Subsidieregeling monumentenzorg gemeente Nieuwkoop 2020

Geldend van 10-07-2020 t/m 01-07-2020

Intitulé

Subsidieregeling monumentenzorg gemeente Nieuwkoop 2020

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop,

gelet op het bepaalde in de:

  • Erfgoedverordening gemeente Nieuwkoop 2018;

  • Verordening op de Erfgoedcommissie gemeente Nieuwkoop 2018;

  • Algemene subsidieverordening gemeente Nieuwkoop 2017 (ASV);

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb).

overwegende dat:

  • de voorwaarden voor verstrekking van subsidies voor de instandhouding van gemeentelijke

  • monumenten nader dienen te zijn bepaald;

Artikel 1. Begripsbepalingen

Deze regeling verstaat onder:

  • 1.

    Monument: object dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister.

  • 2.

    Eigenaar: degene die in de kadastrale registratie als eigenaar staat vermeld.

  • 3.

    College: College van burgemeester en wethouders.

  • 4.

    Restauratie: het uitvoeren van herstelwerkzaamheden aan gebouwen en objecten met monumentenstatus, die verder gaan dan normaal onderhoud en tot doel hebben het gebouw of object in goede staat te brengen met behoud van cultuurhistorische waarden.

  • 5.

    Onderhoud: werkzaamheden aan (onderdelen) van een monument die in principe worden uitgevoerd met een regelmatige interval en voorzien in een periodiek voorzienbare behoefte, met als doel de uitstraling van het monument op peil te houden en ingrijpender werkzaamheden te voorkomen.

  • 6.

    Kosten van voorzieningen: de door de monumenteneigenaar gemaakte kosten van de voorzieningen die het onderhoud of de restauratie van de waardevolle (onder)delen van het monument (conform de redengevende omschrijving) of de constructie van het monument tot doel hebben.

  • 7.

    Subsidiabele kosten: de kosten van voorzieningen op het gebied van onderhoud en restauratie die de monumentale waarde van het pand ten goede komen en die opgenomen zijn in de handleiding behorende bij deze subsidieregeling (bijlage 2).

  • 8.

    Erfgoedcommissie: de Erfgoedcommissie gemeente Nieuwkoop, als bedoeld in de Verordening op de Erfgoedcommissie gemeente Nieuwkoop 2018.

  • 9.

    Meerjarenplan: plan, waarin de eigenaar van een monument inzichtelijk maakt wanneer en welke restauratiewerkzaamheden verricht worden, als de restauratie over meerdere jaren plaats vindt. Dit is inclusief een meerjarenraming van de kosten. (toelichting).

  • 10.

    Monumentenwacht: de stichting Monumentenwacht Zuid-Holland;

  • 11.

    Subsidieregeling: Subsidieregeling gemeentelijke monumenten gemeente Nieuwkoop 2020.

Artikel 2. Toepassing ASV en Awb

  • 1.

    De ASV is van toepassing voor zover daarvan niet uitdrukkelijk is afgeweken.

  • 2.

    De Awb is van toepassing in het geval deze regeling en de ASV niet voorzien.

Artikel 3. Grondslag en werkingssfeer

  • 1.

    Het college kan aan de eigenaar van een beschermd gemeentelijk monument een financiële bijdrage (subsidie) verlenen in de subsidiabele onderhouds- of restauratiekosten van dat monument.

  • 2.

    De subsidie wordt uitsluitend verleend ten behoeve van monumenten, die volgens de Erfgoedverordening gemeente Nieuwkoop zijn aangewezen, en zijn ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister.

  • 3.

    Voordat het college over de aanvraag om subsidieverlening een besluit neemt, vraagt het advies aan de Erfgoedcommissie.

