Regels subsidieverstrekking SmpG Cultuur en Erfgoed 2013

Geldend van 06-06-2013 t/m 16-09-2013 met terugwerkende kracht vanaf 03-06-2013

GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

Gelet op artikel 3.6 van de Subsidieregeling Meerjarenprogramma’s Gelderland 2012 en op de artikelen 1.5 en 2.1 en paragraaf 4.1 van de Algemene subsidieverordening Gelderland 1998;

BESLUITEN

vast te stellen de volgende regeling: Regels subsidieverstrekking SmpG Cultuur en Erfgoed 2013

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    AsG: de Algemene subsidieverordening Gelderland 1998;

  • b.

    SmpG: Subsidieregeling Meerjarenprogramma’s Gelderland 2012;

  • c.

    Gelderland Cultuurprovincie!: Besluit van Provinciale Staten van 7 november 2012 (PS 2012-744);

  • d.

    partner: een rechtspersoon die is aangewezen door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 1, onder h, SmpG 2012;

  • e.

    samenwerkingsverband: twee of meer partners die hun individuele aanvragen gezamenlijk indienen en die ook bij de uitvoering van hun programma’s samenwerken;

  • f.

    scoringscriteria: nadere uitwerking van de criteria waarmee de rangschikking van de aanvragen wordt uitgevoerd;

  • g.

    cultureel ondernemerschap: de wijze waarop een partner in zijn aanvraag onderbouwt hoe hij in de periode 2014-2016 de afhankelijkheid van subsidies in zijn bedrijfsvoering en activiteiten zal verminderen;

  • h.

    cofinanciering: een financiele bijdrage van een derde, anders dan een bestuursorgaan.

Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen

 

Artikel 2.1 Algemene bepalingen subsidieverstrekking

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 5 van de SmpG wordt verstrekt voor activiteiten die uitvoering geven aan de doelstellingen van het programma Gelderland Cultuurprovincie!

  • 2 Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt:

    • a.

      voor kosten van eenmalige activiteiten voor zover die kosten rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de tostandkoming van activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, en

    • b.

      als de begroting van de activiteit met inbegrip van de gevraagde provinciale subsidie sluitend is.

Artikel 2.2 Aanvraag

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, opgenomen in bijlage 1.

  • 2 Indien partners samenwerken in een samenwerkingsverband, dienen zij hun aanvraag in via een penvoerder.

  • 3 Uit de aanvraag van partners die tevens een begrotingssubsidie van de provincie ontvangen voor de jaren 2014 tot en met 2016 dient duidelijk te blijken voor welke aanvullende, niet door deze begrotingssubsidie gedekte activiteiten subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 2.3 Niet subsidiabele kosten

Er wordt geen subsidie verstrekt voor:

  • a.

    verrekenbare of compensabele belastingen, of heffingen;

  • b.

    de omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting in aftrek kan brengen of gecompenseerd wordt uit het BTWcompensatiefonds als genoemd in artikel 2 van de Wet op het BTWcompensatiefonds;

  • c.

    kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, provinciale leges, boetes en sancties;

  • d.

    kosten gemaakt na 31 december 2016 met uitzondering van accountantskosten zoals bedoeld in artikel 5.3, derde lid, van de AsG;

  • e.

    kosten verbonden aan de oprichting van een privaatrechtelijk rechtspersoon;

  • f.

    niet noodzakelijke of bovenmatige kosten.

Artikel 2.4 Afwijzing

Subsidie wordt niet verleend indien:

  • a.

    uit de rangschikking van de aanvraag aan de hand van de scoringscriteria volgt dat de score van de aanvraag minder dan 60 punten bedraagt;

  • b.

    het subsidiebedrag minder zou bedragen dan € 10.000;

  • c.

    de cofinanciering minder bedraagt dan 25%.

Artikel 2.5 Uurloon en uurtarief

Loonkosten zijn subsidiabel zijn en worden berekend door één van de volgende methoden:

  • a.

