4e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap Hoefweg

Geldend van 03-11-2017 t/m heden

Intitulé

4e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap Hoefweg

De burgemeesters, raden en colleges van de gemeenten Lansingerland en Zoetermeer, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

Besluiten

In te stemmen met de 4e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap Hoefweg.

Deze vierde wijziging treedt in werking een dag na publicatie.

INHOUDSOPGAVE

De regeling kent de navolgende hoofdstukken:

I Algemene bepalingen

II Doelstellingen, taken en bevoegdheden

III Algemeen Bestuur

IV Dagelijks Bestuur

V De Voorzitter en Plaatsvervangend Voorzitter

VI Informatie, verantwoording en ontslag

VII Personeel en organisatie

VIII Vergoedingen en aansprakelijkheid

IX Financiële bepalingen

X Archief

XI Evaluatie

XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

XIII Geschillen

XIV Duur van de regeling

XV Overgangs- en slotbepalingen

Gemeenschappelijke Regeling BedrijvenschapHoefweg

De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

overwegende dat:

  • a.

    voor een evenwichtige ontwikkeling van het regionaal bedrijventerrein Hoefweg en de daarmee noodzakelijk samenhangende coördinatie medio jaren ’90 een passende regeling diende te worden getroffen;

  • b.

    de hiervoor genoemde organen, althans hun rechtsvoorgangers, om die reden in oktober 1996 hebben besloten tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg;

  • c.

    die regeling nadien in juli 2005 (eerste wijziging), oktober 2006 (tweede wijziging) en september 2015 (derde wijziging) is gewijzigd;

  • d.

    dat bij de vaststelling van voornoemde derde wijziging, in de deelnemende gemeente Zoetermeer een (geamendeerd) besluit is genomen ter zake de stemverhouding binnen het Algemeen Bestuur, met de inhoud van welk amendement de gemeente Lansingerland heeft ingestemd, en er daarnaast nog nadere suggesties zijn gedaan voor tekstuele aanpassingen, welke niet in het derde wijzigingsvoorstel zijn opgenomen;

  • e.

    het amendement en de tekstuele suggesties zoals bedoeld onder d. thans worden doorgevoerd middels dit besluit tot ‘Vierde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap Hoefweg’, waarbij tevens nog een aantal verbeteringen en aanvullingen wordt doorgevoerd;

  • f.

    de deelnemers omwille van de leesbaarheid daarbij de gehele regeling opnieuw wensen vast te stellen;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;

Besluiten:

de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap Hoefweg als volgt opnieuw vast te stellen:

I Algemene bepalingen

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

  • 1. Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:

    • a.

      burgemeester: de burgemeester van een deelnemende gemeente;

    • b.

      college van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;

    • c.

      deelnemers: de aan deze regeling deelnemende gemeenten Zoetermeer en Lansingerland;

    • d.

      deelnemende gemeente: een aan deze regeling deelnemende gemeente;

    • e.

      grondexploitatie: het geheel van activiteiten en werkzaamheden met betrekking tot de verwerving, het bouw- en woonrijp maken, en de uitgifte van voor bebouwing geschikt gemaakte gronden, in het kader van de realisatie van planologische maatregelen;

    • f.

      raad: de gemeenteraad van een deelnemende gemeente;

    • g.

      rechtsgebied: het deel van het grensgebied binnen de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland waarop de regeling ziet, een en ander zoals aangegeven op de bij de regeling behorende en gewaarmerkte tekening;

    • h.

      regeling of gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap Hoefweg;

    • i.

      bedrijvenschap: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

  • 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt indien in die artikelen wordt gesproken van gemeente, raad, college van burgemeester en wethouders, en burgemeester, daarvoor gelezen het bedrijvenschap, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de Voorzitter.

Paragraaf 1 Samenstelling, lidmaatschap en stemverhouding

Artikel 7 - Samenstelling

  • 1. Het Algemeen Bestuur bestaat uit acht leden, als volgt aan te wijzen:

    • a)

      de raad van elke deelnemende gemeente wijst uit het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente twee leden aan;

    • b)

      de raad van elk deelnemende gemeente wijst uit zijn leden eveneens twee leden aan.

  • 1. De raad van elke deelnemende gemeente wijst, met inachtneming van lid 1, tevens vier plaatsvervangende leden aan.

  • 2. Bepalingen in deze regeling geldende voor de leden van het Algemeen Bestuur, zijn mede van toepassing op de plaatsvervangende leden.

  • 3. Een lid van het Algemeen Bestuur kan bij afwezigheid worden vervangen door een daartoe aangewezen plaatsvervangend lid. Een plaatsvervanging wordt meegedeeld aan de Voorzitter op de wijze, zoals bepaald in het in artikel 13 genoemde Reglement van Orde.

