Subsidieregeling Stimuleringsbudget Lokaal preventieakkoord Apeldoorn

Geldend van 16-11-2021 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Stimuleringsbudget Lokaal preventieakkoord Apeldoorn

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;

Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;

BESLUIT:

vast te stellen de volgende regeling:

Subsidieregeling Stimuleringsbudget Lokaal preventieakkoord Apeldoorn

Artikel 1 Algemene bepalingen en begripsomschrijvingen

  • 1. In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;

    • b.

      Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • c.

      college: college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn;

    • d.

      de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in de verordening (EU) N1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de-minimissteun;

    • e.

      gemeente: gemeente Apeldoorn;

    • f.

      Lokaal preventieakkoord: set afspraken tussen diverse lokale partijen waaronder de gemeente over het realiseren van gezamenlijke gezondheidsambities, zoals op het gebied van roken, alcohol, overgewicht en leefomgeving.

  • 2. Tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders wordt vermeld, gelden de voorwaarden en bepalingen in de Asv.

Artikel 2 Doel

Deze regeling heeft tot doel:

  • a.

    het stimuleren van activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van een gezonde leefstijl of een gezonde omgeving en passen binnen de ambities van het Lokaal preventieakkoord;

  • b.

    het in 2021 stimuleren van gezonde leefstijlinterventies die de negatieve gezondheidseffecten van corona of de coronamaatregelen zoveel mogelijk tegengaan om verdere schade te voorkomen.

Artikel 3 Subsidiecriteria

  • 1. Voor subsidie komt in aanmerking een activiteit die:

    • a.

      plaatsvindt op gemeentelijk grondgebied;

    • b.

      past binnen een doel zoals opgenomen in artikel 2;

    • c.

      aansluit bij een aantoonbare behoefte of problematiek van de inwoners.

  • 2. Onverminderd het eerste lid wordt, indien de activiteit gericht is op het bevorderen van een gezonde leefstijl van inwoners, een zogenaamde leefstijlinterventie, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit bevat de algemene werkzame ingrediënten, zijnde een planmatige aanpak, het betrekken van de doelgroep, is toegesneden op de sociaal-culturele waarden van de doelgroep en beschikt over adequaat opgeleide medewerkers;

    • b.

      de activiteit is gericht op kwetsbare wijken of inwoners;

    • c.

      er wordt aandacht besteed aan de manier waarop wordt omgegaan met andere thema’s uit het Lokaal preventieakkoord en andere gezondheidsbelemmeringen zoals financiën, sociale problematiek, laaggeletterdheid;

    • d.

      er is voorzien in een plan hoe de activiteit na afloop van de subsidieperiode gecontinueerd kan worden.

  • 3. Indien de activiteit gericht is op gezonde leefstijlinterventies die de negatieve gezondheidseffecten van corona of de coronamaatregelen zoveel mogelijk tegengaan om verdere schade te voorkomen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit is bij voorkeur een erkende leefstijlinterventie, al of niet passend gemaakt voor de lokale situatie;

    • b.

      de activiteit zorgt voor steun en verlichting, specifiek voor groepen die door de coronacrisis en maatregelen extra hard geraakt zijn of worden;

    • c.

      het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdelen a en d, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4 Aanvraagperiode, aanvragers en aanvraagvereisten

  • 1. Subsidieaanvragen worden ingediend:

    • a.

      vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 15 oktober 2021;

    • b.

      van 1 maart 2022 tot en met 29 april 2022;

    • c.

      van 1 september 2022 tot en met 14 oktober 2022

    • d.

      van 1 maart 2023 tot en met 28 april 2023;

    • e.

      van 1 september 2023 tot en met 13 oktober 2023.

  • 2. Subsidie op grond van artikel 2 kan worden aangevraagd door partners van het Lokaal preventieakkoord.

  • 3. Subsidie op grond van artikel 2, onderdeel b, kan worden aangevraagd door rechtspersonen.

  • 4. De aanvraag wordt door middel van een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier ingediend.

