Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert houdende regels omtrent subsidie burgerinitiatieven (Subsidieregeling Burgerinitiatieven Weert 2019)

Geldend van 04-07-2019 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert houdende regels omtrent subsidie burgerinitiatieven (Subsidieregeling Burgerinitiatieven Weert 2019)

Burgemeester en wethouders van Weert;

gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Weert 2017, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten de volgende regeling vast te stellen:

Subsidieregeling Burgerinitiatieven Weert 2019

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    activiteit: een activiteit zoals bedoeld in artikel 6;

  • b.

    ASV 2017: de Algemene Subsidieverordening Weert 2017;

  • c.

    buurtniveau: doelgroep activiteit bewoners van meerdere straten met meer dan 50 bewoners ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Weert;

  • d.

    burgerinitiatief: een initiatief van burgers van Weert om activiteiten te ontplooien die passen binnen de reikwijdte van deze subsidieregeling;

  • e.

    financieel verslag: een overzicht van het financiële resultaat van de uitgevoerde gesubsidieerde activiteit;

  • f.

    inhoudelijk verslag: een kort tekstueel verslag, eventueel aangevuld met foto- of filmmateriaal, die een goede indruk geven van het verloop van de gesubsidieerde activiteit;

  • g.

    leefbaarheid: de sociale aspecten die burgers ervaren binnen of in de nabijheid van hun leefomgeving en die ervoor zorgen dat zij zich hier wel of niet goed voelen;

  • h.

    nieuwe- of vernieuwende activiteit: een activiteit die niet eerder in Weert is georganiseerd;

  • i.

    ontmoetingsactiviteit: een activiteit waarbij burgers van een wijk, buurt of dorp elkaar kunnen ontmoeten;

  • j.

    Right to Challenge: het door burgers (gedeeltelijk) overnemen van gemeentelijke taken als dit slimmer, beter, goedkoper of anders kan;

  • k.

    sociale activering: verhogen van maatschappelijke participatie en doorbreken van sociaal isolement door maatschappelijk zinvolle activiteiten;

  • l.

    sociale cohesie / sociale structuurversterking: De mate waarin burgers maatschappelijke verbondenheid ervaren en zich mede verantwoordelijke voelen voor het algemeen welzijn;

  • m.

    sociale uitsluiting: de (gevoelde) ontoegankelijkheid van sociale verbanden voor mensen die behoren tot bepaalde categorieën;

  • n.

    straatniveau: doelgroep activiteit bewoners van 1 straat of meerdere straten met minder dan 50 bewoners ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Weert;

  • o.

    wijk- of dorpsniveau: omvang conform CBS indeling van wijken en dorpen;

  • p.

    wijk- of dorpsniveau overstijgend: meer dan 1 wijk of dorp;

Artikel 2 Algemene bepaling
  • 1. Deze subsidieregeling is een regeling als bedoeld in artikel 3 lid 2 ASV 2017.

  • 2. De bepalingen van de ASV 2017 zijn van toepassing voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken.

Artikel 3 Bevoegdheden college

Het college is belast met de uitvoering van deze regeling.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden verstrekt aan natuurlijke personen of rechtspersonen zonder winstoogmerk, die woonachtig of gevestigd zijn in de gemeente Weert.

Artikel 5 Doel van de regeling

Het gemeentebestuur wil burgers die door het organiseren van activiteiten een positieve bijdrage willen leveren aan de woonomgeving, leefbaarheid en sociale cohesie binnen de gemeente Weert, op een toegankelijke manier breed ondersteunen, waaronder ook het leveren van een financiële bijdrage voor zover passend binnen deze regeling.

Artikel 6 Subsidiabele activiteiten

Voor subsidie in aanmerking komen activiteiten die voldoen aan onderstaande criteria:

  • 1. de activiteit is gericht op de inwoners van Weert;

  • 2. bij de voorbereiding en uitvoering, zijn meerdere burgers van Weert actief betrokken;

  • 3. het leveren van een bijdrage aan de leefbaarheid in dorpen, wijk of buurt van Weert; waaronder in ieder geval, maar niet uitsluitend activiteiten die bijdragen aan:

    • a.