Artikel 8 - Vereisten lidmaatschap

Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege een deelnemer of het bedrijvenschap aangesteld of daaraan ondergeschikt, met uitzondering van ambtenaren van de burgerlijke stand of hen die als vrijwilliger, uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep, hulpdiensten verrichten of werkzaam zijn voor een school voor openbaar onderwijs. Onder ambtenaar wordt ook verstaan degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor een van de deelnemers werkzaam is.

Artikel 9 - Einde lidmaatschap

  • 1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn.

  • 2. Het lidmaatschap eindigt voorts als de raad van een deelnemende gemeente zijn aanwijzing intrekt, en in ieder geval op de dag waarop de zittingsperiode van de raad afloopt.

  • 3. De raad van elke deelnemende gemeente beslist in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het Algemeen Bestuur.

  • 4. Indien de raad van een deelnemende gemeente niet kan voldoen aan het bepaalde in het derde lid blijven, in afwijking van lid 2, de door hem voorheen aangewezen leden van het Algemeen Bestuur als zodanig fungeren, totdat die raad nieuwe leden heeft aangewezen, één en ander onverminderd het bepaalde in lid 1.

  • 5. Indien tussentijds een plaats van een door een raad aangewezen lid van het Algemeen Bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst de raad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering of zo dat niet mogelijk zou zijn ten spoedigste daarna - een nieuw lid aan. Degene die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het Algemeen Bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens of wier plaats hij of zij is benoemd, zou moeten aftreden.

  • 1. Van elke aanwijzing tot lid van het Algemeen Bestuur geven burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeente binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het Algemeen Bestuur.

  • 2. Een lid van het Algemeen Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de raad die hem heeft aangewezen. De in de vorige volzin bedoelde raad doet mededeling van het ontslag aan het Algemeen Bestuur. Het lid houdt zitting in het Algemeen Bestuur totdat in de opvolging is voorzien, één en ander onverminderd het bepaalde in lid 1.

Artikel 10 - Stemverhouding

  • 1. Ieder lid van het Algemeen Bestuur dat tevens lid is van het Dagelijks Bestuur heeft een stem. Ieder lid van het Algemeen Bestuur dat niet tevens lid is van het Dagelijks Bestuur heeft anderhalve stem. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid der stemmen.

  • 2. Bij het staken der stemmen in een niet-voltallige vergadering wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.

Artikel 2 - Het openbaar lichaam

  • 1. Er is een openbaar lichaam genaamd: Bedrijvenschap Hoefweg. Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Bleiswijk, gemeente Lansingerland.

  • 2. Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het rechtsgebied; een en ander zoals dat is vastgelegd op de van deze regeling onderdeel uitmakende en gewaarmerkte kaart (bijlage 1).

Artikel 3 - Bestuursorganen

Het bestuur van het bedrijvenschap bestaat uit:

  • a)

    het Algemeen Bestuur;

  • b)

    het Dagelijks Bestuur;

  • c)

    de Voorzitter.

II Doelstellingen, taken en bevoegdheden

Artikel 4 - Doel en belang

Het bedrijvenschap heeft tot doel het ontwikkelen van vestigingsmogelijkheden voor bedrijven uit Lansingerland en Zoetermeer, alsmede uit Metropoolregio Rotterdam Den Haag, alsmede voor bedrijven van elders die een belangrijke bijdrage leveren aan de werkgelegenheid.

Artikel 5 - Taken

  • 1. Het bedrijvenschap heeft tot taak de gronden van het bedrijvenschap Hoefweg (onderdeel van het bedrijvenpark Prisma) te ontwikkelen, waaronder met name dient te worden verstaan de verwerving, de aanleg van infrastructuur en de uitgifte van gronden en hetgeen daarmee samenhangt, op basis van het door de raad van de gemeente Lansingerland vastgestelde, c.q. vast te stellen bestemmingsplan.

  • 2. Voorts behoort tot de taak van het bedrijvenschap het samenwerken met andere partijen die deelnemen in de ontwikkeling van het bedrijvenpark Prisma, met als doel kostenbeheersing bij de aanleg van het bedrijvenpark Prisma en door onder andere gezamenlijke marketing en promotie het optimaliseren van de verkoopresultaten.

  • 3. Het bedrijvenschap heeft mede tot taak het beheer en onderhoud van openbare gronden voor zover deze nog niet zijn overgedragen aan de gemeente Lansingerland. Deze gronden worden in eigendom, beheer en onderhoud overgedragen aan de gemeente Lansingerland nadat de openbare werken voor afgeronde gedeelten zijn gerealiseerd.

  • 4. Onder de taak van het bedrijvenschap is niet begrepen de bij de gemeente Lansingerland berustende openbare taak, waaronder de reiniging en het onderhoud van overgedragen openbare wegen, het afvoeren van water en vuilnis, de openbare verlichting, de brandweer en het bouw- en milieutoezicht. Kosten voor energie en onderhoud gedurende de ontwikkelingsfase zijn voor rekening van het bedrijvenschap.

