Aansluitverordening Riolering gemeente Midden-Groningen 2021

Geldend van 22-01-2022 t/m 31-12-2023

Intitulé

Aansluitverordening Riolering gemeente Midden-Groningen 2021

De raad van de gemeente Midden-Groningen;

gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders inzake het vaststellen van een verordening voor het aansluiten op de openbare riolering;

gelet op artikel 124 lid 1 van de Grondwet;

gelet op de artikelen 121, 149 en 229 lid 1 sub a van de Gemeentewet;

gelet op de artikelen 10.32a en 10.33 van de wet Milieubeheer;

besluit vast te stellen de volgende:

Aansluitverordening Riolering gemeente Midden-Groningen

AFDELING I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Aansluitleiding: de leiding lopend vanaf het particulier perceel door het openbaar gebied en aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel of het gemeentelijk drainage- of infiltratiestelsel.

  • b.

    Aansluitpunt:

  • 1.

    bij gemengde en (verbeterd)gescheiden rioolstelsels het punt, normaliter gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool wordt aangesloten op de perceel aansluitleiding. Het aansluitpunt wordt door de perceeleigenaar voorzien van een ontstoppingsstuk.;

  • 2.

    bij drukriolering of vacuümriolering het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput of vacuümput;

  • 3.

    bij gemeentelijke IBA’s het punt waar het particuliere riool aansluit op de gemeentelijke IBA. (wanneer IBA gelegen is op openbaar terrein dan geld de regel perceelsgrens)

  • c.

    Aanvraagformulier: het bij deze verordening behorende door burgemeester en wethouders vast te stellen aanvraagformulier voor een aansluiting op het openbaar riool of de wijziging van een aansluitleiding.

  • d.

    Afvalwater: alle water afkomstig van een perceel, met uitzondering van hemelwater en drainagewater.

  • e.

    Afvloeiend hemelwater: water gerelateerd aan de zorgplicht op grond van artikel 3.5 van de waterwet.

  • f.

    Bedrijfsafvalwater: afvalwater wat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is.

  • g.

    Bronneringswater: grondwater onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand.

  • h.

    Drainagewater: grondwater ingezameld door een ingegraven doorlatend buizensysteem.

  • i.

    Drukriolering en vacuümriolering: het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater (dus exclusief hemelwater, bronneringswater en drainagewater), waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk of onderdruk.

  • j.

    Gebruiker: de perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het perceel of de huurder.

  • k.

    Gemeente: de gemeente Midden-Groningen.

  • l.

    Gemengd stelsel: het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater.

  • m.

    Gescheiden stelsel (of verbeterd gescheiden stelsel): het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater, drainagewater en een buizenstelsel voor de afvoer van het afvalwater.

  • n.

    (Gemeentelijke) IBA: voorziening voor de individuele behandeling van afvalwater, in eigendom bij de gemeente.

  • o.

    Openbaar riool: het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en beheer is voor de inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en drainagewater met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, IBA’s, persleidingen en werken en installaties van overeenkomende aard, met uitzondering van de aansluitleidingen.

  • p.

    Particulier riool: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen binnen-, buiten- of terreinriolering tot aan het aansluitpunt.

  • q.

    Perceelaansluitleiding: het riool en voorzieningen die deel uitmaken van dit riool, tussen het openbaar riool en het aansluitpunt, in beheer bij de gemeente.

  • r.

    Rechthebbende:

  • 1.

    de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden;

  • 2.

    de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder 1 bedoelde personen.

Artikel 2. Afbakening

Deze verordening betreft alleen de feitelijke aansluiting van afvoerleidingen op de openbare

riolering ,IBA of drukrioleringsput. De technische voorschriften voor afvoerleidingen van huishoudelijk afvalwater en hemelwater staan geregeld in het Bouwbesluit.

AFDELING II. DE AANSLUITVERGUNNING

Artikel 3. Vergunningsplicht

  • 1.

    Het is verboden zonder een aansluitvergunning een aansluiting op het openbaar riool, drukrioleringsput of gemeentelijke IBA tot stand te brengen of te wijzigen.

  • 2.

