Verordening burgerinitiatief Castricum 2020

Geldend van 18-04-2020 t/m 21-11-2022

Intitulé

Verordening burgerinitiatief Castricum 2020

De raad van de gemeente Castricum:

gezien het advies van de commissie d.d. 2 april 2020;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

gelet op het raadsprogramma waarin de ambitie is uitgesproken een gemeente te willen zijn die onderling verbonden is waar samenleving en overheid samen optrekken;

besluit vast te stellen de volgende:

Verordening burgerinitiatief Castricum 2020

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen dat een plan, een idee of verbetering van een bestaande situatie behelst, die een (groot) deel van Castricum raakt. In het voorstel vraagt de initiatiefnemer een expliciet besluit aan de raad.

Artikel 2. Geldigheid verzoek

  • 1. De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van zijn vergadering indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend.

  • 2. Ongeldig is het verzoek dat:

    • a.

      een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of;

    • b.

      niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5.

Artikel 3. Initiatiefgerechtigden

  • 1. Initiatiefgerechtigd zijn de ingezetenen van de gemeente van 16 jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad alsmede personen van 16 jaar en ouder die in Castricum een bedrijf of maatschappelijke activiteiten uitoefenen.

  • 2. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend.

Artikel 4. Uitsluitingsgronden

  • 1. Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in:

    • a.

      een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur;

    • b.

      een vraag over het gemeentelijk beleid;

    • c.

      een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur;

    • d.

      een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur;

    • e.

      een onderwerp waarover tijdens de afgelopen 12 maanden voor indiening van het voorstel door de raad een besluit is genomen;

    • f.

      een voorstel met betrekking tot een onderwerp waar nog inspraakmogelijkheden voor gelden of waarvoor nog de mogelijkheid voor een bezwaar of bezwaarprocedure openstaat;

    • g.

      een onderwerp met betrekking tot privé en/of zakelijke belangen.

  • 2. Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden naar het college of naar de burgemeester in de hoedanigheid van portefeuillehouder.

  • 3. Het college of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel als bedoeld in lid 2 behandelen als ware het een burgerinitiatief.

Artikel 5. Indienen verzoek

  • 1. Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk (post of per email) ingediend bij de burgemeester, als voorzitter van de raad.

  • 2. Het verzoek bevat ten minste:

    • a.

      een omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel;

    • b.

      het besluit dat aan de raad wordt gevraagd;

    • c.

      een nadere toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel;

    • d.

      de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker(s);

    • e.

      personen die in Castricum een bedrijf of maatschappelijke activiteiten uitoefenen, maar niet woonachtig zijn in Castricum, geven tevens aan welke bedrijfsmatige of maatschappelijke activiteiten het betreft.

  • 3. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in bijlage A van deze verordening opgenomen model.

  • 4. Verzoekers kunnen, voorafgaand aan het indienen van een burgerinitiatiefvoorstel, informatie opvragen bij de gemeente ter onderbouwing van het voorstel. Een dergelijk verzoek wordt ingediend bij de griffier en wordt via de secretaris doorgeleid naar de organisatie.

Artikel 6. Beslissing geldigheid verzoek

  • 1. Het presidium beslist, op voorstel van de griffie, zo spoedig mogelijk na de datum van indiening van het verzoek of het om een geldig burgerinitiatiefvoorstel gaat, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering van het presidium waarin op het verzoek wordt beslist.

  • 2. Indien het presidium het verzoek geldig acht, dan agendeert het presidium het burgerinitiatiefvoorstel voor behandeling in een commissie. Met inachtneming van hetgeen is bepaald in het derde en vierde lid, is dat in principe tijdens het eerstvolgende Raadsplein.

  • 3. Het presidium kan besluiten voorafgaand aan de commissiebehandeling een raadsinformatieavond te agenderen.

  • 4. Indien het presidium dat – gelet op de aard en/of omvang van een ingediend burgerinitiatiefvoorstel – nodig acht, kan het presidium besluiten dat voorafgaand aan de commissiebehandeling een inspraakavond wordt georganiseerd en wie daarvoor actief worden uitgenodigd.

