Regeling vervallen per 20-04-2024

Subsidieregeling stimulering vasthouden en verwerken hemelwater op bedrijfs- en particulier terrein

Geldend van 18-09-2021 t/m 19-04-2024

Intitulé

Subsidieregeling stimulering vasthouden en verwerken hemelwater op bedrijfs- en particulier terrein
  • 1.

    Het vaststellen van de bijgevoegde subsidieregeling “stimulering vasthouden en verwerken hemelwater op bedrijfs- en particulier terrein” voor de periode 2022-2025.

  • 2.

    Dit te dekken vanuit de middelen in het taakveld 7.2 Riolering conform het door de raad vastgesteld vGRP 2021-2025 (€ 25.000,- per jaar).

  • 3.

    De regeling in 2023 te evalueren en het college te adviseren over de effectiviteit.

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Afkoppelen: onderbreken van de afvoer van op schoon verhard oppervlak (dakoppervlakken en/of particuliere erfverhardingen) vallend hemelwater naar openbare rioolstelsels of oppervlaktewater. In plaats daarvan wordt het hemelwater lokaal vastgehouden en verwerkt bijvoorbeeld via infiltratie in de bodem of nuttig gebruik.

  • b.

    Ontharden: weghalen van dakoppervlakken en/of particuliere erfverhardingen die niet op een openbaar rioolstelsel zijn aangesloten.

  • c.

    Vergroenen: aanbrengen van gras, planten en/of bomen waar men onthardt.

  • d.

    Groen dak: dakoppervlak dat bedekt is met een begroeiing waarbij de begroeiing een minimaal waterbergend vermogen van 30 liter per m2 dak heeft.

  • e.

    Hemelwater: neerslag in de vorm van regenwater, ijzel en sneeuw.

  • f.

    Openbaar rioolstelsel: een gemengd rioolstelsel, een gescheiden rioolstelsel of een verbeterd gescheiden rioolstelsel.

  • g.

    Gemengd rioolstelsel: rioolstelsel waarbij afvoer van afvalwater en hemelwater in één riool plaatsvindt naar de RWZI.

  • h.

    Gescheiden rioolstelsel: rioolstelsel waarbij afvoer van afvalwater en hemelwater gescheiden plaatsvindt. Afvalwater wordt naar de RWZI en hemelwater naar oppervlaktewater geleid.

  • i.

    Verbeterd gescheiden rioolstelsel: rioolstelsel waarbij afvoer van afvalwater en hemelwater gescheiden plaatsvindt. Afvalwater wordt samen met een klein deel van het hemelwater(geringe neerslag) naar de RWZI geleid. Bij grotere regenbuien wordt hemelwater afgevoerd naar het oppervlaktewater.

  • j.

    Regenwaterstelsel: rioolstelsel waarmee alleen regenwater wordt ingezameld.

  • k.

    Schoon verhard oppervlak: dakoppervlakken en/of particuliere erfverhardingen waarvan het hemelwater, dat tot afstroming komt, als schoon kan worden aangemerkt.

  • l.

    Infiltratie: proces waarbij hemelwater dat van dakoppervlakken en/of particuliere erfverhardingen afstroomt in de bodem wegzakt.

  • m.

    Bergingsvoorziening: voorziening bedoeld om regenwater tijdelijk of langdurig vast te houden alvorens het verdampt, hergebruikt, infiltreert of afgevoerd wordt.

  • n.

    Vertraagde afvoer: voorziening bedoeld om opgeslagen regenwater gedoseerd af te voeren.

  • o.

    Noodoverloop: voorziening die aangesproken wordt als de bergingsvoorziening niet toereikend is en wateroverlast voorkomt.

  • p.

    ASV: Algemene Subsidieverordening gemeente Cranendonck.

  • q.

    College: College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck.

Artikel 2: Doel

  • 1. Met deze subsidieregeling wordt beoogd het lokaal vasthouden en verwerken van hemelwater te stimuleren via groene daken, afkoppelen en ontharden op particulier terrein binnen de grenzen van de gemeente Cranendonck.

  • 2. De subsidieregeling levert een bijdrage aan de klimaatrobuustheid van de gemeente waaronder het tegengaan van de opwarming , het terugdringen van wateroverlast door ontlasting van openbare rioolstelsels, het verminderen van CO2-emissies door energiebesparing, het terugdringen van geluidshinder (groene daken), en het verhogen van de biodiversiteit en de leefbaarheid.

Artikel 3: Subsidieaanvrager

  • 1. Subsidie kan worden aangevraagd door rechtspersonen en door (groepen van )natuurlijke personen, voor zover zij eigenaar zijn van een in Cranendonck gelegen perceel waarop schone dakvlakken en/of schone erfverhardingen zijn aangebracht.

  • 2. In het geval er sprake is van een groep van personen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan 1 aanvraag worden ingediend waarbij de indiener een volmacht heeft van de andere eigenaren.

