Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2021

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2021

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk;

gelet op artikel 1.1 van de Verordening Sociaal domein Winterswijk 2021;

besluit vast te stellen het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk 2021

Artikel 1. Tarief pgb en tegemoetkoming voor hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning

Artikel 1 betreft een nadere uitwerking van artikelen 8.3.2 en 8.3.3. van de Verordening Sociaal domein Winterswijk 2021 en artikel 10 van de Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk 2021.

  • 1.

    Het tarief voor ondersteuning individueel en persoonlijke verzorging uitgevoerd door een hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning bedraagt € 14,93 per uur1.

  • 2.

    Voor begeleiding groep uitgevoerd door een hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning is een tegemoetkoming beschikbaar van € 141,00 per kalendermaand, tenzij op basis van het pgb-plan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming.

  • 3.

    Voor logeren (kortdurend verblijf) uitgevoerd door een hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning is een tegemoetkoming beschikbaar van € 141,00 per kalendermaand, tenzij op basis van het pgb-plan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming.

  • 4.

    Het tarief voor Hulp bij Huishouden (HH – pgb particuliere hulp / sociaal netwerk) uitgevoerd door een hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning bedraagt € 14,93 per uur2.

Artikel 2. Tarieven PGB voor professionele ondersteuning

Product of Voorziening:

Productcode:

Omschrijving product:

PGB tarief:3

Eenheid:

Perceel 1: ondersteuning individueel

Begeleiding

02A06

Begeleiding Individueel – ontwikkelen

€ 55,80

Uur

Begeleiding

02A11

Begeleiding Individueel – ontwikkelen Plus

€ 65,40

Uur

Begeleiding

02A07

Begeleiding Individueel – stabiliseren en helpen bij

€ 52,80

Uur

Begeleiding

02A08

Begeleiding Individueel – stabiliseren en overnemen

€ 56,40

Uur

Begeleiding

02A12

Begeleiding Individueel – stabiliseren en overnemen plus

€ 64,20

Uur

Persoonlijke verzorging

03A04

Persoonlijke verzorging – ontwikkelen

€ 45,60

Uur

Persoonlijke verzorging

03A03

Persoonlijke verzorging – stabiliseren

€ 44,40

Uur

Perceel 2: ondersteuning groep

Begeleiding

07A11

Begeleiding Groep – ontwikkelen

€ 37,21

Dagdeel

Begeleiding

07A15

Begeleiding Groep – ontwikkelen Plus

€ 54,83

Dagdeel

Begeleiding

07A12

Begeleiding Groep – stabiliseren en helpen bij

€ 36,78

Dagdeel

Begeleiding

07A13

Begeleiding Groep – stabiliseren en overnemen

€ 43,38

Dagdeel

Begeleiding

07A16

Begeleiding Groep – stabiliseren en overnemen plus

€ 54,83

Dagdeel

Vervoer

08A03

Vervoer4

€ 19,25

Etmaal

Perceel 3: wonen en logeren

Wonen

15A08

Wonen omklapwoning (met 24-uurs bereikbaarheid)

€ 23,85

etmaal

Wonen

15A09

Wonen beschut ambulant (met 24-uurs bereikbaarheid)

€ 29,85

etmaal

Wonen

15A02

Wonen beschut exclusief

€ 34,72

etmaal

Product of Voorziening:

Productcode:

Omschrijving product:

PGB tarief:5

Eenheid:

Wonen

15A11

Wonen beschermd gericht op ontwikkeling (met 24-uurs toezicht) incl. woonkosten

€ 95,99

etmaal

Wonen

15A50

Wonen beschermd gericht op ontwikkeling (met 24-uurs toezicht) excl. Woonkosten

€ 56,50

etmaal

Wonen

15A12

Wonen beschermd gericht op stabiliseren (met 24-uurs toezicht) incl. woonkosten

€ 95,99

etmaal

Wonen

15A51

Wonen beschermd gericht op stabiliseren (met 24-uurs toezicht) excl. Woonkosten

€ 56,50

etmaal

Afwezigheids-dag

15A59

Afwezigheidsdag Beschermd Wonen

€ 31,32

etmaal

Kortdurend verblijf

04A01

Logeren

€ 136,12

etmaal

Perceel 9: hulp bij huishouden

Hulp bij huishouden

Dienstverlening aan huis / Alfasense

Administratiekosten

€ 14,93

€ 1,69

Uur

Uur

Hulp bij huishouden

HH – pgb opdrachtgever/ niet gecontracteerde aanbieder

€ 27,50

Uur

Artikel 3a. Woonvoorzieningen

  • 1. Terugbetaling van de kosten van de woonvoorziening op grond van de Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning, Jeugdhulp en Leerlingenvervoer gemeente Winterswijk 2021 is alleen vereist voor woonvoorzieningen met een waarde van méér dan € 2.500,-.

