Regeling vervallen per 10-06-2024

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent openbaar gemeente water Verordening openbaar gemeente water Delft

Geldend van 13-10-2018 t/m 09-06-2024

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent openbaar gemeente water Verordening openbaar gemeente water Delft

De raad van de gemeente Delft;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 januari 1996;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet en artikel 31 van de Wet op de Woonwagens en Woonschepen;

overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor het gebruik van en het verkeer op openbaar gemeentewater in verband met het gestelde in artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet alsmede:

  • -

    de (verkeers)veiligheid op het water en zijn oevers;

  • -

    de reinheid van het water en zijn oevers;

  • -

    het gebruik van het water;

  • -

    de bescherming van het water en zijn oevers als essentieel onderdeel van het historisch stadsgezicht van Delft;

  • -

    de handhaving van de openbare orde op het water;

  • -

    de bewaking van rechten en vrijheden van anderen;

  • -

    redelijke eisen van welstand in verband met de bescherming van het stadsgezicht van de gemeente;

  • -

    gezondheids- en milieuaspecten;

  • -

    de bescherming van de constructie van oevers en kunstwerken.

b e s l u i t:

  • I

    in te trekken de verordening op de woonwagens en woonschepen van 2 februari 1927;

  • II

    in te trekken de verordening voor de gemeentelijke wateren van Delft van 28 januari 1993;

  • III

    vast te stellen de hierna volgende VERORDENING OPENBAAR GEMEEN TE WATER DELFT 1996.

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: definities

In aanvulling op de in de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement gegeven definities verstaat deze verordening onder:

  • a.

    openbaar gemeentewater: alle wateren binnen de gemeentegrenzen van Delft die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn en in vaarwegbeheer zijn bij de gemeente Delft;

  • b.

    ligplaatsenkaart: de bij deze verordening behorende tekeningen met nummer R-00-32-01 waarop de diverse categorieën en/of (aantallen) afmeerplaatsen en/of zones zijn aangegeven;

  • c.

    grachtvak: een gedeelte van een gracht, dat aan de kopeinden wordt begrensd door een brug c.q. een weg;

  • d.

    recreatief schip: klein schip met een maximale lengte tot 12 meter dat bestemd is voor recreatief gebruik;

  • e.

    woonschip: drijvende inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd;

  • f.

    rondvaartschip: schip dat bestemd is om belangstellenden tegen betaling te varen langs een zekere toeristische route waarbij het rondvaartschip weer naar het uitgangspunt terugkeert;

  • g.

    dekschuit: drijvende inrichting zonder opbouw met alleen een dek;

  • h.

    terrasboot: dekschuit (of ander vaartuig) gebruikt als onoverdekt terras, te weten een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf, waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar – al dan niet tegen vergoeding – dranken worden geschonken in combinatie met maaltijden, voor directe consumptie worden bereid en/of worden verstrekt;

  • i.

    vaartuig: verzamelbegrip voor elk schip, elke drijvende inrichting, elk drijvend werktuig, elk drijvend voorwerp, etc;

  • j.

    dienende pand: pand ten behoeve waarvan een ontheffing voor een dekschuit wordt aangevraagd/afgegeven.

  • k.

    seizoenontheffing::ontheffing voor het afmeren van een terrasboot met een geldigheidsduur van enige maanden;

  • l.

    rechthebbende ieder die over een vaartuig enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, zoals de schipper, of de gezagvoerder van een vaartuig, of degene die hem vervangt, of de eigenaar, of de bezitter, of de gebruiker van het vaartuig;

  • m.

    havenmeester: de ambtenaar van de gemeente Delft aan wie door het college van burgemeester en wethouders het toezicht en de organisatie op het openbaar gemeentewater, de kaden en de havens is opgedragen, of zijn plaatsvervanger;

  • n.

    bestemmingsplan: het ter plaatse vigerende bestemmingsplan.

  • o.

    chartervaart: professionele passagiersvaart.