  • 5. Een subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

    • a.

      een beschrijving van de activiteit, periode en hoe de activiteit aansluit op tenminste één ambitie uit het Lokaal preventieakkoord of als de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 3, derde lid, een omschrijving van hoe deze activiteit aansluit op de negatieve effecten van corona of de coronamaatregelen;

    • b.

      een beschrijving van de doelen en doelgroep;

    • c.

      een beschrijving van de verwachte resultaten en het verwachte bereik onder inwoners;

    • d.

      een aantoonbare onderbouwing dat de activiteit voorziet in een behoefte;

    • e.

      als de aanvraag een leefstijlprogramma betreft gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl: een beschrijving van de planmatige aanpak, een beschrijving hoe de doelgroep betrokken wordt, de wijze waarop wordt omgegaan met de sociaal culturele waarden van de doelgroep en een opgave van de professionaliteit van de uitvoerende medewerker of medewerkers;

    • f.

      een beschrijving van de wijze waarop wordt omgegaan met andere thema’s uit het Lokaal preventieakkoord en andere gezondheidsbelemmeringen zoals financiën, sociale problematiek, laaggeletterdheid;

    • g.

      een begroting per jaar;

    • h.

      als de aanvrager een onderneming betreft: een volledig ingevulde en rechtsgeldig ondertekende de-minimisverklaring.

  • 6. Onverminderd het vierde lid gaat een subsidieaanvraag om een subsidie van meer dan € 5.000,- vergezeld van:

    • a.

      een dekkingsplan, dat in ieder geval een opgave bevat van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten;

    • b.

      een plan over hoe de activiteit na afloop van de subsidieperiode gecontinueerd kan worden.

  • 7. De subsidie kan meerjarig worden aangevraagd, waarbij de subsidieperiode een maximum heeft van 3 jaren

Artikel 5 Subsidieplafond en verdelingsmaatstaf

  • 1. Het college stelt het subsidieplafond voor:

    • a.

      2021 vast op € 194.000,-;

    • b.

      2022 vast op € 60.000,-;

    • c.

      2023 vast op € 60.000,-.

  • 2. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 3. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is.

  • 4. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting.

  • 5. De eerst getrokken aanvraag wordt als hoogste gerangschikt.

  • 6. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.

  • 7. Subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

  • 8. In de jaren 2022 en 2023 wordt het subsidieplafond evenredig verdeeld over twee subsidieperiodes per jaar. Het geld dat in de eerste ronde niet wordt besteed, wordt toegevoegd aan de tweede ronde.

  • 9. Subsidieaanvragen die vanwege het bereiken van het subsidieplafond in de eerste aanvraagperiode niet kunnen worden gehonoreerd, kunnen opnieuw ingediend worden in de tweede periode.

Artikel 6 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie in 2021 bedraagt maximaal € 50.000,- per aanvraag.

  • 2. De hoogte van de subsidie in 2022 en 2023 bedraagt maximaal € 20.000,- per aanvraag.

Artikel 7 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten

  • 1. Subsidiabel zijn die kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college nodig zijn voor het organiseren van de activiteit of het project, waaronder in ieder geval:

    • a.

      kosten voor ureninzet van professionals;

    • b.

      accommodatiekosten;

    • c.

      materiaalkosten;

    • d.

      deskundigheidsbevordering;

    • e.

      verzekering;

    • f.

      contributies en abonnementen.

  • 2. De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      kosten voor ureninzet van vrijwilligers;

    • b.

      kosten voor eten en drinken die niet in relatie staan tot een doelstelling uit het lokaal preventieakkoord, representatie, reis- en verblijfskosten, waaronder entrees;

    • c.

      onvoorziene uitgaven.

  • 3. De begroting is reëel en sluitend en bestaat uit de kosten die noodzakelijk zijn om de activiteit of het project uit te voeren.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb en artikel 9 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als:

  • a.

    niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze regeling;

  • b.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd al in voldoende mate bestaat;

  • c.

    met de activiteit of het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen.

