Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2022

Geldend van 24-12-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2022

De raad der gemeente Wijdemeren;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2021;

gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;

B E S L U I T

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2022

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.

Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1. Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een woning binnen de gemeente beschikbaar houden.

  • 2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

  • 3. Indien er samenloop is tussen de belastingplicht van de forensenbelasting en die van de toeristenbelasting of de watertoeristenbelasting, wordt er uitsluitend forensenbelasting geheven.

Artikel 3. Vrijstellingen

Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1. Indien de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ en waarvoor op grond van hoofdstuk IV van die Wet voor die onroerende zaak een waarde is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendzaakbelastingen, zoals die voor het belastingobject geldt voor het tijdvak waarover de forensenbelasting wordt geheven.

  • 2. De belasting als bedoeld in het eerste lid bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt 0,25%, met een minimum van € 350 en een maximum van € 3.000.

  • 3. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per woning, indien:

    • a.

      de heffingsmaatstaf voor de onroerendzaakbelastingen waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld onder toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet WOZ of

    • b.

      de woning geen deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ of

    • c.

      geen heffingsmaatstaf voor de onroerendzaakbelastingen is of wordt vastgesteld.

  • 4. Het vaste bedrag als bedoeld in het derde lid bedraagt € 300,00.

Artikel 5. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6. Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 7. Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moet een aanslag worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van de aanslag.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8. Kwijtschelding

Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Overgangsrecht

De Verordening forensenbelasting 2021, vastgesteld bij raadsbesluit van 10 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 10. Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 11. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening forensenbelasting 2022’.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 16 december 2021.

De raad voornoemd,

de griffier,

mevr. drs. E. B. Hörchner

de voorzitter,

mevr. drs. C.R. Larson