Artikel 2: werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op het openbaar gemeentewater van de gemeente Delft.

Artikel 3: wijze van meten

De, in de verordening genoemde maten worden uitwendig gemeten, daar waar zij het grootst zijn, ondergeschikte bouwdelen zoals vlaggemasten en antennes niet meegerekend.

HET BEVAREN VAN OPENBAAR GEMEENTEWATER

Artikel 4: bevaren van openbaar gemeentewater

  • 1. Het is verboden openbaar gemeentewater te bevaren met vaartuigen anders dan een met spierkracht voortbewogen kano, waterfiets of open roeiboot, met uitzondering van het vaarwater langs de Hoornseweg, Buitenwatersloot, Houttuinen, Bolwerk, Westvest, Watertorengracht (ten noorden van de Lepelbrug), Oostpoortweg - Weidepad (tussen Oostsingel en Waterblok) en van de Nieuwe Haven.

  • 2. Van het bepaalde in lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.

Artikel 5: maximumsnelheid

  • 1. Bij het bevaren van openbaar gemeentewater met (mechanisch voortbewogen) vaartuigen geldt een maximum snelheid van 6 km/uur.

  • 2. Van het bepaalde in lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.

HET AFMEREN VAN VAARTUIGEN IN OPENBAAR GEMEENTEWATER

Artikel 6: afmeren van vaartuigen

  • 1. Het is verboden een vaartuig in openbaar gemeentewater af te meren dan wel te laten liggen.

  • 2. Van het bepaalde in lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.

Artikel 7: passanten

  • 1. a. In afwijking van artikel 6, lid 1 kunnen passanten, die de gemeente Delft aandoen, gedurende maximaal 3 etmalen met ontheffing afmeren op de daartoe bestemde, vrije passantenligplaatsen zoals aangegeven op de ligplaatsenkaart.

    b. In afwijking van en na het versgtrijken van de in het eerste lid gestelde termijn kunnen passanten met uitdrukkelijke toestemming van de havenmeester langer afmeren.

  • 2. In afwijking van artikel 6, lid 1 kan chartervaart, die de gemeente Delft aandoet, met ontheffing afmeren op de daartoe bestemde vrije ligplaatsen zoals aangegeven op de ligplaatsenkaart.

  • 3. Het is voor passanten verboden op maandag, dinsdag en woensdag zonder uitdrukkelijke toestemming van de havenmeester af te meren in de Zuidkolk, zijnde Hooikade.

  • 4. Passanten en chartervaart dienen zich te melden bij de havenmeester.

Artikel 8: algemene afmeerregels

  • 1. De rechthebbende van een vaartuig is verplicht ervoor te zorgen dat zijn vaartuig, zolang het een afmeerplaats inneemt, deugdelijk en behoorlijk is afgemeerd.

  • 2. De afstand tussen afgemeerde vaartuigen, met uitzondering van woonschepen, dient minimaal 1 meter te bedragen. De tussenruimte tussen afgemeerde woonschepen dient, indien daaromtrent niets is geregeld in het bestemmingsplan, minimaal 2 meter te zijn.

  • 3. Het is verboden in of bij openbaar gemeentewater:

    • a.

      een vaartuig af te meren aan, of door middel van, andere dan de daarvoor bestemde voorwerpen;

    • b.

      een vaartuig onder, dan wel in de onmiddellijke nabijheid van een brug af te meren dan wel neer te leggen;

    • c.

      een vaartuig af te meren op een afmeerplaats waarvoor aan een ander ontheffing is verleend;

    • d.

      een vaartuig af te meren dat niet voorzien is van een deugdelijk kenmerk dan wel van een deugdelijke naamaanduiding en indien uitgereikt van de jaarsticker;

    • e.

      in het belang van het aanzien van de gemeente, een vaartuig af te meren dat in kennelijk verwaarloosde toestand verkeert;

    • f.

      met uitzondering van de Nieuwe Haven twee of meer vaartuigen naast elkaar af te meren;

    • g.

      een vaartuig af te meren met behulp van ankers of spudpalen;

    • h.

      anders dan op of aan het terrein van een scheepswerf een vaartuig geheel of gedeeltelijk te bouwen, te verbouwen, te slopen, of meer dan routinematig onderhoud te verrichten.