Artikel 9 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. Het college legt, in aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv, aan de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichting op:

    • a.

      de subsidieontvanger deelt informatie over de activiteit en resultaten met de partners van het Lokaal preventieakkoord;

    • b.

      de activiteiten vangen aan in het jaar van de subsidieverlening.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, vangen de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, aan in 2021.

  • 3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan het college in de beschikking tot subsidieverlening nog andere doelgebonden verplichtingen opleggen.

Artikel 10 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Voor subsidies van € 10.000,- en hoger tot en met € 30.000,- verstrekt het college een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.

  • 3. Voor subsidies hoger dan € 30.000,- bepaalt het college de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 4. Het college betaalt het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

Artikel 11 Subsidievaststelling en betaling bij subsidies tot en met € 10.000,-

Subsidies tot en met € 10.000,- worden direct vastgesteld en de betaling van het subsidiebedrag vindt in een keer plaats.

Artikel 12 Verantwoording en subsidievaststelling bij subsidies hoger dan € 10.000,-

Voor subsidies hoger dan € 10.000,- legt het college in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 13 Mandatering

Het college mandateert de bevoegdheden voor uitvoering van deze regeling, met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in artikel 14, aan de afdelingsmanager Beleid Maatschappelijke Ontwikkeling.

Artikel 14 Hardheidsclausule

Het college kan één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van het subsidiëren van activiteiten of projecten die bijdragen aan een betere gezondheid van inwoners tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en vervalt met ingang van 1 januari 2024.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stimuleringsbudget Lokaal preventieakkoord Apeldoorn.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 9 november 2021.

Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn,

de secretaris,

T.J.H.M. Berben

de burgemeester,

A.J.M. Heerts

Toelichting

Algemene toelichting

In mei 2021 is het Lokaal preventieakkoord voor Apeldoorn ondertekend door ruim 20 organisaties en partijen in de gemeente Apeldoorn, die op een of andere manier een steentje kunnen en willen bijdragen aan de gezondheid van inwoners van Apeldoorn. Vanuit de Rijksoverheid is in 2021, 2022 en 2023 jaarlijks € 80.000 beschikbaar gesteld als uitvoeringsbudget om daarmee te stimuleren dat een lokale publiek-private samenwerking van de grond komt. Een kwart van dit budget wordt collectief ingezet om de partners van het Lokaal preventieakkoord te stimuleren en te ondersteunen bij onderlinge samenwerking en het ontwikkelen van initiatieven. Denk aan netwerkbijeenkomsten, onderlinge kennisdeling, advisering en de aanschaf van borden van de Rookvrije Generatie. De rest van het budget wordt ingezet als stimuleringsbudget voor de uitvoering van initiatieven van individuele of samenwerkende partners.

In 2021 heeft de rijksoverheid tevens een éénmalige financiële impuls aan gemeenten toegezegd voor de bevordering van een gezonde leefstijl van groepen die door corona of de coronamaatregelen hard zijn getroffen. Het budget voor deze regeling is in 2021 verhoogd met die éénmalige impuls.

Daarmee is het doel van deze regeling om nieuwe samenwerkingsrelaties, activiteiten of andersoortige initiatieven op het gebied van een gezonde leefstijl of een gezonde omgeving in Apeldoorn te helpen van de grond te komen. Bij voorkeur kunnen activiteiten na afloop van de subsidieperiode zonder subsidie voortbestaan.

De gemeente Apeldoorn beheert het uitvoeringsbudget en zorgt voor de subsidieregeling op basis waarvan de beschikbare middelen kunnen worden verdeeld. Daarvoor is deze regeling vastgesteld.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2 Doel

In onderdeel a worden met een activiteit alle mogelijke activiteiten verstaan die de gezondheid van inwoners bevorderen en die passen binnen de thema’s van het Lokaal preventieakkoord; roken, alcohol, gezond gewicht en leefomgeving. Dat kan in de vorm van samenwerkingsrelaties, programma’s voor inwoners, of andersoortige initiatieven.

