Verordening Rekenkamercommissie gemeente Stichtse Vecht

Geldend van 01-08-2019 t/m heden

Intitulé

Verordening Rekenkamercommissie gemeente Stichtse Vecht

De raad van de gemeente Stichtse Vecht,

gelet op:

  • -

    Artikel 81a en 81oa van de gemeentewet;

  • -

    de bespreking in de werksessie van: 14 november 2012;

  • -

    het voorstel van de griffier en de voorzitter van de auditcommissie;

Besluit

vast te stellen

De verordening rekenkamercommissie gemeente Stichtse Vecht

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Wet : Gemeentewet;

  • b.

    commissie : rekenkamercommissie;

  • c.

    voorzitter : voorzitter van de rekenkamercommissie;

  • d.

    raad : gemeenteraad van Stichtse Vecht;

  • e.

    college : college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht;

  • f.

    rekenkamercommissie : de rekenkamercommissie van de gemeente Stichtse Vecht

  • g.

    doelmatigheid : de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten worden bereikt;

  • h.

    doeltreffendheid : de mate waarin het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt;

  • i.

    rechtmatigheid : de mate waarin wordt voldaan aan de wettelijke kaders en regelgeving, met name de wet- en regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van het tot stand komen van de gemeentelijke baten en lasten.

Artikel 2 Rekenkamercommissie

  • 1.

    Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als de rekenkamercommissie.

  • 2.

    De commissie doet onderzoek naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijke beleid alsmede naar de doelmatigheid, de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de commissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening.

  • 3.

    De commissie kan de raad gevraagd en ongevraagd adviseren.

Artikel 3 Samenstelling en benoeming leden

  • 1.

    De commissie bestaat uit drie door de raad benoemde leden, de voorzitter daaronder begrepen. De benoeming vindt plaats op voordracht van de sollicitatieadviescommissie.

  • 2.

    De leden van de rekenkamercommissie worden benoemd voor een periode van zes jaar.

    Na afloop van deze periode kunnen zij voor één volgende periode worden herbenoemd.

  • 3.

    Leden van de gemeenteraad en burgerleden zijn niet benoembaar tot lid van de rekenkamercommissie.

  • 4.

    De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Bij afwezigheid van de voorzitter neemt de plaatsvervangend voorzitter zijn taak waar.

Artikel 4 Eed

Ten aanzien van de leden is artikel 81g van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Ontslag en non-activiteit

  • 1.

    De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit.

  • 2.

    Het lidmaatschap van een lid eindigt:

    • a.

      op eigen verzoek;

    • b.

      bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie;

    • c.

      wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • d.

      indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

    • e.

      indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de rekenkamercommissie te vervullen.

  • 3.

    Het lidmaatschap van een lid eindigt eveneens bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap of bij de benoeming tot commissielid.

  • 4.

    De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.

Artikel 6 Vergoeding voor werkzaamheden van de externe leden van de rekenkamercommissie

  • 1.

    De leden ontvangen een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden en een vergoeding voor de reiskosten. De vaste vergoeding bedraagt voor de voorzitter 30% en voor een lid 25% van de vergoeding die leden van de gemeenteraad ontvangen ingevolge het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het budget van de rekenkamercommissie.

Artikel 7 Ambtelijk secretaris.

  • 1.

    De raad benoemt de ambtelijk secretaris in overleg met de rekenkamercommissie en de griffier.

  • 2.

    De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar taken terzijde.

  • 3.

    De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de rekenkamercommissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.

  • 4.

    De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers.

  • 5.

    De ambtelijk secretaris maakt deel uit van de griffie.

Artikel 8 Reglement van orde

De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.

Artikel 9 Onderwerpselectie en opdrachtverlening

  • 1.

    Suggesties tot het verrichten van een onderzoek kunnen onder andere worden gedaan door:

    • a.

      de rekenkamercommissie;

    • b.

      de gemeenteraad;

    • c.

      het college van burgemeester en wethouders;

    • d.

      ingezetenen van de gemeente Stichtse Vecht;

    • e.

      commissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet.

  • 2.

    De commissie kiest zelfstandig de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • 3.

    De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de gemeenteraad verstuurd.

  • 4.

    De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamercommissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

Artikel 10 Uitvoering van het onderzoek en rapportage

  • 1.

    De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2.

    De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren over de voortgang van het onderzoek.

  • 3.

    De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4.

    De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.

  • 5.