  • 4. Van het bepaalde in lid 2, lid 3a, lid 3b, lid 3c, lid 3d, lid 3e, lid 3f, of lid 3h kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.

Artikel 9: recreatieve schepen

Betreft de ontheffing als genoemd in artikel 6, lid 2 een ontheffing voor het afmeren van een recreatief schip, dan geldt dat er alleen ontheffing wordt verleend voor dìe delen van het openbaar gemeentewater als aangegeven op de ligplaatsenkaart bestemd voor "recreatieve schepen".

Artikel 10: schepen langer dan 12 meter

Betreft de ontheffing als genoemd in artikel 6, lid 2 een ontheffing voor het afmeren van een schip langer dan 12 meter, niet zijnde een rondvaartschip, dekschuit of woonschip, dan geldt dat er alleen ontheffing wordt verleend voor dìe delen van het openbaar gemeentewater als aangegeven op de ligplaatsenkaart bestemd voor "schepen langer dan 12 meter".

Artikel 11: rondvaartschepen

Betreft de ontheffing als genoemd in artikel 6, lid 2 een ontheffing voor het afmeren van een rondvaartschip waarvoor ontheffing overeenkomstig artikel 16 is verleend, dan geldt dat er alleen ontheffing wordt verleend voor dìe delen van het openbaar gemeentewater als aangegeven op de ligplaatsenkaart bestemd voor "rondvaartschepen".

Artikel 12: dekschuiten

Betreft de ontheffing als genoemd in artikel 6, lid 2 een ontheffing voor het afmeren van een dekschuit, dan geldt dat er alleen ontheffing wordt verleend voor een dekschuit:

  • a.

    welke wordt gebruikt als terrasboot of welke als podiumschuit of als ondergrond ten behoeve van ter plaatse noodzakelijke bouw en/of onderhoudswerkzaamheden;

  • b.

    waarvan, met uitzondering van een podiumdekschuit, de afmeerplaats is gelegen direct vóór het dienende pand.

Artikel 13: seizoenontheffing voor terrasboten

Behoudens het bepaalde in artikel 12 geldt bovendien ten aanzien van een seizoenontheffing voor een terrasboot dat:

  • a.

    er alleen seizoenontheffing wordt verleend voor de periode die ligt tussen 15 maart en 15 oktober;

  • b.

    er alleenseizoenontheffing wordt verleend voor zones als aangegeven op de ligplaatsenkaart bestemd voor seizoenontheffingen terrasboten;

  • c.

    het college van burgemeester en wethouders alvorens op de aanvraag voor een seizoenontheffing te beslissen, ten aanzien van uiterlijk en inrichting van de terrasboot, een advies inwint bij de Commissie voor Welstand en Monumenten;

  • d.

    het college van burgemeester en wethouders het verlenen van een seizoenontheffing op de gebruikelijke wijze bekendmaakt in een of meer dag- of nieuwsbladen en gedurende 2 weken na publicatie samen met de verstrekte ontheffing ter inzage ligt bij het gemeentelijk Informatiecentrum.

Artikel 14: korte ontheffing voor dekschuiten

Behoudens het bepaalde in artikel 12 geldt bovendien ten aanzien van:

  • 1.

    een z.g. korte ontheffing voor een terrasboot dat:

  • a.

    er alleen een korte ontheffing voor een terrasboot wordt verleend voor een aaneengesloten periode van maximaal 14 dagen;

  • b.

    de, onder a genoemde, ontheffing maximaal 2 maal per jaar per aanvrager/instelling/bedrijf wordt verleend;

  • c.

    de, onder a genoemde, ontheffing alleen wordt verleend voor de grachtvakken als aangegeven op de ligplaatsenkaart bestemd voor "korte ontheffingen terrasboten";

  • d.

    de, onder a genoemde, ontheffing niet wordt verleend aan houders van een ontheffing op grond van artikel 6, juncto artikel 12, juncto artikel 13.

