Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, houdende tijdelijke regels voor de verstrekking van bijstand aan huishoudens die financieel getroffen zijn door de economische crisis in verband met COVID-19 (Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten Nissewaard 2021)

Geldend van 12-06-2021 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, houdende tijdelijke regels voor de verstrekking van bijstand aan huishoudens die financieel getroffen zijn door de economische crisis in verband met COVID-19 (Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten Nissewaard 2021)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit de volgende beleidsregels vast te stellen:

Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten Nissewaard 2021.

Artikel 1 Reikwijdte

De bestrijding van het coronavirus heeft geleid tot vermindering of beëindiging van allerlei werk. Hierdoor zijn er inwoners die zoveel inkomen zijn kwijtgeraakt dat ze hun vaste lasten niet meer kunnen betalen. Aan die inwoners wordt ondersteuning geboden in de vorm van een financiële bijdrage. Deze bijdrage is bestemd voor de betaling van de noodzakelijke woonkosten van een huishouden, in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021.

Artikel 2 Wie voor een bijdrage in aanmerking komt

  • 1. Een bijdrage kan alleen worden verstrekt aan degene die volgens de Wet basisregistratie personen ingezetene is met een woonadres in Nissewaard.

  • 2. Een bijdrage kan worden verstrekt aan een alleenstaande of aan een gezin, bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Participatiewet.

  • 3. De bijdrage beoogt de hoofdbewoner te ondersteunen, waarom in afwijking van het tweede lid bij de vaststelling van de omvang van diens huishouding geen rekening wordt gehouden:

    • a.

      met een inwonende aan- of bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van een zorgbehoefte;

    • b.

      met kostendelende medebewoners, bedoeld in artikel 19a van de Participatiewet.

  • 4. Een bijdrage kan slechts aan één alleenstaande of gezin op één woonadres worden verstrekt. Als meer alleenstaanden of gezinnen als hoofdbewoners op hetzelfde woonadres wonen, dan wordt de bijdrage verstrekt aan de alleenstaande of het gezin dat het eerst een aanvraag heeft ingediend.

  • 5. Er kan geen bijdrage worden verstrekt aan een persoon:

    • a.

      die vanaf 1 januari 2021 bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt of heeft ontvangen;

    • b.

      die een andere vreemdeling is dan de vreemdeling, bedoeld in artikel 11, tweede en derde lid, van de Participatiewet;

    • c.

      die geen recht op bijstand heeft zoals bedoeld in artikel 13 van de Participatiewet.

Artikel 3 Met welke inkomensterugval rekening wordt gehouden

  • 1. Een bijdrage kan worden verstrekt aan een alleenstaande of aan een gezin waarvan de maandelijkse netto-inkomsten ten minste 20% zijn gedaald.

  • 2. De aanvrager bepaalt bij de indiening van de aanvraag welke twee kalendermaanden hij wil betrekken bij de inkomensvergelijking. Voor de vaststelling van het hogere inkomen kiest hij een kalendermaand uit de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020. Voor de vaststelling van het lagere inkomen kies hij een kalendermaand uit de periode van 1 november 2020 tot en met 30 april 2021.

  • 3. Bij de vaststelling van het inkomen wordt gerekend met alle inkomensbestanddelen als bedoeld in artikel 31 van de Participatiewet. In aanvulling hierop wordt geen rekening gehouden met:

    • a.

      een teruggave inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen wegens aftrek van hypotheekrente over de te betalen hypotheeklast, bedoeld in artikel 4, tweede lid;

    • b.

      middelen die zijn of worden verkregen als ondersteuning bij financiële problemen als gevolg van de bestrijding van het coronavirus.

  • 4. Het netto-inkomen uit bedrijf of zelfstandig beroep wordt berekend overeenkomstig hetgeen bepaald is in de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers. Hierbij wordt in afwijking van het derde lid, onder b, rekening gehouden met de tegemoetkoming in de loonkosten, bedoeld in de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid.

Artikel 4 Met welke woonkosten rekening wordt gehouden

  • 1. De bijdrage is bestemd voor de kosten die verschuldigd zijn voor het wonen aan het adres als bedoeld in artikel 2, zoals:

    • a.

      de kale huur en de servicekosten;

    • b.

      de rente en aflossing van de hypotheek, de erfpachtcanon en een bedrag van € 100,- voor onderhoudskosten;

    • c.

      de premie voor de opstal- of inboedelverzekering;

    • d.

      de afvalstoffen- en rioolheffing en de onroerendezaakbelasting;

    • e.

      de kosten van energie- en watergebruik.

  • 2. Vastgesteld wordt dat de omvang van deze kosten gemiddeld genomen hoger is dan € 500,- per maand. Een alleenstaande of een gezin wordt geacht het meerdere te kunnen betalen uit het beschikbare inkomen. Daarom wordt met € 500,- aan woonkosten rekening gehouden.

Artikel 5 De vaststelling van de bijdrage en de wijze van betaling

  • 1. De bijdrage is € 500,- voor elke maand in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021 waarin de hoofdbewoner, bedoeld in artikel 2, deze woonkosten verschuldigd is.

  • 2. De bijdrage wordt berekend voor de periode waarover deze wordt verstrekt en wordt in een keer betaald.

Artikel 6 De aanvraag

  • 1. De aanvraag voor een bijdrage wordt langs elektronische weg of schriftelijk ingediend door gebruik te maken van het daartoe bestemde aanvraagformulier. Hierbij verklaart de aanvrager dat het inkomen is verminderd als gevolg van de bestrijding van het coronavirus.

  • 2. De aanvrager overlegt bij de aanvraag:

    • a.

      een document als bedoeld in artikel 17, derde lid, van de Participatiewet, aan de hand waarvan de identiteit van de belanghebbende kan worden vastgesteld;

    • b.

      de bewijzen van het inkomen over de uitgekozen kalendermaanden, bedoeld in artikel 3, tweede lid;

    • c.

      een verklaring dat de woonkosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, gemiddeld genomen hoger zijn dan € 500,- per maand;

    • d.

      een verklaring van de maanden waarover de woonkosten verschuldigd zijn.

Artikel 7 Weigerings- en intrekkingsgronden

  • 1. De bijdrage wordt geweigerd voor de maanden waarin geen woonkosten verschuldigd zijn.

  • 2. Een aanvraag voor een bijdrage wordt afgewezen en een beschikking tot toekenning van een bijdrage wordt ingetrokken als onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.

  • 3. Een aanvraag voor een bijdrage wordt in elk geval buiten behandeling gelaten:

    • a.

      als deze na 30 september 2021 is ingediend;

    • b.

      als deze bij verzending per post voor 1 oktober 2021 ter post is bezorgd, maar later dan 7 oktober 2021 is ontvangen.

Artikel 8 Inwerkingtreding

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking in het gemeenteblad en het werkt terug tot en met 1 januari 2021.

  • 2. Dit besluit vervalt op 1 oktober 2021 met dien verstande dat het besluit zoals dat luidde op 30 september 2021 van toepassing blijft:

    • a.

      op de behandeling van tijdig ingediende aanvragen;

    • b.

      op de belanghebbende die op grond van dit besluit bijstand ontvangt of heeft ontvangen en op de financiële afwikkeling van het besluit, waaronder wordt begrepen het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a van de Participatiewet en het terugvorderen van bijstand als bedoeld in de artikelen 58 tot en met 60a van de Participatiewet.

Artikel 9 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten Nissewaard 2021.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard op 9 maart 2021.

De loco-gemeentesecretaris,

S. Elseman

De burgemeester,

mr. F. van Oosten