Bomenverordening Weesp 2018

Geldend van 06-07-2019 t/m 24-03-2022

Intitulé

Bomenverordening Weesp 2018

De raad van de gemeente Weesp;

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

Besluit:

Vast te stellen de volgende verordening:

Bomenverordening Weesp 2018

Artikel 1 Bepalingen

  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag voor een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

    • b.

      boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 30 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;

    • c.

      boomtechnisch deskundige: een deskundige die ten minste beschikt over het European Tree Technician (ETT) of gelijkwaardig certificaat;

    • d.

      Bomen Effect Analyse: een beoordeling voor alle houtopstanden, van de gevolgen van voorgenomen bouw- of aanlegwerkzaamheden, inclusief een plan van aanpak met mitigerende en compenserende maatregelen voor het tegengaan van negatieve effecten op de houtopstanden;

    • e.

      college: het college van burgemeester en wethouders van Weesp;

    • f.

      Herplantfonds bomen: een in de gemeentelijke boekhouding gereserveerd fonds voor de uitbreiding en handhaving van de omvang (in aantallen en oppervlakte) van in de gemeente bestaande houtopstanden;

    • g.

      herplantcompensatiewaarde: de financiële waarde van een herplant op basis van de actuele richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen, waarin rekening gehouden is met aankoop, aanplant, nazorg, passende groeiplaats voor de locatie, op basis van het ter plekke beoogde eindbeeld;

    • h.

      houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere lintbegroeiing van heesters en struiken of een beplanting van bosplantsoen;

    • i.

      iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus;

    • j.

      iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);

    • k.

      kandelaberen: het voor de eerste maal afzetten van een bestaande regulier uitgegroeide kroon tot takstompen met als doelstelling het ingrijpend reduceren van de kroonomvang;

    • l.

      kappen: het geheel of grotendeels bovengronds verwijderen van een houtopstand;

    • m.

      knotten: het periodiek terugzetten van de gehele kroon middels het verwijderen van opnieuw uitgelopen loten, twijgen en takken met als doelstelling het terugzetten van de kroon tot op het meerjarige hout;

    • n.

      Lijst bijzonder waardevolle bomen Weesp: een lijst met houtopstanden die een bijzondere waarde hebben voor de leefomgeving;

    • o.

      rooien: het ondergronds verwijderen van de stobbe of wortelkluit van een houtopstand;

    • p.

      taxateur van bomen: een boomtaxateur, officieel als zodanig geregistreerd bij de beroepsvereniging Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

    • q.

      vellen: het kandelaberen, knotten, kappen of rooien van een houtopstand, met inbegrip van verplanten alsmede het verrichten van andere handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of beschadiging van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;

    • r.

      waardevolle houtopstand: een houtopstand die is opgenomen in de ‘Lijst bijzonder waardevolle bomen’ Weesp;

    • s.

      functionele boom: een boom die als zodanig is geregistreerd in het gemeentelijk beheersysteem van Weesp, niet zijnde een waardevolle- of structuurboom;

    • t.

      structuurboom: een boom die valt binnen een boomstructuur zoals vastgelegd op de boomstructurenkaart enals zodanig is geregistreerd in het gemeentelijk beheersysteem van Weesp.

  • 2. In deze afdeling wordt verstaan onder bebouwde kom de bebouwde kom van Weesp zoals vastgelegd ten behoeve van afwijkingsprocedures op basis van het Besluit omgevingsrecht.

  • 3. De toegestane afstand als bedoeld in artikel 42, lid 1 en 2 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bedraagt in afwijking van de bepaling voor bomen 1 meter en voor heesters en heggen nihil.

  • 4. De aanwijscriteria voor bomen per statuscategorie, waarmee onderscheid wordt gemaakt tussen waardevolle bomen, structuurbomen en functionele bomen, worden door het college vastgesteld en vormen een bijlage bij deze verordening. Het college gebruikt de aanwijscriteria om:

    • a.

      de Lijst bijzonder waardevolle bomen Weesp op te laten stellen. Het college stelt deze lijst elke 3 jaar vast. Voor de op de lijst opgenomen houtopstanden worden ten minste een omschrijving, de standplaats, het kadastrale perceelnummer, de zakelijk gerechtigden en de reden voor plaatsing op de lijst vermeld. De eigenaar van de op deze lijst geplaatste houtopstand wordt van deze plaatsing zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis gesteld. Hij wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze met betrekking tot de plaatsing op de lijst binnen vier weken na de datum van kennisgeving schriftelijk aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken.