    2. een ontheffing voor een podiumdekschuit dat de ontheffing wordt verleend voor de duur van een evenement als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening.

Artikel 15: woonschepen

  • 1. Betreft de ontheffing als genoemd in artikel 6, lid 2 een ontheffing voor een woonschip, dan geldt dat er met inachtneming van artikel 8 lid 2 alleen ontheffing wordt verleend:

    • a.

      indien de afmetingen van woonschepen de onderstaande afmetingen niet overschrijden;

      • I.

        in de Kantoorgracht: maximale lengte van 15.00 meter, maximale breedte van 4.00 meter;

      • II.

        in Watertorengracht (adres Kalverbos en Nieuwe Plantage): maximale lengte van 15.00 meter, maximale breedte van 4.00 meter;

      • III.

        in de Zuidergracht: maximale lengte van 15.00 meter, maximale breedte (inclusief de omloopplank) van 4.50 meter;

      • IV.

        de in het bestemmingsplan vastgelegde bouwhoogtes.

    • b.

      voor die delen van het openbaar gemeentewater die op de ligplaatsenkaart aangeduid zijn met “ligplaatsen woonschepen”;

    • c.

      als het college van burgemeester en wethouders beslist op een aanvraag om ontheffing voor het afmeren van een woonschip, een aanvraag tot wijziging van de ontheffing op grond van artikel 26 lid 1 onder g welke (mede) betrekking heeft op de uiterlijke vormgeving van het woonschip, of een aanvraag betreffende artikel 8, lid 4 welke betrekking heeft op artikel 8, lid 3 onder h, wint het college alvorens te beslissen advies in bij de Commissie voor Welstand en Monumenten over de vraag of het uiterlijk van het woonschip al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand in verband met de bescherming van het stadsgezicht van de gemeente;

  • 2. Het bepaalde in lid 1 onder a blijft buiten toepassing, wanneer een afmeerplaats door wijziging van het bestemmingsplan of de ligplaatsenkaart komt te vervallen en het reeds op de vervallen afmeerplaats legaal afgemeerde woonschip elders in openbaar gemeentewater een andere afmeerplaats krijgt toegewezen. Het bepaalde in lid 1 onder c blijft in dat geval eveneens buiten toepassing indien het woonschip in ongewijzigde vorm wordt verplaatst.

HET EXPLOITEREN VAN RONDVAARTSCHEPEN, KANO'S, ROEIBOTEN, WATERFIETSEN, ED.

Artikel 16: het exploiteren van vaartuigen als rondvaartschepen, kano's, roeiboten, waterfietsen, ed.

  • 1. Het is verboden binnen de gemeentegrenzen van Delft vaartuigen zoals rondvaartschepen, kano's, roeiboten, waterfietsen ed. die gebruik maken van openbaar gemeentewater, te exploiteren.

  • 2. Van het bepaalde in lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.

  • 3. De in lid 2 genoemde ontheffing wordt alleen verleend:

    • a.

      voor dìe delen van het openbaar gemeentewater als aangegeven op de ligplaatsenkaart met bestemming "exploitatie rondvaartschepen", dan wel "exploitatie kano's, roeiboten, waterfietsen, ed.";

    • b.

      indien en nadat de aanvrager op afdoende wijze heeft aangegeven op welke wijze de veiligheid op het water, dan wel op de oevers gewaarborgd is; en

    • c.

      indien en nadat de aanvrager heeft aangetoond dat er op kosten van de aanvrager een opstap- en aanlegplaats gerealiseerd kan worden, waarvoor de benodigde vergunningen verkregen zullen worden en welke voldoende veilig is.

  • 4. In de in lid 2 genoemde ontheffing kan het college van burgemeester en wethouders bepalen welke gedeelten van openbaar gemeentewater bevaren mogen worden.