In onderdeel b worden alle activiteiten verstaan die een gezonde leefstijl bevorderen van inwoners die door corona of de coronamaatregelen hard zijn getroffen. Dit hoeft niet beperkt te blijven tot thema’s uit het Lokaal preventieakkoord.

Artikel 3 Subsidiecriteria

In het eerste lid zijn de criteria vermeld op basis waarvan de subsidie kan worden verstrekt gedurende de hele periode van de subsidieregeling.

Eerste lid, onder c:

Het vereiste dat de activiteit aansluit bij een behoefte of problematiek van de inwoners vraagt van de subsidieaanvrager dat aangetoond kan worden hoe de activiteit een oplossing biedt voor de geschetste problematiek. Daarbij onderbouwd door onderzoeksgegevens, literatuur of relevante bronnen waarnaar verwezen wordt.

Tweede lid, onder a:

Indien de activiteit een leefstijlinterventie betreft, dient aangegeven te worden op welke wijze de medewerker(s) die de leefstijlinterventie uitvoeren, professioneel zijn opgeleid voor het uitvoeren van deze activiteit. Dat kan aangetoond worden door gevolgde opleiding(en) of inschrijving bij een beroepsregister.

Tweede lid, onder b:

Met kwetsbaarheid wordt hier bedoeld dat inwoners gedurende langere tijd onvoldoende goed in staat zijn om zelfstandig gezonde keuzes te maken. Dit resulteert vaak in gezondheidsachterstanden. Om gezonde keuzes te maken, zijn ze ergens afhankelijk van, bijvoorbeeld van scholing, of een gezondere omgeving. Wijken zijn kwetsbaar als een groot deel van de inwoners kwetsbaar is.

Tweede lid, onder c:

Het besteden van aandacht aan de manier waarop wordt omgegaan met andere thema’s uit het Lokaal preventieakkoord en andere gezondheidsbelemmeringen zoals financiën, sociale problematiek, laaggeletterdheid, kan ingevuld worden door samenwerkingsafspraken te maken met andere organisaties die op het betreffende gebied actief zijn.

Tweede lid, onder d:

Activiteiten worden bij voorkeur na afloop van de subsidieperiode gecontinueerd zonder afhankelijk te zijn van tijdelijke subsidies. Om die reden wordt bij de start gevraagd naar het toekomstperspectief na afloop van de subsidieperiode.

Derde lid:

In 2021 kunnen tevens subsidieaanvragen worden ingediend die de negatieve gezondheidseffecten van corona of de coronamaatregelen zoveel mogelijk tegengaan om verdere schade te voorkomen. Dit komt voort uit een eenmalige rijksimpuls, bedoeld om de preventie akkoorden te versterken en het inzetten van erkende leefstijlinterventies te stimuleren.

Voor de aanbevolen inzet van erkende interventies wordt verwezen naar de landelijke database van erkende leefstijlinterventies van het RIVM, afdeling Gezond Leven (https://www.loketgezondleven.nl). Deze erkende leefstijlinterventies zijn gericht op een brede range aan leefstijlthema’s, doelgroepen en leeftijdsgroepen. De uitvoering wint aan kracht als die sterk is ingebed in de lokale structuren en gebaseerd op eerder bewezen werkwijzen. Meerdere landelijke organisaties waaronder VNG, VSG, Trimbos-instituut, Pharos, JOGG, Kenniscentrum Sport en Bewegen en het RIVM kunnen waar gewenst ondersteunen bij de keuze en toepassing van passende en erkende interventies.

