Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas houdende regels omtrent de heffing en de invordering van toeristenbelasting (Verordening toeristenbelasting gemeente Horst aan de Maas 2021)

Geldend van 25-12-2020 t/m 31-12-2021

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas houdende regels omtrent de heffing en de invordering van toeristenbelasting (Verordening toeristenbelasting gemeente Horst aan de Maas 2021)

De raad van de gemeente Horst aan de Maas;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2020,

gemeentebladnummer 2020.119.G;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting gemeente Horst aan de Maas 2021

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    vakantieonderkomens: roerende of onroerende woningen en andere verblijven, zoals vakantiebungalows, vakantiewoningen, watervilla’s en vakantieappartementen welke al dan niet zijn verbonden aan een (vakantie)park, gelegen op grond of water, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor en worden gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden en niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, chalets of stacaravans;

  • b.

    onder pensions worden mede begrepen “Bed & Breakfast”, “Airbnb” en soortgelijke accommodaties;

  • c.

    hotel: een bedrijfsmatig geëxploiteerde accommodatie, niet zijnde een woning, met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend, doch niet uitsluitend, een- en tweepersoonskamers tegen betaalde boeking per nacht of nachten, en waaronder mede worden begrepen pensions, hostels en appartementen met hoteldienstverlening;

  • d.

    mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor en worden gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;

  • e.

    stacaravans: caravans welke zo groot zijn, dat deze niet zeer regelmatig over de weg door een personenauto of bestelbus vervoerd kunnen en mogen worden en in hoofdzaak bestemd zijn en worden gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;

  • f.

    chalets: met een stacaravan vergelijkbare houten onderkomens al dan niet verbonden aan een camping en welke in hoofdzaak zijn bestemd voor en worden gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;

  • g.

    vaartuig: een vaartuig dat in hoofdzaak is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;

  • h.

    lengte: de lengte over alles;

  • i.

    etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;

  • j.

    dag: kalenderdag;

  • k.

    vaste (lig)plaats: een terrein of terreingedeelte of ligplaats in het water waar gedurende minimaal 32 aaneengesloten volle weken eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, chalet of vaartuig is geplaatst;

  • l.

    seizoen(lig)plaats: een terrein of terreingedeelte of ligplaats in het water waar gedurende minimaal 4 en maximaal 31 aaneengesloten volle weken eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, chalet of vaartuig is geplaatst;

  • m.

    groepsaccommodatie: een verblijfsobject dat bedoeld en geschikt is voor het gezamenlijk overnachten door groepen van 20 of meer personen en beschikt over een gezamenlijke bedrijfsruimte voor minimaal 20 personen;

  • n.

    logiesverblijven: verblijven of gedeelten daarvan, niet zijnde verblijven als bedoeld onder a tot en met g en m, die voor overnachting ter beschikking worden gesteld aan derden;

  • o.

    arrangement: een reservering op een seizoenplaats voor een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor:

  • a.

    het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven;

  • b.

    het houden van verblijf op vaartuigen binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen;

  • c.

    het houden van verblijf, anders dan op vaartuigen, met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven;

  • d.

    het houden van verblijf, anders dan op vaartuigen, met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen of door het ter beschikking stellen van ligplaatsen en/of vaartuigen.

  • 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt

  • 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

  • 4. De belastingplichtige die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2, in hem daartoe ter beschikking staande ruimten, dan wel ter beschikking staande terreinen of door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen kan ter zake van elk van die ruimten, terreinen en/of ligplaatsen of vaartuigen afzonderlijk in de heffing worden betrokken.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

  • 1.

    door degene die verblijf houdt in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

  • 2.

    van degene die verblijf houdt aan boord van een vaartuig dat:

    • a.

      is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;

    • b.

      een lengte heeft van ten hoogste vier meter;

    • c.

      zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt.

  • 3.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;

  • 4.

    indien het verblijf verband houdt met het volgen van een reguliere opleiding voortgezet onderwijs dan wel beroepsonderwijs in de gemeente Horst aan de Maas.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1. De belasting wordt, voor zover het verblijf wordt gehouden op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente, geheven naar het aantal etmalen verblijf in het belastingtijdvak. Het aantal etmalen verblijf wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden.

  • 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid kan, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, de belasting voor het houden van verblijf op vaste ligplaatsen of seizoenligplaatsen door dezelfde persoon of personen naar vaste bedragen per ligplaats worden geheven, zoals bepaald in Hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 3. De belasting wordt, voor zover het verblijf anders dan bedoeld in het eerste lid betreft, geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, dat zij verblijf houden.