Artikel 4: De te subsidiëren activiteiten

Een eenmalige subsidie wordt verleend voor:

  • a.

    Het vasthouden en verwerken van hemelwater door het ontharden en vergroenen van erfverhardingen op particulier terrein, en

  • b.

    het vasthouden en verwerken van hemelwater door het vergroenen van bestaande dakverhardingen op particulier terrein, en

  • c.

    Het vasthouden en verwerken van hemelwater door het afkoppelen van dakverhardingen en/of erfverharding op particulier terrein van bestaande openbare gemeentelijke rioolstelsels.

Artikel 5: Subsidieweigering

Subsidie wordt geweigerd in het geval subsidie wordt aangevraagd voor:

  • a.

    openbare verhardingen waaronder bijv. geveltuintjes, of;

  • b.

    voor particuliere verhardingen bij nieuwbouw, of;

  • c.

    groene gevels, of;

  • d.

    regentonnen of andere voorzieningen zonder de vereiste aanvullende bergingsvoorzieningen, of;

  • e.

    de aanleg van half open verhardingen zoals bijv. grasbetonstenen, of;

  • f.

    de aanleg van grind of andere materialen zonder groene uitstraling, of;

  • g.

    de aanleg van kunstgras.

Artikel 6: Subsidievereisten

  • 1. Om in aanmerking te komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 4 van deze subsidieregeling dient te worden voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      er is niet eerder een subsidie verstrekt voor ontharden/vergroenen voor dat deel, voor het groene dak, of voor het afkoppelen van dakverharding of erfverharding waarvoor nu subsidie wordt gevraagd; en

    • b.

      de betreffende aan te passen verhardingen in het kader van deze regeling zijn aangebracht minimaal 5 jaar voor datum van indiening; en

    • c.

      het vergroeningsinitiatief, het groene dak of de afkoppelingswerkzaamheden blijven minimaal tien jaar na verlening van de subsidie in stand.

  • 2. Voor activiteiten zoals opgenomen in artikel 4 sub a en c geldt in aanvulling op het eerste lid dat de subsidieaanvrager zelf verantwoordelijk is voor het adequaat verwerken van zijn of haar hemelwater zonder dat er nadelige gevolgen bij omliggende percelen ontstaan. Hiertoe dient de subsidieaanvrager te onderzoeken of de bodemopbouw voldoende is om (hemel-)water te laten infiltreren.

  • 3. In aanvulling op de in de leden 1 en 2 opgenomen vereisten gelden de volgende eisen specifiek voor de in artikel 4 sub a, b en c te subsidiëren activiteiten:

    • a.

      Artikel 4 sub a.:

      • -

        de minimaal te ontharden/vergroenen oppervlakte is 20 m2.

    • b.

      Artikel 4 sub b.:

      • -

        de minimale oppervlakte voor een groen dak is 10 m2 ; en

      • -

        in de bestaande situatie wordt het dakwater geloosd op het openbare rioolstelsel of oppervlaktewater; en

      • -

        de subsidieaanvrager is zelf verantwoordelijk voor de bouwkundige staat van het gebouw en de draagkracht van de groene dak constructie; en

      • -

        bij de aanleg van een groen dak wordt het belang van het vasthouden en vertraagd afvoeren van regenwater in voldoende mate gediend, door een minimale wateropslag van 30 l/m2. Na benutting van deze wateropslag mag hemelwater overlopen naar groene zones in de tuin of naar de openbare ruimte; en

      • -

        het groen dak is opgebouwd uit een wortelwerende laag, alsmede een drainage-, substraat- en een vegetatielaag.

    • c.

      Artikel 4 sub c:

      • -

        de minimaal af te koppelen oppervlakte is 20 m2; en

      • -

        in de bestaande situatie wordt het afstromend water geloosd op het openbare rioolstelsel of oppervlaktewater; en

      • -

        bij de afkoppelwerkzaamheden wordt het belang van het vasthouden en vertraagd afvoeren van regenwater in voldoende mate gediend, door een minimale waterberging van 30 l/m2. Na benutting van deze waterberging mag hemelwater eventueel via regenwaterleidingen overlopen naar groene zones in de tuin of naar de openbare ruimte.

Artikel 7: Subsidieplafond/de verdeling van de subsidie

  • 1. Het subsidieplafond voor het subsidiëren van activiteiten, zoals bedoeld in deze subsidieregeling, wordt jaarlijks vastgesteld.

  • 2. Indien het bedrag waarvoor op grond van deze subsidieregeling subsidie zou moeten worden verleend aan degenen die daartoe een aanvraag hebben ingediend groter is dan het op grond van het eerste lid vastgestelde subsidieplafond, wordt de aanvraag geweigerd. Hierbij geldt dat complete aanvragen in volgorde van binnenkomst worden behandeld.

Artikel 8: Subsidiehoogte

  • 1. De hoogtes van de subsidiebedragen zijn:

    • a.