    De commissie vergadert in beslotenheid. Haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de commissie en degenen die ten behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.

  • 6.

    De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  • 7.

    Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe deskundigheid inschakelen.

  • 8.

    De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.

  • 9.

    Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.

Artikel 11 Budget

  • 1.

    De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  • 2.

    Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

    • a.

      de vergoedingen aan de (externe) leden;

    • b.

      interne onderzoeksmedewerkers;

    • c.

      externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;

    • d.

      eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

  • 3.

    De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

  • 2.

    Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de Verordening rekenkamercommissie Maarssen 2006, vastgesteld bij raadsbesluit van 13 november 2006, de Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie Breukelen 2006, vastgesteld bij raadsbesluit van 25 oktober 2005 en de Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie Loenen 2006, vastgesteld bij raadsbesluit van 29 november 2005.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Rekenkamercommissie gemeente Stichtse Vecht’.

Ondertekening

27 november 2012
Griffier, Voorzitter,

Artikelgewijze toelichting

Verordening op de rekenkamercommissie met externe leden en een externe voorzitter

Artikel 1

Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven.

Artikel 2

Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel 81oa van de wet regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De wet spreekt van een rekenkamerfunctie. In deze verordening is gekozen voor een rekenkamercommissie met alleen externen. De voorzitter wordt uit de leden gekozen.

Artikel 3

De raad bepaalt zelf hoeveel leden de rekenkamercommissie zal hebben. De juridische grondslag hiervoor is artikel 84 van de Gemeentewet.

Omdat is gekozen voor een rekenkamercommissie met uitsluitend externe leden, zijn raadsleden en burgerleden niet benoembaar tot lid van de rekenkamercommissie. Indien de rekenkamercommissie uit twee of meer leden bestaat, wijst de rekenkamercommissie uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan. In het tweede lid is een termijn van zes jaar genoemd. De raad kan uiteraard zelf bepalen of de leden van de rekenkamercommissie korter of langer dan zes jaar worden benoemd.

Artikel 4

De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de (externe) leden van de rekenkamercommissie.

Artikel 5

Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties. Hiertoe wordt besloten bij raadsbesluit. De voorbereiding van het raadsvoorstel- en besluit loopt via de griffie.

Artikel 6

In dit artikel is de vergoeding die de (externe) leden voor hun werkzaamheden ontvangen, vastgelegd.

Ingevolge artikel 96, lid 2 Gemeentewet kan de raad in bijzondere gevallen bij verordening bepalen dat de leden van een andere commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen.

In deze verordening is opgenomen dat de leden van de rekenkamercommissie een vaste vergoeding per maand ontvangen van 25% van de vergoeding die de leden van de gemeenteraad voor hun werkzaamheden ontvangen, ingevolge artikel 3.1.1. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De voorzitter ontvangt een vergoeding van 30%. Van de voorzitter zullen extra werkzaamheden worden verwacht in het kader van de voorbereiding van vergaderingen en het onderhouden van contacten. De vergoeding voor raadsleden wordt jaarlijks door het Ministerie van BZK vastgesteld. In deze vergoeding zijn alle werkzaamheden begrepen, voorbereiden vergaderingen, opstellen onderzoeksopzet, het voeren van overleg en het verrichten van kleine onderzoeken. Voor de reiskosten wordt op declaratiebasis een vergoeding verleend.

Artikel 7

De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris. De rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten opzichte van de rekenkamercommissie.

Artikel 8

Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moeten/kunnen zaken als de vergoeding, volgorde van aftreden bij een meerhoofdige rekenkamercommissie, verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te verrichten enzovoorts geregeld.

Artikel 9

De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid, van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

In het eerste lid is geregeld van wie, naast een verzoek van de raad, de suggestie tot het uitvoeren van onderzoek uit kan gaan.

Op het moment dat de commissie een onderzoek doet betreffende de rechtmatigheid moet er afstemming zijn met de auditcommissie om te voorkomen dat onderzoeken elkaar overlappen of dubbel worden uitgevoerd.

De rekenkamercommissie maakt een groslijst van de onderzoeksonderwerpen met statusaanduiding openbaar.

Artikel 10

Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt.

Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) ontwerp-onderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag er eventuele onjuistheden uit te halen en te corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de rekenkamercommissie verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de rekenkamercommissie een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen.

Eventueel zouden zaken die in dit artikel zijn opgenomen ook in een reglement van orde kunnen worden geregeld.

Artikel 11

De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.

Artikel 12

Dit artikel behoeft geen toelichting.