      Een maximale verbinding met inwoners over onderwerpen die een wijk of dorp aantrekkelijk maken: groen (onderhoud), water, paden en wegen, ontmoeting, openbare voorzieningen en veiligheid;

    • b.

      Het sociaal gebruik van de openbare ruimte;

    • c.

      Het bevorderen van sociale activering, sociale cohesie en tegengaan van sociale uitsluiting;

    • d.

      Het bevorderen van betrokkenheid tussen bewoners en groepen van bewoners in de dorpen, wijken of buurten;

  • 4. de activiteiten kunnen zonder een financiële bijdrage op grond van deze regeling niet worden uitgevoerd;

  • 5. er door aanvrager aan te tonen, draagvlak is voor het initiatief in de directe omgeving;

  • 6. de activiteit mede uitgevoerd wordt door vrijwilligers.

Hoofdstuk 2 Melding burgerinitiatief, aanvraag, verlening en vaststelling

Artikel 7 Melding burgerinitiatief

Alvorens een aanvraag om subsidie in te dienen, kan een voorgenomen burgerinitiatief gemeld worden bij het gemeentelijk contactpunt burgerinitiatieven. Voor de contactgegevens, zie de gemeentelijke website. Na de melding wordt tijdens een gesprek gezamenlijk bekeken welke ondersteuning van de gemeente wordt gevraagd. Dit kan zowel gaan om het beschikbaar stellen van materialen, bieden van ondersteuning alsook een financiële bijdrage op basis van deze regeling. Voor een financiële bijdrage is het indienen van een subsidieaanvraag nodig.

Artikel 8 Aanvraagformulier

Een aanvraag om subsidie moet uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de startdatum van de activiteit worden ingediend. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van een daarvoor vastgesteld aanvraagformulier dat op de website kan worden gedownload.

Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvraag

Het college beoordeelt de aanvraag op basis van de bij de aanvraag verstrekte informatie, de vastgestelde beleidskaders en de beschikbare financiële middelen.

Artikel 10 Vaststelling

Subsidies op grond van deze regeling worden door het college direct vastgesteld.

Hoofdstuk 3 Subsidiegrondslagen

Artikel 11 Niet subsidiabele kosten
  • a.

    loonkosten;

  • b.

    bijdrage in reguliere exploitatiekosten;

  • c.

    vrijwilligersvergoedingen (voor inzet van uren);

  • d.

    eten en drinken en / of barbecue, tenzij dit een essentieel onderdeel uit maakt van een grotere hoofdactiviteit. In die situatie moet door de deelnemers wel een eigen bijdrage worden betaald. Dit als blijk van commitment aan de doelstelling van de subsidiabele activiteit;

  • e.

    investeringen in gebouwen;

  • f.

    investering in voor de activiteit noodzakelijke materiële zaken als dit meer dan 50% van het aangevraagde budget uit maakt;

  • g.

    het traditionele activiteiten betreft, zoals kermis, Sinterklaas, St. Maarten, carnaval etc.;

  • h.

    de viering van een jubileum;

  • i.

    een ontmoetingsactiviteit op straatniveau;

  • j.

    de subsidiabele kosten minder dan € 250,00 bedragen.

Artikel 12 Hoogte subsidie
  • 1. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 5.000 per aanvraag, tenzij het een ontmoetingsactiviteit betreft.

  • 2. Bij de beoordeling van de hoogte van de subsidie worden uitsluitend de kosten betrokken die rechtstreeks verband houden met het doel van deze regeling en in artikel 11 niet zijn uitgesloten.

  • 3. Voor ontmoetingsactiviteiten gelden de volgende maximumbedragen met een maximum van 2 activiteiten per jaar per niveau:

    • a.

      Buurtniveau: € 250,00;

    • b.

      Wijk- of dorpsniveau: € 500,00;

    • c.

