Beheerplan Oude Begraafplaats

Geldend van 27-01-2023 t/m heden

Intitulé

Beheerplan Oude Begraafplaats

Deelplan ten behoeve van de graven en opstallen op de Oude Begraafplaats

I AANLEIDING EN DOEL

§ 1 Aanleiding en achtergrond van het plan

De gemeente Naarden is eigenaar van twee algemene begraafplaatsen. De oudste dateert uit het begin van de 19de-eeuw, terwijl de jongste in het midden van de 20ste-eeuw is aangelegd. Sindsdien is op de oude algemene begraafplaats minder begraven, maar ook minder onderhoud gepleegd.

Op 17 maart 2000 werd naar aanleiding van de verregaande verwaarlozing van de begraafplaats de Stichting tot Behoud van de Oude Begraafplaats van Naarden (verder te noemen de Stichting) opgericht. Het initiatief daartoe werd genomen door rechthebbenden en cultuurhistorisch geïnteresseerden uit de gemeente en daarbuiten. Door een geval van ernstig vandalisme in de zomer van 1999 aan een van de belangrijkste, beeldbepalende grafmonumenten, de grafkelder van de familie Dudok van Heel, werd het oprichten van een stichting als nog dringender ervaren. Het doel van de Stichting is het behoud van de Oude Begraafplaats (verder te noemen Begraafplaats) van Naarden te ondersteunen en te stimuleren. Het streven van de Stichting is van nog groter belang geworden, nadat in december 2000 een aantal onderdelen van de Begraafplaats aangewezen zijn als rijksmonument. In 2005 is de gehele Begraafplaats aangewezen als rijksmonument.

Om haar doel te bereiken worden door de Stichting werkzaamheden ontplooid op de Begraafplaats en wordt met de eigenaar, de gemeente Naarden, afgestemd over de visie- en planontwikkeling en de wijze van behoud en beheer. In een vroeg stadium is ook de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ), nu Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), betrokken bij de mogelijkheden om een plan uit te werken voor de instandhouding van de Begraafplaats. Dit leidde in 2003 tot gesprekken tussen de Stichting en de gemeente om te komen tot een dergelijk plan. Tot deze vorm van samenwerking werd besloten, omdat de gemeente Naarden zelf niet beschikt over voldoende middelen om de Begraafplaats adequaat in stand te houden. Bovendien bemoeilijken een aantal juridische zaken de omgang met de Begraafplaats. Zo is de Begraafplaats in eigendom bij de gemeente Naarden, maar gelegen op het grondgebied van de gemeente Bussum.

Aan de hand van een methodiek, ontwikkeld bij de toenmalige RDMZ, werd gekozen om eerst een plan op te stellen dat een samenhangende visie verwoordt, waarin alle onderdelen van de Begraafplaats aan de orde komen. Aan de hand van dit plan kunnen op de deelgebieden door de deskundigen vervolgens deelplannen worden ontwikkeld die uiteindelijk de instandhouding van de Begraafplaats moeten waarborgen.

In 2004 is de beheervisie vastgesteld door zowel het bestuur van de Stichting als de gemeente Naarden.

In 2007 is het deelplan ten behoeve van het groen op de Begraafplaats tot stand gekomen en vastgesteld.

Een van de aanbevelingen uit de beheervisie is het opstellen van een deelplan ten behoeve van de grafmonumenten en de stenen opstallen op de Begraafplaats.

§ 2 Doelen van het plan

De reeds vastgestelde beheervisie en de bijbehorende deelplannen zijn bedoeld om voor de gemeente, de Stichting en derden een goed zicht te bieden in de wijze waarop het behoud en beheer van de Begraafplaats kan plaatsvinden.

De na te streven doelen van dit plan zijn:

  • Het voor langere tijd in stand houden van de Begraafplaats in haar geheel en het stimuleren van bepaalde ontwikkelingen teneinde de Begraafplaats een plaats in deze tijd te geven;

  • Het op adequate wijze conserveren van de geschiedkundige, cultuur-, architectuur- en tuinhistorische waarden van de Begraafplaats;

  • Het treffen van zodanige maatregelen dat het verval van de Begraafplaats wordt vertraagd en in een door de participanten gewenste richting wordt bijgestuurd;

  • Het verankeren van de Begraafplaats in de nationale, regionale en vooral de lokale gemeenschap door het ontplooien van (nieuwe) activiteiten op de Begraafplaats en het introduceren van nieuwe functies;

  • Het bieden van mogelijkheden tot kennisoverdracht door bijvoorbeeld het houden van rondleidingen, het verzorgen van publicaties, het houden van exposities en het betrekken van scholen;

  • Het bieden van een gemeenschappelijk fundament waarop de participanten in de vorm van een op te stellen convenant nadere afspraken voor hun gezamenlijke inspanning kunnen baseren. Dit convenant is op 24 februari 2005 door beide partijen ondertekend en begin 2010 verlengd voor de periode tot en met 2014.

§ 3 Leeswijzer

In dit deelplan worden de plandoelen die in de beheervisie van 2004 op het gebied van de graven en de andere opstallen op de Begraafplaats verder uitgewerkt. In hoofdstuk II wordt een korte karakteristiek van de Begraafplaats gegeven en in hoofdstuk III de visies van de gemeente Naarden, de Stichting en RCE. Vervolgens wordt in hoofdstuk IV, om tot een goede beeldvorming te komen, de huidige situatie van de grafmonumenten op de Begraafplaats beschreven, eerst in het algemeen en daarna per blok afzonderlijk, daar ieder blok een eigen vorm en sfeer heeft. In hoofdstuk V wordt het beheer besproken dat nodig is om het gewenste beeld in stand te houden. In hoofdstuk VI komen de financiële consequenties van het herstel in de komende tijd en het onderhoud uitgebreid aan de orde. Tenslotte worden in hoofdstuk VIII een reeks aanbevelingen geformuleerd.

Als bijlagen zijn een samenvatting van de graveninventarisatie, gedetailleerde foto’s van voorbeelden van achterstallige onderhoud en een inrichtingsplan voor de Begraafplaats toegevoegd.

II KARAKTERISTIEK VAN DE BEGRAAFPLAATS

Begraafplaatsen zijn plaatsen waar al eeuwenlang afscheid wordt genomen van dierbare overledenen. De inzichten van nabestaanden en beheerders over de vormgeving van de gedenktekens waarmee de overledenen worden herdacht, zijn voortdurend aan verandering onderhevig. Die inzichten hangen samen met veranderingen in de omgang met de dood, onder andere bepaald door religieuze en medische ontwikkelingen. Cultuurhistorische ontwikkelingen van tientallen jaren, soms zelfs eeuwen, zijn terug te vinden op enkele hectaren. Begraafplaatsen dienen dan ook om verschillende redenen tot waardevolle monumenten te worden gerekend. Vaak zijn er fraai gebeeldhouwde gedenktekens te vinden of zijn er personen begraven die op lokaal of nationaal niveau een belangrijke rol hebben gespeeld. Bovendien hebben nogal wat begraafplaatsen een parkachtig karakter of zijn zelfs als zodanig aangelegd en zijn er bijzondere of zeldzame bomen en heesters te vinden. Al die factoren zijn op de Begraafplaats aanwezig.

De huidige situatie, ligging en afmetingen vormen de basis voor de verdere toekomst en de wijze waarop de Begraafplaats in stand wordt gehouden en zich verder ontwikkelt. In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk wordt de ontstaansgeschiedenis van de Begraafplaats uiteengezet. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de algemene karakteristiek van de Begraafplaats, vooral wat betreft een aantal kenmerkende elementen, te weten de aanleg en beplanting, de omheining en de uitbreidingen.

§ 1 Ontstaansgeschiedenis

In 1830 is de Begraafplaats, gelegen aan de Amersfoortsestraatweg in gebruik genomen. De Begraafplaats was indertijd bestemd voor alle hervormde en katholieke inwoners van Naarden. Ook de Joodse Gemeente kreeg een gedeelte in de noordwestelijke hoek van de Begraafplaats toegewezen. Hoewel de Begraafplaats op Bussums grondgebied ligt, is de gemeente Naarden eigenaar. Het joodse gedeelte is eigendom van en wordt beheerd door de Joodse Gemeente. Daar dit joodse deel lange tijd alleen over de Begraafplaats bereikt kon worden, is door de gemeente Naarden het recht van overpad verleend van het toegangshek tot aan het joodse toegangshek. De joodse begraafplaats hoort ruimtelijk gezien helemaal bij de Begraafplaats: deze is er als het ware mee vergroeid. De gemeente en de Stichting hebben bestuurlijk contact met de Joodse Gemeente.

In 1847 kregen de Naardense katholieke inwoners hun eigen begraafplaats op een terrein naast de Begraafplaats. De niet-katholieke inwoners van Bussum, die tot dat tijdstip in Naarden werden begraven, gingen vanaf 1873 naar hun nieuwe begraafplaats in Bussum. In 1920 ging men er toe over de meer naar achteren gelegen, de tot dat tijdstip nog braakliggende, vakken in gebruik te nemen. Volgens de toen heersende trend werden deze nieuwe vakken met taxushagen afgezet voor het creëren van zogenaamde hoven die meer beslotenheid op de Begraafplaats brachten. In de dertiger jaren van de vorige eeuw werd nog een strook langs de noordwestelijke buitenrand aan het complex toegevoegd met eromheen een nieuwe beukenhaag en kreeg de Begraafplaats zo zijn definitieve vorm.

In 1944 werd de nieuwe begraafplaats aan de Valkeveenselaan geopend en daarna vonden op de Begraafplaats, op een enkele uitzondering na, alleen nog bijzettingen plaats. Door verminderd onderhoud is er veel opslag van Amerikaanse vogelkers, esdoorn, lijsterbes en eik. Dit gecombineerd met de aanwezigheid van klimop en mossen maakt dat de Begraafplaats een ‘vriendelijker’ impressie geeft dan bij het formeel aangelegd ontwerp beoogd werd. De aanwijzing door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van de Begraafplaats in 2005 als rijksmonument, onderstreept de waarde die de Begraafplaats als historisch erfgoed heeft. Zie voor een uitgebreidere historische beschrijving de beheervisie uit 2004.

§ 2 Algemene karakteristiek

De Begraafplaats beslaat ruim 1.5 ha., is rechthoekig van vorm en wordt omgeven door hoge bomen en struiken. Het terrein wordt aan de zijde van de ingang, de oostzijde, begrensd door de Amersfoortsestraatweg met ventweg (voormalige rijksweg A1). Aan de noordwestzijde wordt het terrein begrensd door een strook bosplantsoen waarin een fietspad is opgenomen met daarachter de Brediusweg en in het zuidwesten door het terrein van de Montessorischool. Aan de zuidoostzijde loopt een zandpad,

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

het Nicolaas Beetspad, met aan de andere zijde van het pad de Rooms Katholieke Begraafplaats van Naarden. Ondanks de directe nabijheid van een zeer druk verkeerskruispunt met verkeerslichten gaat een zekere rust uit van de ‘groene-grijze’ Begraafplaats.

Van de ingang loopt een hoofdlaan met aan beide zijden lindebomen over de hele lengte van de Begraafplaats tot aan het baarhuisje, welke uit het einde van de 19de eeuw stamt. Halverwege deze laan ligt links en rechts dwars op de hoofdlaan wederom een lindelaan. Deze lanen vormen samen een kruis. Dit benadrukt het oorspronkelijke grondplan van de Begraafplaats in de vorm van een kerkvloer. De paden van de lanen, die vroeger halfverhard waren, zijn in de laatste tientallen jaren door het minimale gebruik graspaden geworden.

III BEHEERVISIE: EEN TERUGBLIK

In de beheervisie uit 2004 is de relevante informatie aangaande de Begraafplaats vastgelegd. Het belangrijkste is de ontwikkelde visie voor de instandhouding en ontwikkeling van de Begraafplaats, die als richtlijn dient voor het behoud en beheer. Deze visie dient als basis voor verdere uitwerking in onder andere dit deelplan. In dit hoofdstuk wordt deze visie weergegeven.