    Een vast uurtarief van maximaal € 35,--.

  • b.

    Het per medewerker berekend uurloon vermeerderd met een opslag voor indirecte kosten van maximaal 20% van het uurloon met een maximum van € 91,--.

  • c.

    Voorzover het uurloon voor zelfstandigen en Directeur Groot Aandeelhouders of andere personen waarbij het loon niet eenduidig bepaald kan worden subsidiabel is, bedraagt dit maximaal € 35,--

Artikel 2.6 Rangschikking

  • a.

    Een aanvraag kan maximaal 100 punten scoren.

  • b.

    Voor het invullen van de themadoelen (inhoud) worden maximaal 70 punten toegekend en voor het cultureel ondernemerschap maximaal 30 punten.

  • c.

    Gedeputeerde Staten plaatsen de aanvragen per thema in een prioriteitsvolgorde.

  • d.

    De prioriteitsvolgorde wordt bepaald op basis van de scores per titel van hoofdstuk 3.

  • e.

    Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie in de volgorde van de vastgestelde prioriteit.

Artikel 2.7 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1 De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

    • a.

      de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;

    • b.

      het aantal uren dat per persoon is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;

    • c.

      de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte en betaalde kosten.

  • 2 De administratie wordt tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.

  • 3 Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dienen zij hun rapportages in via een penvoerder.

  • 4 De jaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 7 van de SmpG 2012, wordt voor 1 mei van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop dit betrekking heeft ingeleverd bij Gedeputeerde Staten.

Hoofdstuk 3 Themagebonden bepalingen

titel 3.1 Podiumkunsten

Artikel 3.1.1 Criteria

Subsidie onder het thema podiumkunsten bevat activiteiten die voldoen aan de volgende criteria:

  • a.

    Realisatie van een onderscheidend en concurrerend cultuuraanbod ,

  • b.

    Instandhouden én ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardig jeugdtheater of

  • c.

    De ondersteuning van talentontwikkeling als kernwaarde.

Artikel 3.1.2 Grondslag van de subsidie

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met een maximum van 75.000 euro.

  • 2 Het totaal van de subsidie, de bijdrage van andere bestuursorganen en de betreffende cofinanciering kan niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het project.

Artikel 3.1.3 Nadere uitwerking criteria

De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.1.1. is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.

titel 3.2 Beeldende kunst en vormgeving

(gereserveerd)

titel 3.3 Media en bibliotheken

Artikel 3.3.1 Criteria

Subsidie onder het thema media en bibliotheken wordt verstrekt voor de uitvoering van een programma dat voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    Verbeterde kennisontwikkeling, mediawijsheid en verbetering van de laaggeletterdheid of

  • b.

    Ruimte voor creatieve ondernemers om nieuwe media, zoals social media en serious gaming in te zetten, zodat cultuur aan andere sectoren verbonden wordt.

Artikel 3.3.2

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met een maximum van 40.000 euro.

  • 2 Het totaal van de subsidie, de bijdrage van andere bestuursorganen en de betreffende cofinanciering kan niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het project.

Artikel 3.3.3 Nadere uitwerking criteria

De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.3.1. is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.

titel 3.4 Festivals

Artikel 3.4.1 Criteria

Subsidie onder het thema festivals wordt verstrekt voor de uitvoering van een programma dat voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    Festivals die zich kenmerken door een veelbelovend programma en hoge kwaliteit, beeldbepalend zijn door uniek aanbod in Gelderland met (inter)nationale uitstraling, en daarmee

  • b.

    Gelderland op de kaart zetten met artistieke of inhoudelijke kwaliteit en

  • c.

    Verbreding realiseren van het publiek.

Artikel 3.4.2

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met een maximum van 60.000 euro.

  • 2 Het totaal van de subsidie, de bijdrage van andere bestuursorganen en de betreffende cofinanciering kan niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het project.

