Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van standplaatsen van woonwagens in de Gemeente Alblasserdam

Geldend van 08-08-2002 t/m heden

Intitulé

Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van standplaatsen van woonwagens in de Gemeente Alblasserdam

De raad van de gemeente Alblasserdam; 

 

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders dd 19 juni 2002, registratienummer Raad 2002/089 inzake de wenselijkheid om regels te stellen voor de toewijzing van de standplaatsen van woonwagens;

Gelet op artikel 2 van de Huisvestingswet;

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; 

 

B E S L U I T : 

 

vast te stellen de Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van standplaatsen van woonwagens in de Gemeente Alblasserdam;

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Standplaats: eenstandplaats als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Woningwet;

  • b.

    Woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Woningwet;

  • c.

    Huisvestingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Huisvestingswet.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze verordening is van toepassing op de in de gemeente gerealiseerde standplaats van woonwagens.

Artikel 3 Verbodsbepaling

Het is verboden zonder een vergunning van het college van burgemeester en wethouders een standplaats in gebruik te nemen of bezet te houden.

Artikel 4 Aanvraag van vergunning

  • 1.

    Standplaatszoekenden dienen een schriftelijke aanvraag in te dienen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders stellen een aanvraagformulier voor standplaatszoekenden beschikbaar.

  • 3.

    De standplaatszoekende verstrekt bij het indienen van de aanvraag aan burgemeester en wethouders de volgende gegevens:

    a. De naam, burgerlijke staat en personalia van de aanvrager en van de eventueel tot het huishouden behorende personen

    b. Het woonadres van de aanvrager

    c. Het adres, met aanduiding van huisnummer, van de locatie waar de aanvrager standplaats wenst te nemen.

Artikel 5 Voorwaarden voor inschrijving

  • 1.

    Burgemeester en wethouders gaan over tot inschrijving op de in artikel 6 of 7 genoemde lijsten indien:

    • a.

      De aanvrager 18 jaar of ouder is.

    • b.

      Een aanvraagformulier volledig is ingevuld.

  • 2.

    Als datum van inschrijving geldt de datum van ontvangst van het aanvraagformulier.

  • 3.

    De standplaatszoekende ontvangt schriftelijk bericht van de inschrijving.

Artikel 6 Wachtlijst

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen een wachtlijst vast van kandidaten die voor een standplaats in aanmerking wensen te komen.

  • 2.

    Kandidaten kunnen zich laten inschrijven op de wachtlijst indien is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 5.

  • 3.

    De wachtlijst vermeldt de namen van standplaatszoekenden in volgorde van inschrijving.

Artikel 7 Voorranglijst

  • 1.

    Standplaatszoekenden die in aanmerking komen voor de in artikel 6 genoemde wachtlijst en die kunnen aantonen dat zij legaal in een woonwagen op een standplaats wonen of hebben gewoond, worden vermeldt op een voorranglijst.

  • 2.

    De voorranglijst vermeldt de namen van de kandidaten in de volgorde van de inschrijving.

Artikel 8 Vervallen van de inschrijving

  • 1.

    De inschrijving als standplaatszoekende vervalt indien:

    • a.

      De standplaatszoekende een door burgemeester en wethouders toegewezen standplaats heeft aanvaard;

    • b.

      De standplaatszoekende andere woonruimte heeft geaccepteerd;

    • c.

      Bij het overlijden van de ingeschrevene.

  • 2.

    De standplaatszoekende wordt binnen 4 weken na het vervallen van de inschrijving daarvan in kennis gesteld.

Artikel 9 Toewijzing

  • 1.

    Burgemeester en wethouders wijzen alleen een standplaats toe indien de aanvrager staat ingeschreven op de in artikel 6 of 7 genoemde lijsten.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders wijzen een standplaats toe aan een standplaatszoekenden op basis van de volgende prioriteiten:

    a. Eerste prioriteit hebben standplaatszoekenden, die staan ingeschreven op de in artikel 7 genoemde lijst.

    b. Tweede prioriteit hebben de overige standplaatszoekenden.

    c. De onderlinge volgorde van standplaatszoekenden met dezelfde prioriteit wordt bepaald door de inschrijfdatum, met dien verstande dat standplaatszoekende die het langst staat ingeschreven de hoogste prioriteit heeft.

Artikel 10 Verlenen van vergunning

Een huisvestingsvergunning wordt verleend voor een onbepaalde periode, is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.

Artikel 11 Intrekken van vergunning

Burgemeester en wethouders kan de huisvestingsvergunning intrekken indien:

  • 1.