Artikel 4. Uitsluitingen

Het college weigert, onverminderd het bepaalde in de ASV en de Awb, subsidie te verlenen indien:

  • a.

    voor de werkzaamheden, bedoeld onder artikel 3, lid 1, een vergunning op grond van de Erfgoedverordening 2018 gemeente Nieuwkoop is aangevraagd en deze is geweigerd;

  • b.

    een omgevingsvergunning nodig is voor restauratie- en onderhoudswerkzaamheden en deze is geweigerd;

  • c.

    financiering van onderhoud of restauratie mogelijk is door fondsen van rijksoverheid, provincie of waterschap;

  • d.

    de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd, al zijn aangevangen, voordat een positief advies van de Erfgoedcommissie is uitgebracht;

  • e.

    in het geval van een aanvraag om restauratiesubsidie, de subsidiabele restauratiekosten minder dan € 1.500 bedragen;

  • f.

    in het geval van een aanvraag om onderhoudssubsidie, de subsidiabele onderhoudskosten minder dan € 300 bedragen.

Artikel 5. Subsidie voor restauratie

  • 1.

    Het college kan aan de eigenaar van een monument maximaal driemaal in een periode van vijfentwintig (25) jaar subsidie verlenen als tegemoetkoming in de subsidiabele restauratiekosten, gerekend vanaf het moment van de eerste verlening. Ook de verleningen gedaan onder de eerdere regelingen dan wel verordeningen worden hierbij meegenomen.

  • 2.

    De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, maar ten hoogste € 20.000,- in een periode van vijfentwintig (25) jaar, voor maximaal drie aanvragen tezamen, gerekend vanaf het moment van de eerste verlening. Ook de verleningen gedaan onder de eerdere regelingen dan wel verordeningen worden hierbij meegenomen. Voor een beschermd monument, wat geen gebouw is, bedraagt de bijdrage eveneens maximaal 50% van de subsidiabele kosten, maar ten hoogste € 2.500,- over een periode van 25 jaar. Artikel 5, lid 1 is dan niet van toepassing.

  • 3.

    De subsidiabele restauratiekosten worden beoordeeld aan de hand van noodzakelijkheid, soberheid en doelmatigheid.

Artikel 6. Subsidie voor onderhoud

  • 1.

    Het college kan aan de eigenaar van een monument eenmaal per vijf (5) jaar subsidie verlenen als tegemoetkoming in de subsidiabele onderhoudskosten.

  • 2.

    De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele onderhoudskosten, doch ten hoogste € 3.500,-.

  • 3.

    Voor een beschermd monument, wat geen gebouw is, bedraagt de bijdrage eveneens maximaal 50% van de subsidiabele kosten, maar ten hoogste € 2.500,- over een periode van 5 jaar.

  • 4.

    De subsidiabele onderhoudskosten worden beoordeeld aan de hand van noodzakelijkheid, soberheid en doelmatigheid.

Artikel 7. Aanvraagprocedure

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt op een door het college beschikbaar te stellen formulier ingediend.

  • 2.

    Naast het in lid 1 genoemde aanvraagformulier dient de aanvraag te zijn voorzien van:

  • a.

    een gespecificeerde begroting van de kosten;

  • b.

    een werkomschrijving of bestek;

  • c.

    indien van toepassing: tekeningen die de bestaande en de te maken toestand van het monument aangeven;

  • d.

    contactgegevens van degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden.

  • e.

    een energiescan.

  • 3.

    In het geval van een aanvraag om een restauratiesubsidie dient de aanvraag ook voorzien te zijn van een recent inspectierapport, opgesteld door de Monumentenwacht.

  • 4.

    In het geval waarbij een beroep wordt gedaan op de mogelijkheid om twee of drie keer subsidie aan te vragen voor een restauratie, die over een periode van meerdere jaren plaatsvindt (conform artikel 5, lid 1), dient de aanvraag ook voorzien te zijn van een meerjarenplan voor de restauratie.

  • 5.

    Als de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 1 tot en met 4, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een redelijke termijn aan te vullen. Als de gevraagde gegevens niet binnen de gestelde termijn zijn overgelegd, kan het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.

  • 6.

    Het inspectierapport van de Monumentenwacht, zoals genoemd in lid 3, wordt bekostigd door de gemeente Nieuwkoop.