Artikel 7. Behandeling van het burgerinitiatief

  • 1. Het college wordt in de gelegenheid gesteld een preadvies af te geven ten aanzien van het burgerinitiatiefvoorstel.

  • 2. De voorzitter van de raad nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de commissievergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd.

  • 3. De verzoeker heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om het burgerinitiatiefvoorstel mondeling toe te lichten bij aanvang van de bespreking.

  • 4. Het spreekrecht voor burgers bij commissies zoals opgenomen in artikel 28 van het Reglement van Orde is van overeenkomstige toepassing. Insprekers voeren pas het woord nadat de verzoeker in de gelegenheid is gesteld het burgerinitiatiefvoorstel toe te lichten.

  • 5. Nadat de fracties alsmede de portefeuillehouder het woord hebben gevoerd, heeft de verzoeker kort de gelegenheid te reageren. De verzoeker kan hier, gehoord de beraadslagingen, aangeven het burgerinitiatiefvoorstel ongewijzigd te willen doorgeleiden naar besluitvorming, in gewijzigde vorm te willen doorgeleiden naar besluitvorming of het voorstel in te trekken.

  • 6. De verzoeker voert niet meer dan tweemaal het woord tenzij de commissie hiertoe verlof geeft.

  • 7. Besluitvorming vindt plaats in de raadsvergadering tijdens het eerstvolgende Raadsplein na de commissiebehandeling, tenzij de commissie anders beslist.

  • 8. Intrekking door de indiener van het burgerinitiatiefvoorstel is mogelijk, tot het moment van besluitvorming door de raad.

  • 9. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.

  • 10. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker.

Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De verordening Burgerinitiatief gemeente Castricum, zoals vastgesteld op 26 februari 2016, wordt ingetrokken.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

  • 3. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening burgerinitiatief Castricum 2020”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 9 april 2020.

De griffier,

V.H. Hornstra

De voorzitter,

drs. A. Mans

Toelichting op de Verordening burgerinitiatief Castricum 2020

Artikel 1.

In deze verordening is ervoor gekozen de term “burgerinitiatiefvoorstel” te hanteren voor de aanduiding van het voorstel dat door een burger bij de gemeenteraad kan worden ingediend. Het burgerinitiatief is gedefinieerd als de mogelijkheid voor burgers om eigen voorstellen of onderwerpen op de agenda van de raad te plaatsen dat een plan, een idee of verbetering van een bestaande situatie behelst, die een (groot) deel van Castricum raakt, mits aan procedurele en inhoudelijke vereisten is voldaan. Dit betekent dat de burger alleen concrete voorstellen kan indienen bij de raad waarin een expliciet besluit van de raad wordt gevraagd.

Artikel 2.

Uit dit artikel volgt dat de raad een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van een raadsvergadering moet plaatsen indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich in dat geval dus in ieder geval moeten uitspreken over het burgerinitiatiefvoorstel. Van een geldig verzoek is sprake als (a) het onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel niet in artikel 4 is uitgezonderd en (b) aan de in artikel 5 gestelde procedurele voorwaarden wordt voldaan. In artikel 3 (zie hierna) wordt nader omschreven wanneer een persoon initiatiefgerechtigd is. Het is het presidium die zal beoordelen of een burgerinitiatief voldoet aan de indieningsvereisten en niet één van de uitsluitingsgronden betreft.

Artikel 3.

Het initiatiefrecht wordt toegekend aan kiesgerechtigden voor de gemeenteraads-verkiezingen, vanuit de gedachte dat het burgerinitiatief een instrument is om inwoners bij de besluitvorming van de raad te betrekken en die te beïnvloeden. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B 3 van de Kieswet. De categorie initiatiefgerechtigden is uitgebreid door de leeftijd ten opzichte van de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen naar zestien jaar. Jongeren kunnen op deze wijze betrokken worden bij de gemeentelijke politiek. Eveneens is mogelijk gemaakt dat burgers die buiten Castricum woonachtig zijn maar in Castricum een bedrijf danwel maatschappelijke activiteiten uitoefenen een burgerinitiatiefvoorstel kunnen indienen.