    • b.

      om de kaart met lijst van boomstructuren op te laten stellen. Het college stelt elke jaar de boomstructurenkaart Weesp vast. Voor de op de lijst opgenomen houtopstanden worden ten minste een omschrijving, de standplaats, het kadastrale perceelnummer, de zakelijk gerechtigden en de reden voor plaatsing op de lijst vermeld.

Artikel 2 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

  • 1. Het is verboden zonder vergunning de volgende houtopstanden te vellen of te doen vellen:

    • a.

      Waardevolle houtopstanden zoals vastgelegd op de ‘Lijst bijzonder waardevolle bomen’ Weesp;

    • b.

      Structuurbomen, als zodanig vastgelegd op de gemeentelijke boomstructurenkaart;

  • 2. In aanvulling op artikel 1:8 van de Algemene Plaatselijke Verordening Weesp kan de vergunning worden geweigerd op grond van de door het college aangewezen en vastgestelde waarde van de houtopstand, conform artikel 1 lid 4 van deze verordening.

  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  • 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt eveneens voor een houtopstand die is geplant op basis van een herplantplicht.

  • 5. Het college kan een vergunning verlenen indien sprake is van:

    • a.

      instandhouding niet langer verantwoord is;

    • b.

      het verplanten van een houtopstand dat geen bedreiging vormt voor het duurzaam behoud van de houtopstand, of;

    • c.

      een zwaarwegende maatschappelijke reden. Voordat het college een vergunning verleent wegens één van bovenstaande gronden, dient door de aanvrager van de vergunning een advies te worden overgelegd van een boomtechnisch deskundige.

  • 6. Het college legt bij elke vergunning een herplantplicht op onder nader te stellen voorschriften.

  • 7. Het verbod geldt niet voor:

    • a.

      houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:11e;

    • b.

      het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten op de waardevolle bomenlijst en de boomstructurenkaart;

Artikel 3 Herplantplicht en overige voorschriften

  • 1. Het college verbindt aan een vergunning in ieder geval als voorschrift dat binnen een door het college te bepalen termijn en overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen wordt herplant, tenzij zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten.

  • 2. Het college kan bepalen dat herplant geschiedt met een houtopstand die vergelijkbaar is met de gevelde houtopstand.

  • 3. Indien herplant niet in redelijkheid op hetzelfde perceel of in de directe omgeving kan geschieden, wordt in plaats van het in het eerste lid bedoelde voorschrift als voorschrift opgenomen dat de houtopstand niet mag worden geveld voordat een door het college te bepalen bedrag, dat gelijk is aan de herplantcompensatiewaarde, in het gemeentelijke Herplantfonds is gestort. Voordat het college een dergelijk voorschrift opneemt, dient door de aanvrager van de vergunning een taxatie van de herplantwaarde door een taxateur van bomen te worden overgelegd.

  • 4. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in, op en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.

  • 5. Een verleende omgevingsvergunning vervalt, indien daarvan niet binnen één jaar na het in rechte onaantastbaar worden daarvan, voor alle houtopstanden waarop de ontheffing betrekking heeft, gebruik is gemaakt.

  • 6. Het bevoegd gezag kan in uitzonderlijke gevallen beslissen tot eenmalige verlenging van de termijn genoemd in het vijfde lid, met maximaal één jaar, na indiening van een daartoe strekkende aanvraag door vergunninghouder.

Artikel 4 Nadere eisen aanvraag vergunning

  • 1. De vergunning moet digitaal conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht via het Omgevingsloket Online worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

  • 2. Wanneer de Gedeputeerde Staten Noord-Holland aan het bevoegd gezag of bevoegde bestuursorgaan een afschrift heeft toegezonden van de ontvangstbevestiging van de melding als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming, beschouwt het college dit afschrift als een vergunningaanvraag.

Artikel 5 Herplantplicht bij overtreding verbod en instandhoudingsplicht

  • 1. Indien een houtopstand in strijd met een in deze verordening opgenomen verbod zonder vergunning is geveld, kan het college de verplichting opleggen dat binnen een door het college te bepalen termijn en overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen, wordt herplant. Deze verplichting wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond, danwel aan degene die de houtopstand heeft geveld dan wel heeft doen vellen.

  • 2. Het college kan bepalen dat herplant geschiedt met een houtopstand die vergelijkbaar is met de gevelde houtopstand.

  • 3. Indien herplant niet in redelijkheid op hetzelfde perceel of in de directe omgeving kan geschieden, kan in plaats van de in het eerste lid bedoelde verplichting worden opgelegd dat een door het college te bepalen een bedrag, dat gelijk is aan de herplantcompensatiewaarde in het Herplantfonds wordt gestort.

