn gestort door particulieren en ontwikkelaars die niet aan hun herplantplicht kunnen voldoen.

 

Artikel 2: Kapverbod

 

  • 1.

    Gekozen is voor een beperkt kapverbod voor ‘private houtopstand’. Bomen in privaat eigendom met een doorsnede van minder dan 20 cm en alle bomen, uitgezonderd aangewezen monumentale bomen en waardevolle particuliere bomen, op private percelen met een totale onbebouwde oppervlakte van minder dan 150 m2 zijn kapvergunningvrij. Op deze wijze zijn kleine tuinen uitgezonderd van het kapverbod en wordt de aanwezige houtopstand aan de eigen verantwoordelijkheid van de private eigenaar overgelaten. Bij een perceel van maximaal 150 m2 is het tuinoppervlak relatief klein en over het algemeen staan hier houtopstanden waarvoor een kapverbod overbodig is. Grotere tuinen kunnen meer of forsere houtopstanden bergen en deze kunnen een substantiële bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of het gebied. Deze private houtopstanden worden daardoor van algemeen belang geacht en vallen wel onder het kapverbod.

 

  • 2.

    Dode houtopstand. Er wordt voor het kapverbod geen onderscheid gemaakt tussen vitale en afgestorven houtopstand. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.

     

  • 3.

    De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij

    gemeentelijke  verordening wordt in artikel 15 van de Boswet beperkt. Deze beperking heeft inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid 2 Boswet genoemde houtopstand:

    • a.

      populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;

    • b.

      fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

    • c.

      fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    • d.

      kweekgoed;

    • e.

      houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemin­gen en niet gele­gen is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:

      ·       ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;

      ·       ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen.

  • De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd” bedoelt de alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform de Memorie van Toelichting op de Boswet te beperken tot bomen met een aantoonbare economisch doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht of fruitbomen, zijn sierbomen die vruchten dragen dus wel kapvergunningplichtig. Onder het kapverbod valt het houden en de economische exploitatie van (vrucht)bomen niet.

 

  • 4.

    Dunning. Het begrip dunning - velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand – is weggelaten, om te voorkomen dat onder het mom van een vergunningsvrije dunning veel meer wordt weggehaald dan de gemeente bij een normale vergunningsaanvraag zou goedkeuren.

 

Artikel 3: Lijst van Monumentale bomen en waardevolle particuliere bomen

  • 1.

    De lijst met monumentale bomenen waardevolle particuliere bomen bevat bijzondere beschermwaardige bomen en andere houtopstanden. De lijst kan houtopstanden bevatten met een kleinere dwarsdoorsnede dan in artikel 1 genoemd. Op deze wijze kan (landschappelijk) waardevolle houtopstand, zoals beeldbepalende Rhododendrons, magnolia´s of klimplanten of een nieuw aangeplante herdenkingsbomen met een kleinere diktemaat toch bescherming genieten.

    Duurzaam behoud van houtopstand op de lijst van monumentale bomen en waardevolle particuliere bomen heeft een hoge prioriteit. De houtopstand is extra beschermd doordat alleen bij hoge uitzondering een kapvergunning wordt verleend.

    De bomen van de lijst met landelijke monumenten hebben een hogere beschermstatus dan de bomen op de lijst van de waardevolle particuliere bomen.

  • 2.

    De redengevende beschrijving is een motivering van de reden(en) waarom de desbetreffende houtopstand is aangewezen als monumentale, of waardevolle particuliere boom.

    De redengevende beschrijving is een toetsingskader voor een aanvraag van een kapvergunning, waardoor een besluit beter gemotiveerd en afgewogen kan worden.

    Dit artikel geeft gemeenten een aantal algemene richtlijnen waaraan een lokale waardevolle bomenlijst minimaal moet voldoen. Het is belangrijk om de eigenaar en/of zake­lijk gerechtigde en het kadastraal perceelsnummer te weten. Daarnaast zijn boomsoort, stamomvang, algehele gezondheidstoestand en vitaliteit, kroonhoogte belangrijke gegevens om vast te leggen.

 

Artikel 4: Aanvraag vergunning

  • 1.

    Schriftelijke aanvraag, op te stellen door de aanvrager, is vanzelfsprekend noodzakelijk.

    Een kapvergunningaanvraag dient te voldoen aan de volgende vereisten:

    • -

      Een ingevuld aanvraagformulier voor kapvergunning, te verkrijgen bij de gemeente Alblasserdam of te downloaden van de website.