    Burgemeester en Wethouders verlenen alleen een aansluitvergunning voor het tot stand brengen, in stand houden of wijzigen van een aansluiting tussen het particuliere riool en het openbaar riool voor de afvoer van:

  • a.

    afvalwater, indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;

  • b.

    hemelwater, indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is en het hemelwater niet op doelmatige wijze op open water of in de grond kan worden geloosd; indien de gemeente voornemens is het gemengde stelsel op termijn te vervangen door een (verbeterd) gescheiden stelsel, kan de gemeente eisen dat het afvalwater en hemelwater gescheiden wordt aangeleverd;

  • c.

    afvalwater, naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is;

  • d.

    hemelwater, naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is;

  • e.

    afvalwater (dus zonder hemelwater) indien ter plaatse drukriolering of vacuümriolering aanwezig is;

  • f.

    drainagewater naar het daarvoor bedoelde stelsel indien dit ter plaatse aanwezig en geschikt is;

  • g.

    afvalwater (dus zonder hemelwater) indien ter plaatse een gemeentelijke IBA aanwezig is.

  • 3.

    Indien meer dan één aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand dient te worden gebracht, en ook wanneer meer dan één aansluiting dient te worden gewijzigd, is het eerste lid voor iedere aansluiting of wijziging afzonderlijk van toepassing.

Artikel 4. Voorschriften

  • 1.

    In de aansluitvergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met betrekking tot:

  • a.

    het tot stand brengen van de aansluiting en de uitvoering van het aansluitpunt, bijvoorbeeld als ontstoppingsstuk;

  • b.

    het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de aansluiting;

  • c.

    sloopwerkzaamheden op het perceel van de belanghebbende;

  • d.

    de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater indien het een tijdelijke aansluiting betreft.

Artikel 5. Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag voor een aansluitvergunning wordt schriftelijk analoog of digitaal, via een daartoe bestemd formulier, bij burgemeester en wethouders ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten dan wel aangesloten perceel. Het aanvraagformulier is ook via de gemeentelijke website verkrijgbaar.

  • 2.

    Bij een aanvraag om vergunning dienen de volgende gegevens door de rechthebbende te worden vermeld:

  • a.

    de naam en het adres van de rechthebbende;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    de ligging van het aan te sluiten dan wel aangesloten perceel aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel en een situatieschets 1:1000 of grotere schaal;

  • d.

    voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft, de aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij dient te worden aangegeven of niet-verontreinigd water, zoals regen- of koelwater, en/of verontreinigd water, zoals huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden afgevoerd;

  • e.

    voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft, of er daarnaast hemelwater zal worden afgevoerd;

  • f.

    of er sprake is van afvoer van drainagewater of bronneringswater;

  • g.

    van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten minste de volgende gegevens:

  • 1.

    het leidingverloop en de dimensies van de leidingen;

  • 2.

    de plaats en het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt;

  • 3.

    het toe te passen duidelijke verschil in kleur of symbolen tussen afvalwater,hemelwater en drainageafvoerleidingen.

  • 4.

    de wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van het particuliere riool ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden gemarkeerd.

  • 3.

    Indien de gegevens zoals bedoeld in het tweede lid, reeds zijn vastgelegd in een voor het perceel afgegeven omgevingsvergunning of watervergunning, kan bij de aanvraag worden volstaan met een verwijzing naar die vergunning.

  • 4.

    De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde gegevens aan de gemeente zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen vier weken na de verzenddatum van de kennisgeving alsnog aan te vullen.

Artikel 6. Weigering van de aansluitvergunning

  • 1.

    Een aansluitvergunning wordt geweigerd indien aansluiting van de aansluitleiding op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische, milieutechnische of milieueconomische redenen bezwaarlijk is.

  • 2.

    Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool respectievelijk de IBA of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk in de zin van lid 1 indien:

  • a.

    de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm en de benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding (1 %);

  • b.

    de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de straat, tenzij via een pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt aangesloten;

  • c.

    de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening (hemelwater en afvalwater) betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool, IBA of drukriool aanwezig is;

  • d.

    de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is verleend, of niet aan de geldende algemene regels is voldaan;

  • e.

    het openbaar riool ter plaatse niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren;

  • f.

    het een lozing van niet-verontreinigd drainagewater betreft op een gemengd stelsel voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater;

  • g.

    de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet-verontreinigd bronneringswater of regenwater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels een infiltratievoorziening of retourbemaling kan worden afgevoerd;

  • h.

    een omgevingsvergunning of een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer voor het aan te sluiten perceel is geweigerd;

  • i.

    de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl een gemengd riool aanwezig is waar geen of slechts een deel van het regenwater gewenst is;

  • j.

    de gemeente voor het perceel waarvoor de aansluitvergunning wordt aangevraagd, van Gedeputeerde Staten een ontheffing heeft verkregen op grond van art. 10.33 lid 3 Wet Milieubeheer.