§ 1 Bouwstenen

In deze paragraaf worden de uitgangspunten van de verschillende belanghebbende partijen met betrekking tot de visie tot uitdrukking gebracht. De verschillende visies worden in de tweede paragraaf samengevoegd in een gezamenlijke beheersvisie.

§ 1.1 Gemeente Naarden

De gemeente Naarden vindt het van belang dat de huidige sfeer van de Begraafplaats zoveel mogelijk behouden blijft. Het beheer moet zich voornamelijk richten op behoud van de huidige waarden en het gefaseerd doorvoeren van noodzakelijke wijzigingen. Het op ‘agressieve’ wijze restaureren en schoonmaken van de grafmonumenten vinden wij geen optie. Wij pleiten voor het veilig stellen van de grafmonumenten, hiermee bedoelen we het wegnemen van het risico van persoonlijk letsel door derden. Wij zijn van mening dat restauratie terughoudend aangepakt moet worden. Per geval is gekeken wat de gewenste ingreep is zowel op het gebied van de grafmonumenten als op groengebied.

Ook het groenonderhoud is erop gericht om het huidige karakter van de Begraafplaats te behouden.

In het deelplan graven en opstallen is onderzocht hoe de begraafmogelijkheden kunnen worden uitgebreid zonder het karakter en de sfeer aan te tasten. Wij denken hierbij aan bijzetting van asbussen, urnengraven, een urnenmuur of asverstrooiingen. Wij realiseren ons dat het plaatsen van een urnenmuur een nieuw element zal zijn in een bestaande structuur, maar toch willen wij de mogelijkheid overwegen.

Wij zijn een voorstander van lezingen en rondleidingen zodat de Begraafplaats meer verankerd wordt in de samenleving. Een parkfunctie is eventueel ook mogelijk, maar we maken ons zorgen over allerlei toegevoegde elementen zoals bankjes, prullenbakken en afzettingen die dan moeten worden gerealiseerd. Het karakter verdwijnt naar onze mening dan omdat de stiltefunctie ook verdwijnt. Daarbij is er geen rondgang over de Begraafplaats te maken; de padenstructuur is zo minimaal dat wij vrezen dat er over de graven gelopen gaat worden wat natuurlijk absoluut niet de bedoeling kan zijn. Tenslotte is er nog het probleem van de hondenuitlaters die dan nog meer de vrijheid voelen om dat op de Begraafplaats voort te zetten.

Uitgangspunt van de gemeente Naarden is het budget dat de raad ter beschikking heeft gesteld voor het onderhoud van de Begraafplaats. Binnen deze kaders zullen wij moeten opereren. Het spreekt voor zich dat de uitbreiding van de begraafcultuur meer inkomsten zal opleveren die dan weer aangewend kunnen worden voor het onderhoud. In de toekomst zal de Begraafplaats zoveel mogelijk kostendekkend moeten worden. Hoewel dit niet geheel haalbaar is, zullen de financiën van beide begraafplaatsen gescheiden worden zodat opbrengsten van de Oude Begraafplaats ook echt ten behoeve van de Oude Begraafplaats worden aangewend.

§ 1.2 Stichting tot Behoud van de Oude Begraafplaats van Naarden

De doelstelling van de Stichting is het in redelijke staat houden van de Begraafplaats en het behoud van de sociaal- en cultuurhistorische waarden.

De volgende doelen zijn geformuleerd:

  • behoud van de sfeer van de Begraafplaats

  • behoud van de aanleg en de infrastructuur

  • behoud van die grafmonumenten, die essentieel zijn voor de sociaal- en cultuurhistorische waarden van de Begraafplaats, waaronder de Rijksmonumenten

  • behoud van die beplanting, die gezien kan worden als essentieel voor het oorspronkelijke ontwerp of voor de sfeer van de Begraafplaats

  • behoud van de begraaffunctie

  • toevoegen van nieuwe functies, die een bijdrage leveren aan de bovengenoemde doelstelling, waarbij die bijdrage financieel kan zijn (inkomsten uit rondleidingen, een urnenveld) of van betekenis voor de buurt, de gemeente, de regio of het land (rondleidingen, exposities).

Om dit te concretiseren zijn een deelplan groen en een deelplan graven en opstallen opgesteld, waarin het eventuele herstel en het noodzakelijk beheer zijn uitgewerkt, inclusief richtlijnen voor de restauratie. Ook zal de gemeentelijke verordening – waar nodig – worden toegespitst op de specifieke situatie van de Begraafplaats.

Ten aanzien van de administratie is een taakverdeling tussen de gemeente Naarden en de Stichting gemaakt:

  • De Stichting heeft de inventarisatie van de Begraafplaats uitgevoerd.

  • De gemeente Naarden voert de administratie van de Begraafplaats vanaf het jaar 2000.

Wat betreft de financiering levert de Stichting eigen bijdragen. Dit geldt met name voor de financiering van diverse herstelwerkzaamheden, omdat het niet reëel is deze uit de begroting voor het onderhoud van de Begraafplaats te financieren.

Daarnaast levert de Stichting een bijdrage door daadwerkelijk arbeid te verrichten en door fondsenwerving voor omschreven deelprojecten.

De samenwerking tussen de gemeente Naarden en de Stichting is vastgelegd in een convenant Er is een periodiek overleg waarin de activiteiten van de gemeente Naarden en de Stichting op elkaar worden afgestemd, deelplannen gezamenlijk worden opgesteld en de uitvoering daarvan wordt bewaakt. Jaarlijks wordt ook de samenwerking geëvalueerd.

§ 1.3 RCE

Vanuit de RCE werd enthousiast gereageerd op het initiatief van de Stichting om te komen tot een adequaat beheerplan voor de Begraafplaats. Uit de eerste gesprekken tussen de RCE en de Stichting volgden later gesprekken met de gemeente Naarden. Op basis van de algemene visie die de RCE heeft op het behoud en het beheer van monumenten in het algemeen en begraafplaatsen in het bijzonder stelden zij het volgende ten aanzien van de Begraafplaats:

  • Na voltooiing van het Plan voor Instandhouding en Ontwikkeling (PIOBB) dient in deelplannen de uitwerking geformuleerd te worden van de wijze waarop de instandhouding en ontwikkeling daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden;

  • De gemeente zou moeten accepteren dat de Begraafplaats nimmer kostendekkend te maken is.

  • De aangewezen en omschreven waarden van de Begraafplaats dienen zorgvuldig en conform de wettelijke richtlijnen beheerd te worden waarbij de Begraafplaats als eenheid benaderd dient te worden;

  • De sfeer van de Begraafplaats en de wijze waarop deze in de loop der tijd karakter heeft gekregen dient gehandhaafd te blijven. Grote ingrepen zijn daarbij niet nodig, wel is goed onderhoud en betere begeleiding vereist;

  • De functionaliteit van de plek, dat wil zeggen een terrein bedoeld voor bijzetten van doden, dient in bijna alle gevallen als uitgangspunt van beheer en behoud te dienen. Maatregelen ten behoeve van een goede lijkbezorging moeten ingepast kunnen worden in het geheel.

Dit deelplan is zoveel mogelijk in de geest van bovenstaande punten opgezet.

§ 1.4 Overige bouwstenen

De gemeente Bussum heeft in het gehele proces dat leidde tot het opstellen van de beheervisie en deelplannen geen actieve rol gespeeld, maar werd van tijd tot tijd op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Zowel de gemeente Naarden als de Stichting heeft regelmatig contact met de gemeente Bussum. In het verdere proces, dat zal leiden tot een betere basis voor het behoud van de Begraafplaats, zullen deze contacten worden voortgezet. Nu de status van rijksmonument is toegekend, zal er tevens een werkwijze moeten worden gedefinieerd voor het verkrijgen van de nodige vergunningen.

§ 2 Gezamenlijke visie

De afzonderlijke visies hebben geleid tot de gemeenschappelijke overtuiging dat alle betrokken partijen het erover eens zijn dat de Begraafplaats alle recht heeft om voort te bestaan. Geschiedkundig is de Begraafplaats zowel cultuurhistorisch als ook architectuurhistorisch en tuinhistorisch een belangrijk monument. Het is eveneens duidelijk dat er uiterst zorgvuldig zal dienen te worden omgegaan met de schaarse middelen, die de gemeente Naarden ter beschikking heeft en dat de Stichting geen grote financiële bijdrage aan de instandhouding van de Begraafplaats zal kunnen leveren. Een belangrijk onderdeel van het totale beheerplan, als ook van de verschillende deelplannen, zullen de culturele uitgangspunten vormen. Deze zullen duidelijkheid moeten geven over de wijze waarop op de Begraafplaats de sfeer zal worden behouden, waarbij het onderhoud op zodanige wijze kan worden uitgevoerd dat de onderhoudskosten reëel zijn.

Dit heeft geleid tot het besluit dat de gemeente Naarden eigenaar blijft van de Begraafplaats en een convenant heeft gesloten met de Stichting, waarin een verdeling van taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de Begraafplaats is vastgelegd. Met dit convenant en de voorliggende visie als gemeenschappelijke basis kan het noodzakelijke beheerplan worden geformuleerd, zodat een solide basis voorhanden is om het herstel en beheer van de Begraafplaats uit te voeren op een door alle partijen gewenste manier. Dit beheerplan wordt gevormd door twee deelplannen met betrekking tot de graven en opstallen (onderhoud graven en opstallen, registreren rechthebbenden, begraven en nieuwe activiteiten) en het groen.

In het deelplan, waarin zowel de graven als de opstallen aan de orde komen, zal een aantal activiteiten worden omschreven:

  • Het opstellen van criteria waardoor kan worden vastgesteld welke graven uit geschiedkundig of cultuurhistorisch oogpunt behouden dienen te blijven.

    Aan de hand van de zo ontstane lijst van te herstellen of te ruimen graven kan een herstel- en beheerplan worden opgesteld. Hiertoe zal tevens moeten worden omschreven in welke mate het herstel zal plaatsvinden. Hierbij staat voorop dat de sfeer die in 2004 ten tijde van het vaststellen van de beheervisie, op de Begraafplaats heerste, behouden dient te worden.

  • De richtlijnen voor het onderhoud van de graven en opstallen.

    Hierbij mag, naast de historische en cultuurhistorische waarde, ook de bruikbaarheid niet uit het oog worden verloren.

Met betrekking tot eventuele nieuwe activiteiten zal onderzocht worden welke van de voorgestelde activiteiten haalbaar en wenselijk zijn. Hiervoor zal gekeken worden naar de financiële haalbaarheid als ook naar de betekenis van de verschillende activiteiten voor de omgeving, waarbij een betere verankering van de Begraafplaats in de omgeving een belangrijk criterium zal kunnen vormen. Het is dan tevens van belang om te onderzoeken of de gewenste activiteiten kunnen worden ontwikkeld zonder het karakter van de Begraafplaats aan te tasten.

Bij nieuwe activiteiten kan gedacht worden aan:

  • Uitgangspunt is het voltooide onderzoek naar rechthebbenden. Dit onderzoek is inmiddels afgerond.

  • Een hogere begraafintensiteit. Hiertoe kunnen oude graven worden geschud, met zoveel mogelijk behoud van de bestaande grafstenen, indien zij geen geschiedkundige, cultuur- of architectuurhistorische waarden hebben en bovendien geen rechthebbenden meer te traceren zijn.

  • De mogelijkheid tot het plaatsen van urnen.

  • Het bezien van de mogelijkheid tot asverstrooiing. Op de graven is het reeds mogelijk om een asverstrooiing te doen.

  • Thematische rondleidingen.

  • Exposities.

  • Vergroting van de parkfunctie van de Begraafplaats. Omdat dit onderwerp al is opgenomen in het vastgestelde deelplan groen, wordt dit niet verder uitgewerkt in dit deelplan.

Indien de gewenste activiteiten worden ontwikkeld kunnen ten dele nieuwe inkomsten worden gegenereerd, maar er zal nooit een kostendekkende situatie ontstaan. De Begraafplaats heeft een meerwaarde voor de directe omgeving, de gemeente Naarden en de gemeente Bussum, maar ook, gezien de status als rijksmonument, voor de regio en het gehele land. Hieruit vloeit voort dat voor de benodigde gelden door de Stichting ook gekeken wordt naar andere financieringsstromen.