OVERIGE VERBODEN HANDELINGEN OP OF BIJ HET WATER

Artikel 17: niet toegestane handelingen

  • 1. Het is verboden in of bij openbaar gemeentewater:

    • a.

      te baggeren, te dreggen, of te steken in de waterbodem;

    • b.

      veranderingen te brengen in of aan kaden, bermen, groenstroken, beschoeiingen, glooiingen, jaagpaden, ed., in eigendom van of beheer bij de gemeente, grenzend aan openbaar gemeentewater;

    • c.

      in, of langs of boven openbaar gemeentewater een aanleg-, los- of laadplaats, paal, damwand, trap, stoep, steiger, voetpad, oprit, leuning, ed. te maken, te hebben, te veranderen of op te ruimen;

    • d.

      een vaartuig voort te bewegen door middel van andere dan de daarvoor bestemde voorwerpen;

    • e.

      met vaarbomen te steken in bruggen, kaden, bomen, plantsoenen, waarschuwingsborden voor waterkruisingen, kabels- en buisleidingen, ed.;

    • f.

      te varen, of te liggen met een vaartuig, dat zodanig is geladen, uitgerust, ingericht, of bemand, dat de veiligheid van de zich daarop bevindende personen, het verkeer te water, dan wel de directe omgeving daarvan in gevaar kan worden gebracht;

    • g.

      ankers, kettingen, trossen, ed. te laten slepen bij het doorvaren van bruggen, het kruisen van kabels en buisleidingen en het passeren van in werking zijnde baggerinrichtingen;

    • h.

      zich zodanig te gedragen, dat de vrijheid van het verkeer te water zonder noodzaak wordt belemmerd of de veiligheid op dat water in gevaar wordt gebracht of redelijkerwijs is aan te nemen, dat de veiligheid op dat water in gevaar kan worden gebracht;

    • i.

      zonder daartoe bevoegd te zijn enig vaartuig los te maken, te verleggen of te verhalen, daarvan de trossen te kappen of los te gooien, of zich onbevoegd op of in een vaartuig te bevinden;

    • j.

      schade toe te brengen aan de vegetatie op, of in het water of aan de kademuren.

  • 2. Van het bepaalde in lid 1a, lid 1b, lid 1c of lid 1j kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.

VOORWERPEN OVER OF BOVEN OPENBAAR GEMEENTEWATER

Artikel 18: voorwerp over of boven openbaar gemeentewater

  • 1. Het is verboden een voorwerp over of boven openbaar gemeentewater te hebben.

  • 2. Van het bepaalde in lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.

  • 3. In de ontheffing wordt tenminste een minimum doorvaarthoogte aangegeven.

  • 4. Het verbod als genoemd in lid 1 is niet van toepassing op aan gebouwen bevestigde, niet voor commerciële doeleinden gebruikte vlaggen, wimpels en vlaggestokken, voor zover deze voorwerpen zo zijn aangebracht, dat zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen.

DIVERSEN

Artikel 19: schademelding

  • 1. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht, wanneer zijn vaartuig in openbaar gemeentewater schade heeft toegebracht aan een ander vaartuig, een werk of een inrichting, dan wel gezonken is, dit zo spoedig mogelijk te melden aan de havenmeester of de politie.

  • 2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht, wanneer het vaartuig dan wel een object met een afmeting van meer dan 30 bij 30 cm. gezonken is, ervoor te zorgen dat het gezonken vaartuig/object overeenkomstig door het college van burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen wordt gemarkeerd.

Artikel 20: onbeheerde vaartuigen/objecten

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd onbeheerde vaartuigen of objecten, welke in openbaar gemeentewater worden aangetroffen, alsmede niet gemeerd zijnde los drijvende vaartuigen of objecten, te meren, te verhalen of in bewaring te nemen voor rekening en risico van de rechthebbende.