  • 7.

    Een aanvraag om subsidie wordt geweigerd indien het subsidieplafond is bereikt. Het subsidieplafond bedraagt € 45.000,-

Artikel 8. Beschikkingsprocedure

  • 1.

    Aanvragen om subsidie worden in volgorde van binnenkomst behandeld met in achtneming van artikel 4.

  • 2.

    De Erfgoedcommissie adviseert, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, binnen acht (8) weken na ontvangst van het verzoek van het college.

  • 3.

    Het college beslist op de aanvraag binnen acht (8) weken na ontvangst van het advies van de Erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen zestien (16) weken na de adviesaanvraag.

Artikel 9. De subsidievaststelling

  • 1.

    De subsidieontvanger dient na uitvoering en gereed melding van de werkzaamheden een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

  • 2.

    Bij de aanvraag tot subsidievaststelling overlegt de aanvrager een gespecificeerde eindverantwoording, voorzien van alle rekeningen en betalingsbewijzen.

  • 3.

    Het college stelt de subsidie vast als de werkzaamheden conform de subsidieverlening zijn uitgevoerd en gereed gemeld en akkoord zijn bevonden door het college.

Artikel 10. Uitbetaling

  • 1.

    Nadat de subsidie is vastgesteld vindt de uitbetaling plaats, uitsluitend op een door aanvrager op te geven bank- of girorekening, zo nodig onder verrekening van eventuele al uitbetaalde voorschotten.

  • 2.

    Een voorschot op de subsidie kan worden uitbetaald, als de voortgang van de werkzaamheden dat naar het oordeel van het college rechtvaardigt. Het voorschot kan ten hoogste 60% van de subsidieverlening bedragen.

  • 3.

    Voordat het voorschot op de subsidie wordt uitbetaald, dient het college vast te stellen of de al verrichte werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de subsidieverlening.

Artikel 11. Voorwaarden voor subsidieverlening

  • 1.

    Het college verleent de subsidie onder voorwaarde dat:

  • a.

    binnen twaalf (12) weken na de toekenning met de werkzaamheden een aanvang is gemaakt;

  • b.

    de werkzaamheden zijn uitgevoerd binnen tweeënvijftig (52) weken na verlening van de subsidie;

  • c.

    alle bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van deze regeling worden verstrekt;

  • d.

    de monumentale waarde van het pand na de werkzaamheden in stand is gebleven;

  • e.

    het monument na de werkzaamheden of het treffen van de voorzieningen, in haar geheel beschouwd, geen strijdigheid oplevert met bouw- en/of constructieve eisen die volgens wettelijke voorschriften aan een onroerende zaak moeten worden gesteld.

  • 2.

    Het college kan op verzoek van de subsidieontvanger afwijken van het bepaalde onder a en b, mits de subsidieontvanger vóór het verstrijken van de gestelde termijn aangeeft waarom de werkzaamheden niet binnen die termijn kunnen worden aangevangen of uitgevoerd.

Artikel 12. Subsidiabele kosten

De subsidiabele kosten voor restauratie en onderhoud zijn opgenomen in de handleiding (bijlage 2).

Als het gaat om het onderscheid tussen onderhouds- en restauratiewerkzaamheden adviseert de Erfgoedcommissie het college, voor zover deze handleiding hierin niet voorziet.

Artikel 13. Calamiteiten

Het college verstrekt geen subsidie als de kosten van restauratie, onderhoud, herstel of vernieuwing van monumenten voortvloeien uit brand- en stormschade, waartegen verzekering mogelijk is, alsmede voor zover de kosten van voorzieningen op andere wijze kunnen worden vergoed.

Artikel 14 Overgangsrecht

De aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling worden afgehandeld op basis van de Verordening Monumentenzorg 2010 gemeente Nieuwkoop.

Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking 10 juli 2020.

  • 2.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Subsidieregeling gemeentelijke monumenten”

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 17 maart 2020

mr. G.G.G. Slooters, secretaris,

R. van Duijn, burgemeester,

Ondertekening