Globale plattegrond Begraafplaats (zonder de uitbreiding van de Joodse begraafplaats):

afbeelding binnen de regeling

IV HUIDIGE SITUATIE

Sinds de oprichting van de Stichting in 2000 is de situatie van de graven op de Begraafplaats verbeterd door het plegen van onderhoud en noodherstel, zowel door de Stichting als door de gemeente Naarden. Door het verwijderen van groen zijn graven meer zichtbaar geworden en wordt schade voorkomen. Meerdere hekwerken zijn gerestaureerd of geschilderd. Ook de opstallen (toegangshek en baarhuisje) zijn waar nodig hersteld en worden regulier onderhouden.

In 2006 tot en met 2008 zijn de graven door de Stichting geïnventariseerd. Tevens is in die periode een uitgebreid onderzoek naar rechthebbenden uitgevoerd door de gemeente. In de volgende paragrafen worden eerst het toegangshek en het baarhuisje beschreven en daarna de graven per zogenaamd blok. Na de opening van de Begraafplaats zijn vijf blokken in opeenvolgende perioden aangelegd en in gebruik genomen. Ze zijn door de verschillen in de vormgeving duidelijk te dateren (zie ook de plattegrond van de Begraafplaats op pagina 14).

§ 1 Toegangshek

Het toegangshek is in 2006 gerestaureerd door de Stichting, waardoor het op dit moment in goede staat verkeert. Daarbij zijn aan de buitenzijde van de Begraafplaats extra stootstenen geplaatst, waarmee zoveel mogelijk wordt voorkomen dat het verkeer dat op de Begraafplaats moet zijn het toegangshek raakt. De gemeente Naarden heeft budget voor het reguliere onderhoud van het toegangshek.

§ 2 Baarhuisje

Ook het baarhuisje zit in het reguliere onderhoudsprogramma van de gemeente Naarden en is in goede staat. Op dit moment wordt het baarhuisje met name gebruikt voor opslag van materiaal ten behoeve van het onderhoud van de Begraafplaats. Ook het baarhuisje zit in het reguliere onderhoud van de gemeente.

§ 3 Blok I

In dit blok hebben vanaf 1830 de eerste teraardebestellingen plaatsgevonden en is daarmee het oudste blok. Het blok geeft een gevarieerd beeld en heeft veel liggende zerken. De oudste grafstenen liggen, als voortzetting van het in de kerk begraven, aaneengesloten naast en achter elkaar. In dit blok zijn eigen graven en algemene graven afwisselend uitgegeven. De algemene graven, waaronder veel kindergraven, zijn op een zeker moment opgeheven, waardoor op schijnbaar willekeurige plaatsen gras is ontstaan. Er vinden in dit blok nog steeds actieve begravingen plaats.

§ 4 Blok II

Vanaf ongeveer 1880 is Blok II in gebruik genomen. In rijen zijn om en om eigen en algemene graven uitgegeven en hier is tussen de graven in de rij wel enige ruimte gelaten. Er is in dit blok veel gebruik gemaakt van hekwerken. Daarbij staan in dit blok meer stelès dan in blok 1. In de eerste helft van de 20ste eeuw zijn de algemene graven opgeheven. Daardoor zijn brede, met gras begroeide paden ontstaan. Blok II is overzichtelijk en open. Het weinige opgaande groen en de brede graspaden geven dit blok een vriendelijk aanzien.

§ 5 Blok III

In de eerste helft van de 20ste eeuw is Blok III aangelegd in een stijl die de trend van die tijd weergeeft. Het is een ontwerp in de zogenaamde nieuwe architectonische tuinstijl. Ook zijn er veel invloeden zichtbaar van de Art Deco. Binnen het blok liggen drie door taxushagen omgeven kamers: de hoven C, D en E. De aanleg moet zeer arbeidsintensief geweest zijn, maar in de crisisjaren waarschijnlijk toch mogelijk gemaakt als project van de toenmalige ‘Werkverschaffing’. De hoven hebben een besloten karakter en pretenderen meer ‘privacy’ te bieden, maar het is moeilijk er de weg te vinden en de sfeer is er

afbeelding binnen de regeling

Toegangshek

afbeelding binnen de regeling

Baarhuisje

somberder dan in de andere blokken. Rijen C en D geven een rommelig karakter. Ook langs de buitenrand van de taxushagen liggen rijen eigen graven. In rij A en de rij B langs het Nicolaas Beetspad zijn bijzondere graven gesitueerd. De grafmonumenten zijn stèles met banden en enkele zerken. Het blok is redelijk goed gevuld.

§ 6 Blok IV

Dit blok is tegelijk met blok III aangelegd, ook met taxushagen en later wat gewijzigd bij de aanleg van blok V. Het is kleinschaliger en veel eenvoudiger uitgevoerd dan blok III. De hagen zijn aan twee overliggende zijden aangebracht. Langs de beide andere zijden staan hagen met ieder twee toegangsopeningen. Binnen de omheining liggen algemene graven met vaak grafstenen van bescheiden afmetingen en regelmatig liggen meerdere stenen achter elkaar. Dit geeft het geheel een wat rommelig aanzicht. Buiten de twee lange hagen van deze hof liggen eigen graven (familiegraven). De afscheiding met de naastliggende joodse begraafplaats wordt gevormd door een rij paaltjes met jonge, in 2006 geplante, meidoorn ter vervanging van een heel oude meidoornhaag.

§ 7 Blok V

Bij de laatste uitbreiding van 1938-1943 is een lange smalle strook buiten de oorspronkelijke Begraafplaats in gebruik genomen. Het is het meest “zakelijke” blok en is zeer besloten van opzet. In dit blok liggen aan beide zijden langs een lang, breed pad graven met als afsluiting aan de kant van de Amersfoortsestraatweg een groot familiegraf. Voor zover bekend is dit het enige graf waarvan de oorspronkelijke ontwerptekening bewaard is gebleven. Het ontwerp stamt uit 1941 en is van T. Tersteeg, zoon van de bekende tuin- en landschapsarchitect D.F. Tersteeg. Dit blok is geheel omgeven door een oude beukenhaag. Het hoge geboomte langs de Brediusweg geeft een groen accent en ook een zekere beschutting aan de open en vrij kale ruimte.

V BEHEER VAN DE GRAFMONUMENTEN

Om het gewenste beeld van de Begraafplaats in stand te houden is het nodig om het daarvoor benodigde beheer vast te leggen. Het onderhoud van de graven is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de rechthebbenden. Van een groot aantal graven is bekend dat er geen rechthebbenden meer zijn. Om te voorkomen dat de beplanting van deze graven te sterk verwaarloost of zelfs een deel van de Begraafplaats overwoekert, worden deze graven veelal door vrijwilligers van de Stichting onderhouden. Het onderhoud beperkt zich tot het verwijderen van opslag en onkruid.

Van 91 graven hebben de rechthebbenden op enig moment besloten om het onderhoud af te kopen. Van oudsher vindt het volgende onderhoud plaats op deze graven:

  • 1 à 2 keer per jaar onkruidvrij maken en bladruimen van het graf;

  • 1 keer per jaar snoeien van eventuele beplanting;

  • 1 keer per jaar reinigen van het grafmonument. De laatste jaren is dit niet meer uitgevoerd waardoor er onder andere sprake is van mosvorming op de stenen.

In het verleden is dit onderhoud door de gemeente Naarden uitgevoerd maar sinds enkele jaren wordt het onderhoud uitgevoerd door de vrijwilligers van de Stichting op de reguliere wieddagen.

Het bladruimen van de onderhoudsgraven gebeurt jaarlijks waarbij niet alleen deze graven worden schoongemaakt maar het blad op de gehele Begraafplaats wordt opgeruimd. Deze werkzaamheden worden door de gemeente Naarden uitgevoerd. Daarnaast wordt het algemene groen op de begraafplaats verzorgd, zoals is vastgelegd in deelplan groen.

Sinds 2005 is het mogelijk dat rechthebbenden een contract sluiten met de Stichting waarbij afspraken worden vastgelegd inzake het onderhoud van de graven. De wiedclub verzorgt tegen een vergoeding het klein onderhoud. Dit bestaat uit het verwijderen van onkruid en ongewenste begroeiing, bladruimen en het reinigen van de steen met milieu- en natuursteenvriendelijke middelen.

In het vastgestelde deelplan groen zijn kaders en herstelactiviteiten omschreven. Deze zijn gericht op het behoud en het beheer van het groen op de Begraafplaats en hebben soms ook een raakvlak met het beheer van een specifiek graf. Het gaat dan om graven waarvan de beplanting invloed heeft op het karakter van dat deel van de Begraafplaats. Enkele graven zijn in deelplan groen met name genoemd. De kaders van het deelplan groen die een raakvlak hebben met een graf worden bij het beheer van graven in acht genomen.

§ 1 Doelstelling behoud

Aansluitend op wat in de beheervisie is vastgesteld, dient de doelstelling van het beheer gericht te zijn op het conserveren van de geschiedkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden van de Begraafplaats en het handhaven van de bijzondere sfeer ervan.

Deze doelstelling kan bereikt worden door:

  • De grafmonumenten die essentieel zijn voor de cultuurhistorische waarde te herstellen en te onderhouden. Uitgangspunt is het nastreven van een sober en doelmatig herstel, gericht op het zo veel mogelijk in stand houden van de huidige situatie en uitstel/voorkomen van verder verval. Waar mogelijk wordt bij restauratie gestreefd naar hergebruik van graven.

  • De aanleg en de infrastructuur, waaronder het toegangshek en het baarhuisje, te restaureren en te behouden.

Op deze wijze wordt het (natuurlijk) verval beheerst, worden de diverse waarden en de bijzondere sfeer van de Begraafplaats gehandhaafd en wordt rekening gehouden met de beperkt beschikbare financiële middelen.

De Begraafplaats heeft ook een plaats in de huidige tijd. De primaire functie als begraafplaats wordt behouden en deze functionaliteit is uitgangspunt bij het beheer en onderhoud.

Een goede en eigentijdse verankering van de Begraafplaats in de lokale en regionale gemeenschap wordt eveneens nagestreefd. Dat gebeurt door de Begraafplaats opnieuw open te stellen voor het begraven – zoals hierboven is vermeld – en door de gebruiksfunctie van de Begraafplaats als wandelgebied en kleinschalig ecologisch park, een stiltegebied met bijzondere groenwaarde, te handhaven.

Het beheer van de Begraafplaats zal doelmatig zijn en met respect voor de doden en de behoeften van nabestaanden om op een eigen wijze met gevoelens en gedachten om te kunnen gaan.

Het voorkomen van vandalisme is belangrijk, ook ter vermijding van versneld verval. Hoe meer verval, hoe eerder de houding zal ontstaan dat een vernieling “toch niet zoveel uitmaakt”. Hierdoor is het ook van groot belang dat de Begraafplaats op orde – schoon en netjes – wordt gehouden en opengesteld is voor bezoekers en dat er sociale controle is. Het is van belang na te gaan of extra maatregelen nodig zijn om vernielingen te voorkomen. Dat moet zeker gebeuren als zou worden overgegaan tot het plaatsen van urnen in open nissen in een columbarium of bijvoorbeeld op graven.

Het reguliere beheer kan pas daadwerkelijk plaatsvinden nadat het achterstallige onderhoud is weggewerkt.

Voor een goed beheer van de graven, is een correcte registratie van rechthebbenden en van alle rechten/plichten per graf noodzakelijk. De administratie is op dit moment op orde en wordt steeds bij wijzigingen geactualiseerd en bijgehouden.