      Voor het vasthouden en verwerken van hemelwater door het ontharden en vergroenen van erfverhardingen op particulier terrein, zoals bedoeld in artikel 4 sub a:

      • -

        € 10 per m2 met een maximum van € 7.500,- per subsidieaanvraag.

    • b.

      Voor het vasthouden en verwerken van hemelwater door het vergroenen van dak-verhardingen op particulier terrein, zoals bedoeld in artikel 4 sub b:

      • -

        € 25 per m2 met een maximum van € 7.500,- per subsidieaanvraag.

    • c.

      Voor het vasthouden en verwerken van hemelwater door het afkoppelen van dak-verhardingen en/of erfverhardingen op particulier terrein van bestaande openbare gemeentelijke rioolstelsels of oppervlaktewater, zoals bedoeld in artikel 4 sub c:

      • -

        € 10 euro per m2 met een maximum van € 7.500,- per subsidieaanvraag.

  • 2. Bij een gecombineerde aanvraag waarin sprake is van twee of drie subsidiabele activiteiten zoals opgenomen onder sub a tot en met c van artikel 4, geldt een maximum van € 7.500,- per subsidieaanvraag.

Artikel 9: Indiening subsidieaanvraag

  • 1. Voor de in artikel 4 te subsidiëren activiteiten gelden de volgende indieningsvereisten:

    • a.

      Voor activiteiten zoals opgenomen in artikel 4 onder a, b en c:

      • -

        een kaart waarop de activiteit of activiteiten zijn aangeduid met een aanduiding van het aantal vierkante meters, en

      • -

        foto’s van de situatie voor uitvoering van de activiteit, en

      • -

        foto’s van de situatie na uitvoering van de activiteit.

  • 2. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 van dit artikel geldt aanvullend voor artikel 4 sub b en c:

    • -

      technische omschrijving van het groene dak met daarin minimaal opgenomen de laagopbouw, waterhoudend vermogen en noodoverloop/vertraagde afvoer, of

    • -

      een technische omschrijving van de omschrijving van de afkoppelvoorziening met daarin minimaal opgenomen de soort voorziening, inhoud, noodoverloop en de werking.

  • 3. Voor de in artikel 4 sub b en c te subsidiëren activiteiten gelden de volgende indieningsvereisten bij een subsidiebedrag groter dan € 7.500,-:

    • -

      een kaart waarop activiteit of activiteiten zijn aangeduid met een aanduiding van het aantal vierkante meters, en

    • -

      foto’s van de situatie voor uitvoering van de activiteit, en

    • -

      technische omschrijving van het groene dak met daarin minimaal opgenomen de laagopbouw, waterhoudend vermogen en noodoverloop/vertraagde afvoer, of

    • -

      een technische omschrijving van de omschrijving van de afkoppelvoorziening met daarin minimaal opgenomen de soort voorziening, inhoud, noodoverloop en de werking.

  • 4. De aanvraag moet worden ingediend met het daarvoor bestemde (digitale) aanvraagformulier. Het college is bevoegd, het overleggen van andere bescheiden, die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag overeenkomstig de eisen van de ASV, te verlangen.

Artikel 10: Beslistermijn

Het college beslist binnen 8 weken schriftelijk na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 11: Verplichtingen

  • 1. De subsidieaanvrager is verplicht de afkoppeling, de ontharde of vergroende erfverharding, of de ontharde of vergroende dakverharding minimaal 10 jaar na verlening van de subsidie in stand te houden.

  • 2. De subsidieaanvrager is verplicht ten behoeve van controles toegang te verlenen tot de onroerende zaak waarvoor subsidie is gegeven.

  • 3. Indien niet wordt voldaan aan de instandhoudingsplicht zoals vermeld in het eerste lid van dit artikel, wordt aan de subsidieontvanger een hersteltermijn van 3 maanden geboden om de afkoppeling opnieuw te realiseren. Indien de subsidieontvanger na het verstrijken van deze termijn in gebreke blijft, zal het verleende subsidiebedrag naar rato worden teruggevorderd.

Artikel 12: Verantwoording en vaststelling subsidie

  • 1. In aanvulling op het bepaalde in de ASV met betrekking tot de vaststelling van subsidies worden:

    • -

      Subsidies van € 2000,- tot en met €7.5000,- door burgemeester en wethouders verleend en gelijktijdig vastgesteld.

    • -

      Subsidies hoger dan €7.5000,- door subsidieontvanger uiterlijk binnen 6 maanden na het verlenen van de subsidie gereed gemeld door middel van het (digitale) aanvraagformulier tot subsidievaststelling.

  • 2. De gereed melding als bedoeld in 12 lid 1 sub b gaat vergezeld van een verantwoording van de gemaakte kosten door overlegging van rekeningen en foto’s.

Artikel 13: Inwerkingtreding en overgangsbepaling

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en is van toepassing op de uitvoering van activiteiten vanaf 1 januari 2022.

Ondertekening