De verordening op de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld 2021

Geldend van 05-12-2020 t/m heden

Intitulé

De verordening op de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld 2021

De raad van de gemeente Venlo;

gelezen het voorstel van het college van 6 oktober 2020, registratienummer 1642158;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen:

De Verordening op de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld 2021

(Verordening haven- en opslaggeld 2021)

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    Algemene wet: de Algemene wet inzake rijksbelastingen van 2 juli 1959 (Stb. 301);

  • 2.

    Invorderingswet 1990: de Wet van 30 mei 1990 (Stb. 1990, 221);

  • 3.

    Algemeen erkende feestdagen: de in ar tikel 3 van de algemene termijnenwet als zodanig genoemde en bij of krachtens dat artikel daarmee gelijkgestelde dagen;

  • 4.

    haven: de wateren en de insteekhaven aan de westelijke Maasoever, ter hoogte van het Haven- en Industriegebied, , die in beheer en onderhoud zijn bij de gemeente, met uitzondering van "De Jachthaven" en evenmin de haven aan de oostelijke Maasoever en de aangrenzende kaden;

  • 5.

    Lage loswal ’t Bat: het gebied zoals in de nadere regels voor de passantenhavens en lage loswal ’t Bat aangeduide gebied t.b.v. het afmeren van passagiersschepen en rondvaartboten (zie kaartje)

  • 6.

    havenmeester: de als zodanig door burgemeester en wethouders benoemde ambtenaar of zijn plaatsvervanger;

  • 7.

    kade: terreinen, oevers, steigers en dergelijke in de haven;

  • 8.

    vaartuig: een drijvend voorwerp, dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd, dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer van personen en goederen, of voor het dragen van al dan niet met het drijvend voorwerp een geheel uitmakende voorwerpen als woonschepen, glijboten en ponten, daaronder begrepen drijvende werktuigen als bakken, kranen, elevators en baggerwerktuigen;

  • 9.

    schipper: de gezagvoerder van het vaartuig of zijn vervanger;

  • 10.

    laadvermogen: het in kubieke meters uitgedrukte verschil tussen de waterverplaatsing van het vaartuig bij de maximum toegelaten diepgang en die van het ledige vaartuig of de in tonnen uitgedrukte hoeveelheid goederen, welke het vaartuig maximaal mag laden;

  • 11.

    ton: een gewichtseenheid van 1.000 kilogram;

  • 12.

    lengte: de grootste lengte van een vaartuig, gemeten over alles en naar boven afgerond op hele meters

  • 13.

    eetbrief: het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stb. 548 (Besluit binnenschependocumenten);

  • 14.

    waterverplaatsing: de zoetwaterverplaatsing in m3 volgens de formule W = 0,7 x 1 x b x d, waarin 1 en b de lengte en de breedte zijn en d de grootst toegestane diepgang is;

  • 15.

    container: een laadkist als omschreven in de aanbeveling ISO 688-1979 als Series 1 freight containers van de International Organization for Standardization, voorzover de lengte ten minste 6,055 meter (1 teu) bedraagt;

  • 16.

    containerschip: een schip dat blijkens bouw en inrichting geheel of nagenoeg geheel is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van containers;

  • 17.

    tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;

  • 18.

    termijn: een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven of kade plaatsvindt:

    • a.

      een dag: een tijdvak van vierentwintig uren, beginnende om 0.00 uur;

    • b.

      een week: een aaneengesloten tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen;

    • c.

      een maand: een aaneengesloten tijdvak, dat begint op een datum van een kalendermaand en eindigt op de dag, voorafgaande aan diezelfde datum van de volgende kalendermaand, of, zo deze laatste datum ontbreekt, op de laatste dag van deze kalendermaand;

    • d.

      een etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren aanvangende om 21.00 uur.