Artikel 3.4.3 Nadere uitwerking criteria

De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.4.1. is opgenomen in bijlage 5 van deze regeling.

titel 3.5 Kwaliteit in de uitvoering

Artikel 3.5.1 Criteria

Subsidie onder het thema “kwaliteit in de uitvoering” wordt verstrekt voor de uitvoering van een programma dat voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    Bevordering van de deskundigheid van gemeenten op het terrein van de instandhouding van het erfgoed en van de archeologie,

  • b.

    Door samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs, maakt jongeren enthousiast voor een carrière in de restauratiebouw,

  • c.

    zorgen voor kwaliteit en continuiteit in het beheer van ons erfgoed of

  • d.

    de toekomstbestendigheid van erfgoed wordt versterkt door innovatie, met name op het terrein van het energiebeheer.

Artikel 3.5.2

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met een maximum van 500.000 euro.

  • 2 Het totaal van de subsidie, de bijdrage van andere bestuursorganen en de betreffende cofinanciering kan niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het project.

Artikel 3.5.3 Nadere uitwerking criteria

De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.5.1. is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.

Titel 3.6 Musea en geschiedenis

Artikel 3.6.1 Criteria

Subsidie onder subsidie voor het thema “Musea en geschiedenis” wordt verstrekt voor de uitvoering van een programma dat voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    Op innovatieve manier het verhaal kunnen blijven vertellen over Gelderse cultureel erfgoed, het verhaal over ons verleden of

  • b.

    Musea vervullen een scharnierfunctie tussen kunst en cultuur uit het verleden en hedendaagse cultuuruitingen.

Artikel 3.6.2

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met een maximum van 500.000 euro.

  • 2 Het totaal van de subsidie, de bijdrage van andere bestuursorganen en de betreffende cofinanciering kan niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het project.

Artikel 3.6.3 Nadere uitwerking criteria

De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.6.1. is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.

Titel 3.7 Herbestemming

Artikel 3.7.1 Criteria

Subsidie onder het thema Herbestemming wordt verstrekt voor de uitvoering van een programma dat voldoet bevat aan de volgende criteria:

  • a.

    Het inzichtelijk maken van cultuurhistorische waarden van herbestemd erfgoed (industrieel erfgoed of religieus erfgoed) inzichtelijk maken of

  • b.

    Investeren in complexe herbestemmingsopgaves met aandacht voor energietransitie, waarbij industrieel erfgoed prioriteit krijgt.

Artikel 3.7.2

  • 1 De subsidie voor bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met een maximum van 500.000 euro.

  • 2 Het totaal van de subsidie, de bijdrage van andere bestuursorganen en de betreffende cofinanciering kan niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het programma.

Artikel 3.7.3 Waardenstellend onderzoek

Subsidie onder het thema Herbestemming wordt verstrekt voor het laten uitvoeren van een waardenstellend onderzoek.

Artikel 3.7.4

  • 1 De subsidie voor bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met een maximum van 15.000 euro.

  • 2 Het totaal van de subsidie, de bijdrage van andere bestuursorganen en de betreffende cofinanciering kan niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het project.

Artikel 3.7.5 Weigeringsgrond

Geen subsidie wordt verstrekt voor het reguliere beheer en onderbehoud van gebouwen, bouwwerken of landschapselementen.

Artikel 3.7.6 Nadere uitwerking criteria

De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.7.1. is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.

Titel 3. 8 Landschap en Archeologie

Artikel 3.8.1 Criteria

Subsidie onder het thema Landschap en Archeologie wordt verstrekt voor de uitvoering van een programma dat voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    Inzichtelijk maken erfgoedwaarden van natuur en landschap, cultuurhistorische waarden van buitenplaatsen en buitenplaatsrijke gebieden,

  • b.

    Investeren in de instandhouding en kwaliteit van het erfgoed van natuur en landschap, in de instandhouding en kwaliteit van buitenplaatsen (restauratie, functieverandering, duurzaamheids-bevordering), waarbij het verbinden met kunst- of cultuurelementen positief wordt gewaardeerd of

  • c.