Voor het beheer van graven worden de volgende uitgangspunten gevolgd:

  • Het oude karakter van de Begraafplaats dient zoveel mogelijk te worden behouden door terughoudend graven te ruimen en enig verval te accepteren;

  • De diversiteit van de grafmonumenten is van zeer groot belang voor de waarde van de Begraafplaats en de sfeer en die diversiteit moet duidelijk zichtbaar blijven. Het achterstallig onderhoud van graven is door noodherstel grotendeels weggewerkt. Het conflict met het groen op graven wordt beheerst door het onderhoud van de wiedclub van de Stichting;

  • Op dit moment is een beperkte bijzetting van urnen mogelijk in bestaande graven. Daarnaast is er de wens en de mogelijkheid om de zerken van bestaande graven en grafkelders, waarvan de rechten zijn vervallen, opnieuw te gebruiken voor begravingen. Deze nieuwe invullingen moeten samenhangen met de aanwezige architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde;

  • Grafmonumenten, die essentieel zijn voor de cultuurhistorische waarde van de begraafplaats, worden hersteld en onderhouden;

  • Graven van historische figuren en families worden niet geruimd;

  • Het herstel van grafmonumenten zal terughoudend, sober en doelmatig zijn, gericht op het zoveel mogelijk in stand houden van de huidige situatie en op het voorkomen en uitstellen van verder verval.

Deze uitgangspunten leiden tot de volgende hoofdlijnen voor het beheer van graven:

  • Het beheer en onderhoud van graven met rechthebbenden is voorbehouden aan die rechthebbenden. Het onderhoud van die graven kan opgedragen zijn aan de gemeente of zijn uitbesteed aan de wiedclub van de Stichting. Voor het beheer van graven met rechthebbenden wordt de status quo gehandhaafd.

  • Een hogere begraafintensiteit door:

    • (a)

      bestaande graven zonder rechthebbenden opnieuw uit te geven, waarbij het behoud van de aanwezige grafbedekking een voorwaarde is voor hergebruik (en dus geen vervanging); een aantal van deze graven worden uitgezonderd van mogelijk hergebruik op grond van hun architectuur- of cultuurhistorische betekenis of omdat hergebruik – met het oog op de bestaande grafbedekking – bouwkundig niet uitvoerbaar is;

    • (b)

      lege plekken (bestaande graven zonder rechthebbenden en zonder grafbedekking) en vervallen graven (bestaande graven zonder rechthebbenden en met een grafbedekking die niet hersteld kan worden) eveneens opnieuw uit te geven, waarbij specifieke voorwaarden gelden voor de nieuwe grafbedekking opdat nieuwe graven qua stijl en uitstraling passen bij de bestaande stijl en uitstraling;

    • (c)

      de verordening aan te vullen met bepalingen voor hergebruik van bestaande graven inclusief grafbedekkingen en de voorwaarden voor nieuwe grafbedekkingen;

    • (d)

      bij hergebruik van bestaande graven, worden deze geruimd (in plaats van geschud).

  • Het bijzetten (door middel van het begraven) van maximaal twee urnen in bestaande graven.

  • Het realiseren van twee urnenmuren in Blok IV.

  • Het realiseren van een verzamelgraf in Blok IV.

  • De mogelijkheid tot asverstrooiing blijft beperkt tot de graven. Het is niet haalbaar om asverstrooiingen op de gehele Begraafplaats mogelijk te maken of een apart strooiveld te creëren.

Grafmonumenten zijn per geval beoordeeld op hun staat. Er is vastgesteld welke graven behouden moeten blijven omdat er een rechthebbende is of uit architectuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt. Daarnaast is vastgesteld wat er kan gebeuren met de te behouden graven om verder verval tegen te gaan, welke graven hergebruikt kunnen worden en welke graven al zozeer vervallen zijn dat een herstel niet meer mogelijk is.

Om dit op een goede wijze te kunnen doen hebben wij richtlijnen geformuleerd die gevolgd moeten worden bij restauratie van de graven.

Met betrekking tot de blokken stellen wij het volgende voor:

§ 1.1 Blok I

In blok I zijn de bestaande graven in het algemeen in goede staat, met uitzondering van een aantal zerken uit de 19e eeuw. Het is niet wenselijk om het gevarieerde aanzicht van dit blok te wijzigen.

Toekomstig beeld:

  • 1.

    Het verval begeleiden van graven waarvoor een herstel niet meer mogelijk is.

  • 2.

    Zerken (en/of hun funderingen) waar nodig repareren om verval tegen te gaan.

  • 3.

    Bij nieuwe uitgave van graven alleen zerken toevoegen; nieuwe staande stelès zijn niet wenselijk.

Voor het toekomstig beheer van graven in blok I betekent dit:

  • Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.

  • Graven zonder rechthebbenden1 die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.

  • Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.

  • Per rij is bezien of het opvullen van lege plekken wel/niet nagestreefd moet worden. Doelstelling is geweest om het beeld van het blok te handhaven;

    • o

      Rij B, C t/m F, H en K: niet opvullen en de openheid bewaren

    • o

      Rij A, G, I en L: wel opvullen

    • o

      Rij J: wel opvullen vanwege het pad dat er ligt, met uitzondering van de linker bovenhoek (de zogenaamde groene hoek, waar vroeger kindergraven aanwezig waren); hier kunnen eventueel overtollige zerken worden neergelegd.

§ 1.2 Blok II

In blok II zou er in principe ruimte zijn om nieuwe graven te maken en wel op de paden. Hier lagen vroeger ook algemene graven. Hoewel hiermee een oude situatie kan worden hersteld, bestaat de huidige situatie er al geruime tijd (30 á 40 jaar) en zou dit schade kunnen aanbrengen aan de huidige graven en aan het beeld van dit blok. Om die redenen is nieuwe uitgifte van graven op de paden niet verantwoord en wordt de voorkeur gegeven aan het eventueel heruitgeven van bestaande graven.

afbeelding binnen de regeling

Blok 1

afbeelding binnen de regeling

Blok 1

afbeelding binnen de regeling

Blok 2

Veel graven in blok II zijn van rond 1900. Er is veel gebruik gemaakt van zerken met hekwerken. Er zijn ook meer stelès dan in blok I.

Toekomstig beeld:

  • 1.

    Het verval begeleiden van graven waarvoor een herstel niet meer mogelijk is.

  • 2.

    Zerken (en/of hun funderingen) waar nodig repareren om verval tegen te gaan.

  • 3.

    De hekwerken en afzettingen handhaven en waar nodig restaureren/in goede staat brengen.

  • 4.

    De lege rijen handhaven: géén nieuwe grafuitgiften in geruimde rijen, om de zichtruimte te behouden.

  • 5.

    Bestaande graven, inclusief zerken, opnieuw uitgeven.

Voor het toekomstig beheer van graven in blok II betekent dit:

  • Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.

  • Graven zonder rechthebbenden die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.

  • Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.

  • Lege plekken in volledig geruimde rijen niet opvullen met nieuwe graven.

  • Lege plekken in niet geruimde rijen kunnen wel worden opgevuld met nieuwe graven.

§ 1.3 Blok III

De structuur van het blok dient te worden behouden, omdat het afwijkt van de andere blokken en hiermee een nieuwe architectonische tuinstijl werd geïntroduceerd op de Begraafplaats.

De Art Deco is kenmerkend voor blok III. In de rijen A en B (langs het Nicolaas Beetspad) bevinden zich allemaal bijzondere graven. In de andere rijen komen veel stèles met banden voor en soms zerken. De rijen kennen weinig lege plekken. De hagen zorgen voor een besloten karakter. De rijen C en D aan de binnenzijde geven een rommelig aanzicht.

Toekomstig beeld:

  • 1.

    Rij A en B handhaven en waar nodig herstellen.

  • 2.

    De lege plekken die breed genoeg zijn kunnen opnieuw worden uitgegeven.

  • 3.

    Rijen C/F handhaven en waar nodig stelès, zerken en hekjes restaureren.

  • 4.

    In de rij D/E aan de zijde van de Joodse begraafplaats graven beschikbaar stellen voor het begraven van niet-Joodse partners.

Voor het toekomstig beheer van graven in blok III betekent dit:

  • Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.

  • Graven zonder rechthebbenden die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.

  • Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.

  • Er zijn een beperkt aantal lege plekken in de rijen C, D en E buitenzijde die opgevuld kunnen worden met nieuwe graven. Lege plekken in de rijen C, D en E binnenzijde niet opvullen.

§ 1.4 Blok IV

Blok IV is een gecompliceerd blok. Het maakt een rommelige indruk. Er zijn enkele graven die nog frequent door familie worden bezocht en onderhouden. Het betreft zowel eigendom als huurgraven. Ook met de huurgraven moet prudent worden omgegaan, omdat een aantal van bijzondere waarde is. Voorgesteld wordt voor dit blok een herinrichting toe te passen. Er zijn graven die op de huidige plaats behouden blijven en daaromheen kunnen de andere (vaak losliggende en soms al verplaatste) grafstenen worden geconcentreerd. Hierdoor ontstaat in dit blok ruimte voor nieuwe toevoegingen zoals een urnenmuur, een verzamelgraf etc. In hoofdstuk VI worden deze mogelijkheden verder uitgewerkt.

afbeelding binnen de regeling

Blok 3

afbeelding binnen de regeling

Blok 3

afbeelding binnen de regeling

Blok 3

Rijen A en H zijn familiegraven. De tussengelegen rijen B tot en met G zijn wat rommeliger: bijna allemaal huurgraven en met kleinere stenen van slechtere kwaliteit. Vaak zijn meerdere stenen achter

elkaar geplaatst wat heel bijzonder is. Dat is het gevolg van huurgraven. In een huurgraf liggen drie vreemden bij elkaar en voor elke persoon bestaat de mogelijkheid voor een grafmonument.

Vanuit de Joodse Gemeente is de idee ontstaan om in blok IV (met name in rij H) graven beschikbaar te stellen voor het begraven van niet-Joodse partners, waarvan de Joodse partner op de Joodse Begraafplaats is begraven. Niet-Joodse partners kunnen niet op de Joodse Begraafplaats worden begraven/bijgezet. Door in deze rij graven voor hen beschikbaar te stellen, vinden de niet-Joodse partners dicht bij hun Joodse partner een laatste rustplek.

Toekomstig beeld:

  • 1.

    Rijen B en G: de maatvoering van deze rijen is zeer beperkt waardoor nieuwe uitgiftes niet mogelijk zijn. Bestaande stelès blijven behouden, de overige ruimte kan benut worden voor andere uitvaartmogelijkheden zoals een urnenmuur.

  • 2.

    Belangrijk aandachtspunt is dat de graven met de meerdere stelès op een graf niet opnieuw mogen worden uitgegeven.

  • 3.

    In de rij H graven beschikbaar stellen voor het begraven van niet-Joodse partners.

Voor het toekomstig beheer van graven in blok IV, rij A en H betekent dit:

  • Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.

  • Graven zonder rechthebbenden die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.

  • Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.

  • Lege plekken kunnen worden opgevuld met nieuwe graven of urnen.

Voor het toekomstig beheer van graven in blok IV, rij C/F betekent dit:

  • Handhaven van de aanwezige algemene graven.

  • Lege plekken kunnen worden opgevuld met nieuwe urnengraven.

§ 1.5 Blok V

In blok V is per graf bekeken wat gehandhaafd kan worden en welk graf kan worden geruimd en opnieuw uitgegeven.

Toekomstig beeld:

  • 1.

    Lege plekken opvullen met stelès met banden.

  • 2.

    Op de korte zijden geen toevoegingen.

  • 3.

    Stelès en zerken waar nodig restaureren/onderhouden.

Voor het toekomstig beheer van graven in blok V betekent dit:

  • Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.

  • Graven zonder rechthebbenden die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.

  • Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.

  • Er zijn een beperkt aantal lege plekken die opgevuld kunnen worden met nieuwe graven. Als er twee plekken naast elkaar vrij zijn, zouden deze ook gecombineerd kunnen worden tot één graf.

§ 2 Het baarhuisje

Het baarhuisje is beeldbepalend: het vormt de afsluiting van de hoofdlaan. Als de begraaffunctie van de Begraafplaats wordt gestimuleerd, blijft er behoefte aan een opslagfunctie voor materialen: de huidige functie van het baarhuisje. Dat kan heel goed worden gecombineerd met een functie als expositie ruimte bij bijzondere gelegenheden (open monumentendag, excursies) en – op die momenten – een schuilfunctie bij slecht weer.

afbeelding binnen de regeling

Blok IV

afbeelding binnen de regeling

Blok V

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

§ 3 Activiteiten gericht op behoud van bijzondere graven

Voor het restaureren van graven worden de volgende hoofdlijnen gevolgd:

  • 1.

