Gemeente Heerlen - Beleidsregel van burgemeester en wethouders van Heerlen houdende bepalingen inzake de bijzondere bijstand (Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2021)

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Gemeente Heerlen - Beleidsregel van burgemeester en wethouders van Heerlen houdende bepalingen inzake de bijzondere bijstand (Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2021)

Hoofdstuk 1 Algemene richtlijnen

Artikel 1 Begrippen
  • 1.

    Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      De wet: de Participatiewet (Pw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).

    • b.

      Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen.

    • c.

      Draagkracht: het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen.

    • d.

      Bijstandsnorm: de normen zoals bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet.

    • e.

      Adequate voorziening: de meest goedkope passende voorziening.

  • 2.

    Begrippen in deze beleidsregel die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel 2 Moment van aanvraag
  • 1.

    Aanvragen voor bijzondere bijstand kunnen tot 1 maart na het kalenderjaar waarin de kosten zijn opgekomen, worden ingediend. Aanvragen die op dan wel ná 1 maart worden ontvangen, worden afgewezen.

  • 2.

    Voor de jongerentoeslag als genoemd in artikel 13 van deze beleidsregel is het eerste lid van dit artikel niet van toepassing.

Artikel 3 Draagkracht
  • 1.

    De draagkrachtperiode is gelijk aan het kalenderjaar waarin de kosten opkomen.

  • 2.

    Indien het inkomen gelijk is of lager ligt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, zoals bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Pw, wordt geen draagkracht uit inkomen aanwezig geacht. Het inkomen, voor zover dat meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt volledig als draagkracht uit inkomen in aanmerking genomen.

  • 3a In afwijking van het bepaalde in het vorige lid bedraagt de inkomens-grens voor de kosten van schuldenbewind per 1 januari 2021 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het inkomen voor zover dat meer bedraagt dan 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt volledig als draagkracht in aanmerking genomen.

  • 3b. Als er op 31 december 2020 reeds bijzondere bijstand voor uitsluitend schuldenbewind werd ontvangen, dan gaat de verlaging van de inkomensgrens als genoemd onder a in per 1 april 2021.

  • 4.

    Het percentage genoemd in het tweede lid van dit artikel is inclusief vakantietoeslag.

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt bij de volgende kostensoorten een inkomensgrens van 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm gehanteerd en wordt al het meerdere als draagkracht in aanmerking genomen:

    • Aanvullende bijzondere bijstand voor jongeren <21 jaar

    • Bijzondere bijstand inrichtingsnorm voor jongeren < 21 jaar

    • Woonkostentoeslag

    • Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in een inrichting

    • Overbruggingsuitkering

  • 6.

    Het inkomen en vermogen wordt in aanmerking genomen volgens de bepalingen in de Pw.

  • 7.

    De verlaging van de inkomensgrens naar 100% als bedoeld in het derde lid van dit artikel wordt alleen toegepast wanneer géén wettelijk (WNSP) of minnelijk (MSNP) schuldhulpverleningstraject of een saneringskrediet bestaat.

  • 8.

    Bij incidentele bijzondere bijstand wordt de volledige draagkracht in één keer verrekend met het recht op bijzondere bijstand.

  • 9.

    Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht maandelijks verrekend met het recht op bijzondere bijstand.

  • 10.

    De draagkracht kan gedurende de draagkrachtperiode wijzigen bij een verandering in de financiële situatie van een belanghebbende. Hierbij wordt de draagkracht opnieuw vastgesteld per de datum dat de financiële situatie is gewijzigd.

Artikel 4 Drempelbedrag
  • 1.

    Het drempelbedrag bedraagt € 50,00 per kalenderjaar.

  • 2.

    Als in een draagkrachtjaar de drempel al door een andere gemeente in mindering is gebracht wordt geen drempel meer toegepast.

  • 3.

    De drempel geldt niet voor:

    • a.

      Bijzondere bijstand voor jongeren < 21 jaar ex artikel 12 Participatiewet;

    • b.

      Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening;

    • c.

      Bijzondere bijstand die wegens het geheel of gedeeltelijk ontbreken van de aflossingscapaciteit “om niet” wordt verstrekt;

    • d.

      Woonkostentoeslag.

Hoofdstuk 2 Zorgkosten

Artikel 5 Medische kosten
  • 1.