  • 5. Het bedrijvenschap zal primair bij de uitvoering van zijn taak voor de in het tweede lid genoemde taken gebruik maken van de diensten welke door (of vanwege) één der deelnemende gemeenten tegen kostendekkend tarief worden geboden.

  • 6. Het bedrijvenschap zal voor de uitvoering van zijn taak als bedoeld in artikel 23 (secretaris) gebruik maken van de diensten welke door (of vanwege) één der deelnemende gemeenten tegen kostendekkend tarief worden geboden.

Artikel 6 - Bevoegdheden

  • 1. Aan het bestuur van het bedrijvenschap worden ter vervulling van de in artikel 5 omschreven taken alle bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grens van artikel 30 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en met inachtneming van de beperkingen daarin gesteld.

  • 2. Ten behoeve van de in artikel 4 genoemde doelstelling kan, indien dit in het bijzonder aangewezen wordt geacht, het Algemeen Bestuur besluiten dat het bedrijvenschap één of meer stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen opricht of daarin deelneemt.

Ill Algemeen Bestuur

Paragraaf 2 Bevoegdheden en Werkwijze

Artikel 11 - Bevoegdheden

Met inachtneming van het bepaalde in artikel [4] heeft het Algemeen Bestuur alle bevoegdheden die niet ingevolge de regeling of de wet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter toekomen. Het Algemeen Bestuur kan, naar door deze te stellen regelen, het uitoefenen van deze bevoegdheden overdragen aan het Dagelijks Bestuur; zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 33a Wgr.

Artikel 12 - Werkwijze

  • 1. Het Algemeen Bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de Voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig oordelen, dan wel ten minste drie leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoeken.

  • 2. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste twee aanwezige leden daarom verzoeken of de Voorzitter het nodig oordeelt. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 3. Besluiten door het Algemeen Bestuur kunnen in plaats van in een vergadering ook schriftelijk worden genomen. In dat geval dienen ten minste zes bestuursleden zich schriftelijk ten gunste van het desbetreffende voorstel uit te spreken. Onder ‘schriftelijk' wordt verstaan elk via gangbare communicatiemiddelen overgebracht en ontvangen geschreven bericht met dien verstande dat dit goed gedocumenteerd kan worden. Het nemen van schriftelijke besluiten laat het bepaalde in lid 1 onverlet.

Artikel 13 - Reglement van Orde

  • 1. Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een Reglement van Orde vast.

  • 2. In het Reglement van Orde worden nadere regels gegeven over de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording, zoals bedoeld in artikel 20 tot en met artikel 22 van deze regeling.

  • 3. Het Reglement van Orde is openbaar en wordt gepubliceerd op de website van het bedrijvenschap.

I V Dagelijks Bestuur

Paragraaf 1 Samenstelling en Stemverhouding

Artikel 14 - Samenstelling

  • 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vier leden, te weten de leden van het Algemeen Bestuur die zijn aangewezen uit de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

  • 2. Het Algemeen Bestuur wijst in zijn eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het Dagelijks Bestuur aan.

  • 3. De door het Algemeen Bestuur aangewezen leden van het Dagelijks Bestuur treden af als lid van het Dagelijks Bestuur op de dag waarop de zittingsperiode van de leden van het Algemeen Bestuur afloopt.

  • 4. Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur openvalt, valt tevens een plaats in het Algemeen Bestuur open. Zodra de opengevallen plaats in het Algemeen Bestuur is bezet, wordt het nieuwe bestuurslid als lid van het Dagelijks Bestuur aangewezen.

  • 5. Degene die als lid van het Dagelijks Bestuur ontslag neemt of overeenkomstig het bepaalde in het derde lid moet aftreden, blijft zijn/haar functie waarnemen totdat een opvolger de functie heeft aanvaard, mits en voor zover hij/zij gedurende die periode de hoedanigheid van lid van het college van burgemeester en wethouders van zijn/haar gemeente bezit. Het nemen van ontslag geschiedt door schriftelijke kennisgeving aan de Voorzitter.

  • 6. Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt ook op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.

Artikel 15 - Stemverhouding

  • 1. De leden van het Dagelijks Bestuur hebben enkelvoudig stemrecht. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.

  • 2. Bij het staken der stemmen in een niet-voltallige vergadering wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.

Paragraaf 2 Bevoegdheden en werkwijze

Artikel 16 - Bevoegdheden

Aan het Dagelijks Bestuur is, behalve hetgeen elders in de regeling is bepaald, opgedragen:

  • a.

    het voorbereiden van hetgeen in het Algemeen Bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht;

  • b.

    het uitvoeren van besluiten van het Algemeen Bestuur;

  • c.

    het afkondigen van de besluiten, waarvan de afkondiging bij de wet of bij besluit van het algemeen bestuur is voorgeschreven;

  • d.

    het beheren van de inkomsten en uitgaven van het bedrijvenschap;

  • e.

    het toezicht op het beheer en het onderhoud van alle niet aan de gemeente Lansingerland overgedragen werken, inrichtingen en eigendommen van het bedrijvenschap;

  • f.

    het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding of uitvoering van de werken en leveranties ten behoeve van het bedrijvenschap, waarvan de vaststelling het algemeen bestuur niet aan zich heeft voorbehouden;

  • g.

    het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;

  • h.

    het houden van toezicht op al hetgeen het bedrijvenschap aangaat;

  • i.

    de bevoegdheid namens het bedrijvenschap te besluiten tot alle (overige) privaatrechtelijke rechtshandelingen die noodzakelijk zijn ter uitvoering van de in artikel [4] omschreven doelstelling en taken.