    • -

      Een situatieschets, waarop minimaal het volgende zichtbaar moet zijn: 

      o directe omgeving gerekend met een straal van 25 meter rondom de boom.

      o Verder dient minimaal het gehele kadastrale preceel zichtbaar te zijn.

      o  Indien de aanvraag het gevolg is van een geplande verandering van de situatie is zowel een tekening nodig van de bestaande situatie als van de toekomstige situatie. Op het aanvraagformulier moet dit zijn aangegeven.

    • -

      Een aantal foto’s van de boom waarvoor aanvraag wordt gedaan, zodanig dat de situatie goed in beeld gebracht is.

 

Artikel 5:Criteria

Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit inzake een aanvraag tot vellen genoemd moeten worden. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat (te) zieke of gevaarlijke bomen  

-           natuur‑ en milieuwaarden

 

natuurwaarde

Alle bomen en struiken hebben feitelijk wel enige waarde voor de natuur en het milieu. Deze waarden krijgen extra gewicht zodra de boom of struik meer dan gemiddelde waarde heeft voor de natuur en het milieu.

Met betrekking tot de natuurwaarde wordt verwezen naar beschermde soorten, zoals die worden vermeld in de flora en faunawet, hoofdstuk 2. Zowel de boom of stuik op zichzelf kan van groot belang zijn als daarvan direct of indirect afhankelijke diersoorten of andere plantensoorten

Ze krijgen extra natuurwaarde als deze wat extra’s toevoegen in het ecosysteem. Voorbeelden zijn nestelplaatsen voor zeldzame vogels, slaapplaats voor vleermuizen, in symbiose levende planten en dergelijke.

 

milieuwaarde

Bij de milieuwaarde kan o.a. worden gedacht aan aan de functie als zuurstof producent en het binden van (fijn)stof. Dit wordt van extra waarde als zij bijvoorbeeld langs een hoofdroute staan waar veel verkeer langs rijdt en/of in een gebied waar veel last is van de uitstoot van industrieën.

vogelnestvorming Bij een aanvraag voor een kapvergunning tussen 15 maart en 15 juni moet ter plaatse bekeken worden of er zich in de boom vogelnesten bevinden of dat er te verwachten valt dat er vogels in gaan nestelen. Wanneer dit het geval is moet de vergunning voor een bepaalde tijd geweigerd worden.

 

-                landschappelijke waarden;

Van landschappelijke waarde van bomen en struiken is sprake als deze kenmerkend zijn voor het omliggende landschap, of refereert aan het vroegere landschap. Te denken valt aan de karakteristieke knotbomen in het polderlandschap, maar ook aan leilinden langs de dijk.

 

-           cultuurhistorische waarden;

Bomen en struiken zijn cultuurhistorisch waardevol als deze een rol van betekenis hebben gespeeld in de geschiedenis van de omgeving. Te denken valt aan herdenkingsbomen, markeringsbomen of -struiken geplant ter markering van grenzen of een bijzondere groeivorm hebben als gevolg van natuurlijke oorzaken.

 

-           waarden van stads‑ en dorpsschoon;

Onderdelen c en d kunnen over het algemeen het best gezamenlijk beoordeeld worden want er is vaak sprake van waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon wanneer deze beeldbepalend is. Houtopstanden kunnen beeldbepalend zijn en waarde voor stads- en dorpsschoon hebben, wanneer deze ergens zeer prominent en imposant aanwezig zijn zoals in een park bijvoorbeeld of op een in het oogspringende locatie. Daarnaast is een belangrijke afweging of veel bewoners en gebruikers in hun dagelijkse beleving deze houtopstanden ervaren. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de houtopstanden zich duidelijk waarneembaar naast veel gebruikte hoofdroutes bevinden. Over het algemeen is er sprake van hoofdwegen of belangrijke voet/fietsverbindingen.

 

-           waarden voor recreatie en leefbaarheid.

Voor de waarde van de leefbaarheid moeten we ons afvragen of de leefbaarheid aangetast zal worden wanneer de bomen en de struiken verdwijnen. Een houtopstand kan waarde hebben voor de leefbaarheid wanneer hier bijvoorbeeld in gespeeld wordt, of als de bomen en de struiken fungeren als camouflagegroen of wanneer het groen fungeert als geluidsvanger.

Het streven is om in iedere straat en een zo groen mogelijk beeld te maken of te ven.  

 

Bovenstaande criteria kunnen in een afwegingsmodel worden geplaatst dat als instrument bij de beoordeling van de aanvraag wordt gehanteerd.

Belangrijke toetsingsinstrumenten zijn:

  • -

    Het groenstructuurplan 1995

  • -

    De bomenverordening en

  • -

    De lijst van monumentale en waardevolle particuliere bomen

De beslissing op de aanvraag moet waar mogelijk verwijzen naar beleidsbesluiten.