  • 4. In afwijking in zoverre van het derde lid kan, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, de belasting voor het houden van verblijf op vaste plaatsen en seizoenplaatsen op een kampeerterrein door dezelfde persoon of personen naar vaste bedragen per standplaats worden geheven, zoals bepaald in Hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de toepassing van dit lid dient het op de betreffende vaste en/of seizoenplaatsen gehouden verblijf uitsluitend verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden te betreffen.

Artikel 6 Belastingtarief

  • 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de toepassing van deze verordening geldt dat een gedeelte van een in de verordening en/of de bijbehorende tarieventabel genoemde eenheid voor een volle eenheid wordt gerekend.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Aanslaggrens

Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien de som van het aantal etmalen en het aantal overnachtingen, als bedoeld in de leden 1 en 3 van artikel 5, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan dertig zal of heeft belopen.

Artikel 10 Termijn van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 3. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijn.

Artikel 11 Aanmeldplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2 verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b van de Gemeentewet.

Artikel 12 Aangifteplicht

  • 1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte.

  • 2. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een (tijdige) aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en de belasting middels een aanslag met ambtshalve geschatte grondslag op te leggen.

  • 3. Indien beschikbaar zal de grondslag voor de aanslag als bedoeld in het voorgaande lid tenminste gelijk zijn aan de grondslag van het voorgaande belastingjaar.

Artikel 13 Registratieplicht

  • 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, verblijfhoudende personen te registreren in een daarvoor bestemd en door de gemeente verstrekt nachtverblijfregister.

  • 2. Het gemeentelijk nachtverblijfregister is zodanig doorgenummerd dat iedere pagina en invulregel een opeenvolgend nummer heeft en bevat met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft gegevens tenminste betreffende:

    • a.

      naam, adres en woonplaats;

    • b.

      aantal van het gezin of de groep waarmee men reist;

    • c.

      datum van aankomst en datum van vertrek;

    • d.

      het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is;

    • e.

      soort verblijfsonderkomen.

  • 3. De gemeenteambtenaar, belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, kan ontheffing verlenen van het bijhouden van een gemeentelijk nachtverblijfregister indien de belastingplichtige voornemens is om een eigen nachtverblijfregister bij te houden indien dit eigen nachtverblijfregister gekoppeld is aan een bedrijfsmatig gevoerde, geautomatiseerde boekhouding.

  • 4. Het verzoek tot de in lid 3 bedoelde ontheffing dient voor aanvang van het betreffende belastingjaar te worden ingediend bij de in lid 3 genoemde gemeenteambtenaar.

  • 5. Indien daar aanleiding toe is, kan de heffingsambtenaar de ontheffing intrekken.

  • 6. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de vaste tarieven van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, lid 2 en lid 4 van deze verordening.

Artikel 14 Kwijtschelding

Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 15 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De ‘Verordening toeristenbelasting gemeente Horst aan de Maas 2020’, vastgesteld bij raadsbesluit van 10 december 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover terzake daarvan de heffing van toeristenbelasting in die periode plaatsvindt.

  • 4. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 5. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting gemeente Horst aan de Maas 2021.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 15 december 2020.

De raad voornoemd,

De voorzitter,

drs. R.F.I. Palmen

De griffier,

mr. R.J.M. Poels

Bijlage 1: Tarieventabel Toeristenbelasting gemeente Horst aan de Maas 2021

Behorende bij de Verordening toeristenbelasting gemeente Horst aan de Maas 2021.

Hoofdstuk 1 Tarieven basis

1.1.

Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt, per persoon per etmaal

€ 1,55

1.2.

Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 5, derde lid, bedraagt,

 
 

a. in vakantieonderkomens, hotels en pensions, per persoon per overnachting

€ 1,55

 

b. in afwijking van onderdeel a bedraagt de belasting, per persoon per overnachting

€ 1,20

Hoofdstuk 2 Vaste bedragen

2.1.

Vaste ligplaats voor een vaartuig, per jaar

€ 241,80

2.2.

Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week

€ 6,20

2.3.

Vaste plaats, per jaar

€ 187,20

2.4.

Seizoenplaats, per week

€ 4,80

Behorend bij raadsbesluit van 15 december 2020.

De griffier,