Verordening Bedrijveninvesteringszone Stationscentrum Heiloo 2021-2023

Geldend van 19-12-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening Bedrijveninvesteringszone Stationscentrum Heiloo 2021-2023

De raad van de gemeente Heiloo:

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 oktober 2020;

gelezen het advies van de commissie BZ d.d. 17 november 2020;

gelet op het bepaalde in de Wet op de bedrijveninvesteringszones en artikel 216 van de gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de:

  • -

    Verordening Bedrijveninvesteringszone Stationscentrum Heiloo 2021-2023

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    Bedrijveninvesteringszone; het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven (bijlage I);

  • b.

    BIZ: bedrijveninvesteringszone;

  • c.

    BIZ-bijdrage: bestemmingsbelasting die op verzoek van gebruikers jaarlijks wordt geheven om met de opbrengst activiteiten te realiseren als bedoeld in artikel 1, lid 2, van de Wet;

  • d.

    Subsidie: de op basis van de verordening en de wet te verlenen subsidie voor de bedrijveninvesteringszone;

  • e.

    College: college van Burgemeester en Wethouders van Heiloo;

  • f.

    BIZ-gebied: de aangewezen bedrijveninvesteringszone in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven;

  • g.

    Perceptiekosten: kosten voor heffing en invordering van de BIZ-bijdragen door gemeente Heiloo;

  • h.

    Uitvoeringsovereenkomst: op 10 december 2020 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;

  • i.

    Vereniging: Vereniging BIZ Stationscentrum Heiloo, als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de Wet;

  • j.

    Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones;

  • k.

    Onroerende zaak: de onroerende zaak die is bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

Hoofdstuk II Belastingbepalingen

Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting
  • 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de BIZ gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen.

  • 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de BIZ of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting
  • 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak, die niet in hoofdzaak tot woning dient, en die gelegen is binnen het vastgestelde BIZ-gebied.

Artikel 4 Belastingplicht
  • 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degene die bij het begin van het kalenderjaar het gebruik of genot heeft al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht, of persoonlijk recht van een in de BIZ-gebied gelegen onroerende zaak.

  • 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt:

    • a.

      gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in genot is gegeven aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in genot heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

    • b.

      het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld.

Artikel 5 Maatstaf van heffing
  • 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak.

  • 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven van onroerende zaken gelegen in het – bij deze verordening behorende kaart – aangewezen BIZ-gebied (bijlage 1).

Artikel 6 Vrijstellingen
  • 1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:

    • a.

      onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard;

    • b.

      openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

    • c.

      Onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente;

    • d.

      straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;

    • e.

      plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht;

    • f.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs;

    • g.

      onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard;

    • h.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid;

    • i.

      objecten die vanuit de WOZ-administratie zijn aangemerkt als trafo, verenigingsruimten, crèches en overig cultureel en religieuze gebouwen.

  • 2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage

Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt voor de onroerende zaak € 420,- per jaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Termijnen van betaling
  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 10 Looptijd belastingheffing

De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 3 jaar.

Artikel 11 Nadere regels door het college

Het College kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.

Hoofdstuk III Subsidiebepalingen

Artikel 12 Aanwijzing Vereniging

De Vereniging BIZ Stationscentrum Heiloo wordt aangewezen als de vereniging bedoeld in artikel 7 van de Wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

Artikel 13 Buiten toepassing Algemene Subsidieverordening

Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Heiloo niet van toepassing.

Artikel 14 Subsidieverlening
  • 1. De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de Vereniging voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst en het BIZ-plan. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

  • 2. De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen.

Artikel 15 Subsidieverplichtingen

Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de Vereniging ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de Vereniging gesloten uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 16 Subsidievaststelling
  • 1. De Vereniging is verplicht om binnen 9 maanden na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen.

  • 2. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 8 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken.

  • 3. Het besluit tot vaststelling kan eenmaal met ten hoogste vier weken worden verdaagd.

Artikel 17 Melding van relevante wijzigingen

De Vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van:

  • a.

    meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie,

  • b.

    een wijziging van de statuten,

  • c.

    verandering of beëindiging van activiteiten.

Hoofdstuk IV Slotbepalingen

Artikel 18 Inwerkingtreding
  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening BIZ Stationscentrum Heiloo 2021-2023.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Heiloo in de openbare raadsvergadering van dinsdag 7 december 2020.

Mevrouw G.A. Beeksma

griffier

De heer T.J. Romeyn

voorzitter

Bijlage 1 behorend bij de Verordening bedrijfsinvesteringszone Stationscentrum Heiloo 2021-2023:

Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 1 van de Verordening BedrijveninvesteringszoneStationscentrum Heiloo 2021-2023 gelden de onderstaande adressen en het op onderstaande kaart gearceerde gedeelte:

Heerenweg 138 t/m 162 (even)

Heerenweg 199 t/m 211 (oneven)

Stationsplein 3 t/m 47 (oneven)

Stationsplein 24 t/m 100 (even)

Stationsweg 61 t/m 89 (oneven)

Stationsweg 74 t/m 86 (even)

Kaartbeeld

foto

Aldus besloten door de raad van de gemeente Heiloo in de openbare raadsvergadering van dinsdag 7 december 2020.

Mevrouw G.A. Beeksma

griffier

De heer T.J. Romeyn

voorzitter