Artikel 17 - Werkwijze

  • 1. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de Voorzitter dit nodig oordeelt.

  • 2. De vergaderingen van het Dagelijks Bestuur worden met gesloten deuren gehouden voor zover het Dagelijks Bestuur niet anders heeft bepaald. Artikel 58 Gemeentewet is voor de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Besluiten door het Dagelijks Bestuur kunnen in plaats van in een vergadering ook schriftelijk worden genomen. In dat geval dienen ten minste drie bestuursleden zich schriftelijk ten gunste van het desbetreffende voorstel uit te spreken. Onder ‘schriftelijk’ wordt verstaan elk via gangbare communicatiemiddelen overgebracht en ontvangen geschreven bericht met dien verstande dat dit goed gedocumenteerd kan worden.

V De Voorzitter en Plaatsvervangend Voorzitter

Artikel 18 - Benoeming

  • 1. De Voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die lid zijn van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland.

  • 2. Bij verhindering of ontstentenis van de Voorzitter wordt deze vervangen door de Plaatsvervangend Voorzitter. De Plaatsvervangend voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die lid zijn van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer.

  • 3. De aanwijzing van de Voorzitter alsmede de Plaatsvervangend Voorzitter vindt plaats in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van elke zittingsperiode.

  • 4. De Voorzitter en de Plaatsvervangend Voorzitter treden af op de dag waarop de zittingsperiode van de leden van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie echter waarnemen totdat hun opvolgers deze functie hebben aanvaard, mits en voor zover zij gedurende die periode de hoedanigheid van lid van het college van burgemeester en wethouders van hun gemeente bezitten.

  • 5. Indien tussentijds de functie van Voorzitter beschikbaar komt, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuwe Voorzitter aan, zulks met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid. Gaat het beschikbaar komen van de functie van Voorzitter gepaard met het openvallen van een plaats in het Algemeen Bestuur, dan zal het Algemeen Bestuur het aanwijzen van een nieuwe Voorzitter uitstellen totdat de opengevallen plaats in het Algemeen Bestuur weer is bezet. Het bepaalde in de eerste en tweede volzin is van overeenkomstige toepassing op het tussentijds beschikbaar komen van de functie van Plaatsvervangend Voorzitter, met dien verstande dat ten aanzien van de nieuwe aanwijzing het tweede lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 6. Degene die als Voorzitter ontslag neemt, blijft zijn functie waarnemen tot de achtste dag volgende op de dag waarop het ontslag is genomen mits en voor zover hij/zij gedurende die periode de hoedanigheid van lid van het college van burgemeester en wethouders van zijn/haar gemeente bezit.

Artikel 19 - Taken en bevoegdheden

  • 1. De Voorzitter is tevens voorzitter van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur.

  • 2. De Voorzitter is belast met de leiding van vergaderingen van het Algemeen en van het Dagelijks Bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten naar behoren worden uitgevoerd.

  • 3. De Voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaan.

  • 4. De Voorzitter vertegenwoordigt het bedrijvenschap in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde opdragen. Indien het bedrijvenschap en een van de deelnemende gemeenten gezamenlijk betrokken zijn in een geding en de Voorzitter tevens burgemeester van de betrokken gemeente is, oefent de Plaatsvervangend Voorzitter de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uit.

VI Informatie, verantwoording en ontslag

Artikel 20 Interne verantwoording Dagelijks Bestuur en Voorzitter

  • 1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.

  • 2. Zij geven het Algemeen Bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, op de wijze zoals die is geregeld in het Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur.

  • 3. Het Algemeen Bestuur is bevoegd aan een lid van het Dagelijks Bestuur tussentijds ontslag te verlenen ingeval deze heeft opgehouden het vertrouwen van het Algemeen Bestuur te bezitten.

  • 4. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de Voorzitter voor het door hem/haar gevoerde bestuur.

Artikel 21 Externe verantwoording Algemeen en Dagelijks Bestuur en Voorzitter

  • 1. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de Voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang.

  • 2. Een verzoek om inlichtingen door een of meer leden van de raad van een deelnemende gemeente dient schriftelijk te worden ingediend bij het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur zorgt zo nodig voor doorgeleiding aan de Voorzitter of het Algemeen Bestuur.