    Versterken van de programmatische samenwerking en afstemming met het netwerk, vergroting van het cultuurhistorisch besef en draagvlak.

Artikel 3.8.2

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met een maximum van 500.000 euro.

  • 2 Het totaal van de subsidie, de bijdrage van andere bestuursorganen en de betreffende cofinanciering kan niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het project.

Artikel 3.8.3 Waardenstellend onderzoek

Subsidie onder het thema Herbestemming wordt verstrekt voor het laten uitvoeren van een waardenstellend onderzoek.

Artikel 3.8.4

  • 1 De subsidie voor bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met een maximum van 15.000 euro.

  • 2 Het totaal van de subsidie, de bijdrage van andere bestuursorganen en de betreffende cofinanciering kan niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het project.

Artikel 3.8.5 Weigeringsgrond

Geen subsidie wordt verstrekt voor het reguliere beheer en onderbehoud van gebouwen, bouwwerken of landschapselementen.

Artikel 3.8.6 Nadere uitwerking criteria

De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.8.1. is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.

Titel 3.9 Pacten

(gereserveerd)

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

 

Artikel 4.1. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regels subsidieverstrekking SmpG Cultuur en Erfgoed 2013.

Artikel 4.2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 3 juni 2013.

 

Ondertekening

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Bijlage 2 Nadere uitwerking criteria SmpG-subsidies Programma Cultuur en Erfgoed, behorend bij de Regels Subsidieverstrekking Cultuur en Erfgoed SmpG 2013, besluit van 4 juni 2013, nr. 2012-020928

 

THEMA 1 PODIUMKUNSTEN

DE THEMADOELEN

Themadoel 1. Realisatie van een onderscheidend en concurrerend cultuuraanbod (of…)

1.1 De activiteiten uit het programma vinden voor meer dan helft plaats op Gelderse podia of locaties.

1.2 De aanvrager werkt samen met andere instellingen ter verhoging van maatschappelijke betrokkenheid.

1.3 Het programma bereikt met het pr- en marketingplan publieksverbreding.

1.4 Het programma levert een bijdrage aan de artistieke ontwikkeling in de eigen kunstdiscipline.

Themadoel 2. Instandhouden én ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardig jeugdtheater (of…)

2.1 De jeugdtheateractiviteiten vinden plaats in Gelderland.

2.2 Het jeugdtheater ontwikkelt in haar programma ten minste 7 voorstellingen op het cultuureducatieve vlak.

2.3 Het aanbod van het jeugdtheater is van hoge kwaliteit wat moet blijken uit de ervaringen van organisatoren of de uitvoerenden, recensies of een advies van een door de overheid ingesteld adviesorgaan.

Themadoel 3. De ondersteuning van talentontwikkeling als kernwaarde.

3.1 Het programma ondersteunt talentontwikkeling op een multi- dan wel interdisciplinaire wijze.

3.2 Het programma zet talenten in ter verhoging van het Oost-Nederlands productieklimaat.

3.3 Het programma selecteert op toptalent uit het kunstvak.

CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN DE BEDRIJFSVOERING

a. % Financiering programmabegroting dat niet afkomstig is van de overheid.

b. Jaarlijkse toename % financiering dat niet afkomstig is van de overheid.

  THEMA 2

(gereserveerd)

 

THEMA 3 MEDIA EN BIBLIOTHEKEN

DE THEMADOELEN

Themadoel 1. Verbeterde kennisontwikkeling, mediawijsheid en verbetering van laaggeletterdheid (of…).

1.1 Het programma zorgt door onderlinge samenwerking tussen bibliotheken en andere sectoren voor een aantoonbaar beter en breder aanbod van informatie aan burgers.

1.2 Het programma zorgt dat andere sectoren dan bibliotheekwerk en onderwijs initiatieven ontwikkelen initiatieven die bevorderen dat burgers om leren gaan met nieuwe media teneinde toegang te krijgen tot en gebruik te kunnen maken van nieuwe informatiebronnen (mediawijsheid).