Artikel 7. Verlening van de aansluitvergunning

  • 1.

    Burgemeester en wethouders besluiten binnen 8 weken na ontvangst op de aanvraag.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid houden burgemeester en wethouders de beslissing omtrent een aanvraag van een aansluitvergunning aan indien er geen reden is de vergunning te weigeren, maar voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag voor omgevingsvergunning of een aanvraag op basis van de Wet milieubeheer moet worden ingediend, of als die wel is ingediend er nog niet op die aanvraag is beslist.

  • 3.

    De aanvrager wordt zo spoedig mogelijk van de aanhouding op de hoogte gesteld.

  • 4.

    Na verlening van de in lid 2 bedoelde vergunningen, nemen burgemeester en wethouders alsnog binnen 8 weken een besluit op de aanvraag.

Artikel 8. Wijziging en intrekking van de aansluitvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen de aansluitvergunning wijzigen of intrekken indien:

  • 1.

    bij de aanvraag van de aansluitvergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • 2.

    de bepalingen van deze verordening of de aan deze aansluitvergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen;

  • 3.

    de vergunninghouder binnen een jaar na verlening van de aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting, of wijziging van de aansluiting waarop die aansluitvergunning betrekking heeft, uit te voeren.

AFDELING III. DE AANSLUITING

Artikel 9. Het verzoek tot aansluiting, aanleg of wijziging perceelaansluitleiding

  • 1.

    De vergunninghouder kan de gemeente verzoeken de perceelaansluiting aan te leggen of te wijzigen middels een schriftelijk analoog of digitaal verzoek daartoe aan burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Bij het verzoek als bedoeld in lid 1 dienen in ieder geval de volgende gegevens door de vergunninghouder te worden vermeld:

  • a.

    de naam en het woonadres van de vergunninghouder;

  • b.

    het nummer van de aansluitvergunning;

  • c.

    de door vergunninghouder gewenste datum van uitvoering.

  • 3.

    Het verzoek tot feitelijke aansluiting of wijziging wordt slechts in behandeling genomen, indien deze gegevens volledig zijn vermeld en alle kosten zijn voldaan.

  • 4.

    Indien de kosten van de aanleg van de aansluiting al zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de vergunninghouder met de gemeente gesloten overeenkomst, dient de vergunninghouder dit naast de in het tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting of wijziging te vermelden.

  • 5.

    Zo spoedig mogelijk stellen burgemeester en wethouders in overleg met vergunninghouder een tijdstip vast voor de aanleg van de perceelaansluiting. Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de vergunninghouder gewenste tijdstip.

Artikel 10. Uitvoering aanleg of wijziging van een aansluitleiding

  • 1.

    De vertegenwoordiger van de gemeente bespreekt met de aanvrager de gewenste aansluitlocatie en bepaalt aan de hand van de aanwezige riolering, en overige NUTS leidingen nabij het perceel de precieze aansluitlocatie en hoogte ligging van de perceelaansluitleiding.

  • 2.

    De aansluiting van het particulier riool op het aansluitpunt vindt slechts plaats, als het aan te sluiten particulier riool tot aan het aansluitpunt aanwezig is en voldoet aan de daaraan op grond van het Bouwbesluit, de gemeentelijke Bouwverordening de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer en de onderhavige Gemeentelijke aansluitverordening riolering gestelde eisen.

  • 3.

    De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding, inclusief het aansluitpunt, vindt niet plaats anders dan door of namens de gemeente.

  • 4.

    De rechthebbende voert zelf de aansluiting uit van het particulier riool op het aansluitpunt. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt na melding aan Burgemeester en Wethouders dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen niet aan het zicht voor controle door de gemeente.

AFDELING IV. KOSTEN

Artikel 11. Kosten voor het aansluiten op het openbaar riool

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen de kosten van de aanleg van de perceelaansluitleiding inclusief aansluitpunt vast op basis van de door of namens de gemeente geraamde werkelijke kosten en vastgestelde leges.

  • 2.

    De gemeente kan niet worden gehouden tot feitelijke uitvoering over te gaan, voordat de verschuldigde kosten uit lid 1 door de rechthebbende aan de gemeente zijn voldaan.

  • 3.

    Indien de kosten voor de aanleg van het openbaar riool, het aansluiten op het openbaar riool en de aanleg of wijziging van de aansluitleiding reeds zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, worden er geen kosten in rekening gebracht.

AFDELING V. BEHEER EN ONDERHOUD

Artikel 12. Onderhoud, renovatie en vervanging

  • 1.