  • 3. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de gevraagde inlichtingen binnen zes weken na ontvangst van het verzoek, schriftelijk aan de raad van de betreffende deelnemende gemeente worden verstrekt. Waarbij een afschrift van de vraag met het antwoord ook aan de andere raad zal worden toegezonden.

Artikel 22 Externe verantwoording leden Algemeen Bestuur

  • 1. Een lid van het Algemeen Bestuur geeft de raad die hem als lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijk de door een of meerdere leden van die raad verlangde inlichtingen. Bij het verzoeken om inlichtingen nemen de betrokken raadsleden het Reglement van Orde van hun raad in acht.

  • 2. Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het Dagelijks Bestuur.

  • 3. Een lid van het Algemeen Bestuur is aan de raad die hem als lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording vindt plaats op de wijze zoals geregeld in het Reglement van Orde, met dien verstande dat daarbij een termijn van tenminste 7 dagen in acht wordt genomen die het lid de gelegenheid biedt om zich desgewenst door het Dagelijks Bestuur te laten informeren.

  • 4. De raad van een deelnemende gemeente is bevoegd een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur ontslag te verlenen indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit. Het ontslag komt met onmiddellijke ingang tot stand. Artikel 49 en 50 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

VII Personeel en organisatie

Artikel 23 - De secretaris

  • 1. De secretaris van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur, die geen lid van het Algemeen Bestuur kan zijn, wordt door het Algemeen Bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. Voor de benoeming van de secretaris, welke een door één van de deelnemende gemeenten voor te dragen medewerker (al dan niet in loondienst) zal zijn, dient het Dagelijks Bestuur een voorstel in bij het Algemeen Bestuur.

  • 2. De secretaris is het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de Voorzitter behulpzaam in alles wat de hun opgedragen taak aangaat.

  • 3. Door de secretaris worden alle stukken die van het Algemeen en van het Dagelijks Bestuur uitgaan, medeondertekend.

Artikel 24 – De directie

  • 1. De directie bestaat uit een nader door het Algemeen Bestuur vast te stellen aantal leden.

  • 2. De leden van de directie worden door het Algemeen Bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. Voor de benoeming van een lid van de directie dient het Dagelijks Bestuur een aanbeveling in bij het Algemeen Bestuur.

  • 3. De leden van de directie kunnen geen secretaris zijn, of lid zijn van het Algemeen Bestuur.

  • 4. De directie verricht de werkzaamheden waartoe het Dagelijks Bestuur of de Voorzitter opdracht geeft, welke door het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur aan de directie zijn gemandateerd middels de door het Algemeen Bestuur vastgestelde instructie zoals bedoeld in lid [7] van dit artikel, of hetgeen uit de aard van de functie volgt.

  • 5. Het Algemeen Bestuur stelt zo nodig een taakverdeling vast tussen de leden van de directie.

  • 6. De directie verschaft alle inlichtingen, die binnen het kader van het bedrijvenschap nodig worden geacht, aan het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter.

  • 7. De directie is onder toezicht van het Dagelijks Bestuur verantwoordelijk voor de administratie, het beheer van vermogenswaarden en het jaarlijks opmaken van de rekening. Het Algemeen Bestuur stelt hiertoe voor de directie een instructie vast.

Artikel 25 - Rechtspositie personeel

  • 1. Het Algemeen Bestuur regelt de bezoldiging en de overige rechtspositie van de directie en de secretaris. De secretaris en de directie kunnen bij verhindering of ontstentenis worden vervangen op een door het Algemeen Bestuur te bepalen wijze.

  • 2. Het Algemeen Bestuur kan de rechtspositieregelingen zoals die gelden voor ambtenaren in dienst van de gemeente Lansingerland respectievelijk de gemeente Zoetermeer van toepassing verklaren.

Artikel 26 - Detachering en dienstverlening

  • 1. Voor de uitvoering van de in artikel [5], eerste lid genoemde deeltaken is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met een of beide deelnemers, waarbij personeel in dienst van de deelnemers wordt gedetacheerd bij het bedrijvenschap. In deze overeenkomst worden bepalingen opgenomen over het functionele werkgeverschap, de rechtspositie en de kosten.

  • 2. Voor de uitvoering van de in artikel [5], eerste lid genoemde deeltaken is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten met een of beide deelnemers. In deze overeenkomst worden bepalingen opgenomen over de met de uitvoering gepaard gaande kosten.

VIII Vergoedingen en aansprakelijkheid

Artikel 27 - Vergoedingen en verzekering

  • 1. De leden van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden.

  • 2. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het sluiten van een verzekering met een naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur toereikende dekking, tegen de risico's van aansprakelijkheid van de in lid 1 genoemde personen.

IX Financiële bepalingen en inbreng en verwerving van gronden

Artikel 28 - Administratie en beheer

  • 1. Op het gebied van organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden stelt het Algemeen Bestuur bij verordening regels vast. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

  • 2. Op het gebied van controle op de administratie en van het beheer van vermogensvoorwaarden stelt het Algemeen Bestuur een verordening vast. Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het financiële beheer worden getoetst.