    Bij medische kosten wordt uitgegaan van de vergoeding die op grond van de gemeentelijke collectieve zorgverzekering mogelijk is. De gemeentelijke collectieve zorgverzekering VGZ Zuid-Limburgpakket wordt als voorliggende voorziening aangemerkt.

  • 2.

    Als de gemeentelijke collectieve zorgverzekering bepaalde medische kosten niet (geheel) dekt, is bijzondere bijstand mogelijk als er sprake is van een medische noodzaak en bijzondere (medische) omstandigheden.

  • 3.

    Geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de volgende kosten:

    • a.

      zelfzorgmiddelen

    • b.

      niet-reguliere geneeswijzen

    • c.

      behandelingen in het buitenland, tenzij vooraf toestemming van het college is verkregen

    • d.

      behandelingen die zijn uitgesloten onder de basisverzekering en ook niet voor vergoeding via de aanvullende verzekering in aanmerking komen;

    • e.

      verplicht of vrijwillig eigen risico van de zorgverzekering.

  • 4.

    Aan de collectieve zorgverzekering kan deelnemen de burger van Heerlen die:

    • a.

      18 jaar of ouder is;

    • b.

      een inkomen heeft dat niet hoger is dan 150% van de normen als bedoeld in artikel 20, 21, 22 of 23 van de Pw.

Artikel 6 Personenalarmering en maaltijdvoorziening
  • 1.

    De noodzaak wordt vastgesteld door het college.

  • 2.

    De kosten personenalarmering, voor zover deze niet worden vergoed door de zorgverzekering die aanvrager heeft, worden vergoed. De noodzaak van deze kosten strekt tot maximaal de aansluitkosten, het basisabonnement en de zorgopvolging.

  • 3.

    De vergoeding voor een maaltijdvoorziening bedraagt € 110,00 euro per maand.

  • 4.

    De bijzondere bijstand wordt toegekend voor de duur van één jaar.

Artikel 7 Eigen bijdrage CAK

De eigen bijdrage CAK voor Wmo-kosten wordt vergoed, voor zover deze niet wordt vergoed door de zorgverzekering die aanvrager heeft. Overige eigen bijdragen CAK (Wlz) komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Hoofdstuk 3 Woonkosten

Artikel 8 Vorm bijzondere bijstand woonkosten
  • 1.

    Het bescheiden vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 Pw wordt voor de kosten in dit hoofdstuk niet vrijgelaten.

  • 2.

    Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen, eerste maand huur en borg wordt verstrekt in de vorm van een geldlening, tenzij belanghebbende is toegelaten tot de WSNP, MSNP of uitgesloten is van gemeentelijke schuldhulpverlening.

  • 3.

    In aansluiting op het tweede lid wordt aan belanghebbende het aanbod gedaan zich te melden bij en mee te werken aan een traject bij team schuldhulpverlening.

  • 4.

    Als belanghebbende van dat aanbod gebruik maakt kan de leenbijstand op verzoek van belanghebbende na 6 maanden worden omgezet in bijstand “om niet”.

  • 5.

    Als belanghebbende geen gebruik maakt van het aanbod genoemd in lid 3 wordt het verzoek genoemd in lid 4 afgewezen.

Artikel 9 Duurzame gebruiksgoederen

Voor duurzame gebruiksgoederen wordt alleen de aanschaf van tweedehands producten vergoed.

Artikel 10 Overige inrichtingskosten

Voor overige inrichtingskosten wordt maximaal 75% van de bedragen zoals genoemd in de NIBUD prijzengids vergoed.

Artikel 11 Vaste lasten bij verblijf in een inrichting
  • 1.

    Bij opname in een inrichting kan bijstandsverlening voor het doorbetalen van de vaste lasten noodzakelijk zijn voor een:

    • a.

      belanghebbende van 21 jaar of ouder zonder partner; vanaf datum normwijziging algemene bijstand.

    • b.

      belanghebbende jonger dan 21 jaar zonder partner; vanaf einddatum algemene bijstand.

  • 2.

    Als vooraf duidelijk is dat de opname 1 jaar of langer gaat duren en belanghebbende tussentijds niet naar huis mag, is bijzondere bijstand niet mogelijk.

  • 3.

    Bijzondere bijstand is voor de volgende vaste lasten mogelijk:

    • a.

      Huur of hypotheek;

    • b.

      Energiekosten;

    • c.

      Water;

    • d.