ONTHEFFINGEN

Artikel 21: aanvragen voor een ontheffing

  • 1. a. Een aanvraag om ontheffing dient, tijdig, op een daartoe door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld formulier, voorafgaand aan de activiteit waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd, schriftelijk te worden ingediend.

    b. In afwijking van het eerste lid, onder a, geldt dat, indien geen seizoenontheffing voor een terrasboot verleend kan worden met inachtneming van artikel 36, derde lid, een aanvraag voor een seizoensontheffing voor het afmeren van een terrasboot enkel en uiterlijk een maand, na bekendmaking daartoe, kan worden ingediend.

  • 2. In aanvulling op artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht moet een aanvraag om ontheffing tevens zijn voorzien van de navolgende gegevens/stukken:

    • a.

      telefoonnummer van de aanvrager;

    • b.

      zo mogelijk: naam, merk, typenummer van het vaartuig;

    • c.

      lengte, breedte, hoogte en diepgang van het vaartuig;

    • d.

      omschrijving van het doel waarvoor het vaartuig wordt gebruikt;

    • e.

      omschrijving van de verbinding met de wal;

    • f.

      zonodig: omschrijving van de te nemen veiligheidsmaatregelen;

    • g.

      in het geval van een terrasboot: omschrijving van de uiterlijke vormgeving en inrichting van de terrasboot, inclusief tekening(en) of foto('s);

    • h.

      in het geval van een woonschip: omschrijving van de uiterlijke vormgeving van het woonschip, inclusief (scheeps)bouwkundige tekening(en), recente kleurenfoto's waarop het gehele woonschip duidelijk zichtbaar is en in het geval van een te boek gesteld woonschip een uittreksel van de inschrijving in het openbare register bij het kadaster;

    • i.

      in het geval van een wijziging van het uiterlijk van een woonschip: (scheeps)bouwkundige wijzigingstekening(en);

    • j.

      in het geval van een voorwerp over of boven openbaar gemeentewater: het soort voorwerp en de hoogte van het voorwerp ten opzichte van het waterpeil;

    • k.

      in het geval dat een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig: een sloop- of afvoerverklaring met betrekking tot het te vervangen vaartuig.

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen omtrent de wijze van indiening van een aanvraag als bedoeld in lid 1, alsmede omtrent de daarbij over te leggen bescheiden.

  • 4. Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag volledig is ontvangen.

  • 5. Het college van burgemeester en wethouders kan de beslissing als genoemd in lid 5 voor ten hoogste 8 weken verdagen.

Artikel 22: verklaring van geen bezwaar

Betreft de aanvraag om een ontheffing op grond van artikel 6, lid 2 een afmeerplaats achter of langs een perceel van een ander dan de aanvrager, dan moet de aanvraag om ontheffing vergezeld gaan van een verklaring van geen bezwaar van de derde-belanghebbende gebruiker van dit perceel.

Artikel 23: verleende ontheffing

Ten aanzien van een krachtens deze verordening verleende ontheffing geldt, dat:

  • a.

    de ontheffing in schriftelijke vorm wordt afgegeven;

  • b.

    1. de ontheffing strikt persoonlijk, niet overdraagbaar is en alleen geldig is voor het vaartuig in ongewijzigde vorm, de activiteit of op de plaats waarvoor zij is verleend;

    2. In afwijking van het bepaalde onder b, sub 1 vermelde ontheffing eenmalig overdraagbaar is indien:

    a. het een seizoenontheffing voor terrasboten betreft en

    b. de ontheffing verleend is met inachtneming van artikel 36, derde lid.

  • c.

    aan de ontheffing voorschriften kunnen worden verbonden, die verband houden met de, in de overweging van deze verordening genoemde, en de, in de verordening genoemde, belangen;

  • d.

    de houder van een ontheffing, die handelt in strijd met de daaraan verbonden voorschriften, wordt geacht zonder vereiste ontheffing te hebben gehandeld. Onder handelen wordt mede verstaan nalaten.