Artikel 29 - Comptabiliteitsvoorschriften

De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, en de rekening worden ingericht overeenkomstig de in en krachtens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gestelde regels.

Artikel 30 - Begroting

  • 1. Het Dagelijks Bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april een ontwerpbegroting van de GR Bleizo voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een deugdelijke toelichting, aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.

  • 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting het Dagelijks Bestuur van hun zienswijzen doen blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze reactie is vervat, bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.

  • 4. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast vóór 10 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. Na vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De vastgestelde begroting wordt binnen veertien dagen na vaststelling doch uiterlijk voor 1 augustus het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, gezonden aan Gedeputeerde Staten.

  • 5. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij Gedeputeerde Staten hun zienswijzen over de vastgestelde begroting doen blijken.

  • 6. In het geval Gedeputeerde Staten hebben bepaald dat de begroting voor het komende jaar goedkeuring behoeft, doet het Dagelijks Bestuur mededeling van de beslissing van Gedeputeerde Staten aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 7. In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig of nadelig saldo. Het bepaalde in artikel 32 is van overeenkomstige toepassing.

  • 8. Het bepaalde in het eerste tot en met zevende lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, zulks met inachtneming van het bepaalde in het negende lid.

  • 9. Het bepaalde in het derde en vijfde lid is niet van toepassing op begrotingswijzigingen die:

    • a)

      niet leiden tot overschrijding van het totaalbedrag van de lasten en/of baten van de begroting; en

    • b)

      niet leiden tot een daling van het geraamde batig saldo dan wel stijging van het geraamde nadelig saldo;

  • tenzij hierdoor de kaders wijzigen.

Artikel 31 - Rekening

  • 1. Van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de baten en lasten van het bedrijvenschap wordt door het Dagelijks Bestuur over het verstreken kalenderjaar verantwoording afgelegd aan het Algemeen Bestuur, onder overlegging van de door of namens de directie, overeenkomstig de in artikel 28, eerste lid bedoelde verordening, aangeboden rekening met toelichting. Het Dagelijks Bestuur voegt daarbij een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de op grond van artikel 28, tweede lid, aangewezen externe accountant.

  • 2. Het Algemeen Bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast vóór 10 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft. Van de vaststelling doet het Dagelijks Bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3. Zij wordt binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken ter kennisneming toegezonden aan Gedeputeerde Staten.

  • 4. De vaststelling van de rekening ontlast de leden van het Dagelijks Bestuur van het daarin verantwoorde financieel beheer, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

  • 5. In de rekening wordt het werkelijke batige of nadelige saldo opgenomen.

  • 6. Het Dagelijks Bestuur draagt jaarlijks zorg voor het toezenden voor 15 april van de jaarstukken aan de raden van de deelnemende gemeenten, die het Algemeen Bestuur vóór vaststelling als bedoeld in lid 2, eventueel geadviseerd door de rekeningcommissie als bedoeld in de leden 7 en 8, van hun gevoelen omtrent de rekening kunnen doen blijken.

  • 7. Het Algemeen Bestuur kan een rekeningcommissie instellen, welke commissie de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten dient te adviseren omtrent de vast te stellen rekening. Het Algemeen Bestuur stelt in dat geval voor deze commissie een regeling vast omtrent onder meer de werkwijze van de commissie, de openbaarheid van vergaderingen, het toezicht op de uitoefening van bevoegdheden door de commissie en de verantwoording aan het Algemeen Bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten, een en ander conform artikel 25 Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 8. De in het zevende lid bedoelde commissie zal bestaan uit raadsleden uit de deelnemende gemeenten, te benoemen door het Algemeen Bestuur, op voordracht van de gemeenteraden. Zo nodig wordt de commissie aangevuld met externe leden die beschikken over specialistische kennis op het terrein van de rekeningcommissie. Dat laatste op verzoek van de commissieleden en na instemming door het Algemeen Bestuur.

Artikel 32 - Risicoverdeling deelnemers

  • 1. Ten behoeve van het startkapitaal van het bedrijvenschap is door de deelnemende gemeenten bij aanvang een financiële bijdrage verleend. De deelnemers staan er voor in dat het bedrijvenschap te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 2. Indien aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente weigert de uit het eerste lid voortvloeiende uitgaven op de gemeentebegroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

  • 3. De financiële inbreng en de risicoverdeling geschiedt op basis van 50%-50% per deelnemende gemeente.

  • 4. Het Algemeen Bestuur beslist of een voordelig saldo van de rekening van lasten en baten geheel of gedeeltelijk:

    • a.

      zal worden toegevoegd aan de reserve, dan wel

    • b.

      zal worden toegevoegd aan het vermogen van de in artikel [4], achtste lid bedoelde rechtsperso(o)n(en) dan wel

    • c.

      aan de deelnemende gemeenten zal worden uitgekeerd, in de verhouding 50%-50%.