      Opstal- en inboedelverzekering.

Hoofdstuk 4 Financiële hulpverlening

Artikel 12 Budgetbeheer

Het college beschouwt in het geval van budgetbeheer de dienstverlening die geboden wordt door Kredietbank Limburg (KBL) als een voorliggende voorziening.

Hoofdstuk 5 Jongeren- en woonkostentoeslag

Artikel 13 Jongerentoeslag

De hoogte van de bijzondere bijstand op basis van artikel 12 Pw is het verschil tussen de van toepassing zijnde jongerennorm van artikel 20 Pw en 50% van de gehuwdennorm (incl. VT) als bedoeld in artikel 21 onder b Pw.

Artikel 14 Woonkostentoeslag huurwoning
  • 1.

    De woonkostentoeslag wordt toegekend voor de maximale duur van een jaar met daaraan gekoppeld de verplichting tot het zoeken naar goedkopere huisvesting.

  • 2.

    De woonkostentoeslag wordt berekend conform de WHT-systematiek.

Artikel 15 Woonkostentoeslag eigendomswoning
  • 1.

    Er wordt bij de berekening van de WKT rekening gehouden met de voorlopige teruggave hypotheekrente waar een aanvrager recht op kan hebben.

  • 2.

    De woonkostentoeslag wordt berekend conform de WHT-systematiek.

Artikel 16 Woonkostentoeslag doorgangshuis blijf van mijn lijf

De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend conform WHT-systematiek.

Hoofdstuk 6 Overige kostensoorten

Artikel 17 Leges verblijfsvergunning
  • 1.

    Er kan bijstand verstrekt worden voor de legeskosten van:

    • a.

      het verkrijgen van het eerste verblijfsdocument.

    • b.

      verlengen van een verblijfsdocument.

    • c.

      naturalisatie.

  • 2.

    De in lid 1 sub a en b opgenomen legeskosten worden verstrekt onder aftrek van de kosten die een aanvrager zou maken voor het aanvragen van een paspoort.

Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1.

    Deze regeling wordt aangehaald als “beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2021”.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2021 onder intrekking van de beleidsregel individuele bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2018.

Ondertekening

Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van 15 december 2020.

de burgemeester,

drs. R. Wever

de secretaris a.i.,

L. Schouterden

Algemene toelichting

In deze beleidsregel worden beleidsuitgangspunten vastgelegd. Deze hebben betrekking op zowel bijzondere bijstand op basis van de Participatiewet als bovenwettelijk begunstigend gemeentelijk beleid. Afwijken op grond van persoonlijke omstandigheden is nadrukkelijk mogelijk, uiteraard mits gemotiveerd.

Criteria die bij de beoordeling van bijzondere bijstand een rol spelen zijn:

• Is er sprake van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten ?

• Kunnen de kosten niet uit eigen inkomen/vermogen betaald worden ?

• Was het wel/niet mogelijk om voor de kosten te reserveren ?

• Kunnen de kosten uit oogpunt van solidariteit en armoedebestrijding in redelijkheid (gedeeltelijk) voorrekening van belanghebbende komen ?

• Is er een voorziening waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken ter bekostiging van de kosten ?

Bijzondere bijstand is alleen mogelijk als:

a. een adequate voorliggende voorziening ontbreekt of;

b. er sprake is van noodzakelijke kosten die door bijzondere omstandighe-den veroorzaakt zijn of worden en die volgens het oordeel van het college niet betaald kunnen worden uit het (gezins-) inkomen en vermogen en;

c. er gekozen is voor een adequate voorziening;

Van de kosten waarop de aanvraag betrekking heeft dienen nota's overgelegd te worden en offertes mogen niet ouder dan 1 maand zijn.

Tenzij anders vermeld zijn de draagkrachtregels van artikel 3 van deze beleidsregel van toepassing.

Artikelsgewijze toelichting

(Alleen artikelen waarbij een toelichting noodzakelijk is, zijn opgenomen)

Hoofdstuk 1 Algemene richtlijnen

Artikel 3 Draagkracht

Lid 1

De gekozen formulering kan op twee manieren worden geïnterpreteerd:

1. De kosten doen zich voor als de behandeling heeft plaatsgevonden (b.v. bij medische kosten) en

2. De kosten doen zich voor als een rekening wordt verstuurd (datum nota).

Lid 2

Door de introductie van de kostendelersnorm ingaande 1 januari 2015 zouden veel mensen die nu recht op bijzondere bijstand hebben dat niet meer hebben, aangezien de kostendelersnorm lager is. Dat willen we niet. Daarom is gezocht naar een systematiek die zoveel mogelijk bestaande rechten respecteert. Dat doen we door bij de vaststelling van de draagkracht géén rekening te houden met de kostendelersnorm, maar uit te gaan van de “reguliere normen” uit artikel 20 t/m 23 van de Participatiewet.