1.3 Het programma bevat initiatieven vanuit andere sectoren dan bibliotheekwerk en onderwijs die bijdragen aan het verbeteren van functioneel lezen en het bevorderen van leesplezier.

1.4 Het programma vergroot het doelbereik van van moeilijk toegankelijke doelgroepen.

1.5 Het programma bevat initiatieven die nieuw zijn binnen Gelderse sectoren, zoals onderwijs, theater of recreatie.

1.6 Het programma borgt de programmaresultaten voor de lange termijn.

1.7 De aanvraag draagt bij aan andere thema’s uit het programma Cultuur en Erfgoed.

Themadoel 2, Ruimte voor creatieve ondernemers om nieuwe media, zoals social media en serious gaming in te zetten, zodat cultuur aan andere sectoren verbonden wordt.

2.1 Het programma zorgt voor ontsluiting van cultuuruitingen met behulp van nieuwe (digitale) media.

2.2 Het programma ontwikkelt nieuwe kunstuitingen door inzet van nieuwe media.

2.3 Het programma bevat initiatieven die nieuw zijn binnen Gelderse sectoren, zoals onderwijs, theater of recreatie.

2.4 Het programma borgt de programmaresultaten voor de lange termijn.

CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN DE BEDRIJFSVOERING

a. % Financiering programmabegroting dat niet afkomstig is van de overheid.

 

THEMA 4 FESTIVALS

DE THEMADOELEN

Themadoel 1. Festivals die zich kenmerken door een veelbelovend programma en hoge kwaliteit, beeldbepalend zijn door uniek aanbod in Gelderland met (inter)nationale uitstraling (en daarmee…..)

1.1 Het festival is van hoge kwaliteit, wat moet blijken uit de ervaringen van organisatoren of de uitvoerenden, recensies, wetenschappelijke inbreng of een recent uitgebracht advies van een door de overheid ingesteld adviesorgaan.

1.2 Het festival levert een bijdrage aan de Gelderse aspecten van de Nederlandse canon of het Gelders cultuurhistorische erfgoed of levert een bijdrage aan de artistieke ontwikkeling in de eigen kunstdiscipline.

1.3 Het festival stimuleert aankomend talent.

1.4 Het festival bereikt dat cultuur en erfgoed gebruik maken van elkaars kwaliteiten.

Themadoel 2. Gelderland op de kaart zetten met artistieke of inhoudelijke kwaliteit (en…..)

2.1 Het festival is uniek in Gelderland.

2.2 Het festival is uit oogpunt van publieksbereik of innovatie op provinciaal of landelijk niveau van betekenis.

2.3 Het festival draagt bij aan andere provinciale doelen op het gebied van vrijetijdseconomie en ruimtelijke kwaliteit.

Themadoel 3. Verbreding realiseren van het publiek.

3.1 Het festival bereikt met het pr- en marketingplan publieksverbreding.

3.2 Het festival bereikt publieksbinding door publieksbegeleiding en –educatie.

CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN DE BEDRIJFSVOERING

a. % Financiering programmabegroting dat niet afkomstig is van de overheid.

b. Jaarlijkse toename % financiering dat niet afkomstig is van de overheid.

 

 

THEMA 5 KWALITEIT IN DE UITVOERING

DE THEMADOELEN

Themadoel 1. Bevordering van de deskundigheid van gemeenten op het terrein van de instandhouding van het erfgoed en van de archeologie (of….)

1.1 Partner heeft een samenwerkingsovereenkomst met één of meer gemeente(n). Indien een Partner in de regio, als bedoeld in de Gelderse regiocontracten, een steunfunctie vervult, heeft de Partner met minimaal de helft van de gemeenten in die regio een samenwerkingsovereenkomst.

1.2 Partner heeft aantoonbare deskundigheid en het vermogen om deze deskundigheid over te dragen wat moet blijken uit ervaring of referenties.

Themadoel 2. Door samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs, maakt jongeren enthousiast voor een carrière in de restauratiebouw (of…).