  • 2. Het in het afwegingskader maatschappelijke voorzieningen gemeente Winterswijk (bijlage 1 in de Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning, Jeugdhulp en Leerlingenvervoer gemeente Winterswijk 2021) genoemde afschrijvingsschema bij hoofdstuk 2 “wonen in een geschikt huis” luidt als volgt:

    in het eerste jaar:

    100% van de investering is verschuldigd;

    in het tweede jaar:

    90% van de investering is verschuldigd;

    in het derde jaar:

    80% van de investering is verschuldigd;

    in het vierde jaar:

    70% van de investering is verschuldigd;

    in het vijfde jaar:

    60% van de investering is verschuldigd;

    in het zesde jaar:

    50% van de investering is verschuldigd;

    in het zevende jaar:

    40% van de investering is verschuldigd;

    in het achtste jaar:

    30% van de investering is verschuldigd;

    in het negende jaar:

    20% van de investering is verschuldigd;

    in het tiende jaar:

    10% van de investering is verschuldigd.

    In alle gevallen minus het percentage die voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen en de eigen bijdrage.

  • 3. De tegemoetkoming voor de verhuis- en (her)inrichtingskostenvergoeding bedraagt maximaal € 2.528,-.

  • 4. De tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting zelfstandige woonruimte bedraagt maximaal € 2.500,-.

  • 5. De tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting niet zelfstandige woonruimte bedraagt maximaal € 1.260,-.

Artikel 3b. Verwerving grond

Het aantal m2 wat maximaal voor een tegemoetkoming in aanmerking komt is per vertrek in een zelfstandige woning als volgt:

Soort vertrek:

Bij aanbouw m2:

Bij uitbreiding m2:

Woonkamer

30

6

Keuken

10

4

1-persoonsslaapkamer

10

4

2-persoonsslaapkamer

18

4

Toiletruimte

2

1

Badkamer

- Wastafelruimte

- Doucheruimte

2

3

1

2

Entree/hal/gang

5

2

Berging

6

4

Artikel 3c. Kosten van woningaanpassing

De volgende kosten in het kader van een woningaanpassing kunnen in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van het pgb of de financiële tegemoetkoming:

  • 1.

    De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;

  • 2.

    De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;

  • 3.

    Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen;

  • 4.

    De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;

  • 5.

    De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;

  • 6.

    De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;

  • 7.

    Renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;

  • 8.

    De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, volgens bijgaande tabel;

  • 9.

    De door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;

  • 10.

    De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;

  • 11.

    De kosten van aansluiting op een openbare nutsvoorziening;

    Indien de gemeente ook de administratiekosten van de verhuurder wil vergoeden kan het volgende opgenomen worden:

  • 12.

    De administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de gehandicapte, voor zover de kosten onder 1 tot en met 11 meer dan € 1000,- bedragen, 10% van die kosten, met een maximum van € 350,-.

Artikel 4. Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel / verplaatsen in en rond de woning

  • 1. Het pgb voor een vervoersvoorziening bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura.

  • 2. De hoogte van een pgb voor:

    een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering;

  • 3. Het pgb wordt verstrekt voor de levensduur zoals is opgenomen in het raamcontract met de aanbieder van hulpmiddelen. Uitzondering hierop is een wijziging in de medische situatie van een cliënt, waardoor de aangeschafte voorziening niet meer adequaat is.

  • 4. Jaarlijks wordt er een bedrag verstrekt voor onderhoud en reparatie, gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie van het voorafgaande jaar. Verstrekking van dit bedrag gaat in, 1 jaar na aanschaf van de voorziening.

Artikel 5a. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s

  • a.

    Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet is de aanvrager een eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd.

  • b.

    Voor een (sport) rolstoel wordt geen eigen bijdrage gevraagd.

  • c.

    Er wordt geen eigen bijdrage/eigen aandeel gevraagd van ouders van een aanvrager die jonger is dan 18 jaar. Uitzondering hierop is de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige. Deze is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

  • d.