Daarnaast wordt de draagkracht per 1 januari 2017 voor de individuele bijzondere bijstand voor de kosten niet voor direct levensonderhoud uitgedrukt in een percentage van de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, namelijk: 120%. Dit percentage is afgestemd op de draagkracht-normen van Stichting Leergeld, zodat er voor de kindregelingen uit het Kindpakket (bestaande uit zowel regelingen van Stichting Leergeld als de gemeente Heerlen) eenzelfde toegankelijk-heid bestaat.

Lid 3

Dit artikel is nieuw, naar aanleiding van een door de gemeenteraad op 5 november 2020 aangenomen motie, waarin aan het college is opgedra-gen:

1. De inkomensgrens voor een bijdrage uit de bijzondere bijstand alleen te

verlagen bij schuldenbewind en niet bij beschermingsbewind zonder schulden;

2. Te financieren uit het positieve saldo novembernota 2020;

3. In 2021 te evalueren welke gevolgen de wijziging in het beleid voor bewindvoering heeft.

Lid 5

Dit artikel is de nadere uitwerking van het derde lid.

Lid 6

Alle inkomen boven het bedrag als bedoeld in het 2e lid van dit artikel wordt in aanmerking genomen als draagkracht.

Lid 10

Een vastgestelde draagkracht kan gedurende het jaar gewijzigd worden bij een naar het oordeel van het college ingrijpende wijziging in de financiële omstandigheden. De om deze reden gewijzigde draagkracht heeft geen gevolgen voor de reeds uitbetaalde bijzondere bijstand in dat kalenderjaar tenzij er sprake is van schending inlichtingenplicht op grond van artikel 17 van de Participatiewet.

Artikel 4 Drempelbedrag

Het college kan bijzondere bijstand weigeren, als de kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 130,00 (bedrag per 1 juli 2017) niet te boven gaan (art. 35 lid 2 Participatiewet). Heerlen heeft een lager drempelbedrag vastgesteld van € 50,00 per jaar.

Hoofdstuk 2 Zorgkosten

Algemeen

Een samenwerkingsverband van 19 Zuid-Limburgse gemeenten (Beek, Brunssum, Onderbanken, Landgraaf, Heerlen, Kerkrade, Nuth, Simpelveld, Voerendaal, Maastricht, Eijsden, Gulpen-Wittem, Margraten, Meerssen, Vaals, Schinnen, Sittard-Geleen, Stein en Valkenburg aan de Geul), biedt aan inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid om deel te nemen aan een collectieve zorgverzekering. De huidige collectieve zorgverzeke-raar is VGZ. De collectieve zorgverzekering bestaat uit één integraalpakket van basisverzekering en aanvullende verzekering. Deelnemers hebben hierin geen keuze. Onder ‘laag inkomen’ wordt verstaan een inkomen tot 150% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Artikel 5 Medische kosten

Lid 1

Hiermee wordt bedoeld dat de mogelijke vergoeding op grond van de collectieve zorgverzekering VGZ Zuid-Limburgpakket leidend is. We verstrekken geen bijzondere bijstand als de collectieve zorgverzekeraar een volledige vergoeding voor de kosten kent, zulks ongeacht of mensen al dan niet deelnemen aan de collectieve zorgverzekering of bij een andere zorgverzekeraar verzekerd zijn. Als iemand bijvoorbeeld bij CZ verzekerd is en deze verzekeraar kent een lagere vergoeding, dan wordt voor het verschil geen bijzondere bijstand verleend.