Voor de toetsing of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is het moment van indiening van het verzoek aangewezen. Het verzoek vindt immers formeel op dit moment plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment wordt voldaan aan de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat zijn wordt geregeld in artikel 5.

Artikel 4.

De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een burgerinitiatiefvoorstel vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om de raad te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover de gemeente uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft.

Een vraag over gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan de inwoner andere wegen open, zoals het spreekrecht in een commissie- of raadsvergadering, een gesprek met een collegelid of het raadsspreekuur.

Ook moet voorkomen worden dat het burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop kan worden bepaald dat het burgerinitiatiefvoorstel geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van het gemeentebestuur kan inhouden. Hiervoor heeft de inwoner andere wegen.

Ten slotte is het evenmin de bedoeling dat zaken die recent nog in de raad aan de orde zijn geweest opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming in de raad te zeer kunnen frustreren. In deze verordening is gekozen voor een termijn van één jaar.

Omdat slechts één handtekening nodig is voor het indienen van een burgerinitiatief bestaat de kans dat met een verzoek alleen privé of zakelijke belangen zijn gemoeid en dus niet het algemene belang (van een straat, wijk of dorp). Daarom is opgenomen dat geen verzoeken of voorstellen met een privé of zakelijk belang als burgerinitiatief in behandeling worden genomen.

Artikel 5.

Burgerinitiatiefvoorstellen worden bij de burgemeester, als voorzitter van de raad, ingediend. Aan het verzoek wordt een aantal minimumvereisten gesteld. Uit praktische overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid moet het burgerinitiatiefvoorstel met een standaardformulier worden ingediend. Op dit formulier kan de verzoeker naast het voorstel plus toelichting, in ieder geval zijn personalia en die van zijn eventuele plaatsvervanger aangeven. Ook de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen kunnen uiteraard vermeld worden. Maar dit is geen verplichting, aangezien 1 indiener voldoende is voor een geldig burgerinitiatief, maar zegt wel iets over het draagvlak van het voorstel.

Artikel 6.

De inwoner moet erop kunnen vertrouwen dat de raad het voorstel spoedig toetst aan de vereisten. Hierin voorziet dit artikel. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te lang is, maar ook niet zo kort dat ze onvoldoende is om het voorstel te kunnen controleren. Het presidium zal op voorstel van de griffie een standpunt innemen over de geldigheid van het burgerinitiatief. Mocht het een geldig burgerinitiatief betreffen dan kan ook meteen bepaalt worden wanneer het initiatief zal worden geagendeerd in de raadsvergadering.

Artikel 7.

Dit artikel beschrijft de behandelwijze van het burgerinitiatiefvoorstel en behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 8.

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Bijlage A: Verzoek burgerinitiatiefvoorstel

Ondergetekende verzoekt hierbij het volgende onderwerp op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen:

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

Aan de gemeenteraad wordt het volgende besluit gevraagd:

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

Nadere toelichting op het voorstel:

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

Naam indiener........................................................................................................

Gegevens indiener:

Naam:

....................................................................................................................................................

Eerste voornaam en verdere voorletters:

....................................................................................................................................................

Geboortedatum:

....................................................................................................................................................

Adres:

....................................................................................................................................................

Postcode:

....................................................................................................................................................

Woonplaats:

....................................................................................................................................................

Indien woonachtig buiten de gemeente Castricum:

Bedrijfsmatige of maatschappelijke activiteiten binnen Castricum:

...........................................................................................................................

Handtekening:

....................................................................................................................................................

Een burgerinitiatief kan als volgt worden ingediend:

Per mail via: raadsgriffie@castricum.nl

Per post via:

Gemeente Castricum

t.a.v. griffie

Postbus 1301

1902 BH Castricum

Een burgerinitiatief kunt u ook afgeven bij de receptie in de hal van het gemeentehuis.