    Prioriteit krijgen de bijzondere, waardevolle en representatieve grafmonumenten. Dat zijn de onderdelen die zijn aangewezen als rijksmonument

    • het grafmonument van de familie Dudok van Heel

    • het grafmonument van de familie Fabius

    • het grafmonument van de familie De Roeper

    • het grafmonument van de familie Mammes

    • het grafmonument van de familie Van Hasselt

    • het hekje met liggende grafsteen van de familie Scheffers

    • het hekje met liggende grafsteen van de familie Hoyer

    • het hekje met liggende grafsteen van de familie Van Deen

  • 2.

    Aandacht behouden voor de graven van historische figuren en de funeraire geschiedenis van bekende inwoners van Naarden, zoals Thierens, Tersteeg, Dorgelo, Prins, Van Rossum, Verhaar, Witte, Van Woensel Kooij, Vos, Poldervaart, Deenik en Clinge Doorenbos.

  • 3.

    Een ander object dat behouden moet blijven is het engeltje op het grafmonument van Dick Vos. Dit engeltje is in 2008 door de familie Van Heurn gerestaureerd. (Zie foto op de voorzijde van dit document)

  • 4.

    Van belang is dat het graf van de familie Bonebakker wordt bewaard. Het hekwerk is door de Stichting hersteld.

  • 5.

    Een bijzonder karakteristiek grafmonument is het grote familiegraf Van Roodhuizen – de Vries in blok III D. In 2007 is in overleg met de rechthebbende van het graf onderhoud uitgevoerd aan het grafmonument. Daarbij is het monument gereinigd en is het voegwerk gerestaureerd.

  • 6.

    Vervolgens is van belang om een inventarisatie te maken van de toestand van alle graven met een hekwerk (ongeveer 70 stuks), omdat die zo sterk bepalend zijn voor het beeld van de Begraafplaats.

  • 7.

    Eenzelfde inventarisatie is ook nodig voor de toestand van funderingen bij zerken om te bepalen of het verval van zerken vermeden kan worden door de fundering te herstellen.

  • 8.

    Tenslotte is in het kader van het inventariseren van alle graven in de verschillende blokken vastgesteld welke restauratie vereist is voor het tegengaan van verval. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen enerzijds het rechtopzetten van stenen en anderzijds andere herstelactiviteiten. Het karakter van de blokken (zie hoofdstuk 4) moet worden gehandhaafd, verstoringen zijn in kaart gebracht, evenals een inventarisatie van graftypen, zoals tomben, zerken, hekwerken, ligging en symboliek.

VI BEGRAAFPLAATSBEHEER

In dit hoofdstuk worden een drietal aspecten van begraafplaatsbeheer toegelicht, namelijk het ruimen van graven, een nieuwe toevoeging in de vorm van asbestemmingen en de grafrechten.

§ 1 Ruimen graven

In hoofdstuk V is gesproken over de mogelijkheid om graven opnieuw uit te geven. Op deze wijze wordt een hoger begraafintensiteit bereikt. Voordat graven opnieuw kunnen worden uitgegeven moeten ze eerst worden geruimd.

§ 1.1 Wettelijke kader ruimen

Onder ruiming wordt verstaan het leegmaken van een graf, waarbij de overblijfselen van de lijken zonder kist opnieuw op een begraafplaats ter aarde worden besteld. In de Wet op de lijkbezorging is daarover het volgende opgenomen (artikel 31, lid 2 en 3):

  • Lid 2: Het ruimen geschiedt niet dan op last van de houder van de begraafplaats en na verloop van tien jaar nadat in het graf laatstelijk een lijk is geplaatst, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf.

  • Lid 3: De overblijfselen der lijken worden op een begraafplaats ter aarde besteld of (…) in een crematorium gecremeerd.

Hieruit blijkt de wettelijke grafrusttermijn van tien jaar. Het ter aarde bestellen kan op twee manieren gebeuren: door herbegraving van de stoffelijke resten onder in hetzelfde graf (schudden van een graf) of door deze bijeen te brengen en te bergen in één graf: een verzamelgraf (ook soms knekelgraf of –put genoemd).

§ 1.2 Schudden

Het schudden van graven is een vorm van ruimen. Bij het schudden van een graf worden stoffelijke resten onder het graf opnieuw begraven zodat een graf weer volledig gebruikt kan worden. Deze vorm van ruimen wordt toegepast bij incidentele ruimingen die op verzoek van de rechthebbende plaatsvinden. In het verleden is dat in enkele gevallen gebeurd op de Begraafplaats.

De huidige praktijk op de Begraafplaats is als volgt:

Bij het schudden van de graven die voor onbepaalde tijd (= eeuwigdurend) zijn uitgegeven wordt het bestaande grafrecht automatisch beëindigd. Het graf wordt dan opnieuw uitgegeven met een grafrecht voor 20 jaar (bepaalde tijd).

Nabestaanden vinden het vaak een prettige gedachte dat de familie “in het graf” blijft liggen maar het blijkt dat men moeite heeft met het afstand doen van de rechten voor onbepaalde tijd op het graf. Een mogelijkheid is om bij het schudden weliswaar afstand te doen van de rechten voor onbepaalde tijd maar het grafrecht voor een langere periode uit te geven. Voor het beheer van de begraafplaats is het wenselijk om zoveel mogelijke graven met een grafrecht voor bepaalde tijd te hebben. Enerzijds is dat nodig voor het actueel houden van de begraafplaatsadministratie en anderzijds zorgt het voor inkomsten die bijdragen aan het onderhoud van de begraafplaats.

Ook in de toekomst is het mogelijk om graven te schudden op de Begraafplaats. Na het schudden van een graf met een uitgifte van onbepaalde tijd wordt het grafrecht na het schudden voor bepaalde tijd uitgegeven. De eerste uitgifte na het schudden is een periode van veertig jaar (dubbele uitgiftetermijn) waarna het grafrecht na het verlopen van deze termijn telkens met tien jaar verlengd kan worden.

§ 1.3 Verzamelgraf

Op de Begraafplaats zijn ook graven die geruimd moeten worden op het moment dat ze opnieuw worden uitgegeven. Deze ruimingen kunnen niet via het schudden plaatsvinden omdat het graf aan ‘vreemden’ wordt uitgegeven. Eventueel aanwezige stoffelijke resten dienen in een verzamelgraf te worden bijgezet.

Op de Begraafplaats is nu geen verzamelgraf aanwezig.

Voordat tot heruitgifte kan worden overgegaan is het noodzakelijk om een verzamelgraf aan te leggen. Bij de aanleg van een verzamelgraf gelden een aantal aandachtspunten. Voor zowel de aanleg van het graf als voor het gebruik van het graf is het van belang dat de locatie goed bereikbaar is voor het materieel dat daarbij wordt ingezet. Ook moet de locatie tijdelijk afschermbaar zijn van bezoekers op momenten dat ruimingen plaatsvinden. Indien het wenselijk is om het verzamelgraf te markeren met een gedenkteken, dient de locatie ook bereikbaar te zijn voor bezoekers.

Door plaatsing van een monument op een verzamelgraf waarin de restanten van de ruimingen zijn bijgezet kan worden gezorgd voor een waardige afsluiting van grafruimingen ter nagedachtenis aan de gestorvenen die aldaar waren begraven. Voor de nabestaanden kan een monument op een verzamelgraf een belangrijk functie vervullen omdat het monument de plek markeert waar de dierbare uiteindelijk begraven is, zodat

nabestaanden de gelegenheid hebben om op deze plek te gedenken. Bovendien geeft een monument blijk van respectvolle omgang met nabestaanden en overledenen.

In blok IV is het mogelijk om een verzamelgraf aan te leggen zonder dat dit afbreuk doet aan het karakter van de Begraafplaats. Dit blok voldoet ook aan bovengenoemde aandachtspunten van bereikbaarheid zowel voor het personeel van de begraafplaats als voor nabestaanden. Daarnaast is het blok goed afschermbaar zodat ruimingen uit het zicht van bezoekers kunnen worden uitgevoerd. In bijlage 3 is de voorgestelde locatie van het verzamelgraf te zien.

§ 2 Asbestemmingen

Bij de aanleg van de begraafplaats is geen rekeningen gehouden met asbestemmingen. Dit is heel logisch want hoewel het eerste Nederlandse crematorium in 1913 is gebouwd waren crematies in die tijd illegaal. Pas in 1955 is cremeren gelegaliseerd. Op dat moment waren alle graven op de Begraafplaats reeds uitgegeven. In het oorspronkelijke ontwerp van de Begraafplaats is geen ruimte voor asbestemmingen maar de vraag naar asbestemmingen in het algemeen is toegenomen. Ongeveer de helft van de uitvaarten in Nederland is een crematie.

§ 2.1 Asverstrooiing

Een asverstrooiing is op de Begraafplaats alleen op graven mogelijk. Dit vindt zeer incidenteel plaats. Een centrale mogelijkheid voor asverstrooiing op de Begraafplaats, zoals bijvoorbeeld een strooiveld, is er niet (en nooit geweest). Voorgesteld wordt om niet over te gaan tot het bieden van ruimere mogelijkheden, omdat de Begraafplaats zich niet daarvoor leent.

§ 2.2 Het plaatsen van urnen

Het bijzetten van urnen in graven is altijd een mogelijkheid geweest. Dit blijft behouden. Verruiming van deze mogelijkheid door het plaatsen van bijvoorbeeld een urnenmuur is mogelijk. Er zijn hiervoor op de Begraafplaats een aantal mogelijkheden. Achter blok III staat een dubbele beukenhaag. Het is een mogelijkheid om een van de hagen te verwijderen zodat er ruimte ontstaat voor een urnenmuur. De toegang van deze urnenmuur is echter lastig vanwege de rij graven die ervoor ligt. Een andere mogelijkheid is het aanleggen van een urnenmuur in blok IV. Direct achter de haag die het blok omringt is een smalle strook gras, oorspronkelijk was dit rij G. Deze ruimte is te smal voor het uitgeven van graven maar is qua breedte ideaal voor het plaatsen van een urnenmuur. In het verleden zijn hier ook urnen geplaatst. In bijlage 4 zijn foto’s opgenomen van voorbeelden van een urnenmuur.

§ 3 Grafrechten

In 1944 is het laatste graf op de Begraafplaats uitgegeven. Sindsdien vinden alleen bijzettingen plaats. Door de toegenomen belangstelling voor de Begraafplaats komt de vraag voor een nieuw graf op de Begraafplaats steeds vaker voor. Door de beoordeling van de grafmonumenten en de richtlijnen die in dit deelplan staan is het mogelijk geworden om opnieuw graven te gaan uitgeven. In deze paragraaf wordt richting gegeven aan de manier waarop de uitgiftes kunnen plaatsvinden.

afbeelding binnen de regeling

Mogelijke locatie verzamelgraf

afbeelding binnen de regeling

Onderzoek naar rechthebbenden

§ 3.1 Uitgifte van graven zonder begrafenis

De huidige praktijk (op begraafplaats Nieuw Valkeveen) is dat graven alleen worden uitgeven bij directe begraving. Op de Begraafplaats is het mogelijk om graven uit te geven zonder dat direct een begrafenis volgt. Voor de reservering van een graf op de locatie naar keuze is het wel noodzakelijk om een tarief in rekening te brengen. De ingangsdatum van het grafrecht gaat pas in op het moment van de begrafenis en geldt dan voor twintig jaar.

§ 3.2 Fasering van uitgifte van graven

Bij het heruitgeven van graven wordt prioriteit gegeven aan het heruitgeven van graven boven het opvullen van lege plekken in Blok II, III, IV en Blok V. Doel is om het huidige beeld van de Begraafplaats zoveel mogelijk te handhaven. Dit betekent overigens niet dat lege plekken niet kunnen worden opgevuld, maar daarmee wordt wel terughoudender omgegaan.