      Dorps- of wijkniveau overstijgend: € 750,00.

  • Wordt voldaan aan de criteria van artikel 6 en:

    • a.

      is de activiteit nieuw en vernieuwend voor Weert;

      of

    • b.

      wordt bij de activiteit de gedachte van Right to Challenge geïntegreerd;

  • dan wordt het subsidiebedrag verhoogd met een toeslag van maximaal € 500,00.

Artikel 13 Weigeringsgronden voor subsidie

In aanvulling op de ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    op andere wijze voor de aangevraagde activiteit reeds subsidie van de gemeente Weert wordt of kan worden verkregen;

  • b.

    er een commercieel belang gediend wordt;

  • c.

    activiteiten tot doel hebben fondsen te werven.

Hoofdstuk 4 Verplichtingen

Artikel 14 Verplichtingen

In aanvulling op de ASV 2017 geldt dat:

  • a.

    de subsidiabele activiteit binnen een half jaar na verlening en vaststellen van de subsidie daadwerkelijk van start gaat en een looptijd heeft van maximaal 2 jaar;

  • b.

    de subsidieontvanger binnen 6 weken nadat de subsidiabele activiteiten zijn afgerond, ter informatie een inhoudelijk en financieel verslag aan het college overlegt;

  • c.

    de subsidieaanvrager op verzoek van het college hierover een presentatie geeft.

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

Artikel 15 Subsidieplafond
  • 1. Voor deze regeling geldt een subsidieplafond van € 22.500,- voor de tweede helft van 2019 en vanaf 2020 € 45.000,00 per kalenderjaar.

  • 2. Het beschikbare bedrag voor subsidieverstrekking wordt verdeeld op basis van volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij alleen volledige aanvragen in behandeling worden genomen.

Artikel 16 Hardheidsclausule

Het college handelt overeenkomstig deze subsidieregeling, tenzij dat voor de subsidieaanvrager gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de subsidieregeling te dienen doelen.

Artikel 17 Inwerkingtreding en duur
  • 1. Deze subsidieregeling treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 juli 2019.

  • 2. Deze subsidieregeling vervalt per 1 januari 2023.

Artikel 18 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Subsidieregeling Burgerinitiatieven Weert 2019’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Weert op 25 juni 2019.

De secretaris,

de burgemeester,

Toelichting subsidieregeling Burgerinitiatieven Weert 2019

Weert is een bruisende gemeente met inwoners en ondernemers die graag samen leuke dingen bedenken, doen en organiseren. Soms kunnen ze daar wat ondersteuning bij gebruiken. Daarom wil de gemeente initiatieven van inwoners die de leefbaarheid en sfeer in een buurt, wijk of dorp verbeteren, ondersteunen. De voorliggende subsidieregeling heeft hierbij een aanjaagfunctie. Graag willen we met inwoners in gesprek over activiteiten om te kijken hoe we mee kunnen denken en welke ondersteuning nodig om het idee uit te kunnen voeren. Dit hoeft niet altijd in de vorm van subsidie. Als dit wel nodig is en er wordt voldaan aan de voorwaarden uit deze subsidieregeling kan ook subsidie verleend worden.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Om interpretatieverschillen te voorkomen zijn in artikel 1 ter verduidelijking enkele specifieke begrippen nader omschreven die in het vervolg van de regeling genoemd worden. De begrippen staan op alfabetische volgorde.

In sub d is gedefinieerd wat er onder een burgerinitiatief wordt verstaan en wat het doel is van de beoogde initiatieven.

In sub e en f wordt de vorm en het doel van verslaglegging toegelicht die achteraf ter informatie moet worden overlegd. Deze verslaglegging is niet bedoeld als verantwoording, maar om het college inzicht te geven in het gebruik en de effectiviteit van deze subsidieregeling. Met beeldmateriaal worden zowel digitale filmopnames als foto’s bedoeld.

Voor de begrippen leefbaarheid, Right to Challenge, sociale cohesie / sociale structuurversterking en sociale uitsluiting wordt een definitie gegeven.