Ook de door derdebelanghebbenden ingediende zienswijzen moeten meegewogen worden.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46- 3:50 en 4:82 – 4:84) dient de motivering van het besluit van Burgemeester en wethouders te verwijzen naar gemeentelijke beleidsregels zoals bestemmings-, groen-, bomen-, of landschapsplannen en bijbehorende (beschermings)categorieën en beleidskaarten.

 

Indien bouw of aanleg ter plaatse van de monumentale boom de reden tot de kapaanvraag is, moet allereerst duidelijk zijn dat met de realisatie van bouw of aanleg een groot maatschappelijk belang gemoeid is.

Individuele particuliere belangen of kleine maatschappelijke belangen kunnen dus niet tot velling van een beschermde monumentale boom of waardevolle particuliere boom leiden. Vervolgens moeten voorafgaand aan een eventuele kapvergunning de alternatieven voor (her)inrichting of aanpassing van de plannen voldoende onderzocht zijn en als onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt.

Indien gevaarzetting (voorkomen van letsel of schade) reden tot de kapaanvraag is, moeten voorafgaand aan een eventuele kapvergunning de (boomverzorgings) alternatieven voor kap voldoende onderzocht zijn en als onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt.

 

 Bij interpretatieverschillen, bij gerede twijfel of bij tegenstrijdige deskundigenadviezen en vergelijkbare randgevallen geldt dat geen Kapvergunnnig wordt verleend. In dergelijke gevallen kan in overleg met de aanvrager, een onafhankelijke 3e partij worden gezocht die definitief advies zal geven.

Artikel 6: Procedure

Aanvragers kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden tot een houtopstand.

Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële akte kunnen overleggen inzake een recht van erfpacht, pacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand.

Huurders hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de schriftelijke toestemming voor kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar van de houtopstand is, overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij (huur)overeenkomst of bij machtiging zijn huurders het recht tot vergunningaanvraag verlenen.

Publiekrechtelijke bevoegdheden.

Ook de gemeente zelf, waterschappen, hoogheemraadschappen of andere publiekrechtelijke instanties (Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, enz) kunnen aanvrager zijn. Zij volgen dezelfde procedure als andere aanvragers.

De voorwaarden voor de aanvraag van een kapvergunning zijn beschreven in artikel 4.

Bekendmaking en kennisgeving.

Een advertentie van de aanvraag onmiddellijk na ontvangst (datum postkamer) in een huis-aan-huisblad blijkt in de praktijk de beste manier om tijdig een inzicht te krijgen in alle betrokken belangen zodat een zorgvuldig voorbereide belangenafweging kan worden gemaakt. Wel moet een aanvraag volledig zijn. Indien een onvolledige aanvraag niet tijdig is aangevuld, vervalt hij. Belangrijk is ook het gelijktijdig kennis geven van een besluit en het verzenden aan aanvrager en belanghebbenden. Dit om belanghebbenden en aanvrager een gelijkwaardige rechtspositie te geven met gelijklopende termijnen.

Het is essentieel om de concrete datum vanaf welk moment de periode van zienswijze of bezwaar ingaat expliciet te noemen.

Noodkap.

De Burgemeester kan toestem­ming geven tot direct vellen, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid, op grond van de artikelen 173 en 175 van de Gemeentewet.

                       

Artikel 7:Vervaltermijn vergunning

Dit artikel blijkt nodig te zijn om misbruik van (zeer) oude kapvergunningen tegen te gaan.

 

Artikel 8:Bijzondere vergunningsvoorschriften

1.        Standaardvoorwaarde van niet-gebruik.

Dit artikel is bedoeld om te vermijden dat de boom al feitelijk gekapt is voordat derden kennis van de kapvergunning hebben kunnen nemen. Aansluiting is gezocht met formu­leringen en systematiek uit de rechtspraak en de afstemming van de bouwvergunning op de milieuvergunning. De opschortende werking van deze standaardvoorwaarde is niet van toepassing tijdens de beroepstermijn. Dit is gedaan om oneigenlijk gebruik door bezwaarmakers te voorkomen. Bezwaarmakers moeten om tussentijdse kap te verkomen tijdens de beroepstermijn tegelijkertijd met het indienen van een beroepsschrift een verzoek tot voorlopige voorziening indienen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de rechtbank. Ter voorkoming van directe kap na het ongegrond verklaren van de bezwaren, is een termijn van één week vastgesteld waarin niet gekapt mag worden en de bezwaarmakers de mogelijkheid hebben een beroepschrift en een verzoek tot voorlopige voorziening in te dienen.

2.        Herplantplicht

De voorschriften voor herplant moeten concreet worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte.