§ 3.3 Overschrijven grafrechten

In 2006 en 2007 is een onderzoek naar rechthebbenden uitgevoerd op de Begraafplaats. Door het plaatsen van bordjes op de graven en het plaatsen van advertenties zijn rechthebbenden opgeroepen om zich te melden. Door deze actie zijn van 100-150 graven de rechten overgeschreven op nieuwe rechthebbenden (nabestaanden, er moest sprake zijn van een familieband). Van de graven waarbij niemand zich heeft gemeld zijn de rechten vervallen verklaard. De rechten van deze graven zijn in 2008 overgeschreven op naam van de gemeente Naarden.

Nog steeds vinden overschrijvingen van graven op naam van familieleden plaats (Grafrechten gaan over van de gemeente Naarden op naam van een particulier). Zolang het graf fysiek niet is geruimd is dit mogelijk. In het verleden vinden deze overschrijvingen plaats met behoud van de oorspronkelijke uitgifteduur (onbepaalde tijd).

Voor het beheer van de begraafplaats is het wenselijk om zoveel mogelijke graven met een grafrecht voor bepaalde tijd te hebben. Enerzijds is dat nodig voor het actueel houden van de begraafplaatsadministratie en anderzijds zorgt het voor inkomsten die bijdragen aan het onderhoud van de begraafplaats.

In het vervolg worden de grafrechten van een graf dat inmiddels op naam van de gemeente Naarden staat indien mogelijk wel overgeschreven op naam van de nabestaanden (1e en 2e graads familieleden van de begraven personen en/of rechthebbende) maar dan geldt wel een uitgifteduur van veertig jaar. De eerste uitgifte na het opnieuw op naam zetten van een graf is dan een periode van veertig jaar (dubbele uitgiftetermijn) waarna het grafrecht na het verlopen van deze termijn telkens met tien jaar verlengd kan worden. Voor verdere verwanten (3e, 4e graad etc.) of rechtspersonen zonder familieband geldt een uitgifteduur van twintig jaar.

§ 4 Verordening

In een verordening zijn de regels die betrekking hebben op alle facetten rondom het begraven en het beheren van de begraafplaatsen vastgelegd. In het verleden had de gemeente Naarden één verordening voor beide begraafplaatsen. De situatie op de Oude Begraafplaats is dermate bijzonder dat in 2010 is besloten dat alleen een aparte verordening recht kan doen aan deze situatie en de waarde van de begraafplaats afdoende kan beschermen.

Een extra bijzonderheid is dat de Begraafplaats weliswaar eigendom is van de gemeente Naarden maar gelegen binnen de gemeentegrenzen van Bussum. Dit betekent dat de gemeente Naarden niet zomaar een verordening kan vaststellen die ook geldig is op de Oude Begraafplaats. De terzake bevoegde gemeenteraad is de raad van de gemeente waar de begraafplaats is gelegen. De beide betrokken gemeenten zullen derhalve overeenstemming moeten bereiken over de verordening die tenslotte wordt vastgesteld door de gemeente waar de begraafplaats is gelegen.

Op 10 februari 2011 is de aparte verordening voor de Begraafplaats in werking getreden.

Foto verwijdert ivm AVG

Donateursdag

afbeelding binnen de regeling

Open Monumentendag

Foto verwijdert ivm AVG

Open Monumentendag

afbeelding binnen de regeling

Infobord nabij de ingang van de Oude Begraafplaats

VII OVERIGE ACTIVITEITEN

§ 1 Donateursdag

Voor haar donateurs en andere belangstellenden organiseert de Stichting jaarlijks een donateurdag. De Stichting legt verantwoording af door een terug- en vooruitblik, behandelt een aan de Oude Begraafplaats gerelateerd thema en sluit af met een bezoek aan de begraafplaats. Deze bijeenkomsten worden bezocht door een 60-tal personen.

§ 2 Open Monumentendag

De Oude Begraafplaats is een van de monumenten die op de Open Monumentendagen is opengesteld. Vanwege de specifieke locatie wordt die openstelling vermeld zowel in het overzicht van de gemeente Naarden als van de gemeente Bussum en mede daardoor is dit monument op beide dagen opengesteld.

Het landelijke thema van de Open Monumentendag wordt door de Stichting benut om bepaalde aspecten van de Oude Begraafplaats te belichten. Thema 2009 was ‘monumenten op de kaart’ – de Stichting heeft oude kaarten van de Oude Begraafplaats verzameld en die ten toon gespreid op de begraafplaats en in het gemeentehuis. Thema 2010 was ‘de smaak van de 19e eeuw’ – de Stichting heeft een artikel gepubliceerd over verschillende stijlkenmerken op de Oude Begraafplaats uit die periode.

Meer dan 100 personen bezoeken de begraafplaats op deze dagen. Er vinden rondleidingen plaats, waarbij het thema van de Open Monumentendagen wordt toegelicht. Ieder jaar stellen ook enkele bezoekers vragen over begraven familieleden. Men is vaak al jaren tevergeefs op zoek naar het graf en indien het betrokken familielid op de Oude Begraafplaats is begraven, slaagt de Stichting er in om ter plekke het betreffende graf te vinden.

§ 3 Rondleidingen

Jaarlijks vinden – veelal op verzoek van een organisatie, vereniging, club – enkele rondleidingen plaats.

Soms is men geïnteresseerd in de Oude Begraafplaats als zodanig, soms vanuit een specifiek thema. Op dit moment vinden rondleidingen plaats uitsluitend op verzoek.

De Stichting wil actiever worden met betrekking tot rondleidingen door jaarlijks enkele rondleidingen te organiseren.

§ 4 Recreatie

De Historische Kring van Bussum heeft een fietsenroute ontwikkeld voor het Brediuskwartier en de Oude Begraafplaats maakt onderdeel uit van die route. De Stichting heeft in 2010 een informatiebord geplaatst bij de ingang van de begraafplaats om passanten te wijzen op het bijzondere karakter.

De Stichting wil de Oude Begraafplaats vaker opnemen/vermelden in recreatieve activiteiten van derden.

§ 5 Exposities

Er bestaat behoefte – ook om bovenstaande activiteiten te ondersteunen – aan een expositieruimte waarin de Oude Begraafplaats ‘getoond’ kan worden. Het baarhuisje kan daarvoor benut en ingericht worden.

VIII FINANCIËN

In de eerste paragraaf worden de benodigde werkzaamheden in het kader van regulier onderhoud beschreven. Daarna volgt een overzicht van de investeringen die nodig zijn. Tenslotte volgt in de derde paragraaf een overzicht van het beschikbare budget.

§ 1 Algemeen

Bij het beschrijven van de kosten om de achterstanden weg te werken is grotendeels dezelfde indeling gebruikt als in hoofdstuk V. De beschrijving begint bij het baarhuisje en het toegangshek, daarna volgt het onderhoud van de grafmonumenten.

§ 1.1 Onderhoud baarhuisje

Dit is één van de objecten die is aangewezen als rijksmonument. Volgens een inspectierapport van de Monumentenwacht uit 2002 was het in redelijke staat. In 2006 is de buitenkant opgeknapt. Op korte termijn voorzien wij geen noodzaak voor grote herstelwerkzaamheden. Het houtwerk wordt in 2011 geschilderd. In het reguliere onderhoud is tevens opgenomen dat bladeren uit de goten verwijderd worden om verstoppingen en lekkages te vermijden.

§ 1.2 Onderhoud toegangshek

Ook het toegangshek is aangewezen als rijksmonument. In 2006 is het hek grondig gerestaureerd. Het heeft daarom voorlopig geen specifieke aandacht nodig. Voor het reguliere onderhoud geldt dat periodiek nieuwe aanslag op stenen wordt verwijderd door te stomen.

§ 1.3 Onderhoud grafmonumenten

Het onderhoud van de grafmomenten is een verplichting voor de rechthebbenden van een graf. Veel graven hebben echter geen rechthebbenden meer. Met name de grafmonumenten waarbij een hekwerk om het graf is aangebracht vragen om periodiek onderhoud. Een aantal hekwerken is in de afgelopen jaren geschilderd door vrijwilligers van de Stichting. In de toekomst volgen de overige hekwerken. Raadzaam is op regelmatige basis (bijvoorbeeld 1x per 2 jaar) te inspecteren welke hekwerken onderhoud nodig hebben. Jaarlijks kan een deel van de hekwerken geschilderd worden.

In de afgelopen jaren is aan enkele tientallen grafmonumenten noodherstel uitgevoerd onder toezicht en in opdracht van de Stichting. Met het noodherstel wordt ernstig verval (bijv. omvallen) van grafmonumenten voorkomen. Jaarlijks wordt beoordeeld welke grafmonumenten in aanmerking komen voor het noodherstel

§ 1.4 Overzicht kosten voor regulier onderhoud

In de begroting van de gemeente is budget opgenomen voor jaarlijkse onderhoud van de Begraafplaats.

Activiteit

Frequentie

Derden

Eigen dienst

Tijdsbesteding

Kosten

Inspectie baarhuisje

1x per jaar

 

X

1 uur

 

Reinigen dakgoot

1x per jaar

 

X

 
 

Schilderen houtwerk

1x per 5 jaar

X

 
 

€ 750- € 1000

Inspectie toegangshek

1x per jaar

 

X

½ uur

 

Reinigen toegangshek

1x per jaar

 

X

 
 

Inspectie hekwerken graven

1x per 2 jaar

 
 
 
 

Schilderen hekwerken graven

1x per 5-8 jaar

 
 
 
 

§ 2 Investeringen

In hoofdstuk VI is aangegeven waarmee rekening moet worden gehouden bij het begraafplaatsbeheer.

Hieruit volgt dat de aanleg van een verzamelgraf noodzakelijk is indien wordt overgegaan tot het opnieuw uitgeven van graven. De aanleg van een verzamelgraf brengt eenmalig kosten met zich mee.

Diverse graven kunnen opnieuw worden uitgeven. Op de meeste van deze graven ligt nu een grafmonument. Indien het grafmonument behouden dient te blijven dan zijn er geen verdere kosten aan het uitgeven van het graf verbonden. Bij de graven waarbij het grafmonumenten niet behouden hoeft te worden, moeten de kosten voor het verwijderen en/of verplaatsen van het grafmonumenten in rekening worden gebracht bij de nieuwe eigenaar van het graf.

Voor het verruimen van de mogelijkheden voor asbestemmingen is het nodig om een urnenmuur te plaatsen zoals voorgesteld in hoofdstuk VI. Aangezien de keuze voor de wijze van uitvoering van de urnenmuur nog niet is gemaakt is de benodigde investering nog niet te berekenen. Gerekend moet worden op een forse investering.

Indien het baarhuisje multifunctioneel wordt, zou het wenselijk zijn dat het wordt voorzien van een aantal gemakken, zoals stromend water, elektra en een toiletgroep. Dat zou kunnen worden gerealiseerd door een functionele uitbouw aan de achterzijde. Echter gezien de status als rijksmonument is de haalbaarheid zeer klein. Voor de inrichting als expositieruimte zijn beperkte middelen nodig in de zin van vitrines en wandborden.

Investering

aantal

eenheid

eenheidsprijs

Kosten

Plaatsen verzamelgraf (incl. afwerking en BTW)

1

st

€ 11.000

€ 11.000

Inrichting baarhuisje

 
 
 

P.M.

Realiseren van een urnenmuur

 
 
 

P.M.

§ 3 Beschikbaar budget

In de meerjarenbegroting 2011 is een bestemmingsreserve ten behoeve van de Begraafplaats opgenomen. Deze reserve is ontstaan uit onderhoudsgelden die rechthebbenden van graven in het verleden hebben betaald. In totaal bevat de reserve € 26.460,00 (stand 31-12-2010). Hiervan is een budget van € 16.000,00 beschikbaar voor de uitvoering van dit deelplan. Met dit budget kan achterstallig onderhoud aan graven en grafmonumenten worden uitgevoerd, zoals het noodherstel. Het overige budget in de reserve (€ 10.460,00) is het restant van de uitvoering van deelplan groen en wordt grotendeels besteed aan het herstellen van de haag aan de kant van het Nicolaas Beetspad.

IX AANBEVELINGEN EN PLANNING

§ 1 Aanbevelingen

In de voorgaande hoofdstukken komt naar voren dat een aantal acties moeten worden uitgevoerd voordat het gewenste eindbeeld voor de Begraafplaats gehaald kan worden. In deze paragraaf worden deze aanbevelingen toegelicht.