2.1 Partner is bereid om de eigen kennis op het vakgebied te delen.

2.2 Partner heeft afspraken met het bedrijfsleven en het onderwijs over het delen van kennis op het vakgebied.

2.3 Partner moet één of meerdere leerlingbouwplaatsen per project faciliteren.

Themadoel 3. Zorgen voor kwaliteit en continuïteit in het beheer van ons erfgoed (of…..)

5.1 Partner werkt bij onderhoud en restauratie alléén met partijen aangemeld voor/opgenomen in het Register van de Kwaliteitsregeling Kennis & Kunde.

5.2 Partner draagt bij aan innovatie in restauratieprocessen (verlenging onderhoudscycli) en planningsmethodes ten behoeve van het duurzaam beheren van erfgoed waaronder het verbeteren van de kosten- en batenkant bij het in standhouden van het erfgoed.

Themadoel 4. De toekomstbestendigheid van erfgoed wordt versterkt door innovatie, met name op het terrein van het energiebeheer.

6.1 Partner past zoveel mogelijk energiebesparende maatregelen en duurzame materialen toe die passen in de historische context.

6.2 Partner is op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van materialen en de toepasbaarheid daarvan.

CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN DE BEDRIJFSVOERING

a. % Financiering programmabegroting dat niet afkomstig is van de overheid.

 

 

THEMA 6 MUSEA EN GESCHIEDENIS

DE THEMADOELEN

Themadoel 1. Op innovatieve manier het verhaal kunnen blijven vertellen over Gelderse cultureel erfgoed, het verhaal over ons verleden (of….)

1.1 Het programma versterkt de wetenschappelijk inbedding van de geschiedschrijving in Gelderland en het vergroten van het publieksbereik van deze kennis.

1.2 Het programma ter versterking van de geschiedschrijving in Gelderland stimuleert onderzoek naar en publicaties over aspecten van de Gelderse aspecten van de Nederlandse canon.

1.3 Het programma omvat een publieksgericht evenement aan de hand van Gelderse aspecten van de Nederlandse canon met een provinciale uitstraling.

1.4 Het programma borgt de programmaresultaten voor de lange termijn.

Themadoel 2. Musea vervullen een scharnierfunctie tussen kunst en cultuur uit het verleden en hedendaagse cultuuruitingen.

2.1 De Canon van de Nederlandse Geschiedenis krijgt met het programma een zodanige vertaling dat de cultuurhistorische eigenheid van Gelderland voor een groter publiek beleefbaar wordt.

2.2 Het programma wordt gedragen door één of meer professionele organisaties. De professionaliteit blijkt uit het meerjarenplan/missie van de organisatie.

2.3 Het programma biedt ruimte voor een inbreng van kleine(re) organisaties, met name musea.

2.4 Marketing en publieksbereik zijn een onderdeel van het programma.

2.5 Het programma ondersteunt andere doelen van de provincie, bijvoorbeeld op het terrein van cultuur of de vrijetijdseconomie.

CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN DE BEDRIJFSVOERING

a. % Financiering programmabegroting dat niet afkomstig is van de overheid.

 

THEMA 7 HERBESTEMMING

 DE THEMADOELEN

 Themadoel 1. Het inzichtelijk maken van cultuurhistorische waarden van herbestemd erfgoed ( industrieel erfgoed of religieus erfgoed) inzichtelijk maken (of….)

 1.1 Het programma maakt de potentiele cultuurhistorische waarde van beeldbepalende objecten inzichtelijk.

 Themadoel 2A. Investeren in complexe herbestemmingsopgaves met aandacht voor energietransitie waarbij industrieel erfgoed prioriteit krijgt.

 2A.1. Het programma bevat een positieve waardenstelling.

 2A.2 Het programma behoudt zoveel mogelijk de cultuurhistorische waarden van het object.