In de regeling wordt voor ontmoetingsactiviteiten een verschil gemaakt in 4 niveaus (straat-, buurt-, wijk- of dorpsniveau of wijk- of dorpsniveau overstijgend). In de begripsbepalingen wordt aangegeven wat hiermee bedoeld wordt.

Artikel 2 Algemene bepaling

In artikel 2 lid 1 wordt expliciet vastgelegd dat deze regeling voortvloeit uit artikel 3 lid 2 ASV 2017. Daarmee heeft de raad op grond van artikel 156 lid 1 en 3 Gemeentewet de bevoegdheid aan het college gedelegeerd om ter uitvoering van de ASV 2017, binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders, nadere regels vast te stellen. Deze nadere regels bevatten algemeen verbindende voorschriften en hebben dezelfde status als een verordening.

In lid 2 wordt bepaald dat alle bepalingen van de ASV 2017 van toepassing zijn, tenzij er in deze regeling van wordt afgeweken.

Artikel 3 Bevoegdheden college

Het college is belast met de uitvoering van de ASV 2017. Dat betekent dat het college niet alleen bevoegd is te beslissen op aanvragen voor subsidie en deze vast te stellen, maar deze bijvoorbeeld ook mag intrekken of wijzigen als ook alle andere bevoegdheden mag uitvoeren die voortvloeien uit de Awb, de ASV 2017 en deze regeling, voor zover de raad deze niet aan zichzelf heeft voorbehouden.

Artikel 4 Doelgroep

In dit artikel wordt de doelgroep beschreven, die voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking kan komen.

Artikel 5 Doel van de regeling

In dit artikel wordt de bedoeling van de regeling uitgelegd. Het gaat om het ondersteunen van activiteiten die de leefbaarheid en sociale cohesie bevorderen. Hiervoor wil de gemeente graag in gesprek met inwoners over hun idee (zie ook artikel 7), om te kijken welke ondersteuning gewenst is en welke ondersteuning de gemeente (af anderen) kan leveren. Dit hoeft niet altijd subsidie te zijn vanuit deze regeling, maar als dit nodig is en het past binnen de regeling kan dit wel.

De subsidieregeling heeft hiermee een aanjaagfunctie om inwoners op te roepen om in gesprek te gaan over hun ideeën en activiteiten die bijdragen aan het doel van de regeling.

Artikel 6 Subsidiabele activiteiten

In dit artikel is aangegeven aan welke criteria een activiteit moet voldoen om subsidie te kunnen krijgen.

Bij de activiteit moeten meerdere inwoners actief betrokken zijn. Zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering. Het is dus niet mogelijk om als individu een activiteit in te dienen als daar geen andere mensen bij betrokken zijn.

De activiteit moet voor inwoners van Weert zijn. Ook moeten vrijwilligers er bij betrokken zijn en moet er draagvlak zijn voor een activiteit. Dit moet wel aangetoond worden door de initiatiefnemer. Hierdoor wordt voorkomen dat een activiteit wordt aangedragen die andere inwoners (in de omgeving) niet ondersteunen, of waar ze zelfs tegen zijn. Hiermee wordt sociale cohesie en samenwerking binnen de gemeente Weert nagestreefd en een actief vrijwilligersklimaat gestimuleerd.

De activiteit moet bijdragen aan de leefbaarheid in dorpen wijken of buurten van Weert. In dit artikel zijn ook een aantal voorbeelden opgenomen. Deze opsomming is niet volledig.

Als de activiteit ook uitgevoerd kan worden zonder subsidie, dan wordt geen subsidie verleend. Met andere woorden; subsidie moet noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteit. Bij het beoordelen van de hoogte van de subsidie wordt gekeken naar dat deel van het bedrag dat ook daadwerkelijk noodzakelijk is om de activiteit uit te kunnen voeren.