    Voor de vervoersvoorziening collectief taxivervoer (ZOOV op Maat) is een eigen bijdrage verschuldigd van € 60,- per jaar. De eigen bijdrage is verschuldigd als de vervoersvoorziening collectief taxivervoer wordt verstrekt voor langer dan één jaar. Op verzoek wordt (een deel van) de eigen bijdrage over het resterende deel van het jaar terugbetaald als de vervoersvoorziening eerder wordt beëindigd.

  • e.

    De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.

  • f.

    Indien er een eigen bijdrage wordt gevraagd, mag deze de kostprijs van een voorziening niet te boven gaan. Dit geldt ook voor voorzieningen die in bruikleen zijn verstrekt. De gemeente bepaalt de kostprijs en geeft deze door aan het CAK. Bij voorzieningen in bruikleen worden ook de onderhoudskosten meegenomen. De eigen bijdrage geldt ook voor financiële tegemoetkomingen.

  • g.

    Gaat het om een voorziening in natura of een pgb die “niet in eigendom wordt verstrekt”, dan vraagt de gemeente de eigen bijdrage zo lang als de voorziening wordt verstrekt. Voorbeelden zijn hulp bij huishouden (dienstverlening) of scootmobiel (bruikleen).

Artikel 5b. Vaststelling en inning eigen bijdrage of eigen aandeel

De eigen bijdrage en het eigen aandeel worden berekend en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

De eigen bijdrage voor de vervoersvoorziening collectief taxivervoer wordt geïnd door de gemeente.

Het opstaptarief en het kilometertarief voor het collectief taxivervoer wordt in rekening gebracht door de vervoerder.

Artikel 5c. Eigen bijdrage/eigen aandeel maatwerkvoorziening

  • a.

    Indien een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom wordt verstrekt of uit een bouwkundige of woon technische aanpassing van een woning die eigendom is van de aanvrager, wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van een financiële tegemoetkoming gedurende die periode.

  • b.

    Indien een voorziening niet in eigendom wordt verstrekt, wordt een eigen bijdrage opgelegd gedurende de periode waarvoor de voorziening wordt verstrekt.

  • c.

    Indien het hulp bij huishouden betreft, wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de dienst geleverd wordt.

  • d.

    De eigen bijdrage mag niet hoger zijn dan de kostprijs van een voorziening. Hierbij worden ook de kosten voor onderhoud meegenomen.

Artikel 6. Bijdrage voor algemene voorzieningen

  • a.

    Voor een algemene voorziening kan een cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn aan de organisatie die zorg draagt voor uitvoering van de algemene voorziening.

  • b.

    De organisatie die zorg draagt voor de algemene voorziening stelt de hoogte van de bijdrage vast en int deze.

Artikel 7. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

De kwaliteitseisen die gesteld worden aan aanbieders zijn verder uitgewerkt in het Inkoopdocument Individuele voorzieningen Jeugdhulp, Maatwerkvoorzieningen Wmo (Acht Achterhoekse Gemeenten) en Hulp bij Huishouden (Vijf Achterhoekse Gemeenten) 2021.

Artikel 8. Meldingsregeling calamiteiten en geweld

Het college wijst op grond van artikel 11.3, derde lid, van de Verordening sociaal domein Winterswijk de ambtenaar openbare orde en veiligheid aan voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten.

Artikel 9. Betrekken van inwoners bij het beleid

In het huishoudelijke reglement en het reglement openbaar vergaderen Wmo-raad 2010 zijn nadere regels gesteld met betrekking tot de medezeggenschap van ingezetenen.

Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.

  • 2. Met ingang van die datum wordt het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk 2020 ingetrokken.

  • 3. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk 2021.

Ondertekening

Aldus vastgesteld te Winterswijk op 15 december 2020,

burgemeester en wethouders

G.W. Goedmakers,

Gemeentesecretaris

B.J.J. Bengevoord,

Burgemeester


Noot
1

Op basis van het document ‘PGB Tarieflijst Wmo en Jeugdhulp SDA 2021 – definitief’.

Noot
2

Op basis van het document ‘PGB Tarieflijst PGB informeel 2021 – definitief’.

Noot
3

Op basis van document ‘PGB Tarieflijst Wmo en Jeugdhulp SDA 2021 – definitief’.

Noot
4

Een cliënt ontvangt twee aaneengesloten dagdelen groepsondersteuning per etmaal. Het vervoer betreft een retourrit.

Noot
5

Op basis van document ‘PGB Tarieflijst Wmo en Jeugdhulp SDA 2021 – definitief’.