Artikel 4 Aanvraagperiode en aanvraagvereisten

In het eerste lid zijn de perioden aangegeven waarin aanvragen ingediend kunnen worden: de periode maart tot en met april en de periode september tot en met half oktober van het jaar waarin de activiteit start. Deze werkwijze betekent dat volledig ingevulde aanvragen worden behandeld op basis van binnenkomst. De subsidieaanvrager kan reeds voor de aanvraagperiode gebruik maken van een groep deskundigen (ambtenaren gemeente Apeldoorn en partners van het Lokaal preventieakkoord) om mee te denken een initiatief beter te maken. Bijvoorbeeld door de activiteit te laten aansluiten bij de dienstverlening van een andere partner, of door de activiteit te laten aansluiten bij de problematiek en behoeften van de Vitaliteitsagenda van een wijk. Deze werkwijze beoogt twee doelen: 1) zoveel mogelijk samenwerking en verbinding tussen activiteiten en 2) zoveel mogelijk passende activiteiten die aansluiten bij de gezondheidsproblematiek van die doelgroep of wijk.

Het tweede lid vereist dat de aanvrager en uitvoerders partner zijn van het Lokaal preventieakkoord. Dit dient ervoor te zorgen dat het uitvoeringsbudget terecht komt bij Apeldoornse organisaties of organisaties die Apeldoorn als werkgebied hebben, en die zich langdurig willen verbinden aan tenminste één ambitie uit het preventieakkoord, en die zich openstellen voor samenwerking met andere partners binnen het ‘preventienetwerk’. Dit betekent dat informatie over de eigen activiteiten wordt gedeeld met andere partners. Nieuwe organisaties kunnen zich altijd aansluiten als partner van het Lokaal preventieakkoord. Daarmee is de stimuleringsregeling ook beschikbaar voor organisaties die nu nog geen partner zijn van het Lokaal preventieakkoord.

Het derde lid is opgenomen zodat organisaties die géén partner zijn van het Lokaal preventieakkoord, in 2021 subsidie kunnen aanvragen voor gezonde leefstijlinterventies vanwege de corona effecten.

In het vijfde lid, onder h, is een aanvraagvereiste opgenomen die alleen van toepassing is op ondernemingen en bedoeld is om ongeoorloofde staatssteun te voorkomen. Als de aanvrager een onderneming is dan moet er een de-minimisverklaring worden ingevuld. De aanvrager kan alleen voor subsidie in aanmerking komen als uit die de-minimisverklaring blijkt dat in het jaar van de aanvraag en de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren niet meer dan € 200.000 aan de-minimissteun is ontvangen.

Het zesde lid maakt onderscheid tussen subsidieaanvragen tot en met € 5.000,- en subsidieaanvragen van meer dan € 5.000,-.

Artikel 5 Subsidieplafond en verdelingsmaatstaf

In het eerste lid is het subsidieplafond genoemd. Het subsidieplafond voor de jaren 2022 en 2023 is vastgesteld op € 60.000,- per jaar.

In het jaar 2021 is het budgetplafond verhoogd tot € 190.000,-. Dit komt voort uit een eenmalige rijksimpuls bedoeld voor leefstijlbevordering vanwege de effecten van de coronapandemie in 2021.

In het negende lid is bepaald dat in de jaren 2022 en 2023 het budgetplafond wordt verdeeld over twee periodes per kalenderjaar. Dat betekent € 30.000,- per periode. Indien in de eerste periode het budget niet volledig wordt benut, wordt dat deel toegevoegd aan het budget voor de tweede periode. Hiermee is het mogelijk om op twee momenten per jaar een subsidieaanvraag in te dienen.

Initiatieven die pas later in een kalenderjaar ontstaan, maken hiermee een grotere kans om in aanmerking te komen voor een subsidie zonder dat het subsidieplafond al bereikt is.

In het tiende lid is bepaald dat aanvragen die in de eerste periode niet gehonoreerd kunnen worden vanwege het bereiken van het subsidieplafond, in de tweede periode opnieuw ingediend kunnen worden. Aanvragen schuiven niet automatisch door naar de volgende aanvraagperiode om daarmee te voorkomen dat een soort wachtrij ontstaat van aanvragen en nieuwe aanvragen daarmee als het ware automatisch achteraan moeten sluiten en minder kansrijk zijn vanwege het bereiken van het subsidieplafond.

Artikel 6 Subsidiehoogte

Voor het jaar 2021 is het maximum gesteld op € 50.000,-. Hiermee is het mogelijk om langlopende activiteiten te bekostigen die in 2021 starten en doorlopen in de periode 2022 of later.