Hoofdstuk 2 Melding burgerinitiatief, aanvraag, verlening en vaststelling

Artikel 7 Melding burgerinitiatief

We gaan graag in gesprek met inwoners over ideeën of activiteiten die een positieve bijdrage leveren aan de woonomgeving, leefbaarheid of sociale cohesie in buurten, wijken en dorpen in Weert. In zo’n gesprek bespreken we op wat voor manier wij het beste kunnen ondersteunen. Soms is dat door mee te denken over hoe iemand een idee kan realiseren, soms door subsidie uit te keren.

Het idee voor een voorgenomen burgerinitiatief of de wens voor een gesprek kan gemeld worden bij het gemeentelijk contactpunt burgerinitiatieven. De contactgegevens staan op de gemeentelijke website. Na de melding wordt tijdens een gesprek gezamenlijk bekeken welke ondersteuning van de gemeente wordt gevraagd. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het beschikbaar stellen van materialen, bieden van ondersteuning, maar soms is ook een financiële bijdrage op basis van deze regeling nodig. Voor een financiële bijdrage is het indienen van een subsidieaanvraag nodig.

Artikel 8 Aanvraagformulier

Een aanvraag om subsidie moet uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de startdatum van de activiteit worden ingediend.

De aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling moet middels het formulier worden ingediend dat het college hiervoor specifiek heeft vastgesteld. Dit aanvraagformulier staat op de website. Hiermee wordt geborgd dat het college over alle relevante informatie beschikt om de aanvraag te kunnen beoordelen.

Het is mogelijk om in bijzondere gevallen (via toepassing van de hardheidsclausule) af te wijken van de termijn van 6 weken. Dit zou bijvoorbeeld kunnen als een initiatief zich pas aan dient kort voor een activiteit en het college van mening is dat de activiteit toch in aanmerking moet komen voor subsidie.

Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvraag

Het college beoordeelt de aanvraag op basis van de bij de aanvraag verstrekte informatie, de vastgestelde beleidskaders en de beschikbare financiële middelen.

Artikel 10 Vaststelling

In artikel 12 ASV 2017 staan de bepalingen opgenomen hoe het college de aangevraagde subsidie vaststelt. Afhankelijk van de hoogte van de subsidie worden subsidies direct of achteraf vastgesteld. In artikel 12 lid 6 ASV 2017 staat echter opgenomen dat het college categorieën van subsidies of subsidieontvangers kan aanwijzen, waarvoor de subsidie altijd direct wordt vastgesteld. Dit betekent dat de subsidieontvanger in die gevallen geen aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

Ten aanzien van de subsidie op grond van deze regeling, heeft het college bepaald dat deze altijd direct wordt vastgesteld. Dit voorkomt onnodige administratieve lasten voor zowel subsidieontvanger als de gemeente.

Hoofdstuk 3 Subsidiegrondslagen

Artikel 11 Niet subsidiabele kosten

In dit artikel worden kosten opgesomd waarvoor geen subsidie verleend wordt. Dit om zo verantwoord mogelijk om te gaan met de inzet van beperkte maatschappelijke middelen.

Dit zijn bijvoorbeeld loonkosten of kosten voor eten en drinken, investeringen in gebouwen etc.

Voor ontmoetingsactiviteiten op staatniveau wordt geen subsidie verleend. Mogelijk kan daarvoor wel ondersteuning gevraagd worden bij de desbetreffende wijk- of dorpsraad.

Dit laatste geldt ook voor kleinschalige activiteiten in de wijk waarvoor kosten minder dan € 250,00 bedragen.

Ook een jubileum wordt niet gesubsidieerd, omdat hiervoor ook gespaard kan worden. Ook reguliere activiteiten (die nu ook niet gesubsidieerd worden) komen niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 12 Hoogte subsidie

In lid 1 is de subsidiegrondslag opgenomen waarop aanvragers maximaal aanspraak kunnen maken.

In lid 2 is vastgelegd dat bij de berekening van de subsidie alleen de kosten betrokken worden die rechtstreeks verband houden met het doel van deze regeling. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat er subsidie verleend wordt voor kosten die naar het oordeel van het college niet noodzakelijk zijn om de activiteit uit te kunnen voeren of kosten waarvoor geen subsidie verleend wordt (zie artikel 11).