    De standplaats niet binnen een termijn van 4 weken na bekendmaking van het besluit tot verlening van de vergunning wordt ingenomen. Indien de termijn is verlengd en de standplaats  nog niet is ingenomen, kan de vergunning na afloop van de termijn van de verlenging worden ingetrokken of

  • 2.

    De vergunninghouder binnen twee weken na de bekendmaking schriftelijk te kennen heeft gegeven hiervan geen gebruik te maken of

  • 3.

    Gebleken is van onjuistheid van de door de aanvrager bij de inschrijving verstrekte gegevens of

  • 4.

    De vergunninghouder in strijdt handelt met de bepalingen van deze verordening.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kan van artikel 9 afwijken voor zover toepassing gelet op het doel van deze verordening leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens 2002”.

Ondertekening

Alblasserdam, 11 juli 2002
De raad voornoemd,
de adjunct-griffier,  de voorzitter,

Nota-toelichting

Toelichting op de Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens

 

Algemeen

Door het vervallen van de Woonwagenwet maakt het noodzakelijk om in de huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens, de wijze van toewijzing van woonwagenstandplaatsen te bepalen. In deze verordening is bepaald dat het in gebruik nemen van standplaats aan een vergunning is gebonden en dat bij toewijzing van standplaatsen prioriteiten worden gehanteerd.

 

Nieuwe bepalingen in de Huisvestingswet

Met het intrekken van de Woonwagenwet per 1 maart 1999 worden aan de Huisvestingswet enkele artikelen toegevoegd. Dit zijn bepalingen waarvan de huidige woonwagenbewoners voorrang kunnen krijgen bij de toewijzing van lege standplaatsen. Het gaat om de volgende voorrangsbepalingen.

1.       De gemeenteraad heeft de bevoegdheid gekregen om na te gaan hoe kan worden bewerkstelligd dat bij gebruik nemen of geven van een standplaats voorrang wordt verleend aan woningzoekenden, die in een woonwagen wonen of hebben gewoond. (artikel 2 lid 2 Huisvestingswet)

2.       In afwijking tot de van de onder 1 beschreven bevoegdheden van gemeente geldt dat gemeente die een substantieel tekort aan standplaatsen voordoet, verplicht zijn om een gemeentelijke of regionale huisvestingsverordening voor het in gebruik nemen of geven van een standplaats vast te stellen. In die verordening moet zijn bepaald dat bij toewijzing van een standplaats voorrang wordt verleend aan woningzoekenden die in een woonwagen op een standplaats wonen of hebben gewoond in die gemeente of in een bij de eerste volzin bedoelde ministeriele regeling aan te duiden regio. (artikel 2 lid 4 Huisvestingswet)

 

Artikel 2

Deze verordening is van toepassing op de twee standplaatsen voor woonwagens in de Gemeente Alblasserdam, te noemen de locaties staalindustrieweg en waalsingel.

 

Artikel 6

Deze verordening bevat twee wachtlijsten, een algemene (artikel 6) en een voorranglijst (artikel 7).  Iedereen die een standplaats van woonwagens zoekt en die voldoet aan de volgens artikel 5 lid 1. gestelde voorwaarden komen op deze lijst te staan. Prioriteit wordt gesteld aan degenen die op de voorranglijst staan boven de rest.

 

Artikel 7

Degenen die eerder in een woonwagen hebben gewoond en deze kunnen aantonen komen op de voorranglijst te staan. De standplaatszoekende kunt dit aantonen door middel van een bewonersvergunning, een kopie van het huurcontract of een uittreksel uit de Gemeentelijke Bevolkingsadministratie. Bij toewijzing komt degene die boven aan de voorranglijst staat in aanmerking voor de lege standplaats. Prioriteit wordt dan gesteld aan degene die het langst geleden zich heeft ingeschreven. Als die gegadigde van het aanbod geen gebruikmaakt, komt de volgende op de voorranglijst in aanmerking. Slechts als de standplaats niet kan worden toegewezen aan een gegadigde op de voorranglijst, komt iemand van de wachtlijst (niet-woonwagenbewoner beginnende met degene die boven aan de lijst staat), voor de standplaats in aanmerking.

 

Artikel 10

De vergunning wordt verstrekt aan de aanvrager. Als deze gehuwd is, geldt de vergunning automatisch ook voor de echtgeno(o)t(e). Bij overlijden kan de achterblijvende echtgeno(o)t(e) dus in de woonwagen (of op de standplaats) blijven wonen. Deze is ook van rechtswege medehuurder. Voor mensen die (al dan niet geregistreerd) samenwonen geldt het bovenstaande niet automatisch en is dus de vergunning niet overdraagbaar. Het is daarom raadzaam om op aanvraag de vergunning op beider namen te zetten.