    • e.

      een jaar: een aaneengesloten tijdvak, dat begint op een datum van een kalenderjaar en eindigt op de dag, voorafgaande aan diezelfde datum van het volgende kalenderjaar, of, zo deze laatste datum ontbreekt, op de laatste dag van de maand februari.

  • 19

    Green award Certificaat: document dat aangeeft dat een schip voldoet aan het Reglement Green Award Binnenvaart en aan het Programma van Eisen Green Award Binnenvaart.

Havengeld

Artikel 2 Voorwerp der belasting

Onder de naam havengeld wordt een recht geheven ter zake van

  • het bevaren van de haven en/of het verblijven in de haven met een of meer vaartuigen, overeenkomstig de volgende bepalingen.

  • het afmeren en het tijdelijk verblijven aan de lage loswal ‘t Bat

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar of de bewoner van het vaartuig, degene die tegen betaling van een naar tijdsduur berekende prijs de bevrachter van het vaartuig is, of degene die als gemachtigde van een van dezen optreedt.

Artikel 4a Heffingsgrondslag in de haven

  • 1.

    De grondslag voor de berekening van het havengeld is het laadvermogen van het vaartuig, uitgedrukt in tonnen, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende geldige meetbrief of een daarmee krachtens wettelijke bepalingen gelijkgesteld document, en de tijdsduur, als bedoeld in de tabel Hoofdstuk 1 paragraaf 1.

  • 2.

    Bij gebreke van een meetbrief of document als bedoeld in het voorgaande lid, bij weigering om zulk een stuk te tonen, of in geval dit het laadvermogen niet vermeldt, wordt het laadvermogen door de havenmeester berekend op basis van de waterverplaatsing van het vaartuig.

  • 3.

    In afwijking van het voorgaande is de grondslag voor de berekening van het havengeld van een containerschip, de containers met materialen of producten gevuld, die worden gelost, en de containers met materialen of producten gevuld, die worden geladen.

Artikel 4b Heffingsgrondslag lage loswal ’t Bat

  • 1.

    De grondslag voor de berekening van het havengeld van passagiersschepen is de lengte van het vaartuig, uitgedrukt in meters, als bedoeld in de tabel Hoofdstuk 1 paragraaf 2 onder nr. 2.1 t/m 2.5

  • 2.

    Voor passagiersschepen is daarnaast per reservering een bedrag verschuldigd zoals vermeld in de tabel Hoofdstuk 1 paragraaf 2 onder nr. 2.6.

  • 3.

    De grondslag voor de berekening van het havengeld van rondvaartboten is

    • a.

      het aantal keren afmeren van het vaartuig met het kennelijke doel mensen aan boord te nemen dan wel van boord te laten;

    • b.

      een abonnementstarief als bedoeld in de tabel Hoofdstuk 1 paragraaf 2 onder nr 2.7 en 2.8.

Artikel 5 Aanmeldingsplicht

  • 1.

    De belastingplichtige voor de haven is gehouden voor 11.00 uur op de eerste werkdag na de aankomst van het vaartuig hiervan melding te doen bij de havenmeester onder overlegging van de geldige Nederlandse meetbrief of een daarmee krachtens wettelijke bepalingen gelijkgesteld document.

  • 2.

    De belastingplichtige voor de lage loswal ’t Bat is gehouden minimaal 2 weken tevoren te reserveren onder opgave van de lengte van het vaartuig.

Artikel 6 Belastingtarief

Het havengeld wordt geheven naar de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, zulks met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen.

Artikel 7 Vrijstellingen

Geen havengeld wordt geheven van:

  • a.

    vaartuigen, die zaken vervoeren of diensten verrichten voor de gemeente Venlo;

  • b.

    vaartuigen, die de haven alleen aandoen om andere vaartuigen te brengen of af te halen en binnen een uur na aankomst weer vertrekken;

  • c.

    vaartuigen ingericht voor ziekenvervoer en ziekenvakantieverblijf, uitsluitend als zodanig in gebruik

  • d.

    de boot, behorende bij een vaartuig waarvoor havengeld wordt betaald;

  • e.

    vaartuigen, welke de haven zijn uitgevaren, uitsluitend met het doel om proef te varen, dan wel om een ander gedeelte van de haven te bereiken;

  • f.

    vaartuigen, waarvan de schipper aantoont dat wegens dringende familieomstandigheden van de haven gebruik moet worden gemaakt, mits gedurende deze periode niet wordt geladen of gelost.