  • 1. Het Algemeen Bestuur beslist of een nadelig saldo van de rekening van lasten en baten geheel of gedeeltelijk:

    • a.

      ten taste van het volgende dienstjaar zal worden gebracht, dan wel

    • b.

      ten laste van de bestaande reserve zal worden afgeschreven, dan wel

    • c.

      ten laste van het vermogen van de in artikel [4], achtste lid bedoelde rechtsperso(o)n(en) zal worden gebracht, dan wel

    • d.

      ten laste van de deelnemende gemeenten zal worden gebracht, in de verhouding 50%-50%.

  • 1. Indien het Dagelijks Bestuur voornemens is een geldlening aan te trekken onder rechtstreekse garantiestelling van de deelnemers, dan gaat het Dagelijks Bestuur niet over tot het aangaan van zodanige geldlening totdat door de deelnemers schriftelijk is meegedeeld dat met de verlening van die garantiestelling wordt ingestemd. Het Dagelijks Bestuur richt ten aanzien van dit voornemen een schriftelijk verzoek tot garantiestelling aan de deelnemers.

Artikel 33 - Rekening-courantverhouding

  • 1. Ter voorziening in de behoefte aan kasgeld en voor het aangaan van leningen wordt door de gemeente Lansingerland ten behoeve van het bedrijvenschap een rekening-courant opengesteld, zulks onder nader overeen te komen voorwaarden.

  • 2. Een ingevolge het eerste lid gecreëerde rekening-courantverhouding laat onverlet dat het bedrijvenschap met bancaire instellingen of met andere deelnemers een rekening-courantverhouding voor het in eerste lid genoemde doel kan aangaan.

  • 3. Op het gebied van aantrekken van leningen stelt het Algemeen Bestuur een Treasury Statuut vast.

Artikel 33a - Inbreng en verwerving van gronden

  • 1. Het Algemeen Bestuur stelt vast, of en wanneer het nodig is, dat het bedrijvenschap percelen van het gebied, bedoeld in artikel [2], tweede lid, in eigendom verkrijgt.

  • 2. Indien een deelnemende gemeente de eigendom van de desbetreffende percelen op het tijdstip, als bedoeld in het eerste lid, heeft, draagt zij die in eigendom over aan het bedrijvenschap, waarbij verrekening plaatsvindt van de tot dan toe gemaakte reële verwervings- en beheerskosten, één en ander overeenkomstig een nader met het Algemeen Bestuur overeen te komen specificatie.

  • 3. Indien een deelnemende gemeente geen eigenaar van de desbetreffende percelen is, verricht het Dagelijks Bestuur van het bedrijvenschap hetgeen ter verkrijging van de eigendom nodig is.

  • 4. Blijkt in een geval als bedoeld in het vorige lid, dat de eigendom slechts door middel van onteigening kan worden verkregen, dan neemt de gemeente waarbinnen de percelen zijn gelegen, na een daartoe strekkend verzoek van het Dagelijks Bestuur van het bedrijvenschap, de maatregelen, die nodig zijn om de eigendom van die percelen te verwerven. Vervolgens is het bepaalde in lid 2 van toepassing.

X Archief

Artikel 34 - Archiefzorg

  • 1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen ingesteld bij deze regeling overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur vast te stellen regeling.

  • 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Lansingerland. De archivaris van de gemeente Lansingerland oefent toezicht uit op dat beheer.

  • 3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Lansingerland.

XI Evaluatie

Artikel 35 - Evaluatie

  • 1. Op verzoek van de raad van een of meer der deelnemende gemeenten zullen de deelnemers de toepassing en werking van deze regeling evalueren.

  • 2. De in het eerste lid bedoeld evaluatie heeft onder meer, doch niet uitsluitend, tot doel na te gaan:

    • a.

      of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde doelstellingen zijn behaald;

    • b.

      of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde overdracht van taken en bevoegdheden, in het licht van de doelstelling van deze regeling, aanpassing behoeft.

  • 3. Door het Algemeen Bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluatie zal plaatsvinden.

XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 36 Toetreding en uittreding

  • 1. Toetreding tot de regeling door andere gemeenten en/of provincies is alleen mogelijk door wijziging van deze regeling.

  • 2. Uittreding uit de regeling is alleen mogelijk door opheffing van deze regeling.

Artikel 37 Wijziging

  • 1. Het Dagelijks Bestuur en/of de raad van een deelnemende gemeente kan aan het Algemeen Bestuur voorstellen doen voor wijziging van de regeling.

  • 2. Indien het Algemeen Bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het Dagelijks Bestuur het door het Algemeen Bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de burgemeesters, de colleges van burgemeester en wethouders, en de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de in lid 2 bedoelde bestuursorganen met het voorstel van het Algemeen Bestuur hebben ingestemd.