  • 4. De eigenaar van een houtopstand die op de waardevolle bomenlijst Weesp staat vermeld, is verplicht schriftelijk aan de gemeente melding te doen van het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand anders dan door velling op grond van een verleende vergunning. Deze mededeling dient te geschieden onmiddellijk na het geheel of gedeeltelijk tenietgaan.

  • 5. Wordt een houtopstand in het voortbestaan ernstig bedreigd door menselijk handelen, dan kan het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van maatregelen bevoegd is, de last opleggen om:

    • a.

      een advies op te laten stellen door een boomtechnisch deskundige, waarin de gevolgen van het menselijk handelen voor de houtopstand en mogelijke maatregelen worden weergegeven;

    • b.

      overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen en binnen een door het college te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

  • 6. Het is verboden om publieke houtopstanden:

    • a.

      te beschadigen;

    • b.

      te bekladden of te beplakken;

    • c.

      te snoeien, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken.

  • 7. Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een openbare houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen.

Artikel 6 Herplantfonds

  • 1. Het college voorziet in het gemeentelijke Herplantfonds.

  • 2. De aan bomen gelieerde gelden in het Herplantfonds mogen enkel worden gebruikt ten behoeve van de uitbreiding en handhaving van de omvang in aantal en oppervlakte van in de gemeente bestaande houtopstanden.

Artikel 7 Bestrijding van boomziekten

  • 1. Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor verspreiding van bomenziekten of voor vermeerdering van verspreiders van dergelijke ziekten, is de rechthebbende, na aanschrijving door het college, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn die maatregelen te treffen die het college noodzakelijk acht ter voorkoming van verspreiding van bomenziekten of vermeerdering van verspreiders van dergelijke ziekten.

  • 2. Indien zich op een perceel één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag of bevoegde bestuursorgaan gevaar opleveren voor verspreiding van iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkever, kan het college aan de zakelijk gerechtigde de verplichting opleggen binnen een door het college te bepalen termijn:

    • a.

      de iepen te vellen;

    • b.

      de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;

    • c.

      delen van iepen te vernietigen, of:

    • d.

      iepen zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.

  • 3. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden te hebben of te vervoeren, met uitzondering van geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een diameter van minder dan 4 centimeter. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.

  • 4. Het college kan overeenkomstig artikel 5:34 van de Algemene Plaatselijke Verordening Weesp ontheffing verlenen voor verbranding van door iepziekte en bacterievuur aangetast hout.

Artikel 8 Strafbepaling

  • 1. Degene die handelt in strijd met het bepaalde in artikelen 2, eerste en vierde lid, 3, 5, en 7 van deze verordening, kan worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden.

Artikel 9 Toezicht

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: opsporingsambtenaren van de Regionale Eenheid Gooi- en Vechtstreek en de toezichthouders APV.

  • 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het bevoegd gezag aan te wijzen personen.

Artikel 10 Overgangsbepaling

  • 1. Op aanvragen voor een vergunning die zijn ingediend voor 26 juni 2019 is de Algemene Plaatselijke Verordening afdeling 3 van toepassing.

  • 2. Op vergunningen die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening niet in rechte onaantastbaar zijn, blijft de Algemene Plaatselijke Verordening afdeling 3 van toepassing.

Artikel 11 Slotbepaling

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als: “Bomenverordening Weesp 2018”.

  • 2. Deze verordening treedt in werking 8 dagen publicatie.

  • 3. Vanaf het in het vorige lid genoemde moment houdt de Algemene Plaatselijke Verordening afdeling 3 op te gelden.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Weesp op 8 november 2018.

Toelichting

Gedifferentieerde boombescherming

In Weesp is sprake van een gedifferentieerde boombescherming. Bomen kunnen naar status worden ingedeeld in drie categorieën: waardevolle houtopstanden, structuurbomen en functionele bomen. Voor de categorieën waardevol en structuur is een beschermingsregime in de onderhavige verordening opgenomen. De overige bomen (met de status functioneel) zijn vrijgesteld van vergunningsplicht.

Waardevolle houtopstanden vormen de ‘top’ van het bomenbestand. Ze hebben een bijzondere waarde voor de leefomgeving. Het college bepaalt welke houtopstanden als zodanig worden gekwalificeerd en neemt ze op in de ‘Lijst bijzonder waardevolle bomen’ Weesp. Het college kan hiervoor beleidsregels opstellen. De lijst wordt elke drie jaar opnieuw vastgesteld.