Voor de jaren 2022 en 2023 is het maximale subsidiebedrag vastgesteld op € 20.000,- om daarmee zowel een beperkt aantal grotere aanvragen als een aantal kleinere aanvragen te kunnen honoreren.

Artikel 7 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten

In dit artikel is vastgelegd welke kosten subsidiabel (eerste lid) en niet-subsidiabel (tweede lid) zijn.

Verder is in het derde lid vastgelegd dat de begroting reëel en sluitend moet zijn en moet bestaan uit de kosten die noodzakelijk zijn om de activiteit of het project uit te voeren. Dit om te voorkomen dat er teveel ‘lucht’ in de begroting zit.

Artikel 8 Weigeringsgronden

In artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn zijn de algemene weigeringsgronden opgenomen. In aanvulling hierop bevat dit artikel nog enkele specifieke voor deze regeling geldende weigeringsgronden. Zo mag er bijvoorbeeld niet al met de activiteit of het project begonnen zijn, voordat de aanvraag om subsidie is ontvangen.

Artikel 9 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Het eerste lid, onder a, vereist dat alle subsidieontvangers de opgedane kennis en ervaringen delen met de partners van het Lokaal preventieakkoord. Dit geldt ook voor niet-partners die in 2021 subsidie ontvangen voor de bestrijding van negatieve corona effecten. Het beschikbaar stellen van opgedane kennis en ervaringen kan aan de hand van bijvoorbeeld hand-outs, werkplannen en of presentaties tijdens netwerkbijeenkomsten.

Het tweede lid vereist dat de activiteiten gericht op het tegengaan van gezondheidseffecten door corona, in 2021 moeten starten. Voorbereidingen voor activiteiten vallen hier ook onder.

Het derde lid is toegevoegd om in de subsidiebeschikking in ieder geval afspraken te kunnen maken over de wijze waarop tussentijds en na afloop wordt geëvalueerd.

Artikel 10 Bevoorschotting en betaling

Dit artikel bepaalt dat subsidies tot en met € 30.000,- 100% worden bevoorschot. Voor subsidies die hoger zijn dan € 30.000,- worden afspraken over bevoorschotting en betalingstermijnen vastgelegd in de beschikking. Subsidies hoger dan € 30.000,- zijn alleen mogelijk voor aanvragen in 2021 zoals aangegeven in artikel 6, eerste lid.

Artikel 11 Subsidievaststelling en betaling bij subsidies tot en met € 10.000,-

In het eerste lid is aangegeven dat subsidies tot en met € 10.000,- direct worden vastgesteld. Het college kan steekproefsgewijs om verantwoording vragen. Daarbij is het mogelijk de subsidieontvanger fysiek of administratief te controleren of aan de verplichtingen is voldaan. Als bij de desgevraagde verantwoording of controle blijkt dat de activiteit of het project niet of niet volledig is afgerond of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan dit leiden tot het wijzigen of intrekken van de beschikking tot subsidievaststelling, met als gevolg dat de subsidie lager of op nihil kan worden vastgesteld en gedeeltelijk of volledig wordt teruggevorderd.

Artikel 12 Verantwoording en subsidievaststelling bij subsidies hoger dan € 10.000,-

Dit artikel bepaalt dat subsidies hoger dan € 10.000,- na afloop van de activiteit vastgesteld worden. Daarvoor dient de aanvrager binnen 12 weken na afloop een vaststellingsverzoek in.

Artikel 14 Hardheidsclausule

Op grond van dit artikel kan het college één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van het subsidiëren van activiteiten of projecten die bijdragen aan de gezondheid van inwoners, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Dit kan echter alleen in die gevallen die niet zijn voorzien ten tijde van het vaststellen van de regeling. Wordt een geval onder de hardheidsclausule gebracht, dan heeft dit tot gevolg dat de regeling op dit punt moet worden aangepast. Het geval is immers voorzienbaar geworden.