Verordening op de heffing en de invordering parkeerbelastingen 2022

Geldend van 01-01-2022 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering parkeerbelastingen 2022

De raad van de gemeente Doesburg;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 november 2021;

gelet op de artikelen 156, eerste lid en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Doesburg 2017

besluit

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering parkeerbelastingen 2022

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    belanghebbenden- en dagkaartplaats: een parkeerplaats die:

    • 1.

      is aangeduid met bord E9 conform model E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990), onder de toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaart toegestaan’;

    • 2.

      is gelegen binnen een zone aangeduid met het bord conform model E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, onder de toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaart toegestaan’, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

  • b.

    centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Doesburg een overeenkomst heeft afgesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel;

  • c.

    dagkaart: een schriftelijk bewijs waarmee het is toegestaan te parkeren op belanghebbenden- en dagkaartplaatsen gedurende een aaneengesloten periode van maximaal een kalenderdag;

  • d.

    gehandicaptenparkeerkaart: hetgeen hieronder wordt verstaan in het RVV 1990;

  • e.

    gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord conform model E6 uit bijlage 1 van het RVV 1990;

  • f.

    houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

  • g.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

  • h.

    oplaadpunt elektrisch rijden: parkeerplaats met infrastructuur voor het zichtbaar opladen van elektrische voertuigen;

  • i.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, [centrale computer,] en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • j.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • k.

    vergunningsjaar: periode van 1 februari tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:

  • 1.

    een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • 2.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning of dagkaart voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd, wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel 1, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat in geval:

      • I.

        een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

      • II.

        blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel 2, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Vrijstelling

Vrijgesteld van de belastingplicht als genoemd onder artikel 2 zijn:

  • 1.

    motorvoertuigen voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, mits deze kaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst;

  • 2.

    ambulances en motorvoertuigen van politie en brandweer voor zover deze motorvoertuigen bij het uitoefenen van de dienst worden gebruikt en mits deze motorvoertuigen als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn;

  • 3.

    motorvoertuigen van de gemeente Doesburg voor zover deze motorvoertuigen bij het uitoefenen van de dienst worden gebruikt en mits deze motorvoertuigen als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn.

Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur c.q. het aanmelden van de parkeertransactie op de centrale computer op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. Tevens wordt als voldoening op aangifte aangemerkt het tijdens openingstijden aanschaffen van een dagkaart betaald parkeren bij de balie van het Stadhuis, Philippus Gastelaarsstraat 2 te Doesburg.

  • 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een verbinding met de centrale computer.

  • 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 8 Heffing naar tijdsgelang

  • 1. Indien een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, in de loop van het vergunningsjaar wordt verleend en de vergunning geldig is tot het einde van het vergunningsjaar, is de belasting verschuldigd voor het aantal resterende dagen van het vergunningsjaar.

  • 2. Indien een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, welke geldig is tot het einde van het vergunningsjaar in de loop van het vergunningsjaar wordt ingetrokken op de wijze genoemd in artikel 6, onder a, b, c, d of h van de Parkeerverordening 2017 bestaat aanspraak op restitutie voor het aantal dagen van het vergunningsjaar, vanaf de eerste van de maand na opzegging.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een verbinding met de centrale computer.

  • 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 10 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, mag worden geparkeerd gebeurt in alle gevallen door burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken besluit.

Artikel 11 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, worden vermeld in de bij deze verordening bijbehorende tarieventabel.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Overgangsrecht

De Verordening Parkeerbelastingen 2021, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2020, nummer 6.1 h, wordt ingetrokken met ingang van de in de in artikel 14, tweede lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten, die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen Doesburg 2022.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare vergadering van 16 december 2021.

De griffier,

J.B. Voorhof

De voorzitter,

drs. L.W.C.M. van der Meijs

Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2022

1.

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, bedraagt:

Straatparkeren

Tijdvak

Tarief per

60 minuten

Maximum

(dag)tarief

Tariefcode 1

Maandag t/m zaterdag: 10:00 – 18:00 uur

€ 1,35

n.v.t.

Het parkeren met een erkend gehandicaptenvoertuig of motorvoertuig voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart is gratis.

2.

Het tarief voor het parkeren op een belanghebbenden- en dagkaartplaats als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, bedraagt:

Dagkaart

Tijdvak

Tarief

Per kalenderdag of deel daarvan

€ 20,00

3.

Het tarief van een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, bedraagt:

Parkeervergunning

Naam parkeervergunning

Tarief

Periode

A.1

Bewonersvergunning vergunninghoudergebied

€ 133,70

Per jaar

A.2

Bedrijfsvergunning vergunninghoudergebied

€ 269,20

Per jaar

B.1

Bewonersvergunning betaald parkeergebied

€ 133,70

Per jaar

B.2

Bedrijfsvergunning betaald parkeergebied

€ 269,20

Per jaar

C.1

Aannemersvergunning

€ 9,65

Per dag of deel daarvan

C.2

Aannemersvergunning

€ 28,60

Per week of deel daarvan

C.3

Aannemersvergunning

€ 57,10

Per maand of deel daarvan

C.4

Hulpverlenersvergunning / mantelzorgvergunning

€ 11,25

Per maand of deel daarvan

D.1

Wijziging al verleende vergunning

€ 25,75

Per keer

D.2

Duplicaat verleende vergunning bij diefstal of vermissing

€ 25,75

Per keer

D.3

Borg vergunning

€ 22,50

Per stuk

4.

Op de algemeen erkende feestdagen en Oudejaarsdag is geen parkeerbelasting verschuldigd.

5.

De kosten van de naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 11 bedragen € 66,50.

Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2021.

De griffier van Doesburg,

J.B. Voorhof

Bijlage: Kaart gebiedsindeling betaald parkeren en belanghebbenden- en dagkaartplaatsen

Behorende bij tarieventabel