Naast waardevolle bomen worden binnen het gemeentebestuur ook structuurbomen en functionele bomen onderscheiden. De eerstgenoemde categorie betreft bomen die in eigendom zijn van de gemeente en die in hun samenhang met andere bomen een belangrijke bijdrage leveren aan de beeldkwaliteit. Het college bepaalt welke houtopstanden als zodanig worden gekwalificeerd en neemt ze op op de boomstructurenkaart Weesp. Het college kan hiervoor beleidsregels opstellen. De kaart wordt elke drie jaar opnieuw vastgesteld.

Bij functionele bomen gaat het om gemeentelijke bomen die geen waardevolle bomen of structuurbomen zijn. Particuliere bomen die niet behoren tot de waardevolle bomen hebben geen beleidsstatus.

Vergunningsplicht voor het vellen van een houtopstand

Voor alle waardevolle houtopstanden en boomstructuren geldt dat een vergunning van het college noodzakelijk is voor het kandelaberen, kappen, knotten, rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of beschadiging of ontsiering van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

Waardevolle bomen worden alleen gekapt als instandhouding niet langer verantwoord is.

Uitgangspunt voor boomstructuren is dat een structuurboom alleen wordt gekapt als dit geen of een positief effect heeft op de beeldkwaliteit. Voor het kappen van een functionele gemeentelijke boom is geen vergunningsplicht, wel heeft de gemeente vanuit het Bomenbeleidsplan een meldplicht bij alle voornemens tot vellen.

Advies boomtechnisch deskundige

Om te beoordelen of instandhouding niet langer verantwoord is danwel dat verplaatsing van een houtopstand mag plaatsvinden, dient de aanvrager van de ontheffing een advies te overleggen van een boomtechnisch deskundige.

Herplantplicht

In de artikelen 3 en 5 is onder meer een herplantplicht opgenomen om ervoor te zorgen dat het vellen “in natura” wordt gecompenseerd. Een herplantplicht wordt in beginsel altijd als voorschrift aan een vergunning verbonden. Alleen als herplant niet in redelijkheid op hetzelfde perceel of in de directe omgeving kan geschieden, kan ervan worden afgezien een herplantplicht in natura op te leggen.

Met het tweede lid van de genoemde artikelen wordt beoogd om bij herplant zo veel mogelijk te streven naar herplant met vergelijkbare bomen voor wat betreft leeftijd, soort en dikte. Herplant dient zoveel mogelijk ter plaatse te gebeuren en indien dat niet mogelijk is, moet worden gezocht naar mogelijkheden om bomen in de directe omgeving te herplanten.

Heeft dit laatste geen resultaat, dan bepaalt het derde lid dat een bedrag gelijk aan de waarde van de herplant in het gemeentelijke Herplantfonds gestort dient te worden. Dit fonds wordt door het college in het leven geroepen en bevat gelden ten behoeve van bomen van gemeente Weesp. Artikel 6 lid 2 bevat de regel dat de aan bomen gelieerde gelden in het Herplantfonds enkel mogen worden gebruikt ten behoeve van de uitbreiding en handhaving van de in de gemeente bestaande houtopstanden in aantallen en oppervlakte. Op deze wijze kan de in het bomenbeleid vastgestelde bomennorm worden gehandhaafd.

Spoedeisend belang bij kap

De gemeenteraad neemt geen bevoegdheid op voor het college om toestemming te geven tot direct vellen in het belang van de openbare orde of veiligheid (zogenaamde noodkap). De burgemeester beschikt terzake over toereikende bevoegdheden. Het algemene kapverbod geldt bij gebruikmaking daarvan op grond van de verordening niet.

Van noodkap is in ieder geval sprake als ten gevolge van een onvoorziene omstandigheid acuut gevaar voor personen of goederen ontstaat, bijvoorbeeld omdat een boom als gevolg van noodweer dreigt om te vallen. In die gevallen kan niet worden verwacht dat een reguliere vergunning wordt aangevraagd en kan dus worden geveld als daar door of namens de burgemeester toestemming voor is verleend. Uitgangspunt is dat de toestemming in een schriftelijke beschikking wordt opgenomen, omkleed met de redenen die tot het besluit hebben geleid. Als dat niet onmiddellijk kan, kan de toestemming echter ook mondeling of telefonisch worden verleend. In dat geval moet de toestemming wel achteraf alsnog in een schriftelijke beschikking worden opgenomen. Tegen dit besluit kunnen de gebruikelijke rechtsmiddelen worden aangewend.