Opslaggeld

Artikel 8 Voorwerp der belasting

Onder de naam opslaggeld wordt een recht geheven voor het opslaan van goederen en voorwerpen en/of het hebben van installaties, zoals laadtrechters, kranen en dergelijke, op de voor de openbare dienst bestemde kaden, anders dan voor het direct laden en lossen, met dien verstande dat geen opslaggeld wordt geheven voor kadegedeelten, welke aan derden zijn verhuurd of in gebruik gegeven.

Artikel 9 Belastingplicht

Het recht wordt geheven van:

  • a.

    degene, door wie of ten behoeve van wie goederen en/of voorwerpen op de kade zijn opgeslagen;

  • b.

    degene, die een of meer installaties op de kade heeft.

Artikel 10 Belastinggrondslag

De heffingsgrondslag voor de berekening van het opslaggeld is het aantal m² in beslaggenomen kadeoppervlakte, en de tijdsduur genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 11 Belastingtarief

Het opslaggeld wordt geheven naar de tarieven die zijn opgenomen in de tabel, zulks met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen.

Artikel 12 Wijze van meting

De in gebruik genomen oppervlakte wordt door de havenmeester bepaald door opmeting, met dien verstande dat, indien de werkelijk gebruikte oppervlakte niet steeds even groot is, het opslaggeld zal worden berekend naar de op enig moment in een tijdseenheid grootst gebruikte oppervlakte, met een minimum van de vooraf aangevraagde oppervlakte.

Artikel 13 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige is gehouden, voordat hij de goederen en voorwerpen op de kade opslaat en/of de installaties op de kade plaatst, zulks aan de havenmeester te melden.

Algemeen

Artikel 14 Wijze van heffing

De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur.

Artikel 15 Aanvang belastingplicht

Het haven- en opslaggeld is verschuldigd zodra het gebruik van de haven, lage loswal ’t Bat respectievelijk het gebruik van de kade, begint.

Artikel 16 Tijdstip van betaling

  • 1.

    De rechten dienen te worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving, nota of andere schriftuur.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 17 Kwijtschelding

Bij de invordering van haven- en opslaggeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening haven- en opslaggeld 2021” vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2021.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening haven- en opslaggeld 2021".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 november 2020.

De griffier, De voorzitter

Geert van Soest, Antoin Scholten

Tarieventabel behorende bij de “Verordening haven- en opslaggeld 2021”

Onderstaande tarieven zijn berekend exclusief omzetbelasting.

Hoofdstuk 1 Havengeld

1

Havengeld

 

1.1

Voor ieder vaartuig per ton laadvermogen, wordt geheven voor elke keer dat het vaartuig in de haven komt

€ 0,15

1.1.1

Het onder 1.1 vermelde tarief wordt met 50% verminderd, indien het gewicht van de te lossen of te laden zaken minder bedraagt dan de helft van het laadvermogen van het vaartuig en dit voorafgaand aan het laden of lossen is gemeld aan de havenmeester.

 

1.1.2

Het onder 1.1 vermelde tarief wordt met 10% verminderd, indien het vaartuig beschikt over een geldig Green Award Certificaat en het Green Award Certificaat vóórdat het vaartuig de haven verlaat wordt overlegd aan de havenmeester.

 

1.1.3

De onder 1.1.1 en 1.1.2 vermelde kortingen worden gecombineerd, indien beiden van toepassing zijn.

