Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 7 maart 2023 houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie ter stimulering van projecten die bevorderen dat cultuur, erfgoed, sport en vrije tijd bijdragen aan een levendig Brabant voor iedereen (Subsidieregeling Levendig Brabant)

Geldend van 04-10-2023 t/m heden

Intitulé

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 7 maart 2023 houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie ter stimulering van projecten die bevorderen dat cultuur, erfgoed, sport en vrije tijd bijdragen aan een levendig Brabant voor iedereen (Subsidieregeling Levendig Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Provinciale Staten op 19 juli 2022 de Uitvoeringsagenda Levendig Brabant 2023 hebben vastgesteld waarin de ambitie is uitgesproken dat cultuur, erfgoed, sport en vrije tijd bijdragen aan een levendig Brabant voor iedereen en dat Brabant aantrekkelijk is voor inwoners, voor bezoekers en voor buitenlandse werknemers;

Overwegende dat deze subsidieregeling is opgesteld als aanbouwregeling voor nader door Gedeputeerde Staten te bepalen paragrafen ter invulling van het Beleidskader Levendig Brabant 2030 dat Provinciale Staten op 3 februari 2023 hebben vastgesteld;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Paragraaf 1 Pilots Levendig Brabant

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

arbeids- en personeelsuren: uren van personeel van de subsidieaanvrager dat al dan niet in loondienst is, niet zijnde kosten derden;

onderneming die door een natuurlijk persoon wordt gedreven: eenmanszaak, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of maatschap;

sectoren Cultuur, Erfgoed, Sport en Vrije Tijd: sectoren waarin rechtspersonen actief zijn in of ten behoeve van de activiteiten zoals omschreven in bijlage 1.

Artikel 1.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door een:

  • a.

    privaatrechtelijke rechtspersoon;

  • b.

    onderneming die door een natuurlijk persoon wordt gedreven.

Artikel 1.3 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die de verbinding leggen tussen twee of meer van de sectoren Cultuur, Erfgoed, Sport en Vrije Tijd.

Artikel 1.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 10.000;

  • b.

    reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;

  • c.

    voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf of een andere provinciale regeling;

  • d.

    de aanvrager een begrotingssubsidie zijnde naar aard een exploitatiesubsidie ontvangt van de provincie Noord-Brabant;

  • e.

    de aanvrager in het lopende aanvraagtijdvak reeds een aanvraag heeft ingediend op grond van deze paragraaf.

Artikel 1.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

    het project legt de verbinding tussen twee of meer van de sectoren Cultuur, Erfgoed, Sport en Vrije Tijd, blijkend uit de inhoud en de activiteiten van het project zoals verwoord in het projectplan;

  • c.

    het project is gericht op een of meer van de volgende maatschappelijke opgaven van de provincie Noord-Brabant:

    • 1°.

      een gezonde en veilige leefomgeving met waarborg voor de omgevingskwaliteit;

    • 2°.

      energie- en grondstoffentransitie en een klimaatproof Brabant;

    • 3°.

      duurzame verstedelijking of een vitaal platteland;

    • 4°.

      mobiliteit;

    • 5°.

      duurzame en concurrerende economie;

    • 6°.

      brede welvaart, of

    • 7°.

      gezondheid;

  • d.

    het project is toekomstbestendig, blijkend uit een omschrijving van de wijze waarop de activiteiten meerjarig worden geborgd;

  • e.

    subsidieaanvrager maakt gebruik van het door Gedeputeerde Staten vastgestelde format van een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in dit artikel;

    • 2°.

      een onderbouwing waaruit blijkt welke impact op de samenleving de aanvrager nastreeft;

    • 3°.

      een sluitende en realistische begroting, met een specificatie van de opgevoerde kosten en inkomsten;

    • 4°.

      een realistische planning;

    • 5°.

      een beschrijving van de doelgroep die de aanvrager wil bereiken, waarbij hij aandacht besteedt aan inclusiviteit;

    • 6°.

      een communicatieplan gericht op het bereiken van de doelgroep.

Artikel 1.7 Subsidiabele kosten

  • 1. Voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4 komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      arbeids- en personeelsuren;

    • b.

      kosten derden tot een maximum van € 100 per uur, te vermeerderen met niet-verrekenbare btw;

    • c.

      overige uitvoeringskosten.

  • 2. Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren als bedoeld in het eerste lid, onder a, van de subsidieaanvrager, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen uurtarieven subsidies Noord-Brabant toe, waarbij hij op grond van artikel 6, tweede lid, van die regeling, een uurtarief hanteert van maximaal € 80,00.

Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 1.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor de aanschaf of afschrijving van de machines of apparaten;

  • b.

    vervoers-, transport- en reiskosten;

  • c.

    kosten voor voeding en dranken.

Artikel 1.9 Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

  • a.

    10 mei 2023 tot en met 19 juli 2023;

  • b.

    15 november 2023 tot en met 17 januari 2024

Artikel 1.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4 vast op:

  • a.

    € 700.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder a;

  • b.

    € 700.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder b.

Artikel 1.11 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 1.4, bedraagt 50 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 per project.

  • 2. De subsidie wordt niet verstrekt indien toepassing van het voorgaande lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder bedraagt dan € 10.000.

Artikel 1.12 Verdelingswijze

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.

  • 5. De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. De subsidieontvanger:

    • a.

      start het project binnen zes maanden na verlening van de subsidie;

    • b.

      rondt het project af binnen twee jaar na verlening van de subsidie.

  • 2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk een maand voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal zes maanden.

Artikel 1.14 Verantwoording

  • 1. Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag of foto’s of videomateriaal waaruit de resultaten van het project blijken.

  • 2. Bij subsidies vanaf € 25.000 toont de subsidieontvanger aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag waaruit de resultaten van het project blijken.

Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.

Artikel 1.16 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden binnen twee jaar na inwerkingtreding en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.

Paragraaf 2 Stimulans voor Bewegen

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

arbeids- en personeelsuren: uren van personeel van de subsidieaanvrager dat al dan niet in loondienst is, niet zijnde kosten derden;

beweegnorm: beweegrichtlijn zoals opgenomen in bijlage 2;

onderneming die door een natuurlijk persoon wordt gedreven: eenmanszaak, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of maatschap.

Artikel 2.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door een:

  • a.

    rechtspersoon;

  • b.

    onderneming die door een natuurlijk persoon wordt gedreven.

Artikel 2.3 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die erop zijn gericht dat meer inwoners van Brabant gaan voldoen aan de beweegnorm en ook na afloop van de projectperiode structureel meer blijven bewegen.

Artikel 2.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 10.000;

  • b.

    reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;

  • c.

    voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf of een andere provinciale regeling;

  • d.

    de aanvrager een begrotingssubsidie zijnde naar aard een exploitatiesubsidie ontvangt van de provincie Noord-Brabant;

  • e.

    de aanvrager in het lopende aanvraagtijdvak reeds een aanvraag heeft ingediend op grond van deze paragraaf.

Artikel 2.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant en is erop gericht meer inwoners van Brabant te laten voldoen aan de beweegnorm en hen ook tijdens en na afloop van de projectperiode daadwerkelijk structureel te laten bewegen;

  • b.

    het project betreft een voor de aanvrager nieuwe activiteit, in ieder geval blijkend uit:

    • 1°.

      een omschrijving van de huidige activiteiten van de aanvrager;

    • 2°.

      een toelichting waaruit blijkt dat het om een nieuwe activiteit gaat;

  • c.

    het project is toekomstbestendig, blijkend uit een omschrijving van de wijze waarop aanvrager inzet op het doel om inwoners van Brabant ook na afloop van de projectperiode structureel meer te laten bewegen;

  • d.

    subsidieaanvrager maakt gebruik van het door Gedeputeerde Staten vastgestelde format van een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in dit artikel;

    • 2°.

      een sluitende en realistische begroting, met een specificatie van de opgevoerde kosten en inkomsten;

    • 3°.

      een realistische planning;

    • 4°.

      een beschrijving van de doelgroep die aanvrager daadwerkelijk meer wil laten bewegen waarbij hij aandacht besteedt aan:

      • i.

        de reden waarom hij deze doelgroep wil bereiken;

      • ii.

        het aantal personen dat daadwerkelijk meer gaat bewegen;

      • iii.

        hoeveel beweegminuten deelnemers gaan maken;

      • iv.

        het aantal weken dat deelnemers gaan bewegen;

    • 5°.

      een communicatieplan gericht op het bereiken van de doelgroep.

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

  • 1. Voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4 komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      arbeids- en personeelsuren;

    • b.

      kosten derden tot een maximum van € 100 per uur, te vermeerderen met niet-verrekenbare btw;

    • c.

      kosten voor de inzet van vrijwilligers tot een maximum van € 5 per uur;

    • d.

      overige uitvoeringskosten.

  • 2. Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren als bedoeld in het eerste lid, onder a, van de subsidieaanvrager, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen uurtarieven subsidies Noord-Brabant toe, waarbij hij op grond van artikel 6, tweede lid, van die regeling, een uurtarief hanteert van maximaal € 80,00.

Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    investeringen in het aanpassen van de fysieke leefomgeving;

  • b.

    aanschaf of afschrijving van toestellen machines of apparaten;

  • c.

    vervoers-, transport- en reiskosten;

  • d.

    kosten voor sportkleding en sportmaterialen;

  • e.

    kosten voor voeding en dranken.

Artikel 2.9 Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

  • a.

    10 mei 2023 tot en met 19 juli 2023;

  • b.

    15 november 2023 tot en met 17 januari 2024.

Artikel 2.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4 vast op:

  • a.

    € 350.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder a;

  • b.

    € 700.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder b.

Artikel 2.11 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, bedraagt 50 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 per project.

  • 2. De subsidie wordt niet verstrekt indien toepassing van het voorgaande lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder bedraagt dan € 10.000.

Artikel 2.12 Verdelingswijze

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.

  • 5. De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. De subsidieontvanger:

    • a.

      start het project binnen zes maanden na verlening van de subsidie;

    • b.

      rondt het project af binnen twee jaar na verlening van de subsidie.

  • 2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk een maand voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal zes maanden.

Artikel 2.14 Verantwoording

  • 1. Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag of foto’s of videomateriaal waaruit de resultaten van het project blijken.

  • 2. Bij subsidies vanaf € 25.000 toont de subsidieontvanger aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag waaruit de resultaten van het project blijken.

Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.

Artikel 2.16 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden binnen twee jaar na inwerkingtreding en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.

Paragraaf 3 Slotbepalingen

Artikel 3.1 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden binnen twee jaar na inwerkingtreding en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze regeling in de praktijk.

Artikel 3.2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3.3 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Levendig Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 7 maart 2023

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris

drs. P.J. Buijtels

Bijlage 1 behorende bij artikel 1.1 van de Subsidieregeling Levendig Brabant

Cultuur: hiermee doelen we in het kader van deze paragraaf op kunst. Kunst is de bewuste creatie van iets moois of betekenisvols met behulp van vaardigheid en verbeelding. Het omvat een breed scala aan menselijke activiteiten, waaronder schilderen, tekenen, grafiek, beeldhouwen, moderne mediakunst, theater, dans, muziek en zang, fotografie, film, architectuur, literatuur en poëzie.

Sport: hiermee wordt gedoeld op een lichamelijke activiteit waarbij het gaat om het vergelijken van vaardigheden (zoals coördinatie, balans, vlugheid, nauwkeurigheid, snelheid, kracht, uithoudingsvermogen, enzovoort). Dit is inclusief bewegen, te weten allerlei lichamelijke oefeningen en ontspanning waarbij vaardigheid, kracht en inzicht vereist worden.

Erfgoed: hierbij zijn verschillende vormen te onderscheiden:

  • -

    Onroerend erfgoed, in de praktijk meestal aangeduid met de term cultuurhistorische waarden. Dit zijn bijvoorbeeld historische gebouwen, stads- en dorpsgezichten, historische landschappen, historische groenstructuren en archeologische monumenten.

  • -

    Roerend erfgoed: museumstukken, archeologische vondsten, etc.

  • -

    Informatief erfgoed: archieven, foto’s, drukwerk, etc.

  • -

    Immaterieel erfgoed: volkscultuur, dialect, historische gebruiken en tradities.

Vrije Tijd: hiermee wordt gedoeld op de tijd die mensen actief en passief besteden aan ontspanning, plezier en ontmoeten. Actieve vormen van vrijetijdsbesteding vinden meestal buitenshuis plaats, zoals het bezoeken van attractieparken, dierentuinen, evenementen, maar ook wandelen en fietsen, al dan niet via gethematiseerde routes, behoren hiertoe. Een goed vrijetijdsaanbod zorgt ervoor dat het fijn is om Brabant te bezoeken voor een langer of korter verblijf én het fijn is om in Brabant te wonen en werken omdat er genoeg te beleven is.

Bijlage 2 behorende bij artikel 2.1 van de Subsidieregeling Levendig Brabant

De beweegnorm kent verschillende vormen, die ontleend zijn aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad.

  • 1.

    Beweegnorm voor volwassenen en ouderen:

    • Doe minstens 150 minuten per week aan minstens matig intensieve inspanning, verspreid over diverse dagen;

    • Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen.

  • 2.

    Beweegnorm voor kinderen van 4 tot 18 jaar:

    • Doe minstens elke dag een uur aan minstens matig intensieve inspanning;

    • Doe minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten.

  • 3.

    Beweegnorm voor kinderen van 0 tot 4 jaar. De Gezondheidsraad heeft geen specifieke aanbeveling opgesteld. Ze benadrukt het belang van:

    • Gevarieerd bewegen

    • Aanleren motorische vaardigheden