Inspraakverordening Rijn en IJssel 2006

Geldend van 25-05-2006 t/m 10-07-2012

Volledige tekst Inspraakverordening Rijn en IJssel 2006

Begripsomschrijvingen

Artikel 1

  • In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a. het waterschap: het waterschap Rijn en IJssel;

  • b. het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het waterschap;

  • c. het college: het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap;

  • d. inspraak: een door of namens het college geboden gelegenheid voor ingezetenen en belanghebbenden hun zienswijze omtrent te nemen besluiten van het waterschap kenbaar te maken.

Object van inspraak

Artikel 2

  • 1. Onverminderd het bepaalde bij wet, algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening vallen onder de werking van de onderhavige verordening de door het algemeen bestuur te nemen besluiten van algemene strekking, tenzij deze daarvoor naar hun aard of naar hun belang niet in aanmerking komen.

  • 2. Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid vallen in ieder geval onder de werking van deze verordening ontwerp-besluiten inzake:

    • a.

      verordeningen, met uitzondering van belastingverordeningen;

    • b.

      de handhaving van waterstanden, met name peilbesluiten;

    • c.

      de aanleg of verbetering van waterstaatswerken, tenzij het werken betreft waarvan naar het oordeel van het college niet in betekenende mate een wijziging van de bestaande waterstaatkundige situatie of van de hoogte van de te heffen omslagen is te verwachten;

    • d.

      de leggers;

    • e.

      beleidsregels.

Terinzagelegging

Artikel 3

  • 1. Een ontwerp-besluit wordt voor eenieder gedurende ten minste zes weken ter inzage gelegd op het kantoor van het waterschap en de gemeentehuizen van de in het gebied van het waterschap gelegen gemeenten.

  • 2. Indien het ontwerp-besluit betrekking heeft op een deel van het gebied kan worden volstaan met terinzagelegging op het kantoor van het waterschap en de gemeentehuizen van de gemeenten in het desbetreffende gebied.

  • 3. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

  • 1. Het college maakt de terinzagelegging tijdig bekend in een of meer daarvoor in aanmerking komende dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze.

  • 2. De bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval:

    • -

      een samenvatting van het ontwerp-besluit;

    • -

      de plaats en tijdstippen waarop het ontwerp-besluit ter inzage ligt;

    • -

      de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 hun zienswijze over het te nemen besluit kenbaar kunnen maken.

Reacties

Artikel 5

Ingezetenen en belanghebbenden kunnen gedurende de in artikel 3 bedoelde termijn hun zienswijze over het ontwerp schriftelijk of mondeling kenbaar maken aan het college.

Artikel 6

Ingezetenen en belanghebbenden die in hun zienswijze daarom hebben verzocht, worden door het college in de gelegenheid gesteld hun zienswijze mondeling toe te lichten, tenzij een dergelijk verzoek kennelijk onredelijk is.

Rapportages

Artikel 7

  • 1. In het voorstel aan het algemeen bestuur wordt melding gemaakt van de gehouden inspraakprocedure en de beschouwingen van het college over de in het kader daarvan ingekomen reacties.

  • 2. Het voorstel en het dienaangaande vastgestelde besluit van het algemeen bestuur worden toegezonden aan een ieder die van de inspraakprocedure gebruik heeft gemaakt.

Slotbepalingen

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking van het besluit.

Artikel 9

De Inspraakverordening Rijn en IJssel, vastgesteld door het algemeen bestuur op 20 maart 1997, vervalt bij de inwerkingtreding van de onderhavige verordening.

Artikel 10

Deze verordening kan worden aangehaald als "Inspraakverordening Rijn en IJssel 2006".