    Het beheer, onderhoud, renovatie dan wel de vervanging van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat de desbetreffende onderhouds- dan wel herstelwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van het particulier riool, in welk geval de kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen.

  • 2.

    Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:

  • a.

    het via deze aansluiting lozen van stoffen die vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of het openbaar riool veroorzaken;

  • b.

    het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van de aansluitleiding aantasten of schadelijk zijn voor het milieu en/of stankoverlast veroorzaken zoals oplosmiddelen en aardolieproducten;

  • c.

    het lozen van hemelwater en/of drainagewater op de drukriolering of vacuümriolering;

  • d.

    het lozen van hemelwater en/of drainagewater op de afvalwaterleiding van het (verbeterd) gescheiden stelsel.

  • 3.

    De kosten voor het onderhoud van het particulier riool komen voor rekening van de rechthebbende, tenzij onomstotelijk vaststaat dat de noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbaar riool.

  • 4.

    Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de perceelsaansluiting ten gevolge van een wijziging van het openbaar riool.

Artikel 13. Calamiteiten

  • 1.

    Bij een verstopping of andere storing in het riool graaft de rechthebbende het aansluitpunt/ ontstoppingsstuk op en onderzoekt of het een verstopping of een storing betreft in het particulier riool of in de perceelaansluitleiding. Als het aansluitpunt/ontstoppingsstuk vol staat zit de verstopping in het openbaar riool. Als het aansluitpunt/ontstoppingspunt niet vol staat zit de verstopping in het particuliere riool.

  • 2.

    Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek wordt vermoed dat sprake is van een verstopping of storing in de perceel aansluitleiding (gemeentelijk deel), neemt de rechthebbende of de gebruiker contact op met de gemeente voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. Alleen in het geval dat hij/zij in die situatie (aantoonbaar) een aannemer heeft ingeschakeld om het ontstoppingsstuk vrij te graven komt de gemeente u tegemoet in de graafkosten tot een maximum van € 100,-. Mocht blijken dat de oorzaak van de verstopping in het gemeentelijk deel te wijten is aan onzorgvuldig handelen van de rechthebbende/gebruiker dan worden de kosten van de ontstopping op de perceeleigenaar verhaald en worden er geen graafkosten gecompenseerd.

  • 3.

    Indien uit het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in het particulier riool dient de rechthebbende deze verstopping of storing zelf te verhelpen of laten verhelpen. Deze kosten van het verhelpen zijn geheel voor eigen rekening.

  • 4.

    De gemeente vergoedt geen kosten gemaakt door het inschakelen van derden door rechthebbende voor het opgraven, onderzoeken en of ontstoppen etc. van het particuliere riool en of de perceel aansluitleiding.

AFDELING VI. VERWIJDERING AANSLUITING, SLOOP

Artikel 14. Zorgplicht

  • 1.

    Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool worden getroffen dat verzanding van het openbaar riool en de aansluitleiding wordt voorkomen.

  • 2.

    Indien de rechthebbende bij sloop- en andere werkzaamheden niet voldoet aan de in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op de rechthebbende.

  • 3.

    Indien het gebruik van een aansluiting definitief wordt beëindigd, is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan onverwijld in kennis te stellen.

  • 4.

    Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende vergunning ingetrokken.

AFDELING VII. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 15. Stilleggen van de werkzaamheden

  • 1.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het aansluitwerk als bedoeld in artikel 10, vierde lid stil te leggen als er wordt aangesloten:

  • a.

    zonder aansluitvergunning;

  • b.

    in afwijking van de aansluitvergunning of

  • c.

    in afwijking van de voorschriften van deze verordening.

  • 2.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de medewerkers toezicht en uitvoering IBOR van de gemeente Midden-Groningen.

  • 3.

    Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de door het college aangewezen personen.

Artikel 16. Overgangsrecht

  • 1.

    De aanvragen tot aansluiting en aanleg of wijziging van een aansluitleiding, die voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend en waarop dan nog niet beslist is, vallen onder de bepalingen van deze verordening.

  • 2.

    Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening krachtens de tot dan toe geldende regelgeving en voorschriften tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling V en afdeling VI van deze verordening van toepassing.

  • 3.

    Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde in deze overeenkomsten.

Artikel 17. Hardheidsclausule

  • 1.

    Indien een strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot een beslissing die onmiskenbaar als onredelijk moet worden aangemerkt, kunnen burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen van het gestelde in deze verordening afwijken.

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op die van haar bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Aansluitverordening Riolering gemeente Midden-Groningen 2021’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 december 2021.

raadsgriffier

voorzitter