§ 1.1 Aanpassen verordening

Op 10 februari 2011 is een aparte verordening voor de Begraafplaats in werking getreden. In het hoofdstuk VI (begraafplaatsbeheer) worden een aantal nieuwe mogelijkheden voor de Begraafplaats beschreven. Het gaat daarbij om de aanleg van een urnenmuur, nieuwe uitgiftes van graven, nieuwe richtlijnen voor het schudden van graven, voor het hergebruik en het restaureren van bestaande grafmonumenten en voor het toevoegen van nieuwe grafmonumenten op lege plekken, etc. Belangrijk is dat de verordening hierop wordt aangepast, waarbij de geformuleerde doelstelling voor het behoud van de Begraafplaats kaderstellend is. De huidige verordening biedt bijvoorbeeld geen mogelijkheid voor de uitgifte van graven. Het is belangrijk om de verordening op korte termijn aan te passen. Pas na vaststelling van de nieuwe verordening kunnen nieuwe uitgiftes plaatsvinden.

§ 1.2 Aanpassen tarievenlijst

Op de Begraafplaats zijn nieuwe mogelijkheden ontwikkeld die nog niet voorkomen in Naarden zoals het uitgeven van graven zonder dat direct een begrafenis plaatsvindt.

De tarievenlijst moet worden aangepast op de nieuwe mogelijkheden. In ieder geval moet een tarief voor het schudden van graven worden opgenomen en een tarief voor de uitgifte van graven (zonder begrafenis).

§ 2 Planning

In de planning kunnen enkele grote ‘stappen’ onderscheiden worden:

  • 1

    Vaststelling deelplan grijs door de gemeenteraad 2011

  • 2

    Aanpassen legesverordening 2012

  • 3

    Aanpassen verordening 2012

  • 4

    Uitvoering deelplan grijs:

    • a)

      Aanleg verzamelgraf 2012

    • b)

      Inventarisatie hekwerken 2013

    • c)

      Inventarisatie zerken 2013

    • d)

      Aanleg urnenmuur 2013

    • e)

      Aanpassen baarhuisje

    • f)

      Realisatie van een digitale grafkaart 2012

  • 5

    Evaluatie uitvoering deelplan grijs & groen 2014

X BRONNEN EN AFKORTINGEN

§ 1 Bronnen

  • Archieven van de gemeente Naarden

  • Complexomschrijving uit het Register beschermde monumenten RCE

§ 2 Afkortingen

APV

Algemene Plaatselijke Verordening

Begraafplaats

Oude Begraafplaats van Naarden te Bussum

gemeente

Gemeente Naarden

RCE

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

RDMZ

Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Stichting

Stichting tot Behoud van de Oude Begraafplaats van Naarden

Ondertekening

BIJLAGE 1: ALGEMENE RICHTLIJNEN ONDERHOUD GRAFMONUMENTEN

Voor het behoud van de technische en monumentale kwaliteiten van de graven hebben wij algemene richtlijnen opgesteld. De richtlijnen zijn bedoeld als leidraad voor planbeoordeling en de uitvoering van restauratiewerkzaamheden. Het is een beknopte leidraad voor veel voorkomende praktijkgevallen. Deze restauratieve richtlijnen zijn opgesteld vanuit een behoudtechnische optiek. Uitspraken over nieuwe toevoegingen of aanpassingen worden niet gedaan, zolang er geen historische onderdelen geschonden worden en de wijzigingen technisch, fysisch en chemisch verenigbaar zijn met het grafmonument.

Deze richtlijnen bewaken dus de bouwkundige en monumentale kwaliteit van de graven. Het is nagenoeg onmogelijk hiervoor algemene, toetsbare criteria op te stellen. Veel is afhankelijk van de ouderdom, het materiaalgebruik, de fysische condities en de monumentaliteit. Met name dit laatste begrip is niet absoluut te definiëren.

Gebruik

Deze richtlijnen zijn gebaseerd op twee beginselen van de monumentenzorg te weten ‘behoud gaat voor vernieuwen’ en ‘de bouwgeschiedenis eerbiedigen’. De diverse onderdelen van de richtlijnen liggen in het verlengde van deze uitgangspunten.

Behoud gaat voor vernieuwen

De historische bouwmaterialen, structuren en constructiewijzen vertegenwoordigen een belangrijke monumentale en historische waarde. Deze waarde dient zoveel mogelijk te worden gerespecteerd, opdat de geschiedenis van een graf afleesbaar is. De tand des tijds mag dus zeker zichtbaar zijn. Door vervanging gaat deze afleesbaarheid voorgoed verloren.

Onderdelen of elementen mogen niet worden vervangen als herstel mogelijk is. Indien een onderdeel of element, ondanks kwaliteitsverlies, zijn functie nog vervult is vervanging geen optie. Indien een toevoeging nodig is om een onderdeel of element naar behoren te laten functioneren is dit te prevaleren boven een volledig nieuw onderdeel of element.

Historie eerbiedigen

Het transformatieproces heeft een grote historische waarde. Een graf ontleent veelal zijn waarde aan de geschiedenis. Door reconstructie wordt deze afleesbaarheid verstoord. In een reconstructie wordt weliswaar getracht een historisch beeld op te roepen, maar daarvoor moeten vaak historisch waarde-volle onderdelen wijken.

Nieuw toe te passen materialen moeten verenigbaar zijn

Historische materiaaltoepassingen en/of constructiewijzen zijn niet altijd verenigbaar met de hedendaagse bouwmaterialen of constructiewijzen. Zij kunnen fysische en/of chemische reacties veroorzaken die schade toebrengen aan het graf. De toe te passen technie¬ken mogen geen mechanische, fysische of chemische schade toebrengen aan een monu¬ment. Vernieuwen met oude materialen blijft vernieuwen. Hergebruik van historische bouwmate¬rialen verdient echter wel de voorkeur.

Noviteiten mogen niet zonder meer toegepast worden bij een graf. Materialen of technieken moeten hun toepasbaarheid door attest of ervaring aantonen.

Fundering

Een graf mag slechts worden voorzien van een nieuwe fundering als de oorspronkelijke fundering aantoonbaar slecht en/of overbelast is. Het graf kan worden voorzien van nieuwe fundering zonder behoud van de oude fundering.

Graven

De uiterlijke kwaliteiten en technische staat van een graf zijn van groot belang voor de historische waarde en de beleving van een graf. Een zorgvuldige en terughoudende omgang met het graf is derhalve een voorwaarde. Onzorgvuldig omgaan met het graf leidt tot onherstelbare beschadiging. Materiaaltoepassing, metselverband, patina, textuur, vorm en uiterlijk van het voegwerk, vormen een wezenlijk bestanddeel van de historische waarde van een graf. Conservering van het bestaande graf dient derhalve het uitgangspunt te zijn

Metselwerk: reiniging

Reinigen van graven is niet toegestaan tenzij de verontreiniging (organisch of chemisch) schade kan veroorzaken aan het graf (metselwerk) of een opstand dermate vuil is dat de architectonische expressie volledig verlo¬ren is gegaan. Bij de reiniging wordt een graf in fysieke en esthetische zin gewijzigd.

Voegwerk

Alleen die delen van het voegwerk die slecht zijn dienen te worden vervangen. Een licht beschadigde voeg die zijn functie nog vervult is te prevaleren boven een moder¬ne voeg. Een voeg is slecht als hij zijn waterwerende functie niet meer vervult. Hardheid is geen criterium voor het vervangen van een voeg. De voeg moet worden verwijderd met gereedschap dat geen schade toebrengt aan het historisch metselwerk. Een lintvoeg dient, alvorens hij met een naaldbeitel wordt uitgehakt, eerst langs een rei met een op lage toeren draaiende diamantzaag tot de gewenste uithak-diepte te worden ingezaagd. Vervolgens kan de stootvoeg handmatig worden verwijderd. Bij metselwerk met een lintvoeg die smaller is dan 7 mm is alleen inzagen van de lintvoeg toegestaan. Een stootvoeg smaller dan 1,5 mm mag niet worden verwijderd. Het gebruik van een slijptol voor het verwijderen van voegwerk is niet toegestaan. De voegmortel moet qua samenstelling aangepast zijn aan de samenstelling en hardheid van het bestaande metselwerk. De voegafwerking moet identiek zijn aan de bestaande situatie. Het metselwerk moet dusdanig bevochtigd zijn dat er geen wateronttrekking aan de voeg¬specie optreedt. Het uitdrogen van vers voegwerk dient te worden voorkomen. Het is niet mogelijk kalk en trasvoegen aan te brengen in een periode waarin vorst kan optreden.

Reparatie en inboeting

Bestaand metselwerk dient geconserveerd te worden. Metselwerk mag pas vervangen worden als de onderlinge samenhang en scheurvorming herstel verhinderen. De in te boeten stenen moeten qua hardheid, formaat, kleur en textuur aansluiten op het bestaande metselwerk. Hierbij zijn de fysische eigenschappen van de inboeting belangrijker dan de kleur. De in te boeten stenen moeten in hetzelfde verband worden verwerkt als in de bestaande situatie. De metselmortel moet aangepast zijn aan de samenstelling en hardheid van de bestaande mortel.

In het geval dat bestaande beschadigde stenen verdere schade tot gevolg kunnen hebben is een reparatiemortel toegestaan mits uitgevoerd volgens de richtlijnen in de brochure RDMZ info restauratie en beheer nr. 5, 1996. IJzeren elementen in het metselwerk dient men te ontroesten en ijzeren restanten zonder functie (of decoratieve waarde) te verwijderen.

Natuursteen

Indien schade aan natuursteen verdere schade aan het graf tot gevolg heeft, dient de steen met een daartoe geëigende reparatiemortel gerepareerd te worden. Hierbij mag de reparatieplek niet grotere omvang hebben dan 10 cm³. In geval van ernstige schade dan wel verwering (meer dan 10 cm³) is inboeting van een nieuw stuk natuursteen van dezelfde soort, kleur en afwerking toegestaan. Natuursteen mag pas vervangen worden als herstel niet mogelijk is. Ernstig aangetaste natuurstenen elementen waarvan het materiaalverlies door verwering meer dan 10% is ten opzichte van het oorspronkelijke element, mogen vervangen worden door een kopie van dezelfde steensoort. Voor ornamenten kan, indien de expressie volledig verloren is gegaan, in overleg met de gemeente Naarden, het element vervangen worden door een kopie in dezelfde steensoort. Indien een natuursteensoort niet meer voorradig is, kan in overleg met de gemeente Naarden een alternatie¬ve steensoort of reparatiemethode worden gezocht.

Consolidatie van natuurstenen onderdelen met een acrylhars is alleen toegestaan als regu¬liere reparatiemethoden geen oplossing bieden en de dampdichtheid van de behandelde onderdelen geen schade bij het monument kunnen veroorzaken. De methode is alleen toe te passen met toestemming van de gemeente Naarden. Nieuw aan te brengen natuursteen dient eenzelfde afwerking te krijgen als in de bestaande situatie.

Constructieve onderdelen

Aanpassingen in een grafmonument mogen in geen geval een wijziging of aantasting van de constructie tot gevolg hebben. Herstel van de bestaande constructie is het uitgangspunt. Indien de bestaande constructie niet toereikend is, dienen noodzakelijke versterkingen of stabiliteitsvoorzieningen in beginsel een reversibele toevoeging te zijn.

Dragend metselwerk

Scheuren moet men niet dichtsmeren maar inboeten zodat het een constructief geheel blijft vormen. De te gebruiken stenen en mortel moeten zijn aangepast aan de fysische en chemi¬sche eigenschappen (hardheid, samenstelling) van het bestaande metselwerk. Indien het inboet¬werk niet is aangepast aan het bestaande metselwerk kunnen reacties optreden die schade veroorzaken. Voorts bestaat het risico dat het inboetwerk onvoldoende aan het bestaande werk hecht.

Indien er sprake is van een kalkmortel alleen schelpkalk toepassen en geen cement toevoe¬gen. De schelpkalk moet voldoen aan NEN 9031. Hulpstoffen zijn niet toegestaan. Meng¬verhoudingen, afhankelijk van de milieuklasse en de samenstelling van het bestaande metselwerk volgens NEN 3835.