Voor ontmoetingsactiviteiten vanaf buurtniveau zijn vaste maximale bedragen opgenomen. Ook worden maar maximaal 2 ontmoetingsactiviteiten per jaar per niveau gehonoreerd.

Als een activiteit nog niet eerder in Weert is uitgevoerd en dus nieuw en vernieuwend is kan een extra toeslag bovenop de reguliere subsidie verleend worden. Dit geld ook voor activiteiten waarbij burgers (gedeeltelijk) taken over nemen van de gemeente als dit beter, slimmer, goedkoper of anders kan (integreren van de gedachte van Right to Challenge).

Artikel 13 Weigeringsgronden voor subsidie

In de ASV staan weigeringsgronden. In deze regeling staan nog drie extra weigeringsgronden. Je kunt geen subsidie krijgen als je ook aanspraak kunt maken op een andere gemeentelijke subsidieregeling. Met andere woorden je mag geen gemeentelijke subsidie stapelen.

Het is wenselijk en wordt gestimuleerd dat ook naar andere financieringsbronnen wordt gekeken. Andere financieringsbronnen kunnen bijvoorbeeld zijn subsidies op grond van andere lokale, provinciale of landelijk regelingen, giften, sponsoring, cofinanciering, eigen bijdrage etc.

Ook wordt de subsidie geweigerd als er met de activiteit een commercieel belang gediend wordt of de activiteit opgezet wordt om fondsen te werven.

Hoofdstuk 4 Verplichtingen

Artikel 14 Verplichtingen

In sub a zijn de termijnen opgenomen waarbinnen de activiteit ten minste moet plaatsvinden. Hiermee beoogt het college te voorkomen dat activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of pas op een heel laat moment plaatsvinden.

In sub b is opgenomen dat de subsidieaanvrager binnen 6 weken nadat het initiatief is afgerond een inhoudelijk en financieel verslag aan het college overlegt. Dit verslag is niet bedoeld als verantwoording, maar biedt het college inzicht in het verloop van de activiteit, de gerealiseerde doelstellingen en de kosten/baten.

In sub c is opgenomen dat de subsidieaanvrager door het college gevraagd kan worden een presentatie te geven. Als het college bijvoorbeeld op basis van de verslaglegging aanvullende vragen heeft, kan de aanvrager worden uitgenodigd voor een mondelinge, aanvullende toelichting of presentatie. Deze presentatie kan ook gebruikt worden ter inspiratie voor andere initiatiefnemers en voor de evaluatie van de regeling. De aanvrager is verplicht aan dit verzoek gehoor te geven.

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

Artikel 15 Subsidieplafond

In lid 1 is het subsidieplafond voor deze regeling vastgelegd. Het plafond is € 22.500,00 voor de tweede helft van 2019 en daarna, vanaf 2020 tot het einde van de regeling per 1-1-2023,

€ 45.000,00 per kalenderjaar.

In lid 2 is bepaald dat de beschikbare subsidie wordt verdeeld op basis van volgorde van binnenkomst. Hierbij geldt de datum waarop de aanvraag helemaal volledig is.

Artikel 16 Hardheidsclausule

In dit artikel is de hardheidsclausule opgenomen. Hierin is bepaald dat het college gebonden is aan deze regeling en daarvan in principe niet kan afwijken.

Het college kan alleen afwijken indien er sprake is van:

  • -

    bijzondere omstandigheden; en

  • -

    onredelijke gevolgen; en

  • -

    gevolgen die onevenredig zijn in relatie met de doelen, die door deze regeling worden gediend.

De toepassing van de hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot zeer bijzondere gevallen. De toepassing en motivering daarvan dient duidelijk uit de betreffende subsidiebeschikking en het onderliggend subsidiedossier te blijken.

Artikel 17 Inwerkingtreding en duur en artikel 18 Citeertitel

Deze artikelen behoeven geen verdere toelichting.