 2A.3 Het programma draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

 2A.4 Er is sprake van deskundige uitvoering door een gecertificeerd restauratiebedrijf of door een bedrijf of instelling dat/die in het verleden projecten deskundig heeft gerealiseerd.

 2A.5 Het programma maakt zoveel mogelijk gebruik van energiebesparende maatregelen en duurzame materialen die toepasbaar zijn in de historische context.

 2A.6 Het programma is uitvoeringsgereed binnen een termijn van zes maanden na sluiting van de indieningstermijn.

 Themadoel 2B. Investeren in religieus erfgoed.

 2B.1 Het programma behoudt zoveel mogelijk de cultuurhistorische waarden van het object.

 2B.2 Het programma draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

 2B.3 Het programma maakt multifunctioneel gebruik van het object.

 CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN DE BEDRIJFSVOERING

 % Financiering programmabegroting dat niet afkomstig is van de overheid.

 

 

 

THEMA 8 LANDSCHAP EN ARCHEOLOGIE

 DE THEMADOELEN

 Themadoel 1. Inzichtelijk maken erfgoedwaarden van natuur en landschap, cultuurhistorische waarden van buitenplaatsen en buitenplaatsrijke gebieden

 1.1 Het programma maakt de potentiele cultuurhistorische waarde van buitenplaatsen en buitenplaatsrijke gebieden erfgoedwaarden van natuur en landschap inzichtelijk.

 Themadoel 2 Investeren in de instandhouding en kwaliteit van buitenplaatsen (restauratie, functieverandering, duurzaamheidsbevordering) en in de instandhouding en kwaliteit van het erfgoed van natuur en landschap

 2.1. Het programma bevat een positieve waardenstelling.

 2.2 Het programma behoudt zoveel mogelijk de cultuurhistorische waarden van het object. Voor monumentaal groen van buitenplaatsen richt het programma zich op hoofdstructuur en kernwaarden van de waardenstelling.

 2.3. Er is sprake van deskundige uitvoering door een restauratiebedrijf dat is aangemeld voor/opgenomen in het Register van de Kwaliteitsregeling Kennis & Kunde.of een bedrijf of een instelling dat/die in het verleden projecten deskundig heeft gerealiseerd.

 2.4. Het programma investeert in samenhangende objecten en structuren waarbij verschillende eigenaren samenwerken.

 2.5. Het programma ondersteunt ook andere doelen van de provincie ruimtelijke kwaliteit, economie, kunst en cultuur.

 2.6. Het programma investeert: * in buitenplaatsen of scholtengoederen met een hoge cultuurhistorische waarde zoals blijkt de aanwijzing als rijksmonumenten, * in erfgoedkwaliteiten van natuur en landschap die van bovenlokaal belang zijn en liggen in danwel direct grenzen aan de ecologische hoofdstructuur of een nationaal landschap, of * in historische linies die op de voorlopige werelde rfgoedlijst van de Unesco staan.

 2.7. Het programma voorziet in een verbetering van het duurzaam gebruik van het gerestaureerde gebouw. Het programma voorziet in borging van de kwaliteit van het erfgoed van natuur en landschap na uitvoering.

 2.8. Het programma maakt zoveel mogelijk gebruik van energiebesparende maatregelen en duurzame materialen die toepasbaar zijn in de historische context.

 2.9. Er is sprake van technisch hoge urgentie.

 2.10. Het programma vergroot de toegankelijkheid en beleefbaarheid van objecten of terreinen.

 2.11 Het programma is uitvoeringsgereed binnen een termijn van zes maanden na sluiting van de indieningstermijn.

 Themadoel 3. Versterken van de programmatische samenwerking en afstemming met het netwerk, vergroting van het cultuurhistorisch besef en draagvlak.

 3.1 Het programma draagt bij aan netwerken voor (innoverende) kennis en kunde voor buitenplaatsen en erfgoed van natuur en landschap.

 CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN DE BEDRIJFSVOERING

 a. % Financiering programmabegroting dat niet afkomstig is van de overheid.

 

THEMA 9

(gereserveerd )