 

1.2

In tegenstelling tot het voorgaande wordt voor ieder containerschip, voor elke geladen of geloste container geheven voor elke keer dat het vaartuig in de haven komt, in geval van:

 
 

- een container van 1 teu

€ 1,73

 

- een container groter dan 1 teu

€ 3,50

1.2.1

Het onder 1.2 vermelde tarief wordt met 10% verminderd, indien het containerschip beschikt over een geldig Green Award Certificaat klasse Goud en het Green Award Certificaat vóórdat het vaartuig de haven verlaat wordt overlegd aan de havenmeester.

 

1.2.2

Het havengeld van containerschepen bedraagt minimaal per keer dat van de haven gebruik wordt gemaakt

€ 20,03

1.3

Bij verblijf langer dan 7 dagen gerekend vanaf de dag van aankomst is voor elk tijdvak van 7 dagen of een gedeelte daarvan het havengeld, als genoemd in 1.1 hiervoor, opnieuw verschuldigd.

 

1.4

Voor een reder met een vloot, waarvan het gezamenlijk laadvermogen meer dan 500 ton doch niet meer dan 1000 ton bedraagt, wordt geheven naar keuze het onder 1.1 genoemde, danwel, onverschillig het laadvermogen van de verschillende vaartuigen per kalenderjaar:

 
 

- per vaartuig, per ton laadvermogen

€ 1,73

 

- of, bij een vloot met een gezamenlijk laadvermogen van meer dan 1000 ton per vaartuig, per ton laadvermogen

€ 1,38

1.5

Voor drijvende werktuigen wordt geheven, in afwijking van het bepaalde in de vorige leden:

 
 

- per dag, per drijvend werktuig behoudens het onder b bepaalde

€ 28,40

 

- op zondagen en algemeen erkende feestdagen, per werkloos drijvend werktuig, per dag

€ 13,96

Hoofdstuk 2 Havengeld voor de lage loswal ‘t Bat

2.1

Voor passagiersschepen met een lengte van maximaal 70 m per etmaal of gedeelte daarvan

€ 85,00

2.2

Voor passagiersschepen met een lengte van meer dan 70 meter doch ten hoogste 110 meter per etmaal of gedeelte daarvan

€ 125,00

2.3

Voor passagiersschepen met een lengte van meer dan 110 meter per etmaal of gedeelte ervan

€ 150,00

2.4

Voor een verblijf van passagiersschepen korter dan 4 uur wordt 60% van het verschuldigde havengeld berekend

 

2.5

Meermalen gebruik van een passagiersschip binnen een etmaal wordt slechts één keer berekend

 

2.6

Het reserveren van een afmeerplaats voor passagiersschepen, per individuele reservering per vaartuig

€ 25,00

2.7

Per keer dat door een rondvaartboot wordt afgemeerd voor het aan boord nemen c.q. van boord laten gaan van mensen

€ 10,00

2.8

In afwijking van 2.7 geldt een abonnementstarief

 
 

een abonnementstarief per maand

€ 75,00

 

een abonnementstarief per jaar

€ 300,00

Hoofdstuk 3 Opslaggeld in de haven

2

Opslaggeld

 

2.1

Aan opslaggeld wordt geheven per m²:

 
 

- per dag

€ 0,16

 

- per week

€ 0,45

 

- per maand

€ 1,26

2.2

Voor het hebben van een kraan of enige andere laad- of losinstallatie, welke niet door of vanwege de gemeente ter beschikking wordt gesteld, wordt aan opslaggeld geheven, in afwijking van het bepaalde onder 2.1, per dag

€ 28,40

Een gedeelte van een ton en een gedeelte van m² worden voor de berekening van haven-, respectievelijk opslaggeld buiten beschouwing gelaten. Een deel van een tijdseenheid wordt voor een gehele tijdseenheid gerekend, met dien verstande dat voor de belastingplichtige de meest gunstige eenheid wordt berekend.