3.        Geldelijke bijdrage 

Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de geldelijke bijdrage.

Uitgangspunt is dat er een houtopstand van gelijke waarde – in geld uitgedrukt – wordt terug geplaatst. De waarde van een houtopstand, in geld uitgedrukt, zal mede bepaald worden aan de hand van een advies hieromtrent door een beëdigd boomtaxateur.

Deze bijdragen kunnen naast het daadwerkelijk herplanten van bomen elders ook worden gebruikt voor allerlei maatregelen die ten goed komen aan de duurzame instandhouding van de groenstructuur – op particulier terrein.

 

Artikel 9:Herplant‑/instandhoudingsplicht

Voorschriften.

Factoren die een rol spelen bij de vaststelling herplantplicht, zijn de ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. Onder het handhavingsbeleid vallen ook de richtlijnen voor het effectief uitvoeren van de strafvervolging door politie en daartoe aangestelde opsporingsambtenaren, zoals bedoeld in artikel 14.

Geldelijke bijdrage

Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de geldelijke bijdrage.

Uitgangspunt is dat er een houtopstand van gelijke waarde – in geld uitgedrukt – wordt terug geplaatst.

De waarde in geld uitgedrukt voor het herplanten van een houtopstand zal mede bepaald worden aan de hand van een advies hieromtrent door een beëdigd boomtaxateur. Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de geldelijke bijdrage.

Uitgangspunt is dat er een houtopstand van gelijke waarde – in geld uitgedrukt – wordt terug geplaatst. De waarde van een houtopstand, in geld uitgedrukt, zal mede bepaald worden aan de hand van een advies hieromtrent door een beëdigd boomtaxateur.

Deze bijdragen kunnen naast het daadwerkelijk herplanten van bomen elders ook worden gebruikt voor allerlei maatregelen die ten goed komen aan de duurzame instandhouding van de groenstructuur – op particulier terrein.

 

Artikel 10:Schadevergoeding

De Boswet schrijft voor dat een gemeentelijke verordening dit artikel moet bevatten, hoewel uit de (gepubliceerde) rechtspraak geen enkel geval van een schade-uitkering op grond van dit artikel bekend is. Rechters lijken niet snel (onredelijk) nadeel aanwezig te achten indien een vergunning om te vellen geweigerd wordt.

 

Artikel 11:Afstand van de erfgrenslijn

De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek geeft het bekende verwijderingrecht voor bomen binnen twee meter en heesters en hagen binnen een halve meter van de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 lid 2 is in afwijking van het oude B.W. toege­voegd: "t­enzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoon­te een kleinere afstand is toegelaten". Daarom is in deze model‑verordening dit artikel toegevoegd dat de erfgrensafstand aanzienlijk verkleind. Met "nihil" voor heggen en heesters is bedoeld deze natuurlijke wijze van erfbegrenzing te beschermen en tot de normale standaard te maken. Vele bomen en heesters zullen door deze afstandver­kleining beter beschermd, misschien wel gespaard worden. De juridische mogelijkheden voor burenruzies zijn hiermee enigszins verminderd.

 

Artikel 12:Bestrijding van boomziekten

Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte adequaat te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel broedhout en de besmetting wordt voorkomen.

In het vierde lid is een bijzondere bestuursdwang bevoegd­heid in aanvulling op de algemene gemeentelijke bestuurs­dwang bevoegdheid opgenomen, vanwege de ernst van de zaak en noodzaak snel te kunnen handelen met name voor een afdeling "Groen".

 

Artikel 14:Strafbepaling

De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid van het instellen door Burgemeester en wethouders van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of houtopstand.

Ratio. De strafmaatbepalingen zijn de basis voor aangifte bij de politie en eventuele strafvervolging door justitie. De bepalingen zijn overeenkomstig de grenzen van de Gemeentewet vastgesteld. Soms kan de rechter overgaan tot bijzondere maatregelen, zoals publicatie van een vonnis of voordeeltoekenning (d.w.z. dat justitie afziet van strafvervolging indien verdachte de schade vergoedt).

Samenloop. Ook een samengaan met andere delicten (vernieling van eigendom, belediging van personen, enz.) is vaak aanleiding om een illegale kap of beschadiging door justitie aan te laten pakken.De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid

tot het instellen door Burgemeester en wethouders van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan publieke bomen of houtopstanden.

Schadevergoeding. De ingestelde strafvervolging staat het instellen van een privaatrechtelijke schadevordering als gevolg van waardevermindering of verlies van de boom niet in de weg. Wel blijken rechters en officieren in de praktijk terughoudend in het tweemaal juridisch aanpakken van hetzelfde feit.