Lid 3

De collectieve zorgverzekeraar vergoedt niet alles (volledig). In dat geval wijzen we niet zonder-meer af. De Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) gelden als voorliggende, toereikende en passende voorziening. We voeren bovenwettelijk begunstigend beleid, gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

• we gaan uit van de vergoeding van de collectieve zorgverzekering;

• het moet gaan om reguliere geneeskunde c.q. een erkende behande-ling;

• de kosten moeten in Nederland opkomen;

• er moet sprake zijn van een gebruikelijk kostenniveau;

• er moet sprake zijn van een aantoonbare medische noodzaak;

• de kosten kunnen niet uit eigen inkomen/vermogen betaald worden;

• reserveren was niet mogelijk.

Lid 3 sub a Zelfzorgmiddelen

Onder zelfzorgmiddelen vallen zowel zelfzorggeneesmiddelen als andere medische zelfzorgmiddelen. Een zelfzorgmedicijn of zelfzorggeneesmiddel is een eenvoudig medicijn dat zonder recept verkrijgbaar is, zoals pijnstillers, hoestdranken, neusdruppels, anti-diarreemiddelen, anti-wagenziekte, smeermiddelen tegen spierpijn of pijn na kneuzingen. Voorbeelden zijn paracetamol, ibuprofen, aspirine, trachitol, antimycotica en antacida.

Naast zelfzorggeneesmiddelen zijn er ook andere medische zelfzorgmid-delen, zoals apparatuur om de bloeddruk te meten, thermometers etc. . Deze kosten komen niet voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking.

Lid 3 sub b Reguliere geneeskunde

Bijzondere bijstand is enkel mogelijk voor wetenschappelijk aanvaarde behandelingen waarvoor algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs van geneeskundige effectiviteit geleverd is. De kosten van alternatieve en experimentele geneeswijzen alsmede kwakzalverij komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Lid 3 sub c Behandeling in Nederland

De bijstand is gebaseerd op het territorialiteitsbeginsel. Dat betekent dat in beginsel geen vergoeding mogelijk is voor kosten die buiten Nederland gemaakt worden. Alleen wegens zeer dringende redenen kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Er moet dan sprake zijn van een acute noodsituatie.

Lid 3 sub d Uitgesloten van verzekering

De Rijksoverheid beslist wat er in het basispakket zit en zorgverzekeraars bepalen wat er in de aanvullende verzekering zit. Als kosten onder beide zijn uitgesloten vindt er ook geen vergoeding via de bijzondere bijstand plaats. Een bekend voorbeeld van dergelijke niet voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn maagzuurremmers en benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen). Een ander voorbeeld zijn Ivf-behandelingen boven een bepaalde leeftijd.

Artikel 6 Additionele kosten uit medische noodzaak

Lid 3

Als de noodzaak voor een maaltijdvoorziening vast staat, komen wij tegemoet in de kosten. Ingewikkelde berekeningen of de declaratie van maaltijden kunnen we eenvoudiger tegemoetkomen met een vast bedrag per maand. Voor de beoordeling van de noodzaak van deze kosten was voorheen een onafhankelijk medisch advies verplicht. Dat werkte vertragend en kostenverhogend, dus dat is niet meer verplicht. Als door het college daartoe gemandateerde kan de inkomensconsulent zowel de noodzaak als de verstrekkingsduur zelf bepalen.

Hoofdstuk 3 Woonkosten

Artikel 8 Vorm bijzondere bijstand woonkosten

Een lening bij de Kredietbank is een voorliggende voorziening en de hoogte van de borgstelling wordt vastgesteld door het college. Als de bijstand in de vorm van een geldlening of borgstelling wordt verstrekt dient belanghebbende toestemming te geven voor inhouding van de aflossing op de periodieke uitkering. Onnodige instroom van vorderingen moeten worden voorkomen. Bij de vaststelling van spoor 1 (2007/11804) is besloten dat de gemeente alleen nog leningen verstrekt wanneer ook daadwerkelijk sprake is van een terugbetalingscapaciteit. Een lening verstrekken aan iemand die geen aflossingscapaciteit heeft is immers vragen om problemen. Wij willen wel dat mensen met schulden hulp zoeken. Daarom werd in het verleden de verplichting opgelegd om zich te melden bij Bureau Schuldhulpverleningen mee te werken aan een schuldhulpverleningstraject. Vanaf 1 januari 2018 doen wij dat niet meer in de vorm van een verplichting, maar in de vorm van een aanbod. Als belanghebbende daar gebruik van maakt, dan kan de lening, net als voorheen, worden ongezet in bijstand om niet. Deze formulering is positiever en voorkomt dat er een maatregel moet worden opgelegd wegens het niet meewerken aan een door het college aangeboden voorziening.