IJzer, staal

Constructieve ijzeren of stalen onderdelen dienen te worden gehandhaafd en indien nodig hersteld, tenzij aantoonbaar is dat herstel niet mogelijk is.

Dak

De bestaande historische dakbedekking van het baarhuisje dient te worden gehandhaafd. De oorspronkelijke dakbedekking is vaak in samenhang met de architectonische uitdruk¬kingsvorm gekozen. De bestaande historische dakbedekking dient daarom gehandhaafd te worden en daar waar de dakbedekking in het verleden is vervangen door een product dat historisch gezien niet toegepast had mogen worden dient deze bij een restauratie te worden vervangen door een historisch verantwoord product.

Dakbeschot

Het bestaande dakbeschot handhaven. Indien het bestaande dakbeschot aantoonbaar slecht is en vervangen moet worden, dienen het herstel in hout van dezelfde soort en afmetingen als in de bestaande toestand te worden uitgevoerd.

Pannen

Bij het afnemen van de pannen dienen deze gesorteerd te worden en de bruikbare exempla¬ren, dat wil zeggen pannen waarvan levensverwachting 15 jaar of langer is, te worden hergebruikt.

Mocht er een technische noodzaak zijn om tot gedeeltelijke of gehele vervanging over te gaan, dan wordt eenzelfde type pan toegepast.

Zink, koper en lood

Koper, lood en zink moeten bij restauraties op dezelfde wijze worden toegepast als in de bestaande situatie met gebruikmaking van bestaande bevestigingsmethoden van het graf in kwestie.

Houten vensters en deurpartijen

Bestaande houten vensters en deurpartijen van het baarhuisje dienen zo veel mogelijk te worden gehandhaafd. Het volledig vervangen van vensters of deurpartijen die nog hersteld kunnen worden of nog in goede staat verkeren, is niet toegestaan. Zijn onderdelen van een venster of de deurpartij slecht, dan wordt niet het gehele element maar alleen de slechte onderdelen vervangen. Een onderdeel is slecht als meer dan 40% is aangetast. De detaillering en de afmetingen van de nieuwe onderdelen van vensters of deurpartij moet worden aangepast aan de bestaande detaillering en afmetingen en uitgevoerd in dezelfde houtsoort. Voor de reparatie van de vensters en deurpartij moeten de reeds bestaande verbin¬dingstechniek worden toegepast. Het verlijmen van verbindingen is niet toegestaan. De bestaande venster- en deurpartijen horen tot de monumentale waarden van het pand. Het streven om deze onderdelen zoveel mogelijk aan de huidige normen te laten voldoen, mag nooit leiden tot aantasting van de monumentale waarden of integraal vervangen van de onderdelen.

Beglazing

Historisch glas dient zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven. Getrokken glas heeft de voorkeur ten opzichte van floatglas.

BIJLAGE 2: INVENTARISATIE TOEKOMSTIGE BESTEMMING VAN GRAVEN EN BEHEER VAN GRAFSTENEN

Voorafgaand aan het opstellen van het deelplan graven en opstallen is door vrijwilligers van de Stichting een inventarisatie uitgevoerd op de Begraafplaats. De inventarisatie heeft plaatsgevonden in de periode 2006 tot 2009 en daarbij zijn de graven geïnventariseerd.

Mede op basis van deze inventarisatie is vervolgens per graf vastgesteld wat de toekomstige bestemming kan zijn en wat dit betekent voor het beheer van de grafstenen.

Allereerst is vastgesteld of een graf in aanmerking komt voor het uitgeven aan een nieuwe/andere rechthebbende. Daarbij is uitgegaan van: een nieuwe uitgave is mogelijk, tenzij.

Dit tenzij geldt uiteraard als er al een rechthebbende is.

Daarnaast zijn er een (in aantal beperkt) aantal graven aangemerkt voor het niet opnieuw uitgeven om diverse redenen:

  • het graf/de grafsteen dient in de huidige toestand behouden te blijven, vanwege de architectonische of cultuurhistorische waarden,

  • de grafsteen verkeert in een te vervallen toestand en dit verval kan worden voortgezet,

  • het graf is niet voorzien van een grafsteen en het is niet gewenst deze ‘lege’ ruimte opnieuw op te vullen door een heruitgave (graven zonder grafsteen worden in deze inventarisatie aangeduid als ‘leeg’: dit wil niet zeggen dat niemand in dat graf is begraven – veelal zijn in het verleden op de Oude Begraafplaats grafstenen verwijderd, zonder het graf te ruimen).

Vervolgens is onderzocht wat de hoofdlijn is voor het beheer van de grafstenen per graf. Er is een onderscheid gemaakt in:

  • het graf/de grafsteen moet behouden blijven

  • het graf/de grafsteen is/kan vervallen (geen herstel is mogelijk)

  • het graf/de grafsteen kan/moet worden hersteld

  • het graf is ‘leeg’ en een nieuwe grafsteen is mogelijk

INVENTARISATIE BEHEER GRAVEN/GRAFSTENEN OUDE BEGRAAFPLAATS VAN NAARDEN

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

LEGENDA

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

CODERING M.B.T. HET WEL/NIET HERUITGEVEN VAN EEN GRAF

L

=

LEEG

 
 
 
 
 
 
 
 
 

R

=

GRAF MET EEN RECHTHEBBENDE

 
 
 

U

=

NIEUWE UITGAVE IS MOGELIJK

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

CODERING M.B.T. HET BEHEER VAN HET GRAF/GRAFSTEEN

B

=

HET GRAF/GRAFSTEEN MOET BEHOUDEN BLIJVEN

V

=

HET GRAF/FRAFSTEEN IS/KAN VERVALLEN (GEEN HERSTEL IS MOGELIJK)

H

=

HET GRAF/GRAFSTEEN KAN/MOET HERSTELD WORDEN

N

=

EEN NIEUWE GRAFSTEEN IS MOGELIJK

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

CODERING HERUITGEVEN

CODERING BEHEER

BLOK

RIJ

NUMMER

 

L

R

U

 

B

V

H

N

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

I

A

1

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

2

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

3

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

4

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

5

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

6

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

7

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

8

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

9

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

10

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

11

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

12

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

13

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

14

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

15

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

16

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

17

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

18

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

19

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

20

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

21

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

22

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

23

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

24

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

25

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

26

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

27

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

28

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

29

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

30

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

31

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

32

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

33

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

34

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

35

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

36

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

CODERING HERUITGEVEN

CODERING BEHEER

BLOK

RIJ

NUMMER

 

L

R

U

 

B

V

H

N

 
 

37

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

38

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

39

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

40

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

41

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

42

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

43

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

44

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

45

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

46

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

47

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

48

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

49

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

50

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

51

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

52

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

53

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

54

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

I

B

1

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

2

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

3

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

4

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

5

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

6

 

X

X

 
 
 
 
 
 
 
 

7

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

8

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

9

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

10

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

11

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

12

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

13

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

14

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

15

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

16

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

17

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

18

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

19

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

20

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

21

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

22

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

23

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

24

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

25

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

26

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

27

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

28

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

29

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

30

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

31

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

32

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

33

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

34

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

CODERING HERUITGEVEN

CODERING BEHEER

BLOK

RIJ

NUMMER

 

L

R

U

 

B

V

H

N

 
 

35

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

36

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

37

 

X

X

 
 
 
 
 
 
 
 

38

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

39

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

40

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

41

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

42

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

43

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

44

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

45

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

46

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

47

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

48

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

49

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

50

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

51

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

52

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

53

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

54

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

55

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

56

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

I

C

1

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

2

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

3

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

4

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

5

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

6

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

7

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

8

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

9

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

10

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

11

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

12

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

13

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

14

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

15

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

16

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

17

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

18

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

19

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

20

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

21

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

22

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

23

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

24

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

25

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

26

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

27

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

28

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

29

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

30

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

CODERING HERUITGEVEN

CODERING BEHEER

BLOK

RIJ

NUMMER

 

L

R

U

 

B

V

H

N

 
 

31

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

32

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

33

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

34

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

35

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

36

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

37

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

38

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

39

 
 
 
 
 

X

 
 
 
 
 

40

 
 
 
 
 

X

 
 
 
 
 

41

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

42

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

43

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

44

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

45

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

46

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

47

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

48

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

49

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

50

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

51

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

52

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

53

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

54

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

55

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

56

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

I

D

1

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

2

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

3

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

4

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

5

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

6

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

7

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

8

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

9

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

10

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

11

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

12

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

13

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

14

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

15

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

16

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

17

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

18

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

19

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

20

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

21

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

22

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

23

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

24

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

25

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

26

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 
 
 

CODERING HERUITGEVEN

CODERING BEHEER

BLOK

RIJ

NUMMER

 

L

R

U

 

B

V

H

N

 
 

27

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

28

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

29

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

30

 

X

X

 
 
 
 
 
 
 
 

31

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

32

 

X

X

 
 
 
 
 
 
 
 

33

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

34

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

35

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

36

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

37

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

38

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

39

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

40

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

41

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

42

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

43

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

44

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

45

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

46

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

47

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

48

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

49

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

50

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

51

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

52

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

53

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

54

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

55

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

56

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

I

E

1

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

2

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

3

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

4

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

5

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

6

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

7

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

8

 
 
 

X

 
 
 
 
 
 
 

9

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

10

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

11

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

12

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

13

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

14

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

15

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

16

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

17

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

18

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

19

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

20

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

21

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

22

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

CODERING HERUITGEVEN

CODERING BEHEER

BLOK

RIJ

NUMMER

 

L

R

U

 

B

V

H

N

 
 

23

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

24

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

25

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

26

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

27

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

28

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

29

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

30

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

31

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

32

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

33

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

34

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

35

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

36

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

37

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

38

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

39

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

40

 
 
 

X

 
 
 
 
 
 
 

41

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

42

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

43

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

44

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

45

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

46

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

47

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

48

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

49

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

50

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

51

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

52

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

53

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

54

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

55

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

56

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

I

F

1

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

2

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

3

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

4

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

5

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

6

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

7

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

8

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

9

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

10

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

11

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

12

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

13

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

14

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

15

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

16

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

17

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

18

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

CODERING HERUITGEVEN

CODERING BEHEER

BLOK

RIJ

NUMMER

 

L

R

U

 

B

V

H

N

 
 

19

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

20

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

21

 
 
 
 
 

X

X

 
 
 
 

22

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

23

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

24

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

25

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

26

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

27

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

28

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

29

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

30

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

31

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

32

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

33

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

34

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

35

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

36

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

37

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

38

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

39

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

40

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

41

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

42

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

43

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

44

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

45

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

I

G

1

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

2

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

3

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

4

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

5

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

6

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

7

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

8

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

9

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

10

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

11

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

12

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

13

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

14

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

15

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

16

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

17

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

18

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

19

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

20

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

21

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

22

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

23

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

24

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

25

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 
 
 

CODERING HERUITGEVEN

CODERING BEHEER

BLOK

RIJ

NUMMER

 

L

R

U

 

B

V

H

N

 
 

26

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

27

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

28

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

29

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

30

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

31

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

32

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

33

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

34

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

35

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

36

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

37

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

38

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

39

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

40

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

41

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

41A

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

I

H

1

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

2

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

3

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

4

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

5

 
 
 
 
 
 

X

 
 
 
 

6

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

7

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

8

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

9

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

10

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

11

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

12

 
 
 

X

 
 

X

 

X

 
 

13

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

14

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

15

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

16

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

17

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

18

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

19

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

20

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

21

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

22

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

23

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

24

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

25

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

26

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

27

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

28

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

29

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

30

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

31

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

32

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

33

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

34

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

35

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

CODERING HERUITGEVEN

CODERING BEHEER

BLOK

RIJ

NUMMER

 

L

R

U

 

B

V

H

N

 
 

36

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

37

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

38

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

39

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 

40

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

41

 

X

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

I

I

1

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

2

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

3

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

4

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

5

 
 

X

 
 
 
 
 
 
 
 

6

 
 
 

X

 

X

 
 
 
 
 

7

 
 
 

X

 

X

 
 <