2.6 Regeling vertrouwenspersoon

Geldend van 25-09-2024 t/m heden

Intitulé

2.6 Regeling vertrouwenspersoon

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

1. Melder :

a) de (ex-)werknemer, die een melding maakt van ongewenst gedrag en/of een vermoeden van een misstand.

b) Ook uitzendkrachten, ingeleende krachten, stagiaires en andere personen die werkzaamheden verrichten of hebben verricht ten behoeve van de overheidswerkgever kunnen een melding maken van ongewenst en/of van een vermoeden van een misstand.

2. Melding ongewenst gedrag: een melding in het kader van de regeling ongewenst gedrag.

3. Melding vermoeden van een misstand: een melding in het kader van de regeling melding vermoeden misstand.

4. Ongewenst gedrag: het gedrag dat door een werknemer als ongewenst wordt ervaren. Dit kan onder meer discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesterij, agressie, geweld en pesten zijn.

5. Vermoeden van een misstand: een vermoeden van:

a) schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels;

b) een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu;

c) een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst.

6. Vertrouwenspersoon: de persoon die als zodanig benoemd wordt door de overheidswerkgever.

7. Overheidswerkgever: de gemeente Velsen.

8. Werknemer: de werknemer van de gemeente Velsen.

Artikel 2 De vertrouwenspersoon

1. De overheidswerkgever benoemt, na instemming van de ondernemingsraad, één of meer personen als vertrouwenspersoon. Dit zijn bij voorkeur een man en een vrouw.

2. De overheidswerkgever mag de vertrouwenspersoon niet ontslaan of benadelen om redenen die te maken hebben met het uitoefenen van de functie van vertrouwenspersoon.

3. De vertrouwenspersoon kan zijn taak altijd neerleggen. Hij hoeft daarvoor geen reden te geven.

4. De vertrouwenspersoon wordt na zijn benoeming lid van de Landelijke Vereniging voor Vertrouwenspersonen (LVV).

Artikel 3 Taken vertrouwenspersoon

1. De vertrouwenspersoon heeft als taken:

a) de eerste opvang van de melder;

b) het bijstaan, begeleiden en adviseren van de melder. Zo nodig verwijst de vertrouwenspersoon de melder door naar een professionele hulpverlener;

c) bemiddeling om tot een oplossing van de gesignaleerde problemen te komen. De melder moet hiermee wel instemmen;

d) het ondersteunen van de melder bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie. Als het om een strafbaar feit gaat, kan hij de melder ondersteunen bij het doen van aangifte. De vertrouwenspersoon blijft betrokken bij het traject dat volgt, als de melder dat wil en

e) het verlenen van nazorg aan de melder als de melding afgerond is.

2. De vertrouwenspersoon verricht naar aanleiding van een melding geen handelingen zonder toestemming van de melder.

Artikel 4 Overige taken vertrouwenspersoon

1. De vertrouwenspersoon houdt een registratie bij van alle meldingen en de afdoening hiervan.

2. De vertrouwenspersoon verstrekt jaarlijks een geanonimiseerd overzicht van het aantal meldingen en de afdoening ervan aan de overheidswerkgever.

3. De stukken die horen bij een melding worden vijf jaar na afdoening van de melding vernietigd.

4. De vertrouwenspersoon adviseert de overheidswerkgever gevraagd en ongevraagd over het beleid ten aanzien van ongewenst gedrag.

5. De vertrouwenspersoon signaleert de behoefte aan voorlichting over ongewenst gedrag. Ook signaleert hij eventuele knelpunten in het beleid ten aanzien van ongewenst gedrag.

Artikel 5 Werkwijze en bevoegdheden van de vertrouwenspersoon

1. De vertrouwenspersoon heeft een geheimhoudingsplicht over al hetgeen hem ter kennis komt. Deze geheimhoudingplicht stopt niet na het beëindigen van de functie van vertrouwenspersoon. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, mag de vertrouwenspersoon de geheimhouding doorbreken. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gevaar dreigt voor de melder of zijn omgeving.

2. Ook voor personen die door de vertrouwenspersoon worden benaderd naar aanleiding van de melding, geldt een geheimhoudingsplicht.

3. De vertrouwenspersoon is bevoegd om een externe deskundige te raadplegen. Als daaraan kosten verbonden zijn, moet hij hiervoor vooraf toestemming vragen aan de overheidswerkgever.

4. De overheidswerkgever en de vertrouwenspersoon voorkomen tegenstrijdige belangen tussen de werkzaamheden die de vertrouwenspersoon als gewoon werknemer vervult en de taken die hij als vertrouwenspersoon uitoefent.

5. De vertrouwenspersoon staat naast de melder, wanneer mediation niet lukt. In dat geval neemt hij voor waar aan wat de melder hem vertelt. De functie van de vertrouwenspersoon is daarmee vanaf dat moment partijdig.

6. De vertrouwenspersoon is geen verantwoording verschuldigd aan de werkgever over de uitvoering, het verloop en het resultaat van de begeleiding van een melder. Hij hoeft alleen verantwoording af te leggen over de door hem aan een melding bestede tijd.

Artikel 6 Faciliteiten voor de vertrouwenspersoon

1. De vertrouwenspersoon kan zijn taken binnen de eigen werktijd uitoefenen.

2. Als de vertrouwenspersoon zijn taken buiten de eigen werktijd uitoefent, worden de uren die daarmee gemoeid zijn, als overwerk beschouwd. De vertrouwenspersoon moet de noodzaak van het overwerk aantonen.

3. Als de vertrouwenspersoon vertrouwelijke gesprekken moet voeren, kan hij beschikken over een spreekkamer.

4. De overheidswerkgever stelt een budget beschikbaar, zodat de vertrouwenspersoon cursussen of scholing kan volgen. De cursussen of scholing moeten bijdragen aan de taken behorende bij de functie van vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon vraagt vooraf toestemming aan de overheidswerkgever voor het volgen van scholing of een cursus.

5. De overheidswerkgever zorgt ervoor dat de vertrouwenspersoon zijn stukken veilig en vertrouwelijk kan bewaren en bewerken.

Artikel 7 Klacht over de handelwijze van de vertrouwenspersoon

De melder kan een klacht over de handelwijze van de vertrouwenspersoon ten aanzien van zijn eigen melding indienen bij de overheidswerkgever of bij de Commissie van Toezicht van de Landelijke Vereniging voor Vertrouwenspersonen.

Ondertekening