  • 4. De wijziging treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de gemeente Lansingerland als plaats van vestiging de wijziging in alle deelnemende gemeenten bekend heeft gemaakt door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant conform artikel 26 lid 2 Wgr.

Artikel 38 Opheffing

  • 1. De regeling wordt opgeheven wanneer de datum zoals bedoeld in artikel 40 is verstreken, of zoveel eerder wanneer de in artikel 37, lid 2 bedoelde bestuursorganen, al dan niet op basis van een voorstel van het Algemeen Bestuur, daartoe besluiten.

  • 2. In geval van opheffing van de regeling, besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling - met uitzondering van het bepaalde in artikel 32, derde tot en met vijfde lid en van het bepaalde in artikel [38] - worden afgeweken.

  • 3. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld..

  • 4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het bedrijvenschap over de deelnemers te verdelen op een in het liquidatieplan te bepalen wijze, waarbij de in artikel 32, lid 5 vermelde percentuele verdeling uitgangspunt is. Voorts voorziet het liquidatieplan in de gevolgen die de opheffing voor het personeel van Bedrijvenschap Hoefweg heeft.

  • 5. Zo nodig blijven de bestuursorganen van het bedrijvenschap ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

XIII Geschillen

Artikel 39 - Geschillen

  • 1. Gedeputeerde Staten beslissen omtrent geschillen over de toepassing, in de ruimste zin des woords, van deze regeling tussen besturen van deelnemers of tussen besturen van een of meer deelnemers en het bestuur van het openbaar lichaam, voor zover die geschillen niet behoren tot die zoals vermeld in artikel 112, eerste lid van de Grondwet of tot die waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid van de Grondwet is opgedragen aan hetzij de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren.

  • 2. Alvorens een geschil ter beoordeling aan Gedeputeerde Staten voor te leggen, kan het Algemeen Bestuur het geschil om advies voorleggen aan een door het Algemeen Bestuur in te stellen geschillencommissie, zulks met inachtneming van het bepaalde in lid 3 en 4. Het Algemeen Bestuur kan regels stellen voor het functioneren van de geschillencommissie.

  • 3. De geschillencommissie hoort de bij dat geschil betrokken besturen en brengt advies uit aan de bij dat geschil betrokken besturen over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. Een afschrift van dit advies wordt toegezonden aan het Algemeen Bestuur.

  • 4. Indien, nadat het advies van de geschillencommissie is uitgebracht, de bij het geschil betrokken besturen alsnog niet blijken tot overeenstemming te komen, wordt het advies van de geschillencommissie toegezonden aan Gedeputeerde Staten.

  • 5. Het voorgaande laat de bevoegdheid van de deelnemers om een alternatieve wijze van geschilbeslechting overeen te komen, onverlet.

XIV Duur van de regeling

Artikel 40 - Duur regeling

  • 1. De regeling heeft een looptijd tot 1 januari 2025.

  • 2. De werkingsduur van de regeling kan bij besluit van de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Lansingerland en Zoetermeer, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft, worden verlengd.

  • 3. De besluiten als bedoeld onder punt 2 dienen ruim voor het aflopen van de regeling plaats te vinden.

XV Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 41 - Niet-voorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, wordt, voor zover wet- en regelgeving zich daartegen niet verzetten, door het Algemeen Bestuur een voorziening getroffen.

Artikel 42 - Inwerkingtreding van gewijzigde regeling

  • 1. De deelnemende gemeente waar de zetel van het openbaar lichaam is gevestigd, draagt zorg voor toezending van dit besluit aan Gedeputeerde Staten.

  • 2. Deze wijziging/hernieuwde vaststelling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de bekendmakingen zoals bedoeld in artikel 26, tweede lid Wet gemeenschappelijke regelingen hebben plaatsgevonden.

Artikel 43 - Citeertitel

De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap Hoefweg" of “GR Bedrijvenschap Hoefweg”.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Lansingerland d.d. 28 september 2017

De griffier,

mw. drs. M. Walhout

de voorzitter,

drs. P. van de Stadt

Vastgesteld in de collegevergadering van burgemeester en wethouders van Lansingerland d.d. 4 juli 2017

de secretaris,

drs. Ing. A. Eijkenaar

de burgemeester,

drs. P. van de Stadt

Vastgesteld door de burgemeester van Gemeente Lansingerland op d.d. 4 juli 2017

drs. P. van de Stadt

Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Zoetermeer d.d. 11 september 2017

de griffier,

drs. R. Blokland

de voorzitter,

Ch. B. Aptroot

Vastgesteld door de burgemeester van Gemeente Zoetermeer d.d. 6 juni 2017

Ch. B. Aptroot

Vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer d.d. 6 juni 2017

de secretaris,

mw. drs. H.M.M. Koek

de burgemeester

Ch. B. Aptroot

Gemeenschappelijke Regeling

Bedrijvenschap Hoefweg

2017