Hoofdstuk 4 Financiële hulpverlening

Artikel 12 Budgetbeheer

Op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde contourennota schuldhulpverlening geldt de KBL als passende en toereikende voorziening voor budgetbeheer. Deze bepaling geldt voor personen die op of na 1 juli 2013 onder budgetbeheer zijn gekomen, omdat op die datum effectuering heeft plaatsgevonden door aanpassing van de beleidsregel.

Hoofdstuk 5 Jongeren- en woonkostentoeslag

Artikel 13 Jongerentoeslag

Bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten van zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar wordt verleend als en voor zover:

a. Er sprake is van noodzakelijke kosten van het bestaan waarin niet kan worden voorzien door het delen van deze kosten met (een) ander(en);

b. voor de kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat:

• de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of

• de jongere redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.

De jongere bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als:

a. de ouder(s) is/zijn overleden of;

b. de jongere in het kader van de Wet op de jeugdhulpverlening buiten het gezin is geplaatst;

c. de jongere op de ingangsdatum van de bijstandverlening 12 maanden of langer zelfstandig woont;

d. er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de minderjarige zelf geen verandering kan worden gebracht. Hiertoe dient een indicatie te worden gegeven door een hulpverlenende instantie.

Artikel 14 Woonkostentoeslag huurwoning

Woonkostentoeslag vult gaten op die de huurtoeslag laat vallen. Bedragen de woonkosten meer dan de maximale huurgrens, dan kan op grond van individuele omstandigheden overwogen worden om een (aanvullende) woonkostentoeslag te verlenen. In dit verband wordt in ieder geval aandacht besteed aan het betoonde besef van verantwoordelijkheid: was er reeds sprake van deze hoge woonkosten voordat men in bijstandsbe-hoeftige omstandigheden verkeerde, was de ontstane situatie te voorzien en dus te voorkomen? Daarnaast speelt de situatie op de lokale woningmarkt een rol. Als er aanleiding bestaat om een woonkostentoeslag te verstrekken, wordt de hoogte hiervan vastgesteld op het verschil tussen de vastgestelde woonkosten en de eigen bijdrage die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximale huurgrens. De woonkosten-toeslag wordt in dit geval toegekend voor de periode van maximaal 1 jaar.

Daarbij wordt de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting. De periode waarover de woonkostentoeslag is toegekend kan na afloop tijdelijk worden verlengd als het nog niet beschikken over goedkopere woonruimte niet verwijtbaar is.

Artikel 15 Woonkostentoeslag eigendomswoning

Eigenaren van woningen hebben geen recht op huurtoeslag. Bij een laag inkomen en hoge woonkosten kunnen zij in aanmerking komen voor woonkostentoeslag. Bij bepaling van de hoogte hiervan wordt aangesloten bij de regels voor woonkostentoeslag aan huurders, dus het systeem van de WHT. Een verschil is echter dat woonkostentoeslag aan eigenaren jarenlang kan voortduren, terwijl huurders doorgaans doorschuiven naar de huurtoeslag.

De woonkosten van eigenaren die in aanmerking worden genomen zijn:

■ De rente die verband houdt met de woning. Het gaat hier meestal om hypotheekrente. De jaarlijks te ontvangen rijkssubsidie die betrekking heeft op de verschuldigde hypotheekrente moet hierop in mindering worden gebracht.

■ Hypotheekrente voor leningen anders dan voor de woning, bijv. voor een auto of caravan, mogen niet worden meegeteld.

■ Zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals:

■ eigenaarsdeel rioolrechten;

■ eigenaarsdeel waterschapslasten;

■ eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel).

Indien van toepassing:

• installatie centrale verwarming

• liftinstallatie

• algemeen beheer en administratie (bij flats en appartementen).

De aflossing van de hypotheek telt niet mee; dit geldt dus ook voor de premies van zogenaamde spaarhypotheken.

Artikel 16 Woonkostentoeslag doorgangshuis Blijf van mijn lijf

Personen die verblijven in een doorstroomhuis van de Stichting Blijf van mijn Lijf staan niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres van het doorstroomhuis. Zij kunnen daarom geen huurtoeslag claimen. Bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag kan daarom op aanvraag

worden verstrekt als aan alle andere voorwaarden voor het recht wordt voldaan.