Artikel 24: looptijd van de ontheffing

  • 1. Een ontheffing, met uitzondering van een ontheffing voor een woonschip of een terrasboot, wordt voor maximaal één kalenderjaar verleend. Een in de loop van een kalenderjaar verkregen ontheffing, met uitzondering van de ontheffing voor een woonschip, geldt uiterlijk tot en met 31 december van datzelfde jaar, of tot zolang als in de ontheffing is bepaald.

  • 2. Een ontheffing voor een woonschip wordt verleend voor onbepaalde tijd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23, onder b.

  • 3. Een ontheffing voor een terrasboot wordt verleend voor maximaal 5 jaar.

  • 4. In afwijking van het bepaalde onder het derde lid, wordt een ontheffing welke met inachtneming van artikel 36, derde lid is verleend, voor maximaal 10 jaar verleend.

Artikel 25: weigeren van de ontheffing

  • 1. Een ontheffing op grond van deze verordening wordt geweigerd indien

    • a.

      tegen de verlening daarvan in belangrijke mate bezwaar bestaat uit een oogpunt van de in de overweging van deze verordening en in de verordening genoemde belangen;

    • b.

      het een aanvraag betreft welke valt buiten de op de ligplaatsenkaarten aangegeven categorieën en gebieden of zones;

    • c.

      er ter plaatse van de, op de ligplaatsenkaarten aangegeven afmeerplaatsen of zones, voor het vaartuig dat de aanvraag betreft geen plaats is;

    • d.

      ter plaatse het maximum toegelaten aantal vaartuigen of exploitatiepunten als aangegeven op de ligplaatsenkaarten dan wel als aangegeven in het bestemmingsplan wordt overschreden;

    • e.

      er door het verlenen van de ontheffing te weinig ruimte overblijft voor het overige vaarverkeer;

    • f.

      het een aanvraag betreft voor een woonschip waarvan de maximale lengte, breedte en hoogte gemeten vanaf het wateroppervlak, bij aanvraag of na verbouwing, méér bedraagt of méér zal bedragen, dan de in artikel 15 onder lid a vermelde afmetingen.

    • g.

      het een aanvraag betreft voor een vaartuig dat in de plaats komt van een ander vaartuig en er met betrekking tot het te vervangen vaartuig geen sloop- dan wel afvoerverklaring wordt overlegd.

  • 2. Het bepaalde in lid 1, onder a en b is niet van toepassing indien het vaartuig ter plaatse noodzakelijk is ten behoeve van bouw- of onderhoudswerkzaamheden in de onmiddellijke nabijheid.

Artikel 26: intrekken of wijzigen van de ontheffing

  • 1. De ontheffing kan door het college van burgemeester en wethouders worden ingetrokken of gewijzigd indien:

    • a.

      ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      de gegevens op de ontheffing -door actie van de ontheffinghouder- niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;

    • c.

      in strijd wordt gehandeld met de in de overwegingen van deze verordening of in de verordening genoemde belangen;

    • d.

      op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;

    • e.

      de aan de ontheffing verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen;

    • f.

      van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt;

    • g.

      de houder dit verzoekt;

    • h.

      bij een ontheffing voor een woonschip, dit woonschip voor andere doeleinden, dan uitsluitend of hoofdzakelijk voor woondoeleinden, wordt gebruikt;

    • i.

      bij een ontheffing voor een woonschip er sprake is van een verlaten woonschip dan wel van een onbewoond woonschip gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 6 maanden en de houder van de ontheffing niet naar genoegen van het college van burgemeester en wethouders kan aantonen dat het woonschip is bewoond;

    • j.

      er sprake is van een wijziging van een bestemmingsplan of de ligplaatsenkaarten waardoor de afmeerplaats die het betreft is komen te vervallen;

    • k.

      in het kader van het algemeen gemeentelijk belang herschikking nodig is van de beschikbare plaatsen;

  • 2. Op het moment dat ten behoeve van een vaartuig een nieuwe of gewijzigde ontheffing wordt verleend komt de eerder verleende of nog niet gewijzigde ontheffing van rechtswege te vervallen.

Artikel 27: inzage in de ontheffing

De houder van een schriftelijke ontheffing is verplicht deze op eerste vordering ter inzage te geven aan een ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van deze verordening, dan wel belast met de opsporing van strafbare feiten op grond van deze verordening.

NADERE REGELS

Artikel 28: nadere regels

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd nadere regels te stellen betreffende hetgeen in deze verordening is bepaald.

HARDHEIDSCLAUSULE

Artikel 29: hardheidsclausule

Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere omstandigheden, afwijken van het bepaalde in deze verordening.

WIJZIGING LIGPLAATSENKAART

Artikel 30: wijziging ligplaatsenkaart

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de ligplaatsenkaarten, onder meer om deze in overeenstemming te brengen met een bestemmingsplan dat na het van kracht worden van deze verordening is vastgesteld.

STRAF- EN HANDHAVINGSBEPALINGEN

Artikel 31: strafbepaling

Overtreding van enige bepaling van deze verordening, dan wel van een van de bij de ontheffing behorende voorschriften, wordt bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 32: Toezicht op de naleving

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de personen werkzaam in de functie van (adjunct) havenmeester en Controleur Openbare Ruimte van de afdeling Toezicht en Handhaving.

  • 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de door het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester aangewezen personen.

Artikel 33: opsporingsambtenaren

De opsporing van de in artikel 31 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

Artikel 34: betreden dan wel binnentreden van vaartuigen

  • 1. Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften zijn bevoegd tot het binnentreden van al dan niet besloten ruimten en plaatsen zonder toestemming van de rechthebbende of gebruiker.

  • 2. Tevens zijn zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner, rechthebbende of gebruiker, voor zover deze voorschriften strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of tot bescherming van het leven of de gezondheid van personen.

Artikel 35: opvolgen van aanwijzingen

De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door de politie of de havenmeester gegeven mondelinge aanwijzingen, met betrekking tot het innemen van een afmeerplaats, dan wel het bevaren van het openbaar gemeentewater, terstond op te volgen.

INWERKINGTREDING, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 36: inwerkingtreding, overgangs- en slotbepaling

  • 1. Deze verordening treedt op 1 januari 2014 in werking.

  • 2. a.In afwijking van het gestelde in artikel 15 lid 1 wordt wel ontheffing verleend ten behoeve van woonschepen die uitwendige maten hebben die afwijken van artikel 15 lid 1 en die op 1 mei 2003 in openbaar gemeentewater met toestemming lagen afgemeerd.

    b. De in sub a bedoelde woonschepen mogen vergvangen worden door woonschepen van maximaal gelijk (afwijkende) afmetingen.

  • 3. Bij de behandeling van aanvragen om een seizoenontheffing voor een terrasboot, wordt, voor aanvragen die betrekking hebben op een periode die begint in 2014, rekening gehouden met de verlening van seizoenontheffingen voor een terrasboot zoals deze in 2013 bestond.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening openbaar gemeente water Delft".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 januari 1996.

Bekendgemaakt: 6 februari 1996.

Gewijzigd bij raadsbesluit van 26 juni 1997. Bekendgemaakt: 10 juli 1997.

Gewijzigd bij raadsbesluit van 22 mei 2003. Bekendgemaakt 25 mei 2003.

Inwerkingtreding i.v.m. de Tijdelijke Referendumwet zes weken na de datum van bekendmaking.

Gewijzigd bij raadsbesluit van 25 november 2004. Bekendgemaakt 28 november 2004. Onder toepassing van artikel 25, lid 2 van de Tijdelijke Referendumwet treedt deze verordening één dag na bekendmaking in werking.

Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 26 maart 2009. Bekendgemaakt 29 maart 2009.

Inwerkingtreding 1 april 2009.

burgemeester

H.V. van Walsum

secretaris

U. Sijtema

Gewijzigd bij raadsbesluit van 19 december 2013.
Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 2 juli 2015.

bijlage GVOP